Interview Directeur Stedelijk Museum Amsterdam

Rein Wolfs moet het Stedelijk uit het slop trekken: ‘Er ligt een bepaalde pijn in het museum’

Rein Wolfs in het Stedelijk Museum voor het werk The Eye-Me-Not van Carlos Amorales. Beeld Erik Smits

Na twee directeuren die vroegtijdig opstapten, is Rein Wolfs aangewezen om het museum uit de misère te halen. En hij heeft wel wat ideeën, over de entree (‘de badkuip’) bijvoorbeeld, en de indeling van het gebouw. 

Nog voordat Rein Wolfs aankomende maandag aan zijn eerste dag als artistiek directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam begint, stond hij al in het middelpunt van de belangstelling. Aanleiding was de tweet van het Stedelijk op 16 november waarin het museum het ‘vreedzame protest’ tegen Zwarte Piet steunde, en waarop, naast steunbetuigingen, vooral venijnige kritiek kwam – onder anderen van Forum-leider Thierry Baudet en PVV-Kamerlid Martin Bosma.

Reactie op Facebook van de nieuwe directeur, die van tevoren wist van de tweet: dat het maatschappelijk debat bij een museum als het Stedelijk hoort. Als het maar met open vizier gebeurt. En zorgvuldig.

Zorgvuldig. Het woord valt, naast ‘verstandig’ en ‘precies’, om de haverklap tijdens het interview dat plaatsvindt aan de grote vergadertafel op de bovenste verdieping van het Stedelijk, waar het uitzicht op het Museumplein in repen wordt gesneden door de meterslange luxaflex. De woorden typeren de man, die een lange, gestage carrière heeft opgebouwd.

De 59-jarige Wolfs begon als assistent-curator in de Hallen für Neue Kunst in Schaffhausen. Daarna was hij achtereenvolgens directeur van het Migros Museum in Zürich, Hoofd Presentatie bij Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, directeur van Fridericianum in Kassel en de Bundeskunsthalle in Bonn. Tussendoor zorgde hij ook nog eens, in 2003, voor de misschien wel meest spraakmakendste Nederlandse inzending voor de Biënnale in Venetië.

Achter het modieuze uiterlijk van een spierwit kapsel, zwarte museumbril, kleurig shirt, donker pak en stevige Dries Van Noten-stappers blijkt een rustig en, inderdaad, zorgvuldig, verstandig en precies formulerende analyticus schuil te gaan. Iemand die beseft dat hij aan zijn laatste en lastigste klus begint.

Het Amsterdamse museum is in de misère beland. De twee voorgangers van Wolfs, Ann Goldstein en Beatrix Ruf, hielden ieder na drie jaar de eer aan zichzelf. Ook de raad van toezicht stapte op. Een groep geldschieters dreigde het museum de rug toe te keren, enkele gezichtsbepalende conservatoren aanvaardden elders een baan. Truze Lodder, de nieuwe voorzitter van de raad van toezicht, sprak begin dit jaar in de Volkskrant van een gewonde organisatie.

Wolfs zegt een museum te hebben aangetroffen dat in ‘lichte onzekerheid’ verkeert, maar waarin ook ‘heel veel goede dingen zitten’. Hij maakt zich niet te veel zorgen. Het Stedelijk heeft een ‘traditie van spanningsvelden’, meent hij. ‘Controverses hebben altijd rond dit museum een rol gespeeld. Het museum ligt meer dan andere musea onder een vergrootglas. En mensen praten graag over dingen die niet goed lopen.’

Niet meer vertrouwd

Waarom gaat het toch telkens mis met het Stedelijk Museum? Verrassend: Wolfs noemt niet meteen de bestuurscultuur, maar de nieuwe ‘badkuip’, de uitbreiding van het gebouw op het Museumplein. ‘Door de dimensievergroting heeft het museum een andere uitstraling gekregen, koeler, onmenselijker. Vroeger kwam je door een vrij klein deurtje naar binnen en zag je plots die hoge trap die je naar de Olympus van de kunst bracht. De nieuwe ingang aan de andere kant van het gebouw vind ik architectonisch sterk, een luifel waar je onder kunt staan, waar de buitenruimte de binnenruimte wordt. Maar je voelt je niet meer thuis. Je voelt je niet meer tussen de oude vertrouwde bakstenen van het Stedelijk Museum.’

Wolfs is met zijn vrouw naar Amsterdam verhuisd, waar hij ooit kunstgeschiedenis studeerde. ‘Als ik door de stad loop, valt me het levendige baksteen op. De maatvoering heeft een soort menselijkheid, heel anders dan bij moderne architectuur. Dat heeft een grote invloed gehad op hoe het Stedelijk vroeger functioneerde. Daarmee is misschien te weinig rekening gehouden.’ Niet dat Wolfs dat meteen gaat veranderen – ‘Ik ben niet aangetreden als bouwheer’ – maar hij acht een ander gebruik van de entree mogelijk. ‘Ik ben er nog niet uit. Maar de vragen liggen er wel.’

Natuurlijk, wat hij ook aantrof bij het Stedelijk, was de problematische bestuurscultuur. Die is volgens hem terug te voeren op de verzelfstandiging van het museum, in 2006. Daarvoor was het een gemeentelijk museum. ‘Na de verzelfstandiging heeft de politiek zich teruggetrokken. Onduidelijk werd wat haar rol is.’ Privaat geld ging een grotere rol spelen, mede door bezuinigingen van de overheid. ‘Ik vind het belangrijk dat de politiek een artistieke autonomie en onafhankelijkheid garandeert voor het museum. Anders moeten we niet aan publieke musea beginnen. Maar de politiek was wel heel erg ver verdwenen op een gegeven moment.’

Hoe hij de banden weer gaat aanhalen? Wolfs: ‘Ik heb de laatste zeven jaar in de Bundeskunsthalle, die door het rijk wordt gefinancierd, niet anders gedaan. Het is een kwestie van aanspreken. We moeten de Amsterdamse kunstraad en de raadsleden weer bij het museum betrekken en duidelijk maken waar we voor staan. Dat we een Amsterdams museum zijn. Niet zozeer voor Amsterdamse kunst, integendeel, maar met Amsterdamse roots, de Amsterdamse cultuur van diversiteit.’

Anders dan te concurreren met grote collega-musea als Tate Modern en Centre Pompidou – ooit een uitgesproken ambitie – wil Wolfs liever dat het Stedelijk eigenzinnig is. Een traditie die met name door Willem Sandberg werd ingezet, de directeur die in de jaren zestig het Stedelijk internationaal bekend maakte met een experimenteel programma. Een beleid dat menigeen overigens nu niet meer voor mogelijk houdt, in deze tijd van het grote geld en de hang naar mondiaal succes.

Wolfs blijkbaar wel. ‘Het museum is altijd vroeg bij bepaalde ontwikkelingen geweest, en radicaal.’ Hij roemt de geruchtmakende performance van Gilbert & George die in 1969 als levende standbeelden op de trap van het museum stonden, en de glijbaan die Alicia Framis 27 jaar later over diezelfde trap maakte. ‘Bij die dynamische momenten wil ik aanknopen.’

Anna Uddenberg, Precarious Patricia (2019). Beeld Bastian Geza Aschoff / Stedelijk Museum

‘Het aura’

Een van de dingen die Wolfs graag zou veranderen, valt uit zijn woorden op te maken, is Stedelijk Base, in de immense kelderruimte. Daar wordt sinds twee jaar de vaste collectie getoond, hoewel de zaal bij de herinrichting van het gebouw, in 2012, speciaal was ontworpen voor grootschalige, tijdelijke tentoonstellingen, in een wisselend decor.

Wolfs noemt de vaste opstelling met de door Rem Koolhaas ontworpen stalen wanden en de combinatie van kunst en design een ‘sterke zet’. Maar dat zo veel topwerken zo dicht bij elkaar hangen of staan, gaat volgens hem wel ten koste van ‘het aura’. ‘Ik ben daar wat ouderwetser en conservatiever in. Het wringt nu soms.’

Liever zou hij de collectiestukken elders in het museum willen laten zien, bijvoorbeeld in roemruchte oude bovenzalen. In het al even roemruchte daglicht. ‘Het zou goed zijn de ramen weer eens open te gooien, zoals dat nu bij de tentoonstelling van Carlos Amorales is gebeurd.’ Tegelijkertijd zegt hij in de enorme kelderzaal graag weer een losse expositie te willen maken.

In zijn vorige museum, de Bundeskunsthalle in Bonn, had hij ook de beschikking over gigantische tentoonstellingszalen. Daar organiseerde hij exposities met een sterk wisselende thematiek; naast kunst en erfgoed stonden bijvoorbeeld ook zaken als roofkunst, het weer en mensen met het downsyndroom centraal.

Daardoor heeft hij een ‘duidelijk groei’ in zijn ontwikkeling doorgemaakt, stelt hij. ‘Van Bonn heb ik geleerd hoe je totaal verschillende tentoonstellingen een eigen gezicht kunt geven. En hoe belangrijk de architectuur en het design van een tentoonstelling kunnen zijn.’

Heeft Stedelijk Base dus zijn langste tijd gehad? Gaat het peperdure staal van Koolhaas weer weg? Hierover wil Wolfs eerst overleggen met zijn staf, zegt hij. De beslissing moet zorgvuldig genomen worden, vanzelfsprekend.

Die zorgvuldigheid zal hij zeker nodig hebben als het gaat om de vraag of Beatrix Ruf nog een tentoonstelling in het Stedelijk gaat maken, een optie die Truze Lodder begin dit jaar openhield. Een tijdelijke terugkeer van Ruf ligt lastig bij het personeel, dat weinig ophad had met haar hiërarchische bewind. ‘Ja, er ligt een bepaalde pijn in het museum, dat is duidelijk’, geeft Wolfs toe. Maar hij zegt ook een ‘goede gespreksrelatie’ met zijn voorganger te hebben. ‘We kennen elkaar langer dan vandaag. Beatrix beschikt over een groot netwerk en heeft interessante ideeën.’ Of de deur daarmee is opengezet? ‘Misschien doen we een keer een project samen.’

Héél geëngageerd

In zijn Facebookbericht over Zwarte Piet gebruikte Wolfs het woord ‘spraakmakend’. Dat moet het museum volgens hem weer worden. De kritiek klonk: waarom moet het Stedelijk zich überhaupt in zo’n discussie storten? Het is toch geen debatcentrum? Hoe politiek geëngageerd moet een museum zijn?

Als het aan Wolfs ligt héél geëngageerd. ‘Ik heb me daar in Duitsland al sterk voor geïnteresseerd.’ Het is een lijn die hij in het Stedelijk wil voortzetten en uitbouwen. ‘Het museum is een plek waar het maatschappelijke debat thuishoort. Ook omdat dat debat de laatste twee, drie jaar bij de kunst naar binnen is gestapt. Dat is begonnen met de #MeToo-beweging.’

Wolfs rechtvaardigt de tweet over Zwarte Piet omdat het Stedelijk, volgens hem, een divers museum is. ‘We werken met stakeholders en kunstenaars, en hebben personeel in dienst dat deels binnen dat debat een natuurlijke gevoeligheid heeft. Wanneer mensen zich onprettig en gekwetst voelen door een bepaald traditioneel moment uit de Nederlandse cultuur, dan moeten we daar zorgvuldig mee omgaan.’ Zo zorgvuldig, dat hij zelfs overweegt omwille van een ‘open vizier’ Martin Bosma uit te nodigen, de PVV-politicus die het Stedelijk ervan beschuldigde een ‘hangplek voor linkse activisten’ te zijn.

‘Hoe je het ook wendt of keert, wat er in de wereld gebeurt, heeft invloed op wat er in het museum te zien is. Wat ik nastreef is een museum met een sterke spanningsboog. Waarin je de continuïteit ziet én de momenten waarop een ommekeer heeft plaatsgevonden. Door tussen de vanzelfsprekendheden, ook onzekerheden in te bouwen.’

In Boijmans had Wolfs daarvoor de aankoop geïnitieerd van een sculptuur van Maurizio Cattelan. In een zaaltje met ‘middelmatige Nederlandse meesters’, zoals Wolfs het 19de-eeuwse schilderwerk omschrijft dat daar hing, werd in de vloer een gat gemaakt van waaruit een evenbeeld van de kunstenaar de boel vermakelijk lijkt te bekijken. Stolpersteine, noemt Wolfs dit soort ‘conflictpotentiële kunstwerken’ in het Duits, struikelblokken. Om de bezoeker wakker te schudden en wakker te houden. Zie ook de eerste aankopen die hij voor het Stedelijk heeft gedaan: een controversiële sculptuur van de Zweedse Anna Uddenberg, waarbij een vrouw zich nietsontziend van haar meest intieme kant laat zien, en twee abstracte schilderijen van de 91-jarige kunstenares Etel Adnan, die de Libanese cultuur koppelt aan het westerse minimalisme.

Ongetiteld schilderij van Etel Adnan (2018). Beeld Sfeir-Semler Gallery
Ongetiteld schilderij van Etel Adnan (2018). Beeld Sfeir-Semler Gallery

Bijna twee uur heeft hij gepraat, zonder veel te lachen. Dat verandert na de laatste vraag, als hij subtiel laat weten dat hij niet de derde directeur op rij wil worden die voortijdig opstapt. Zijn de interviewers nog iets vergeten te vragen? ‘Ik denk het niet’, antwoordt hij snel. Misschien iets te snel, erkent hij. ‘Maar we hebben nog een aantal jaren te gaan, hoop ik.’

Stedelijk Museum Bureau Amsterdam

In 2016 werd het SMBA gesloten, de ruimte van het Stedelijk elders in Amsterdam, waar experimentele kunst was te zien. Ruf beloofde het bureau te zullen laten herleven, maar dat is niet gebeurd. Wolfs wil dat het terugkeert en voert daar gesprekken over. ‘Ik vind het een belangrijk signaal voor Amsterdam en een versterking voor het vestigingsklimaat van de kunstenaars. De kwaliteit van Amsterdam als een stad voor internationale jongerenkunst danst op een dun koord op dit moment.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden