Boeken Recensie

Reizen met gezelschap is niet altijd beter voor Jannah Loontjes en Caroline van Hemert

Geheel in de stijl van haar literaire heldin Frida Vogels trekt Jannah Loontjens kibbelend door Italië. Caroline Van Hemert heeft in Alaska wel wat anders aan haar hoofd. 

Beeld Silvia Celiberti

Jannah Loontjens: Als het over liefde gaat. Podium; 224 pagina’s; € 21,50. (★★★☆☆)

Caroline Van Hemert: Met de zon als kompas. Uit het Engels vertaald door Hanneke Bos. Atlas Contact; 352 pagina’s; € 24,99. (★★★★☆)

Samen met haar geliefde Jamal vertrekt schrijver en filosoof Jannah Loontjes (1974) in de zomer van 2018 naar de Italiaanse provincie Umbrië. Het wordt haar eerste wandelvakantie, een pelgrimage van zo’n 60 kilometer in de voetsporen van haar literaire heldin Frida Vogels, inmiddels 89 jaar en woonachtig in Bologna. Engelsman Jamal, met wie Loontjes al een aantal jaar een latrelatie heeft, kent het werk van de Nederlandse auteur niet, zij is een diehard-Vogels-fan ‘op de grens van een lichte vorm van krankzinnigheid’. De wandelroute, met Perugia als startpunt en de finish in Spoleto, krijgt ze per post van Frida Vogels zelf, als antwoord op de brief die Loontjes haar zes jaar geleden stuurde. 

Jannah Loontjes: Als het over liefde gaat Beeld Podium

Het voorstel om de oude dame een bezoek te brengen en wellicht samen een wandeling te maken, wijst Vogels af, maar ze stuurt op verzoek wel kopieën van aantekeningen voor een wandeling door Umbrië die zij in 1968 maakte met haar Italiaanse man Enzo. Wie niet bekend is met het werk van Vogels, zou vóór het lezen van Als het over liefde gaat het een en ander over haar werk moeten weten: naast het driedelige opus magnum De harde kern publiceerde Van Oorschot ook haar integrale dagboeken, waarin ze haar leven en moeizame huwelijk laag voor laag en met een chirurgische precisie ontleedt. Frida Vogels heeft zich nooit publiekelijk vertoond en in het enige interview dat zij ooit gaf, elf jaar geleden met deze krant, zei ze: ‘Er zijn nogal wat lezers die zich aan mij ergeren, die denken: wat een gezeur. Dat kan ik mij heel goed voorstellen.’

Ergernis en chagrijn

Jannah Loontjes koos na elf romans, gedichtenbundels en filosofische essays met Als het over liefde gaat voor een reisverhaal inclusief zelfportret. De hoofdlijn is haar verhouding met Jamal en geheel in stijl van Vogels: pais en vree is het niet. Het zijn de hitte en het wandelen die Loontjes zwaar vallen, en hij ergert zich vooral aan haar. De uitvoering van háár idee om de Vogels-route onvoorbereid en op de bonnefooi te wandelen maakt hem een chagrijnige reisgenoot (hadden ze alleen al hun telefoons met Google Maps thuisgelaten, dan waren ze beter in de jarenzestigsfeer gekomen). Jamal vindt zijn vriendin impulsief, koppig en ongeduldig, zij beweegt zich na een ruzie op een hotelkamer tussen ‘me schuldig voelen en me opnieuw aan mijn koppigheid vastklampen’. Op een terras in het middeleeuwse stadje Bettona schrijft ze: ‘De lucht boven de gele muren is felblauw. We zouden gelukkig moeten zijn.’ 

Loontjes komt al snel tot dezelfde conclusie als de lezer: ze had deze wandeling beter in haar eentje kunnen ondernemen (een relatieanalyse kan ook uitstekend als de ander niet in de buurt is). Gezelschap in een reisverhaal is alleen functioneel als de aanwezigheid van de ander legitiem, urgent is, en gekibbel is dat voor de lezer niet. Loontjens had, behalve aan Frida Vogels, ook aan John Steinbeck een voorbeeld kunnen nemen. Op zijn camperreis door Noord-Amerika in Op reis met Charley rept hij er niet over dat zijn vrouw hem bijna de hele rit vergezelt en voert hij alleen zijn zwijgende poedel Charley op.

Caroline Van Hemert: Met de zon als kompas Beeld Atlas Contact

Tocht door Alaska

In het onlangs verschenen Met de zon als kompas reist de Amerikaanse dertiger Caroline Van Hemert, ornitholoog, met haar geliefde Patrick 6.500 kilometer te voet, per kano en op ski’s door de grillige natuur van Alaska. Vanaf hun eerste avontuur, als ze bepakt en bezakt een ijskoude rivier oversteken, ben je reuzeblij dat ze met z’n tweeën zijn. Van Hemert, in Alaska opgegroeid met een Nederlandse vader, bouwt het reisverhaal langzaam en doorwrocht op; ze schrijft over hun ontmoeting, hun eerste kampeerreis, hoe ze samen veldonderzoek doen met de Vogelzang van Alaska-cd op repeat, hoe hij als tiener een hut bouwde in Alaska en er een jaar alleen verbleef. En over de reden van de reis: haar werk als bioloog in een laboratorium benauwt haar en ze beseft dat ze een spoedcursus buitenleven nodig heeft: ‘Ergens in die honderden uren van turen door een microscoop en kijken naar gekooide mezen was ik vergeten waarom ik eigenlijk bioloog was geworden.’ Ze lijdt aan heftige migratiedrang, Zugunruhe, dezelfde onrust die zichtbaar is bij gekooide vogels in aanloop naar de trek. Levendig beschrijft ze de monstrueuze logistieke voorbereiding, van het afwegen van het maximale aantal calorieën per dag tot alle gewicht- en ruimtebesparende beslissingen: ‘ja’ tegen een satelliettelefoon om het thuisfront onnodige zorgen te besparen, ‘nee’ tegen een reservepeddel, ‘ja’ tegen een zonnepaneeltje om onderweg elektronica op te laden, ‘nee’ tegen het jachtgeweer in het geval van hongerige beren – het wordt pepperspray. 

Als ze hun zelfgebouwde roeiboten half maart in een felle hagelbui afmeren in Bellingham, ten noorden van Seattle, hopen ze vurig dat ze het Noordpoolgebied voor de winter zullen bereiken. Ruziën doen ze onderweg niet, ze hebben al hun energie nodig om vooruit te komen. Zij is observerend en kalm, hij is de handige harry en een optimist pur sang. Als Van Hemert tegen haar vriend zegt dat hij wel wat netter mag zijn met alle landkaarten, antwoordt hij ‘dat het niet aan zijn slordigheid ligt, maar aan de kromming van de aarde’. Van Hemert schrijft prettig, nuchter en relativerend en is een enthousiasmerende vogelgids. ‘Peddelslag na peddelslag, voet voor voet, moment voor moment’ halen ze hun einddoel, Kotzebue, gelegen aan de noordwestelijke kust van Alaska, aan de Tsjoektsjenzee.

Twee jaar na dato landt het stel in een blauwwitte Cessna op een halfverharde airstrip op de Lost Coast, een afgezonderde kuststrook aan de Golf van Alaska. Met het reizen met hun opblaasboten zijn ze vertrouwd, met hun tien weken oude zoon Huxley tegen haar borst zijn ze dat nog niet. Inmiddels zijn ze getrouwd en ouders van een tweede zoon, Dawson.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden