Reiziger naar de haven van het ware

Volgens August Hans den Boef en Kees Snoek was Multatuli Nederlands eerste echte atheïst. Maar welke atheïst noemt zich multa tuli?...

Was Eduard Douwes Dekker, die man die schuilging achter het pseudoniem Multatuli, de enige volbloed romanticus in onze literatuur, ook een volbloed atheïst? Daarover is in de 120 jaar na de dood van Dekker (1820-1887) veel geschreven. De opvattingen lopen uiteen: van Multatuli als mysticus en martelaar tot gedreven godsdienstbestrijder en geharnast atheïst. Dekkers jongste biograaf Dik van der Meulen hield het erop dat Multatuli’s wereldbeeld ‘veel christelijker [is] dan velen denken’.

Essayist August Hans den Boef en Multatuli-kenner Kees Snoek nemen stelling op het andere uiterste: in hun ogen is de schrijver een echte atheïst, ‘de eerste werkelijke vrijdenker’ in een door steile dominees en christelijke politici gedomineerd land. Niet verwonderlijk, want Den Boef profileerde zich de afgelopen jaren als fel bestrijder van modieuze spiritualiteit en nieuwe religiositeit.

In de door hen samengestelde bloemlezing O God, er is geen God! namen zij vrijwel alles op wat over God, theologie en religie te vinden is in Multaltuli’s Ideën. Dat kolossale, zeven delen tellende levenswerk is zijn uitwerking van het ‘pak van Sjaalman’, waarvan hij in de Max Havelaar de inhoudsopgave verstrekte. De Ideën bevatten 1282 lemma’s: ultrakorte invallen, parabels, essays, toneelstukken en een complete autobiografische roman, Woutertje Pieterse – nu zouden we het een weblog noemen. Het is een handzame bloemlezing geworden. Niemand hoeft nu meer de duizenden pagina’s Ideeën door te ploegen om de ontwikkeling van Multatuli’s opvattingen over dit onderwerp te volgen.

Helaas schetsen de samenstellers in hun inleiding een eenzijdig beeld van Dekker als grimmige godsdienstvreter. Ze trekken de grote Multatuli postuum volledig in hun kamp. Daarmee doen ze de schrijver tekort. Wie goed zijn Ideën en vooral ook zijn Brieven leest, ziet een veel gecompliceerder en dubbelzinniger beeld van Multatuli’s omgang met ‘God’.

Dat de doopsgezind opgevoede Dekker een pesthekel had aan zijn protestante tijdgenoten staat buiten kijf. Hij gruwde van de huichelachtigheid van hun moraal, hun schrieperige en schraperige koopmansgeest, hun dédain voor vrouwen, hun bekrompen angst voor lust en de staatsterreur die zij uitoefenden op andersdenkenden.

Met het katholicisme lag het anders. Den Boef en Snoek noemen een goeiige pater Jansen uit Woutertje Pieterse als uitzondering, maar in de Ideeën 232 en 233 spreekt Multatuli zich lovend uit over het katholicisme, ‘het schoonste wat ooit door mensen tot stand werd gebracht’. Hij roemt de ‘weldadige invloed der katholieke poëzie’. Multatuli bewonderde de naïviteit en vanzelfsprekendheid waarmee katholieken hun geloof beoefenen, door alledaagse rituelen en argeloze identificatie met heiligen, Maria voorop, waarbij zij nauwelijks malen om het Woord Gods, of om kerkelijke dogma’s.

Niet de letter van de bijbel, maar de symboliek van het goddelijke, een poëtische kwaliteit, is de kern van het katholieke geloof. In zijn liefdesbrieven aan zijn eerste vrouw Tine – waarin hij overigens zegt ‘een brave, godsdienstige vrouw’ te zoeken – bekent hij waarom hij voor een vorige geliefde, Caroline Versteegh, katholiek werd: ‘Waarlijk huichelde ik niet toen ik roomsch werd’. Hij legt uit: ‘Ik ben zeer liberaal op het punt van godsvereering (let wel dat ik niet zeg godsdienst), ik ben niet tegen het roomsche voor zooverre er in die gezindheid geleerd wordt dat men God moet liefhebben bovenal en onzen naaste als ons zelven.’

Den Boef en Snoek beschouwen de periode waarin Dekker deze brieven schreef – rond 1845 – als zijn ‘agnostische’ periode. Wat zij níet schrijven, is dat de bekendste atheïst uit onze literatuur zich nooit heeft laten uitschrijven bij die Moederkerk. Dat vertelt Jos van Waterschoot, directeur van het Multatuli-museum, wel, in zijn Multatuli – een iconografie. Dat prachtige boekje waarin het leven van Multatuli in beeld wordt gebracht met honderden foto’s, schilderijen en documenten, vormt een mooie aanvulling op Van der Meulens biografie. De opbrengst van de luxe-editie zal geheel ten goed komen aan het Multatuli-museum dat, door een schandelijke huurverhoging, dreigt te verdwijnen. Multatuli zou tevreden zijn geweest over deze actie zijner volgelingen.

Je kunt Multatuli een atheïst noemen in zoverre hij het ‘bestaan’ van een alles bestierende, gepersonifieerde godheid onzin achtte. Maar wat is dat voor een atheïst, die zich tooide met de larmoyante, niet ironisch bedoelde naam multa tuli – ‘ik heb veel geleden’? Die dol was op het genre van de parabel en zijn gehele werk lardeerde met bijbelcitaten en bijbelse formuleringen?

In elk geval eentje die zich verregaand identificeerde met Jezus. Hij koos als motto voor zijn Ideën diens citaat ‘Een zaaier ging uit om te zaaien’. Hij kende ‘maar één weg ten hemel: Golgotha. Wie er wil komen langs andere weg is ‘ ’n infame smokkelaar’. In een noot wijst Multatuli erop dat Jezus driemaal werd gekruisigd: door de Joden, door zijn levensbeschrijvers en uiteindelijk door de christenen zelf, zijn meest kwaadaardige vijanden.

Het was de kruisweg die Multatuli zelf bewandelde. Hij was een heiland wiens boodschap over de mishandelde Javaan werd verkeerd verstaan en wiens denkbeelden werden ingelijfd door farizeeërs, socialisten en literatuurliefhebbers. Hij omringde zich met discipelen, schattige meisjes die hem, de toekomstige keizer van het prachtige Rijk van Insulinde, aanbaden.

‘De naam Insulinde representeert voortaan myn algemeen streven, als Nazareth het Christusidee’, verklaarde hij. En: ‘Jezus begon met vissers, ik vang met meisjes aan.’ Ook hij werd verraden: zijn minnaressen kozen, toen het niets werd met dat Rijk, toch maar voor een betrouwbaarder man en zijn literaire bewonderaars bedelden, tot zijn woede, geld bijeen om zijn hongerende vrouw en kinderen te voeden.

Hijzelf was de Verlosser die geen andere afgoden naast zich verdroeg. Zoals hij zich ver boven socialisten, democraten en andere schrijvers voelde staan, zo was hij een verbeterde versie van Jezus. Eenvoudigen van geest hadden nu eenmaal leiding nodig. Wie het meest ontwikkeld was ‘als mens’, schreef hij, verdiende het om over anderen te heersen; wie dat was laat zich raden. Hij voelde zich beledigd als men hem een schrijver noemde – ‘Verbeeld je Christus na de bergrede: een redenaar!’

Multatuli predikte onderzoek naar het wezen van de natuur als het hoogste, maar had een afkeer van wetenschappelijke systemen. ‘Ik maak geen systemen’, schrijft hij in Minnebrieven, ‘Zodra ik een slecht mens word, ga ik aan 't systeemmaken’. Als beste ‘onderzoekers’ noemt hij Mozes, Elia, Johannes, Jezus en Mohammed, ‘zij leerden het mens-zijn van zichzelf’. Een rechtgeaarde rationalist zul je zoiets niet horen beweren.

Saskia Pieterse, die onlangs promoveerde op een uitstekende studie over de Ideën, heeft Multatuli’s wel heel ruime begrip ‘fysica’, dan wel ‘waarheid’, of ‘Natuur’ beter begrepen dan Den Boef en Snoek. Tegenover ‘de hysterische theologie’, schrijft zij in De buik van de lezer, ‘plaatste hij de gezonde, heilzamer fysica. (*) Natuurwetenschap was voor hem niet zozeer het onderzoek doen binnen een streng afgebakende discipline, alswel het vrijelijk blootleggen van de ‘aard der dingen’, en vooral het daarbij blootleggen van verbanden of overeenstemmingen tussen allerlei verschijnselen.’ Hij was vooral geboeid door dat deel ‘dat onszelf tot onderwerp heeft’ en rekende in één moeite door liefde, lust en goedheid tot de ‘fysica’.

Multatuli wilde de ‘fysica’ niet indelen in categorieën maar zocht onder het motto ‘alles in alles’ naar de eenheid in al het bestaande, de wetmatigheid van eeuwige wederkeer. Hij noemde dat Natuur, of Noodzakelijk. Daarbij sloot hij naadloos aan bij de filosoof Spinoza, die ook de persoon van God afwees, en meende dat alles Natuur is, ofwel God: ‘God is alles en alles is in God.’ Multatuli verwijt Spinoza alleen dat hij het woordje God gebruikte voor dit ‘alles’, maar hun pantheïsme is identiek. Anders dan voor natuurkundigen, vertegenwoordigde de Natuur voor Multatuli het Goede, en wat goed was bepaalde hij, als god zelve. Wie zich tegen hem keerde, ontmaskerde zich daarmee vanzelf als leugenaar.

Volgens Pieterse kun je de romanticus Multatuli niet beschouwen als een doorsnee erfgenaam van het verlichtingsdenken. Ze stelt: ‘Voor Multatuli zijn geloof en ongeloof niet op een simpele manier aan elkaar tegengesteld: aan de innigste religie ontspruit het belangrijkste argument om niet meer in God te geloven.’ Hij beschouwde de poëzie, gesymboliseerd in zijn muze ‘Fancy’, als een belangrijk instrument om de wereld te doorgronden, met middelen die de ratio niet biedt; alleen door poëzie kon men ‘het kwikachtige’ van de Natuur begrijpen.

Natuurvorsing, poëzie, de uitbuiting van de Javaan, Insulinde, het Messias-complex, de afkeer van het schrijverschap, het amalgaam van dit alles vormde Multatuli’s poëtica; het was de motor van het schrijverschap van de man die géén schrijver wilde zijn. Hij alleen was een ideale onderzoeker, ‘een reiziger naar de haven van het ware’. Zijn werk is het resultaat van die zoektocht. Uiteindelijk werd niet de Javaan gered, maar bleef zijn oeuvre voor latere generaties behouden.

Eigenlijk vertoont Multatuli ’s literair-religieuze poëtica grote gelijkenis met die van zijn grootste mede-romanticus, de eveneens katholiek geworden Gerard Reve. Reve geloofde evenmin in een bestaande God, maar bedacht zelf een nederige God, die zich nu eens openbaarde in een ezeltje dat duchtig bezeten moest worden, dan weer in een Meedogenloze Jongen. Hij noemde het katholicisme ‘een zwakzinnige troep’, maar niettemin ‘het ware geloof’. Net als Multatuli beschouwde hij andersdenkenden als ‘symboolblinden’ en zag hij het liefst eenvoudige ‘huisvrouwen’ als zijn devoot publiek.

Beiden stelden God en de liefde, vooral de lichamelijke, gelijk. ‘Liefde is een heilig gevoel’, schreef Multatuli aan zijn minnares Mimi, en hij raadde haar aan om bij gewetensnood te biecht te gaan bij zijn vrouw Tine, ‘als bij de heilige maagd’. In zíjn Rijk, schrijft Multatuli, ‘is geen plaats voor jaloezie’; in Reves Jongenskamer evenmin. Je zou Multatuli, met zijn speeltuin vol aanbidsters, waarbij elke vriendin weer nieuwe leden voor zijn Legioen aanbracht, onder goedkeurend oog van Tine, een rechtgeaarde ‘revist’ kunnen noemen.

De neerlandicus Frans Ruiter noemt het doel dat Multatuli voor ogen stond – het synthetiserende ‘alles in alles’ – terecht ‘min of meer mystiek’, een ‘godsbegrip zonder God’. Den Boef en Snoek vinden dat ‘een oud debatteertrucje’: ‘Op deze wijze kan men iedere atheïst kwalificeren als een gelovige, iemand die heilig gelooft in het niet-bestaan van God.’

Het is een groot misverstand dat mensen met een religieuze inslag per se in een bestaande God geloven. Multatuli was geen christen, geen kerkganger, en zelfs geen ‘ietsist’, maar een aardse mysticus kun je hem zeker noemen.

Onder schrijvers en dichters zijn meer van zulke ‘gelovigen zonder god’ te vinden: Hella S. Haasse bijvoorbeeld , die de wereld beschouwt als ‘miljoenenvoudig gesplitst en toch één’; Frans Kellendonk, die in het hart van de schepping een leemte ontwaarde, ‘waar God heel goed in zou passen’; Fernando Pessoa, die het duister waaruit hij voortkwam en naar terugverlangde voor het gemak ‘God’ noemde; F.B. Hotz die vreesde dat iedere minieme verstoring van het evenwicht in het heelal wordt afgestraft. Geen devote believers, maar schrijvers die het fundamentele niet-weten als vruchtbaar uitgangspunt voor hun werk kozen.

Wie Multatuli beschouwt als een essayist/polemist met enkele stugge programmapunten, zoals het niet-bestaan van God, scheert langs de kern van zijn schrijverschap. Zo’n Multatuli zou allang vergeten zijn. Het is juist dat unieke, soms mallotige mengsel van menselijke betrokkenheid, megalomanie en dichterlijke mystiek, vlammend verwoord, dat hem maakt tot een schrijver die je blijft lezen, telkens weer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden