Recensie Rembrandt-Velazquez

Rembrandt-Velazquez is een knap samengestelde expositie met werken van hoog niveau ★★★★☆

Op een associatieve manier wordt naar overeenkomsten tussen kunstenaars uit Holland en Spanje gezocht. 

Een van de aanwezige parallellen in de tentoonstelling, met Oopjen Coppit van Rembrandt naast Velázquez’ Dona Antonia en zoon. Beeld Rijksmuseum / Prado

Vóór Vermeer schilderde niemand een mooier broodje dan Jan Lievens. Het staat op z’n schilderij Stilleven met boeken (1627-28), waarop, naast het broodje, een tinnen kan en een glas met water, inderdaad een heleboel boeken zijn afgebeeld. Die boeken zijn oud, en vallen van ellende uit elkaar. Het broodje is kakelvers. Wat doet het hier? Memento mori, roept u in koor, en met recht, maar is het niet leuker om je voor te stellen dat het kadetje er eigenlijk niet bij hoort? Dat Lievens het voor z’n lunch had neergezet, en het in een opwelling besloot mee te schilderen? Het oogt als een prop, achtergelaten door een verstrooide setdresser. Toen Lievens uitgeschilderd was, at hij het op.

Hier hangt zijn schilderij naast dat van de Spanjaard Jusepe de Ribera: De Heilige Paulus de Heremiet (1635-40). Een voltreffer: de verweerde ruggen van Lievens boeken rijmen prachtig met Paulus versleten echte rug. Wat het extra raak maakt: ook op Ribera’s schilderij staat een broodje, en ook hier ligt het op een stenen balustrade onder in het schilderij. Zo’n parallel getuigt van inventiviteit van de samensteller. Je moet én oog hebben voor zo’n detail, én weten dat er in een collectie elders nog een werk bestaat met een haast identiek kleinood, én ze bijeenbrengen. Het is cureren op topniveau. Rembrandt-Velázquez kent daarvan veel voorbeelden.

De expositie, waarin zestig schilderijen uit de Nederlandse en Spaanse Gouden Eeuw worden getoond, waarvan veertien uit het Prado in Madrid, is nadrukkelijk geen historisch vertoog. Wie nog eens uitgelegd wil krijgen hoe het ook alweer zat met al die Filipsen, of andermaal wil kennis nemen van de gruwelen der inquisitie, vangt hier bot. Het is ook geen kunsthistorisch overzicht met tijdbalken en jaartallen. Het is meer een kunstenaars-tentoonstelling, zoals onder andere Rudi Fuchs die regelmatig maakte; holistisch, associatief. Op grond van thematische, en vaak ook formele overeenkomsten zijn makers gekoppeld uit beide landen en perioden, paarsgewijs, soms in trio’s, een enkele keer in kwartet. Het gaat daarbij om de overeenkomsten.

Ingesleten cultuurhistorische aannamen gaan fijntjes aan diggelen. Dat het katholieke Zuiden vreugdevollere kunst voort zou hebben gebracht dan het Protestantse Noorden, bijvoorbeeld. Het tegendeel is vaak waar. Velázquez’ modellen ogen soberder dan die van Rembrandt; Juan de Arellano’s bloemen staan steiler in hun vaas dan die van Rachel Ruysch; Zurbaran’s heiligen zijn niet flitsender dan die van Bloemaert. De Spanjaarden bleven kruisigingen en madonna’s schilderen, waar de Hollanders zich richtten op wereldse thema’s, maar exuberanter waren ze geenszins. Velázquez’ diplomaat en Fabritius’ koopman hadden broers kunnen zijn.

Noord en Zuid is sowieso moeilijk van elkaar te onderscheiden, zo toont de expositie. Hangt men de Hollandse pluimvee-schilder d’Hondecoeter naast de Spaanse bodegón-schilders Cotán en Ramirez, dan zijn de verschillen minder groot dan je zou verwachten. Ja, die Spanjaarden hangen alles aan touwtjes, en bij de Hollander liggen de vogels er als vanouds bij alsof ze net een mislukte noodlanding achter de rug hebben, maar qua enscenering en uitwerking is het bijna eender. Kunstenaars, luidt de humanistische portee hier, spreken eerst en vooral de taal van de kunst.

Het niveau van de getoonde stukken is consequent hoog, maar het klapstuk zit in de staart: Juan de Valdés Leals Finis gloriae mundi (ca. 1670-1672), een gruwelkabinet uit het Hospital de la Caridad in Sevilla: twee heiligen, rottend in hun kist bedekt met maden en torren; een luguber schilderij, een krankzinnig schilderij. Het wordt geflankeerd door Hals’ Regenten en Regentessen van het Oudemannenhuis uit het Frans Hals Museum. Afzonderlijk zijn die werken al de moeite waard, maar samen hebben ze een confronterende boodschap: vandaag wij, morgen gij. Of, levenslustiger gesteld: we zijn hier voor een goede tijd, niet een lange. Goed gemaakte exposities zijn een goede tijd. Dit is er één.

Rembrandt-Velázquez: Nederlandse en Spaanse meesters

Rijksmuseum, Amsterdam, 11/10 t/m 19/1

★★★★☆

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden