Reinmädchen sluipen dralend zacht

Het belooft een prachtserie te worden, daar doen de weggevallen tekstregels van Schumanns Meerfey weinig aan af.

null Beeld guido
Beeld guido

Op een middag kwam Richard Wagner moe en verreisd thuis. De componist zocht zijn bed op, maar kon de slaap niet vatten. Wel doezelde hij even weg. Plotseling had Wagner de sensatie alsof hij wegzonk in water. Het gekabbel, noteerde hij later, verdichtte zich tot een Es-grootakkoord. Steeds sneller en luider stroomden de motieven. 'Met het gevoel alsof de golven hoog over mij heen bruisten, schrok ik wakker uit mijn halfslaap.'

Het middagdutje mondde uit in de ouverture tot de opera Das Rheingold. Wagner, die niet keek op een mystificatie meer of minder, heeft de scène wellicht uit zijn duim gezogen. Met terugwerkende kracht zal hij hoe dan ook vloeken, want de anekdote had nog zoveel mooier kunnen zijn. Wat te denken van 24 Rijndochters, die de Rheingoldouverture in Wagners sluimer kwamen zóémen?

De vondst komt voor rekening van de aanstormende Franse dirigent Raphaël Pichon (1984). Hij werkte de symfonische ouverture om voor een bezetting van vier hoorns, harp, twee contrabassen en een vrouwenkoor. Met de zangeressen verkent hij vervolgens de koorkunst van Schubert, Schumann en Brahms. Hij mijdt moerassige klanken en toont de Duitse Romantiek in al haar maagdelijke frisheid.

Pichons ervaring in barokmuziek resoneert door in een helder koorgeluid. Tekst bepaalt expressie, dus sluipen de dames 'zögernd leise' (dralend en zacht) Schuberts Ständchen binnen. Onder aanvoering van stersopraan Bernarda Fink koersen ze met ingehouden adem af op de deur van de geliefde. Mede door feeëriek harpgetokkel is dit een versie om driemaal daags met kippenvel te draaien.

Minstens zo aantrekkelijk leggen de zangeressen van het ensemble Pygmalion een stralenkrans rond psalm 23, Gott ist mein Hirt, ook op noten van Schubert. Een fractie voller pakt het koorgeluid uit in de Vier Gesänge opus 17 van Johannes Brahms. Twee natuurhoorns en een harp staan borg voor 19de-eeuwse tover.

Het boekje meldt dat dit de eerste cd is van een driedelige serie. Na zijn vrouwenavontuur wil Raphaël Pichon met mannenkelen de Duitse koorzang rond 1900 gaan verkennen. Waarna de apotheose volgt met 20ste-eeuws werk voor gemengde bezetting van Strauss, Schönberg en Webern.

Het belooft een prachtserie te worden, daar doen de weggevallen tekstregels van Schumanns Meerfey weinig aan af. Bovendien wordt het tijd voor een pijnlijke conclusie. Een paar decennia geld en aandacht hebben de ensemblecultuur in Frankrijk creatief gemaakt. Zo creatief, dat Nederland zijn koploperspositie heeft afgestaan.

Ensemble Pygmalion Rheinmädchen Harmonia Mundi.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden