Rembo & Rembo zijn na 25 jaar nog steeds mateloos populair

25 jaar geleden kwam Rembo & Rembo voor het eerst op televisie. Twee kale mannen die in de poep rolden, gekke dansjes maakten, elkaar voor paal zetten en een kwart eeuw later nog steeds mateloos populair zijn. Het begon allemaal zo.

Midden op het pad in een park ligt een enorme licht- bruine drol. In de verte komt een nietsvermoeden-de meneer aan- lopen. Als hij bij de drol is aangekomen, blijft hij staan: 'Gadverdamme! Wat een grote drol!'

Plotseling verliest hij zijn balans en valt met zijn volle gewicht in de grote hoop poep. Elke poging om op te staan, mislukt. Tot vier keer toe valt hij opnieuw. Als hij uiteindelijk opstaat, zet hij de met stront besmeurde bril op. 'Gadverdamme: m'n bril, m'n pak. Heel m'n zondag is naar de maan. Ik ga naar huis.' De man schraapt aan een paaltje nog wat poep onder zijn schoenen vandaan, draait zich om en loopt weer weg. 'Klotemussen.'

Sex Sells
Voor veel mensen die in de jaren tachtig opgroeiden, is bovenstaande sketch van Rembo & Rembo net zo onlosmakelijk met hun jeugd verbonden als een broodje pindakaas tijdens het schaatsen, de liedjes van Kinderen voor Kinderen en eindeloos herinnerd worden aan die ene bal van Rensenbrink op de paal. Het absurdistische sketchprogramma is, 25 jaar na de eerste uitzending, nog steeds mateloos populair: filmpjes op YouTube werden miljoenen keren bekeken; er is een fansite die roept om meer dvd's en de onlangs gelanceerde kunstexpositie Rembo & Rembo: Sex Sells werd bij de opening overspoeld door fans van nu en weleer. Twee kale mannen in blauwe pakken werden de grote gekke broers van een hele generatie. Zonder dat ze dat zelf ooit wilden.

Het is begin jaren tachtig, in een bus ergens tussen Rotterdam en de Duitse grens. Een jonge Maxim Hartman is eerstejaarsstudent aan de Willem de Kooning Kunstacademie in Rotterdam. Samen met zijn jaargenoten is hij op weg naar een excursie in het dan nog in tweeën verdeelde Berlijn. Tussen al die onschuldige, nieuwsgierige eerstejaarskunststudenten loopt een jongen rond die anders is. Theo Wesselo is een tweedejaars. Hij heeft blond, naar achter gekamd stekelig haar, net als Billy Idol en draagt een overall met zijn eigen naam erop. Hij loopt door de bus alsof hij de baas is van de groep. De eerstejaars zijn van hem onder de indruk. Op een na. Als Theo bij Maxim aankomt en hem probeert te provoceren, gaat de jonge Maxim daar in eerste instantie niet op in. Theo gooit er nog een schepje bovenop. Dan staat Maxim op. 'Je kan nog zo bijdehand doen en al zit je in het vijfde jaar; ik beuk je gewoon helemaal kapot.' Het was precies het antwoord dat Theo nodig had en betekent het begin van een turbulente haat-liefdeverhouding.

Theo en Maxim vinden studeren eigenlijk helemaal niet leuk en besluiten een experiment uit te voeren: ze stoppen met hun studie, gaan niets doen en zien wel wat er gebeurt. 'Dat was eigenlijk heel leuk: niets doen', herinnert Maxim Hartman zich. 'We leefden gewoon van vijf gulden per dag.' Maar Maxims moeder wordt ongerust. Ze is bang dat haar zoon in de goot terecht komt en wil hem bezig houden.

Pielen
Ze besluit een videocamera te kopen; om haar eigen vakanties te filmen, maar vooral om Maxim filmpjes te laten maken. 'Maar ik wilde helemaal geen filmpjes maken.' De videocamera staat na een vakantie van moeder Hartman te verstoffen op Maxims kamer. Op een verveelde dag besluit hij toch de camera een keer te gebruiken. 'Ik begon wat te pielen. Dat vond ik eigenlijk best grappig en ik maakte toen elke dag wel een filmpje.' Theo gaat ook mee doen met de filmpjes, die niets professioneels hebben.

'In het begin hadden we natuurlijk nog geen cameraman, dus dan hield ik de camera zelf steeds vast als ik bijvoorbeeld Theo aan het interviewen was. Dan zag je mijn arm naar het statief gaan als ik het shot wilde veranderen.' De creativiteit van Hartman en Wesselo uit zich in filmpjes waarin ze bevroren frikandellen met touwtjes tot leven wekken of twee kale mannen spelen die op een bank niets anders doen dan keihard lachen. 'Allemaal van dat soort heel slechte, trage sketches.'

Inmiddels heeft de VPRO de zogenaamde B-status (meer dan 250 duizend leden) en daarmee ook extra zendtijd. Een deel van die zendtijd is voor kinderen, die volgens de VPRO dan nog te weinig worden bediend. De omroep trekt Burny Bos, kinderboekenschrijver en maker van de Ko de Boswachtershow, aan voor de jeugdprogrammering. Bos heeft een credo: kindertelevisie moet vanuit het fietsenhok op het schoolplein komen, niet vanuit het klaslokaal.
Met de Ko de Boswachtershow trekt Bos elke zondagochtend een miljoen luisteraars. 'Dat waren vooral kinderen en ouden van dagen', zegt Bos, inmiddels eigenaar van het in Amsterdam gevestigde televisieproductiebedrijf BosBros. 'Ik zag dat aan de post die ik kreeg. Dus ik wist dat er op die plek op de zondagochtend veel kinderen zaten. Maar geen andere omroep wilde die tijd hebben, omdat de meeste mensen dan nog lagen te slapen.'

Bos mag elke zondagochtend twee uur invullen. De VPRO gaat op zoek naar programmamakers die de al bestaande programma's, zoals Theo en Thea en Jonge Helden, moeten gaan aanvullen.

Lees het volledige artikel in katern V van de Volkskrant van dit weekeind

Beeld Foto's: VPRO
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden