Rembrandts etsen tonen 'het mooiste werk van de meester'

Rembrandt tekende Jan Six in diens negenentwintigste levensjaar, leunend in het venster van de Blauwe Arent in Amsterdam. Twee jaar daarvoor, in 1645, had Six het familiekapitaal geërfd....

Van onze verslaggever Bob Witman

Hij hangt bijna in het kozijn, zijn kraag staat open en hij lijkt het hondje dat tegen zijn been oprijdt niet op te merken. Hij kijkt recht in het gezicht van de kunstenaar, wiens werk hij bewondert, van wie hij schilderijen, maar vooral veel etsen zal kopen, die volgend jaar zijn treurspel Medea zal illustreren ( en die hem in 1654 zal schilderen, een portret dat nog steeds eigendom is van de familie Six en geacht wordt anno 2000 's werelds duurste Rembrandt in particulier bezit te zijn.

Deze vluchtige schets legde Rembrandt omgekeerd op een etsplaat, en hij tekende zo, spiegelbeeldig, Six opnieuw. Nu met een boek in de hand (een man van de letteren immers), zonder hond, maar in diezelfde informele houding voor het raam. Is die keuze voor een terloopse pose al verrassend bij een patriciërszoon als Six, de techniek van de dan 41-jarige Rembrandt werd al door zijn tijdgenoten als verbluffend beschouwd. Hij weet ondanks de beperkte mogelijkheden van de etsnaald zo veel halftonen en perspectief te creëren dat in de achttiende eeuw werd gesproken van 'het mooiste werk van de meester'.

Rembrandt in alle staten is een in tweeën geknipte tentoonstelling (deel II opent in oktober) waarmee het Rijksmuseum het volledige ets-oeuvre van Rembrandt (1606-1669) doorwandelt. Deel I behandelt de eerste zestien jaar. Het laat zien dat Rembrandt, vóór hij tot de techniek komt waarmee hij Six portretteerde, steeds op zoek is geweest naar manieren om diepte, grijstinten en lichtval in de koperplaat aan te brengen. Hij beoefende een relatief onbekende techniek, waar kunstenaars nog lustig mee experimenteerden. Het is voor Rembrandt, die tot zijn dood aan zijn techniek en stijl sleutelde, tekenend dat hij ook hier de grens van het medium verkende.

En hoewel de ets tekentechnisch beperkingen oplegde, had etsen één groot voordeel boven schilderwerk: de reproduceerbaarheid. Het is gek om te bedenken dat Rembrandts geschilderde oeuvre, dat nu zelfs via theelepels en de opdruk van beschuittrommels tot ons komt, in zijn eigen tijd vrijwel onzichtbaar was. Het hing grotendeels bij de kopers thuis, musea bestonden niet, net zomin als er boeken met reproducties beschikbaar waren. 'Breng je werk uit in druk en je zult des te sneller vermaard worden over de hele wereld', heeft Rembrandts leerling Samuel Hoogstraten geschreven. De etsen waren voor een kunstenaar in de zeventiende eeuw de beste garantie voor bekendheid.

Het Rijksmuseum heeft de verschillende drukgangen (staten) van de etsen naast elkaar gehangen. Zo ontstaat een beeld van een werk-in-uitvoering. De kunstenaar slijpt aan details, verandert de lichtval, arceert de achtergrond om betere zwarting te krijgen en soms ook grijpt hij fors in als de oorspronkelijke compositie hem niet bevalt.

Dat laatste is het geval bij De Opwekking van Lazarus (1632), waarvan Rembrandt maar liefst tien versies heeft gedrukt. Na de derde staat past hij de pose van de vrouw rechtsonder, Martha, aan. Eerst buigt ze nog geschrokken achterover. Dat vond hij kennelijk bij nader inzien te dramatisch. Hij laat haar nu voorover hellen naar Lazarus. In de vierde staat krijgt een man die angstig zijn armen heft, een petje op en in de vijfde volgen nog wat kleine aanpassingen (een tulbandje hier en daar). Pas dan is Rembrandt tevreden.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden