Reijtenbagh: Eens een jager, nu een prooi

Vage afspraken, geschonden overeenkomsten, geschuif met kostbare schilderijen. Lange tijd kon belegger en voormalig huisarts Louis Reijtenbagh zijn gang gaan met de kunstcollectie die als onderpand diende voor miljoenenleningen. Tot in april. Toen kregen de banken argwaan.

Daar stond Louis Reijtenbagh in zijn 12 miljoen dollar kostende appartement op de vijfde etage in de Trump Tower in New York, op de avond van 1 april 2009. Zijn zoons Jacco en Edgar waren bij hem, net als zijn belangrijkste zakelijk adviseur, de Belg Tom Meganck. Het was wachten op een auto die hen naar het vliegveld zou brengen.

Belangrijke mededeling
Toen kwam dat alles veranderende telefoontje van Shideh Theunissen, managing director van JPMorgan Chase, de Amerikaanse zakenbank waarmee hij al maanden onderhandeld had over de verlenging van zijn miljoenenleningen. De vraag was of hij onmiddellijk naar kantoor kon komen, want ze had namens de bank een belangrijke mededeling.

Nee, zei hij haar. ‘Dat is onmogelijk, ik ben al laat. Dat gaat nu niet.’

De boodschap van Theunissen, die ze diezelfde avond per e-mail aan de zoon van Reijtenbagh zond, liet niets te raden over: de tijd van vage afspraken, halfbakken toezeggingen, geschonden overeenkomsten en ondoorzichtig geschuif met kostbare schilderijen was voorbij – daar kwam het in de optiek van JPMorgan Chase op neer.

Monte Carlo Art-collectie
De kunstverzameling van Louis Reijtenbagh, de zogenoemde Monte Carlo Art-collectie, werd gevorderd, en wel onmiddellijk. De volgende dag lag er een brief van JPMorgans advocaten, Hahn & Hessen, in de bus. De bank eiste zesentwintig werken van grootmeesters als Rembrandt, Berckheyde, Bonnard, Braque, Dubuffet, Picasso en Monet, die Reijtenbagh in de loop der jaren had aangekocht, op.

Het vertrouwen dat hij zijn uitstaande schuld van 32 miljoen dollar zou inlopen, was weg. Dat kwam niet zozeer omdat Reijtenbagh achter was met betalingen. De onderhandeling tussen de bank en de rijke Nederlander duurder wel vaker lang. Een week eerder was echter gebleken dat de Zwitserse bank Credit Suisse honderden miljoenen van Reijtenbagh eiste. JPMorgan had opeens haast om het geld dat zij had uitgeleend, zeker te stellen. De inbeslagname van de kunstcollectie, die als onderpand diende, was het zwaarste drukmiddel waarover JPMorgan op dat moment beschikte.

Voormalig huisarts Louis Reijtenbagh, een van de tien grootste kunstverzamelaars van Nederland, was van de ene dag op de andere veranderd van een jager in een prooi. De gulzige belegger en verzamelaar die – zonder dat het iemand was opgevallen – in de handel en op veilingen topstukken opzoog, was de grip op zijn collectie kwijt.

Kredietcrisis
Een half jaar eerder, in het najaar van 2008, leek er nog weinig aan de hand tussen Reijtenbagh en JPMorgan. Reijtenbagh had weliswaar financiële problemen, maar wie had die niet. Amerikaanse banken en financiële instellingen wankelden of vielen om, de kredietcrisis was op z’n hevigst. Ook JPMorgan zat in het oog van de storm.

De Nederlandse multimiljonair, die volgens het zakenblad Quote over een vermogen van 590 miljoen euro beschikte, schetste tijdens een crisisbijeenkomst in het New Yorkse kantoor van de bank aan Fifth Avenue een vergezicht. Natuurlijk zat het tegen, en was de situatie zorgelijk, maar de tijd zou hem gelijk geven.

Het enige wat JPMorgan hoefde te doen, was zijn lening verlengen – zei Reijtenbagh. Precies zoals de bank de afgelopen jaren had gedaan, ook in perioden dat het even wat minder ging.

Onderpand
Maar november 2008 lagen de kaarten anders. Het was nu echt crisis, en dus eiste de bank extra zekerheid. De kunstcollectie, die als onderpand diende, werd opeens zeer belangrijk. Voorheen had JPMorgan weinig omkijken gehad naar de kunstwerken. Iemand met zo’n collectie moest wel rijk zijn, zo leken ze bij de Amerikaanse bank te denken.

Na afloop van de ontmoeting kreeg Reijtenbagh een scherpe e-mail van Luisa O’Hanlon, zijn contactpersoon bij JPMorgan. Daarin werden voor het eerst harde noten gekraakt over de kunstcollectie.

‘Hi Jacco, Shideh en ik willen je bedanken voor de ontmoeting op 17 november. We hebben het ook gehad over de behoefte om de laatste stand van zaken te weten over de kunstcollectie in het Trump Tower-appartement. We hebben een strak tijdschema, en omdat je niet beschikbaar bent de komende twee weken, zou het mogelijk zijn dat je zo snel mogelijk hierover duidelijkheid zou kunnen geven?’

Toen Jacco nadien – door de telefoon – de actuele lijst van kunstwerken in het appartement voorlas, zaten daar niet de Rembrandt, de Berckheyde en de Giacometti bij, die wel op de lijst stonden op grond waarvan in 2006 de leningen werd verstrekt. Geen punt, zei Jacco. Hij zou een extra schilderij aan de lijst toevoegen, en niet zomaar een schilderij. Het beloofde werk, Kom met chrysantjes van Vincent van Gogh uit 1886 was op dat moment nog uitgeleend aan een museum in Marseille in Frankrijk, maar zou weldra richting New York komen om JPMorgan gerust te stellen, zo liet Jacco weten.

Er was geen vertegenwoordiger van JPMorgan Chase die tegensputterde of hier vragen over stelde, zo verklaarde Reijtenbagh eind april voor de rechtbank in New York.

Eindstreep
De brief van 2 april 2009 waarin Hahn en Hessen, de advocaten van JPMorgan, Reijtenbagh vroegen zijn collectie over te dragen, vormde het eerste bewijs dat de kunstcollectie niet ongeschonden de eindstreep zou halen.

Precies één dag na die claim zette in Nederland ABN Amro de gerechtelijke deurwaarders van Janssen & Janssen uit Eindhoven aan het werk. Ook nu werd zijn kunstcollectie geclaimd; wederom naar aanleiding van de publiciteit over zijn schulden bij Credit Suisse.

Bij de de Luxemburgse tak van ABN Amro had Reijtenbagh vijftig miljoen euro geleend met een deel van de collectie als onderpand. Hij had geen achterstanden, maar door alle commotie vreesde de bank dat hij niet meer zou kunnen betalen.

De bank had uitgezocht dat er behalve in New York ook in Nederland kunst van Reijtenbagh lag opgeslagen. In het kunstdepot van transportbedrijf Van Kralingen, op een Haags bedrijventerrein naast de snelweg A12, ontdekten de advocaten van ABN Amro 56 werken van uiteenlopende beroemde kunstenaars als Karel Appel, Renoir, Lucebert en Henry Moore. Al deze werken werden gevorderd en later ook daadwerkelijk uit de loods weggehaald.

Rembrandt
Bovendien, zo meende ABN Amro, zouden in het Belgische paleis van Reijtenbagh in Brasschaat nog eens acht topstukken liggen. Tenminste, dat was in 2007 bij het aangaan van de lening zo afgesproken. De bocht van de Herengracht van Gerrit Berckheyde en het zelfportret van Rembrandt uit 1632 stonden op deze lijst. ABN Amro wist niet beter dan dat zij de enige was die aanspraak maakte op deze schilderijen van de twee oude meesters.

Weer twee dagen later, op zaterdag 4 april, kreeg Reijtenbagh een ander verontrustend telefoontje van zijn zoon Jacco. Die was net gebeld door de portier van de Trump Tower. Louisa O’Hanlon van JPMorgan stond voor de deur met een bevel van de deurwaarder om het appartement in de Trump Tower leeg te halen. Ze was niet alleen, maar samen met agenten van de New York City Sheriff’s office.

Tijdens dat bezoek aan het appartement, uitkijkend op Central Park, werd het voor O’Hanlon definitief duidelijk dat de familie Reijtenbagh zich niet aan de afspraken hield. De collectie die als onderpand diende voor de leningen, bleek allesbehalve compleet.

Chrysantjes
Waar was bijvoorbeeld het schilderij van Vincent van Gogh, Kom met chrysantjes, dat aan de collectie zou zijn toegevoegd? Dat zou toch voor eind januari in het appartement komen te hangen, zo was haar herhaaldelijk verzekerd? En op de plek waar voorheen Kees van Dongens topstuk Jeune Arabe hing, één van de duurste werken uit de collectie, bungelden nu slechts lege schilderijenhaakjes. Hoe zat dat?

Diezelfde dag nog kreeg Luisa O’Hanlon een e-mail van Jacco Reijtenbagh:

‘We hebben vandaag van je acties gehoord. Van Dongens Jeune Arabe was de afgelopen twee weken in een opslagloods in New York, want het werk is net terug van een tentoonstelling in Monaco. Je acties van vandaag maken je intenties duidelijk en geef daarom een adres op waar we de Jeune Arabe moet worden afgeleverd.’

Maar O’Hanlon geloofde Reijtenbagh niet meer. Het was niet de eerste keer dat ze namens de bank de onderpanden in het appartement checkte – en ontdekte dat er in de collectie van alles en nog wat ontbrak.

Zelfportret
In het voorafgaande half jaar had O’Hanlon ontdekt dat het meest waardevolle schilderij, het zelfportret van Rembrandt – dat ook door ABN Amro geclaimd werd –, niet meer in de VS was en her en der te koop was aangeboden. Er was een ontbrekend – en niet traceerbaar – beeldje van Giacometti dat ook verkocht zou zijn.

Ook wist ze inmiddels wat er was gebeurd met een doek dat zij al geruime tijd miste in het appartement. Het schilderij De bocht van de Herengracht van Berckheyde was voor een bedrag van enkele miljoenen euro’s verkocht aan het belangrijkste museum van Nederland, het Rijksmuseum – zo had O’Hanlon begrepen. Ze had zelfs de koopovereenkomst van 30 september 2008 tussen Reijtenbagh en het Rijksmuseum in het bezit waarin ze las dat de belegger zich ‘de enige rechthebbende’ noemde. Dat schilderij was door het Rijksmuseum als een topaankoop van nationaal belang, en gedeeltelijk betaald door de Shell, aan het Nederlandse volk gepresenteerd. Vreemd, want het schilderij behoorde toch tot het onderpand van de Amerikaanse bank.

En dan waren er nog die andere schuldeisers die achter Reijtenbagh aan zaten: Credit Suisse, ABN Amro, Begonia Holding (een onbekende Antilliaanse brievenbusfirma, die 25 miljoen euro eist), de Belgische fiscus en het bedrijf PetrolPlus.

Gedonder
JPMorgan had geen keus, en vooral geen behoefte, om nog langer te wachten op initiatieven van Reijtenbagh. Er zat begin april niets anders op dan in actie te komen. De bank verschafte nooit zulke hoge leningen met kunstcollecties als onderpand, en die ene keer dat de bank het wel had gedaan, was er alleen maar gedonder van gekomen.

Sinds de claim van de Amerikaanse bank was Reijten-bagh, van wie vrijwel niemand wist hoe hij eruit zag, midden in het nieuws. Opeens wist iedereen van zijn bestaan als kunstverzamelaar. De internationale pers had vol gestaan over het gedoe met De bocht van de Herengracht en het Rijksmuseum.

Maar wat was nou eigenlijk het probleem, vroeg Louis Reijtenbagh zich eind april af tegenover de New Yorkse rechtbank. Hij had beloofd om 27 miljoen dollar extra over te maken naar JPMorgan, en zou de Van Gogh aan het onderpand toevoegen. Die Van Gogh was ook zo’n vier miljoen dollar waard.

Het komt goed, zo hield Reijtenbagh de rechtbank voor. Ik ben verre van failliet. Met Credit Suisse is geschikt. Er is hoogstens verwarring over mijn kunstcollectie. Dat zowel JPMorgan Chase als ABN Amro aanspraak maken op dezelfde doeken verbaasde Reijtenbagh eigenlijk ook wel, zo verklaarde hij. Hij dacht dat hij de onderpanden goed geregeld had.

Onderscheid
‘Ik was me van deze kwestie niet bewust, totdat ik de papieren zag die JPMorgan had ingediend bij de rechtbank. Ik heb het er met mijn zoon Jacco en mijn collega mijnheer Meganck over gehad, en we zijn bezig uit te zoeken wat er precies is gebeurd. We zijn altijd duidelijk geweest tegenover ABN Amro dat er een scherp onderscheid is tussen de kunstwerken die als onderpand dienen voor JPMorgan Chase, en die in New York zijn, en de kunstwerken van ABN Amro, die in Europa zijn.’

Over de verkoop van de Berckheyde aan het Rijksmuseum, zweeg hij wijselijk. De banken hebben inmiddels zoveel van zijn kunstwerken in bezit, dat zij hun claims op dit doek hebben laten varen.

Reijtenbagh ging evenmin in op de Van Gogh, die hij aan de twee banken beloofde. Of op de Rembrandt, die nog steeds twistpunt is tussen ABN Amro en JPMorgan, en waarover Reijtenbagh ook nog in een juridisch steekspel is verwikkeld met Noortman Master Paintings, de Nederlandse kunsthandel met wie hij in het verleden veel zaken deed. Reijtenbagh zou de Rembrandt eind 2008 aan Noortman verkocht hebben, maar die doet dat verhaal af als ‘volledig onwaar’.

Idee
Zou het ooit nog goed komen met de kunstcollectie van Louis J.K.J. Reijtenbagh, voormalig huisarts uit Almelo? Tegenover de rechtbank liet hij zich daar niet over uit. Vreest hij dat hij al zijn topstukken zal kwijt raken? Heeft hij er lang over gedaan, over deze verzameling? Wat is eigenlijk het idee achter zijn collectie?

Op deze vragen geeft Reijtenbagh vooralsnog geen antwoord. En ook zijn zoons, zijn vrouw, en zijn Nederlandse en Amerikaanse advocaten zwijgen.

De hem afgenomen collectie staat deels in een loods in de Bronx en is deels op een onbekende plek opgeslagen in Nederland. ‘Op een plek die voor ABN Amro veilig is’, laat een woordvoerder van de bank weten.

Belangrijke mededeling

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden