Reportage de Rijn

Reisredacteur Noël van Bemmel duikt in de bron van de Rijn

Op de bodem van de Rijn ligt goud, ook in Nederland. Beeld Rinkie Bartels

Onze brede en sombere Rijn, de belangrijkste rivier van Europa, begint bruisend en tintelend op 2600 meter hoogte.

Ligt het aan mij, of heeft u dat ook: zodra ik op een kade van de Nieuwe Waterweg, de Waal of de IJssel sta, heb ik zin om in een snelle rubberboot te springen en vol gas stroomopwaarts te stuiteren. Langs de Riesling-wijngaarden in Duitsland, door de kolkende Rijnkloof waar de waternimf Lorelei verleidelijk zingt, linksaf bij het Zwitserse Basel richting de machtige watervallen van Schaffhausen. Daar spring ik natuurlijk overheen, om bij te komen op de spiegelende Bodensee voor het laatste woeste ritje naar de besneeuwde top van de Paardenvloerberg.

De Rijn ontspringt op 2.600 meter hoogte boven de Tomasee in de Zwitserse Alpen. Beeld Rinkie Bartels

Die is overigens best makkelijk te bereiken. Pak de befaamde rode trein van de Rhätische Bahn en stap uit in het dorpje Sedrun. Dan is het nog maar een korte busrit omhoog naar de Oberalppas (2044m) waar een wandelbordje wijst naar de Rheinquelle, de Bron van de Rijn. Vermoedelijk de belangrijkste rivier van Europa. En zeker van Nederland.

Het stenige pad omhoog is smal, maar makkelijk begaanbaar. ‘Grüezi mitenand’, roepen wandelaars die passeren met hun hond aan de leiband. Links omlaag golft een groene vallei omlaag tot de horizon, rechts omhoog beginnen de eerste sneeuwvelden boven de boomgrens. Na twee uur klimmen stuiten we op een twijfelend groepje wandelaars op een driesprong.

‘Komen jullie van de pas? Hoe ver is dat nog?’, vraagt een vermoeide Zwitserse dame.

‘Ah, jullie zoeken de bron van de Rijn? Nou, dat is daar!’, zegt ze met een hoofdknik richting een helblauw meertje verderop. Een medewandelaar wijst op een koperen plaquette op een rots: Rheinquelle- 1320 km bis zur Münding

Met een dramatisch gebaar strijk ik over het bord. ‘Ik ben Nederlander. Dit is toch een beetje onze rivier.’

Een verontwaardigde Zwitser: ‘Je bedoelt onze rivier.’

Een grinnikende Duitser: ‘Nee, van ons!’

Nu niet meer wachten. Flink doorstappen naar de helderblauwe Tomasee nu het lichaam verhit is en de zon schijnt. Kledingstukken vliegen door de lucht. De fotograaf: ‘Hé, wacht even tot ik mijn instellingen heb gecheckt.’ – Plons – Mijn lichaam is acuut in shock, het hart begint te racen en de hersenen rinkelen als een Hema-wekker. Ik zie babyblauwe sterren onder water. Happend naar adem maak ik twee zwemslagen, mijn huid doet al pijn van de kou. Met een oerkreet klauter ik weer op de kant. De fotograaf: ‘Oké, ik ben er klaar voor. Kun je er nog een keer in.’

Een sprong in de Bron van de Rijn, is als een sprong in de toverketel van Panoramix. Het is even doorzetten, maar daarna voel je je onoverwinnelijk, mijmer ik na afloop – gekleed in onderbroek – terwijl wandelaars in donsjassen vreemd opkijken. Helaas duurt dat gevoel maar 30 seconden.

Lutz Haneforth. Beeld Rinkie Bartels

‘Wat? Heb je gezwommen in de Tomasee?’, vraagt beheerder Lutz Haneforth van de nabijgelegen Badushütte (2503m). ‘Dat heb ik nog nooit gedaan. Ik stak er gisteren mijn voet nog in; te pijnlijk. Het water is 7 graden.’ Ooit bezochten veel Nederlanders zijn berghut, stelt de waard, maar sinds de Zwitserse frank zo duur is geworden blijven veel buitenlanders weg. Vanavond slapen we in twee tienpersoonsstapelbedden met zijn familie, enkele Zwitserse gezinnen en vier bouwvakkers die verderop een nieuw toilet- en wasgebouw neerzetten.

‘Dat is hard nodig’, zegt Haneforth die deze week als vrijwilliger de hut uit 1967 bestiert. In het gewone leven is hij bankier in Zürich. ‘De vervuiling van de Rijn begint hier naast de hut.’ Op de vraag waar de Rijn nou echt begint –de Tomasee wordt gevoed door klaterende stroompjes – maakt Haneforth een breed armgebaar. ‘Zoek zelf maar. Volgens de geologen begint de Rijn officieel bij de uitgang van het meer.’

De Rijn begint en eindigt als een spinnenweb. Een kilometer over de Nederlandse grens valt de Rijn uiteen in Waal, Pannerdensch Kanaal, Nederrijn, IJssel, Merwede, Nieuwe Maas, Nieuwe Waterweg, Hollands Diep, Haringvliet... Steeds breder en trager.

In het Zwitserse kanton Graubünden is alles omgekeerd. Daar smelten Rein Posteriur (Achter-Rijn) en Anteriur (Voor-Rijn) in elkaar. Die laatste ontspringt in de Tomasee, waar onder de top van de Rossbodenstock (Paardenvloerberg, 2836m) heldere stroompjes verdwijnen in de hoger gelegen sneeuwvelden.

Ik tuur door mijn verrekijker. Zwarte kraaien cirkelen rond de top, een steenbok rent een bergkam over. We klimmen naar het hoogste sneeuwveld waar de Rijn niet breder is dan mijn hand. Ik volg een druppel smeltwater dat van het ijs druipt, op een kei valt en verder naar beneden glijdt: nog 1230 kilometer te gaan (en niet 1320, zoals op de plaquette staat).

Noël van Bemmel neemt een duik in de Tomasee Beeld Rinkie Bartels

‘Ik begrijp dat het voor jullie een speciale rivier is’, zegt curator Tarcisi Hendry voor de deur van het museum van Sedrun. Voor bewoners was de Rein – de Reto-Romaanse naam van het groenblauwe riviertje – volgens de gepensioneerde leraar niks bijzonders. ‘Pas de laatste decennia kwam het besef dat dit stroompje doorloopt tot De Noordzee! Mede omdat de burgemeester van Rotterdam, hoe heette hij ook alweer.., hier een vakantiehuis kocht.’

Hendry vermoedt dat veel Nederlanders niet weten dat de Rein ooit een boze wolk was. Op een nabijgelegen Alp, aldus een folkloristisch verhaal, konden herders hun koeien niet meer zien door een grote zwarte wolk die dagelijks bleef hangen. Tot de dapperste onder hen op het dak van de hut klom en de hele wolk omarmde. Als een luchtballon werd de herder meegenomen tot hij bleef hangen aan de Badusberg waar hij de zwarte wolk in een meertje dunkte: de Tomasee.

We volgen het bruisende riviertje naar beneden, over heidepollen, hink-stap-springend over keien naar de overkant, langs steile watervallen en uiteindelijk door dichte bosjes – hangend aan takken – totdat de hele stroom zomaar bulderend in een gat verdwijnt. Dan loop je nog even verdwaasd door langs een droge waterval. ‘Huh? Waar is de Rijn?’

Tarcisi later droogjes: ‘Ja, ze hebben de rivier verkocht.’ Hij wijst met zijn vinger van zijdal naar zijdal. ‘Het water stroomt via ondergrondse pijpen van stuwmeer naar stuwmeer om pas ergens bij de stad Ilanz, 50 kilometer stroomafwaarts, weer op te duiken.’ Zijn hoop: ‘In 2035 lopen de contracten met de energiecentrale af. Dan wordt hopelijk die grote waterval uit mijn jeugd weer hersteld! Alleen ga ik dat niet meer meemaken.’

Tarcist Hendry voor de deur van het museum van Sedrun. Beeld Rinkie Bartels

We volgen de bedding die weer volloopt dankzij nieuwe zijstromen. In een buitenbocht staan een vader en zoon in waadpakken heupdiep in een gat. Ze zoeken goud. Voor Nederlanders is Das Rheingold een zware opera van Wagner, maar hier is het een zorgeloze hobby. ‘Ik ben graag buiten en dit is leuker dan vissen’, zegt vader Daniël, een ict’er. Hij legt uit: ‘Het maakt niet uit waar je zoekt. Ook in Nederland zit goud in de Rijn, maar hoe verder stroomafwaarts, hoe kleiner de stukjes.’ Vier dagen lang heeft hij gegraven met zijn zoon – goud zakt naar beneden – en massa’s grind door een soort sjoelbak van aluminium geleid. Daarna wasten zij het slib behoedzaam in brede kommen met ribbels. Daniël haalt een glazen buisje uit zijn zak: piepkleine stukjes goud fonkelen in zijn hand. ‘Hooguit twee tientjes waard, hoor. We doen het voor de lol.’

Verder stroomafwaarts gaat het. Per e-mountainbike over landweggetjes en fietspaden die doorlopen tot Hoek van Holland. ‘Ik heb dat gedaan in elf dagen’, zegt de eigenaresse van een boekwinkeltje dat fietskaarten verkoopt. ‘Tot Basel is het mooi en daarna wordt het best saai en kleurloos, met uitzondering van de Rijnkloof met al haar kastelen.’ Van Nederland herinnert zij zich vooral harde wind en een overnachting in Dordrecht. ‘Het was bijzonder te zien hoe groot ons kleine riviertje uiteindelijk wordt.’

In hoofdplaats Ilanz, het eerste stadje langs de Rijn, trekken we surfpakken aan en stappen op een rubber vlot. ‘Als je eruit valt, houd dan je ogen open en je mond dicht’, zegt riviergids Norman. ‘De meeste mensen doen het omgekeerde. En probeer niet te staan, de stroom is te sterk.’ Zijn advies: rustig blijven, voeten naar voren en wachten tot de schipper een reddingslijn gooit. We zetten ons schrap voor een tocht door de Rheinslucht, de Grand Canyon van Zwitserland.

Uitzicht op Ilanz. Beeld Rinkie Bartels

‘Dit is het mooiste deel van de Rijn’, zegt Norman, een dertiger uit Duitsland. ‘Iedere dag is anders. Enorme rotsblokken liggen opeens elders, de waterhoogte varieert meters, de oevers kalven af waar je bij staat en soms is het water opeens zwart.’ Kolkende stroomversnellingen als de Black Hole en de Fledermaus slokken onze boot op en spugen die weer uit. ‘Woehoe!’, joelen de passagiers terwijl ze met hun peddel op hun helm timmeren.

De Rheinslucht, met haar steile witte wanden waarop dappere naaldboompjes balanceren op richels, ontstond toen tienduizend jaar geleden een hele berg naar beneden gleed en de Rijn blokkeerde. Sindsdien snijdt de rivier zich weer langzaam door de aardlagen heen. En de bodem is nog lang niet bereikt.

Je kunt erdoor per trein, zelfs in open wagons, of wandelend langs de klif. Maar de beste ervaring is toch hotsend en botsend over het bruisende water. Met een bootje waarin een Hongaarse sommelier, een Italiaanse medicijnverkoopster, een Zwitserse kok en een Amerikaanse serveerster scherp luisteren naar de bevelen van de gids. ‘Forward-stop-forward-stop.’

Aan het einde van de kloof klauter ik op een rots. De rivier is inmiddels vijftig meter breed. Wat begon als een koude druppel, groeide uit tot een onstuitbare kracht van groenblauwe energie. Ik spring in de woeste stroom, ditmaal in neopreen en reddingsvest, en vraag me af: waarom niet gewoon zo blijven dobberen tot ik de Noordzee bereik?

De Rheinschlucht, de Grand Canyon van Zwitserland. Beeld Rinkie Bartels

Hoe kom je bij de bron?

Pak de ICE trein via Basel naar Chur. Dan met de Rhätische Bahn naar Sedrun waar een bus vertrekt naar de Oberalppass, het begin van de wandelroute naar de Tomasee (nsinternational.nl). 

Boek de Badushütte via badushuette.ch. TCS Camping Disentis ligt aan de Rijn. 

Mooi gerenoveerd hotel in Ilanz: eden-ilanz.ch. Een e-mountainbike huren kan bij Menzli Sport die op verzoek ook klanten afzet op de Oberalppass (menzlisport.ch).

 De fietsgids van Andermatt naar Basel kost 14,90 euro (Bikeline Radtourenbuch, Rhein-Radweg 1). Rafting kan via swissriveradventures.ch. Cursus goud zoeken: gold-gusti.ch. Algemene informatie: graubuenden.ch.

Lees meer verhalen uit onze Europa reisspecial

Een reis in je hoofd is volgens Jelle Brandt Corstius misschien wel de interessantste reis die je kunt maken
Jelle Brandt Corstius (41) is een enthousiaste reiziger, vooral reizen vol ontberingen trokken hem aan. Hij is een uitgelezen interviewkandidaat voor deze reisspecial. Maar het gesprek neemt een andere wending. ‘Ik ben blij als ik Nederland uit ben, want dan weet ik zeker dat niemand me herkent.’

Het onsterfelijke Europa en de bronzen glans van de tijd
Hoe Arie Elshout ontdekte dat het Europagevoel diep in hem zit.

Het vooroudergevoel van afstammelingen van Europeanen in Amerika
Je hoeft niet ver te reizen om je in een andere cultuur onder te dompelen, menen sommige afstammelingen van Europeanen in Amerika. En andersom voelen sommige Europeanen zich op gezette tijden enorm Amerikaans en dragen dit met enthousiasme uit

Is interrailen door Europa tegenwoordig nog wel zo romantisch als het klinkt?
Journalist Janne Heling ging op haar 17de voor het eerst interrailen. Vijftien jaar later stapt ze weer in. Gaat het deze keer beter? Is het reizen per trein veranderd?

Eerste hulp bij vliegschaamte: reis niet minder, maar beter
Reisjournalist Sander Groen vliegt al twintig jaar de wereld rond, maar kampt nu met vliegschaamte. Kan een weldenkend mens in tijden van klimaatcrisis en overtoerisme nog wel verantwoord de wereld verkennen? Groen biedt soelaas.

Aaf Brandt Corstius gaat kijken waarom Europa-Park het beste attractiepark ter wereld is
Het Duitse Europa-Park combineert ultra-enge achtbanen met schlagerzangers en iconen-schilders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden