COLUMN IN HET SPOOR VAN DE JONGE REMBRANDT

Rembrandt was gefascineerd door schilderachtige figuren, bedelaars, de verworpenen der aarde

De ets ‘Bedelaar, zittend tegen een heuveltje’, 1630.

Rembrandt woonde de eerste 25 jaar van zijn leven in Leiden. Onno Blom werkt aan een biografie van die jaren en doet daarover hier een jaar lang verslag.

In Leiden zie je op straat nauwelijks zwervers en bedelaars meer. Er liep hier in de stad een tijdje een bag lady rond met uitpuilende plastic tassen. Zij was een echte bezienswaardigheid. Net als die man op blote, zwarte voeten en woeste baard, die luidschreeuwend vroeg om bier en guldens. Ik zou niet weten waar ze zijn gebleven.

In de 17de eeuw ritselde het in Leiden van de paupers. Het stadsbestuur en de kerken deden wel moeite om de armen en zieken onder te brengen in gasthuizen en hongerige monden te voeden, maar ze slaagden er niet in iedereen op te vangen en te helpen. Daarvoor was de zorg te beperkt en de toevloed van sloebers te groot.

Zeker in Rembrandts eigen buurt, direct achter de Witte Poort, wemelde het van de straattypes. Door de poort kwamen alle reizigers uit de richting van Den Haag binnen: ‘oosterlingen’ met tulband – waar ze precies vandaan kwamen, wist geen Leidenaar – Poolse soldaten op weg naar de Doelen, voermannen die hun koetsen reden tot voor de deur van de herbergen aan het Noordeinde. En Bedelaars die smeekten om een aalmoes.

Rond 1630 raakte Rembrandt gefascineerd door de schilderachtige figuren die hem vanaf zijn vroegste jeugd vertrouwd waren: de bedelaar leunend op zijn stok, verminkte lepralijders, een schooierig echtpaar met een mager hondje, de blinde vioolspeler – die vreemd genoeg zijn strijkstok in zijn linkerhand houdt – de man met het draaiorgeltje en een oude, in lompen gehulde vrouw met een kalebas aan een versleten leertje op haar heup.

Voor de kunst van het portretteren van straattypes had Rembrandt goed gekeken naar het werk van de Franse graveur Jacques Callot, die veel succes oogstte met zijn gueux. Sommigen van Rembrandts geuzen, de bedelaars uit zijn eigen buurt, lijken op die van de populaire Fransman. Maar Rembrandt zette geen keurige lijnen zoals Callot. Hij liet zijn etsnaald grillig zijn gang gaan.

Het moet voor Rembrandt ook een vorm van studie zijn geweest, een oefening van zijn oog en hand voor het verbeelden van personages in bijbelse verhalen. De blinde bedelaar kon dienen als de blinde Tobias die naar de deur stommelt in de hoop dat zijn zoon eraan komt. Op Rembrandts ets struikelt Tobias bijna over zijn hondje.

Rembrandts tijdgenoten staken graag de draak met bedelaars, maar daarvan was bij hem geen sprake. Hij bespotte ze niet, maar trof ze in zijn tekeningen en etsen zoals ze waren. Ráák. Het narrigste straattype op zijn etsen heeft het gezicht van de kunstenaar zelf.

Rembrandt nam in zijn werk alle rollen aan: van oosterling tot apostel, van vorst tot bedelaar. Daar zit hij, tegen een heuveltje, in een gerafelde tabberd. Zijn tenen steken door de neuzen van zijn kapotte schoenen. Verongelijkt roept hij naar de voorbijgangers. Was getekend: RHL 1630.

Vroeg Rembrandt om aandacht voor de schrijnende situatie van de armen? Vereenzelvigde hij zich met de verworpenen der aarde?

Het zou kunnen.

In elk geval hoefde Rembrandt deze bedelaar geen aalmoes te geven om te vragen of hij even stil wilde blijven zitten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden