column onno blom

Rembrandt van Rijn en Jan Lievens: Een jong en edel schildersduo

De schilder in zijn atelier, 1628. Beeld The J. Paul Getty Museum, Los Angeles

Rembrandt woonde de eerste 25 jaar van zijn leven in Leiden. Onno Blom werkt aan een biografie van die jaren en bericht daarover een jaar lang wekelijks in V.

Wat een onweerstaanbare gedachte: twee jonge jongens uit Leiden die aan het begin van de 17de eeuw de wereld gingen veroveren en het genie niet alleen in zichzelf, maar ook in elkaar zagen. Ze gingen helemaal in elkaar op, Rembrandt van Rijn en Jan Lievens. Ze waren bijna één. Ze vormden een mythisch paar als Peter-Paul Rubens en Jan Brueghel de Oude of, eeuwen later, Vincent van Gogh en Paul Gauguin. In zijn memoires noemde Constantijn Huygens hen ‘een jong en edel schildersduo’.

De 16de-eeuwse essayist Michel de Montaigne beschreef de ware vriendschap als belangeloos, als een verhouding waarin beiden elkaar meer gunnen dan zichzelf: ‘Omdat hij het was, omdat ik het was.’

Zo was het niet tussen Rembrandt en Lievens. De twee volksjongens – de één een molenaarszoon, de ander de zoon van een naaldwerker – wilden iets aan elkaars talent ontlenen: Rembrandt aan Lievens’ technische vernuft en wonderbaarlijke kunst om verven te mengen, Lievens’ aan Rembrandts intellect en vermogen om empathie en emotie te verbeelden.

Meer nog dan door de liefde die vriendschap heet werden zij voortgedreven door de drift van na-ijver die, volgens de schilder-schrijver Samuel van Hoogstraten in zijn Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst ‘zoo veel heerlyke meesters in de kunst heeft voortgebracht’.

De vrienden werkten in constante creatieve wedijver aan het oplossen van hun artistieke problemen. Ze kozen dezelfde onderwerpen, dezelfde modellen. Zij schilderden zichzelf in de spiegel en ze schilderden elkaar.

Er is een treffende tekening bewaard gebleven die Rembrandt maakte van Lievens in het atelier. De jongen is goed te herkennen aan zijn lange gezicht, hoekige kinnebak en tengere gestalte – Huygens beschreef hem als ‘een onaanzienlijk boomstammetje’.

De jonge schilder is een ogenblik gaan staan om afstand van zijn paneel te nemen. Hij leunt, penselen en schildersstok nog in zijn handen, met zijn ellebogen op de leuning van zijn stoel. Hij kijkt en peinst. Hoe nu verder?

Niet Rembrandt, maar Lievens was van hen beiden het wonderkind. Hij schilderde op zijn 10de al een verbluffend portret van zijn moeder, zijn werk was in de stad gewild. Rembrandt ontwikkelde zich relatief laat. Hij moet aanvankelijk jaloers zijn geweest op zijn vriend.

Maar na Lievens jarenlang te hebben moeten volgen, kwam Rembrandt langszij en overvleugelde hem. Dat moet voor Lievens verschrikkelijk zijn geweest, vooral omdat hij volgens Huygens ‘een al te groot zelfvertrouwen’ had en absoluut niet tegen kritiek kon.

In 1631 brak de vriendschap. Beide jongens verlieten hun geboortestad Leiden. Lievens vertrok naar Londen, Rembrandt naar Amsterdam. De een zou voorgoed in de schaduw van de ander blijven.

Het laatste bewijs van hun wedijver is een ets. Rembrandt drukte op een etsplaat de contouren door van een ets van Lievens, een tronie van een Oosterling. Vervolgens begon Rembrandt die contouren vrij uit te werken. Hij gaf de Oosterling een woeste baard waarin het licht speelde, wikkelde hem een rijk versierde tulband om het hoofd en zette er een zwierige veer bovenop. Tot slot kraste hij in de etsplaat: ‘Rembrandt geretuck 1635’. Door Rembrandt geretoucheerd.

Hij had de ets van zijn vriend onherstelbaar verbeterd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden