Reis naar de Oriënt

Een slavin in huis nemen hoort erbij

Onbevangen en nieuwsgierig beschreef Gérard de Nerval het Midden-Oosten van 150 jaar geleden.

Gérard de Nerval (eigenlijk Gérard Labrunie, 1808-1855) bewijst dat de gemoedsaandoening die we tegenwoordig bipolaire stoornis noemen, bij literair begaafden grootse vruchten kan afwerpen. Voyage en Orient is zo'n vrucht. Het is sinds kort onder de titel Reis naar de Oriënt voor het Nederlandse publiek beschikbaar. De prettig leesbare vertaling is van de hand van Hannie Vermeer-Pardoen, die haar sporen verdiend heeft met het vertalen van Voltaire en Rabelais.

Wat was dat voor iemand, deze Gérard de Nerval? Het beroemde portret dat Félix Nadar (waarschijnlijk in 1854) van hem maakte, spreekt boekdelen. We hebben hier te maken met een dichter wiens roeping hem zo te zien niet tot voordeel strekte, laat staan tot geluk. De tragiek die in dit leven steekt, de melancholie, de ontluistering, straalt ons tegemoet. Hier is een man die geleden heeft - en nog lijdt.



Het begon vroeg. Zijn moeder, die al voor haar huwelijk zwanger van hem was, heeft hij nooit gekend. Een paar weken voor Gérards geboorte neemt zijn vader als arts dienst in het leger van Napoleon en wordt gestationeerd in het verre Silezië. Daar voegt Gérards moeder zich bij hem, na eerst haar boreling aan een min te hebben overgedragen. In 1810 overlijdt ze, zonder Frankrijk en haar kind teruggezien te hebben. In 1814 keert vader Labrunie terug naar Parijs en neemt de opvoeding van Gérard ter hand. Na het gymnasium heeft Nerval de keuze tussen de studie medicijnen en de loopbaan van literaire bohémien. Als een ruime erfenis van zijn grootvader hem financieel onafhankelijk maakt, kiest hij voor het laatste. Zijn eerste grote prestatie is een vertaling van Goethe's Faust.



Met zijn literaire loopbaan wil het niet erg vlotten; hij publiceert weinig en doet vooral journalistiek werk. Zijn psychische aandoening komt voor het eerst tot een uitbraak in 1841. Hij verblijft bijna een jaar in een psychiatrische kliniek. In 1842 besluit hij een langdurige reis te maken, een soort zelfopgelegde therapie. Deze reis voert hem via Griekenland naar Egypte, waar hij acht maanden in Caïro woont, vervolgens naar Syrië en Turkije. Zijn ervaringen tijdens deze reis worden later gestileerd tot het boek Voyage en Orient, waardoor hij bekend werd.



Wat voor een reiziger is Nerval? Niet een van het type Club Med. Eigenlijk niet eens van het type toerist. Hij is een voorloper van wat we later cultureel antropoloog zijn gaan noemen. Hij staat zich niet vanaf de zijlijn te vergapen aan de exotische gedragingen van de inheemsen, maar dompelt zich onder in de vreemde cultuur, kleedt zich zelfs in hun stijl. Hij verblijft niet in de luxe hotels waarin de westerse toeristen gewoonlijk hun heil zoeken, maar woont in volkswijken. Kortom, hij doet, om het enigszins anachronistisch uit te drukken, aan 'participerend onderzoek'.



In dit participeren gaat hij ver. Als hij in een volkswijk in Caïro een huis heeft gehuurd, wordt hij er weldra op gewezen dat het niet gepast is dat een man alleen woont (hij zou wel eens iets kunnen beginnen met een of meer vrouwen in de buurt). Er zit niets anders op dan trouwen... of een slavin in huis nemen, die dan voor de buurt als concubine geldt, waarmee het gevaar van erotische concurrentie voor de naburige mannen geweken is. Zijn zoektocht, eerst naar een vrouw, dan naar een slavin, beschrijft Nerval tot in de details. Dit levert hilarische taferelen op die Nerval met een even vaardige als ironische pen stileert. Deze onderneming loopt als een rode draad door zijn hele verblijf te Caïro, en het is een van de vele hoogtepunten in dit rijke boek; een ander hoogtepunt is zijn exuberante schildering van de nachten van de ramadan die hij in Istanbul beleeft.



Nerval noemt zichzelf een 'voyageur enthousiaste'; hij had zichzelf evengoed een 'voyageur curieux' kunnen noemen. Want nieuwsgierigheid i

s zijn voornaamste drijfveer. Maar van het reizen en van de nieuwsgierigheid in het algemeen beseft Nerval ook de schaduwkant: 'Het is (. . .) een pijnlijke ervaring om, naarmate je verder reist, stad na stad, land na land, heel die mooie wereld kwijt te raken die je in je jeugd had opgebouwd uit boeken, schilderijen en dromen. De wereld die aldus ontstaat in het hoofd van een kind is zo rijk en zo mooi (. . .) Hoe wonderschoon het uitzicht en de omgeving soms zijn, het gaat de verbeelding nooit echt te boven.' Het is de 'voyageur mélancolique' die hier spreekt.



Behalve dat Reis naar de Oriënt een genot is om te lezen, is het voor de huidige lezer verrassend te beseffen hoezeer het westerse beeld van het Midden-Oosten in de loop van een eeuw veranderd is. Er is nog totaal geen sprake van de huidige westerse, hautaine houding ten opzichte van alles wat met het Midden-Oosten te maken heeft, eerder van het tegendeel. Er is bij Nerval dan misschien wel bevreemding, maar deze slaat niet om in angst of in haat. Hij blijft onbevangen en vooral nieuwsgierig gadeslaan en - gelukkig voor ons - beschrijven. En evenmin valt er in dit boek ook maar iets te bespeuren van 'islamofobie'. Ook op dit punt geldt juist het tegendeel: Nerval geeft blijk van het grootste respect voor deze religie. Kortom een eyeopener, deze Reis naar de Oriënt, in tal van opzichten.



In de nacht van 25 op 26 januari 1855 slaat Nerval de hand aan zichzelf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden