REHABILITATIE VAN EEN REUS

Met een sluier van licht wil Germaine Kruip de aandacht richten op het Rijksmuseum zelf, dat kunstwerk onder de kunstwerken....

Nog staat het Rijksmuseum trots en ongenaakbaar op zijn plek. Onwetend van de verbouwingsdrift die opsteekt zodra de vergunningen van het stadsdeel binnen zijn. Niets prijsgevend van de kaalslag die onder zijn dak heeft plaatsgehad. Niet vermoedend dat kunstenares Germaine Kruip al maanden bezig is om het tijdelijk op een zijspoor gerangeerde bouwwerk voor even uit zijn lethargie te schudden.

Zaterdag vanaf zonsondergang is het zover. Dan laten honderden aaneengeschakelde en computergestuurde halogeenlampen het museum stralen als een uitgeholde Halloween-pompoen. Traag zwelt het licht dan vanachter de eindeloze reeks - voor de gelegenheid weer transparant gemaakte - ramen aan en uit, om aan te geven dat de reus van Cuypers nog altijd 'leeft en beweegt'.

Maar er is meer. Kijk eens, zegt Kruip op een zomerse namiddag tijdens een zwerftocht door het uitgestorven museum. Haar vinger priemt in de richting van de leeggesloopte binnenhoven waar de bulldozers staan geparkeerd. Daar hangen de oorspronkelijke draagbogen erbij als geamputeerde ledematen. Op zoek naar extra vierkante meters hebben latere architecten hun inbouwsels zonder pardon door het skelet geboord.

Wat Kruip met haar sluier van licht voor ogen heeft, is rehabilitatie. Na alle ingrepen die van het Rijksmuseum in de afgelopen decennia een ongeliefd, dichtgekoekt labyrint hebben gemaakt, richten haar schijnwerpers de blik voor het eerst op de machtige kolos zelf, op zijn structuur, geraamte en ritme van de ramen, ingrediënten die het Rijksmuseum maken tot wat het in de ogen van Kruip is: kunstwerk onder de kunstwerken.

Germaine Kruip (1970) is een van de kunstenaars die in het kader van de percentageregeling door de Rijksgebouwendienst is uitgenodigd om het op het verleden georiënteerde Rijksmuseum in contact te brengen met hedendaagse kunst. Ook de Spaans-Rotterdamse kunstenares Lara Almarcegui en het duo Bik/Van der Pol zullen met tijdelijke ingrepen de aandacht vestigen op de aan verbouwing onderhevige Nationale Schatkamer.

De keuze is opmerkelijk, niet in de laatste plaats omdat de afstand tussen de door het Rijksmuseum gekoesterde, van materie druipende schilderijen en de conceptuele benadering van deze lichting kunstenaars nauwelijks groter kan zijn.

Zo vestigde Almarcegui haar naam door naast een nieuw rayonkantoor van Rijkswaterstaat in Rotterdam een braakliggend stukje grond gedurende de komende vijftien jaar te bestempelen tot kunst. Net als Almarcegui heeft Kruip een voorkeur voor tijd- en plaatsgebonden interventies die zich niet altijd onmiddellijk als kunst verraden. Sinds een aantal jaar legt zij zich toe op licht ontregelende performances, waarbij acteurs zich ongemerkt tussen het publiek begeven, en laat zij ruimtes - gebouwen, musea, pleinen - baden in licht of schaduw. Juist dat licht, zegt zij, verbindt haar met de traditie van het Rijksmuseum.

Kruips licht spettert niet, zoals de hallucinerende lichtstralen van de Amerikaanse kunstenaar James Turrell of de technisch virtuoze lichtshows van Peter Struycken. Haar licht infiltreert, zoals ook haar acteurs dat doen. Ze hoedt zich voor een 'oh là là'-effect waarbij toeschouwers hun nek verrekken of van hun fiets vallen. De sluier van licht waarin het Rijksmuseum zich de komende maanden hult, moet de toeschouwer langzaam veroveren, verleiden tot een tweede en een derde blik, tot een zo aandachtig kijken dat het beeld zich voorgoed nestelt in het geheugen.

Kruip denderde vijf jaar geleden de wereld van de beeldende kunst binnen. Tot die tijd was ze art director bij het dicht op de huid van de werkelijkheid opererende toneelgezelschap Mug met de Gouden Tand. Voor Mug maakte ze video's en performances. Ze schreef (met Ann Van den Broek) een danssolo voor dansgroep Krisztina de Châtel, kreeg in 1999 de tweede prijs van de Prix de Rome, in de categorie theater/beeldende kunst.

Na de Prix ruilde ze in 2000 het theater in voor de Rijksakademie. 'Bij het theater ben je gebonden aan het gebouw,' zegt Kruip, 'en aan het verwachtingspatroon van het publiek. Je zit vast aan het tonen van een verhaal van a tot z. In de beeldende kunst kan iedere toeschouwer zijn eigen verhaal creëren. Dat vond ik zo'n openbaring.

Met de installatie Two seconds (2000) in het Stedelijk Museum vestigde ze haar naam. Ze wilde iets 'echts' in het museum, bouwde bij wijze van kunstwerk een trap voor een raam met uitzicht op de straat en liet de straatgeluiden met twee seconden vertraging binnen sijpelen. Uren stonden mensen te kijken. In 2001 kreeg ze de Charlotte Köhlerprijs.

Vijf jaar geleden was de tijd rijp voor de op het grensvlak van theater en beeldende kunst opererende Kruip. Want juist toen zij haar overstap maakte, zocht een groot deel van de kunstenaars naar aansluiting bij de echte wereld: door die wereld op ludieke wijze binnen de museummuren te halen of door zelf op theatrale wijze de openbare ruimte in te gaan. Meshac Gaba vierde zijn huwelijk in het Stedelijk Museum, Carsten Höller liet zijn bezoekers als een vliegmachine het Centraal Museum Utrecht invliegen en Alicia Framis beeldhouwde haar toren van vrienden en familielieden op de Dam.

Ook het buitenland was in de greep van het spektakel. In 2001 kreeg de Britse kunstenaar Martin Creed de Turnerprijs met zijn lichtshow in een lege museumzaal. Aan en uit floepten de lampen, een grovere evenknie van het werk van Kruip.

Vijf jaar later is de tijd nog altijd rijp voor Kruip. Ze heeft tentoonstellingen van Amsterdam tot Argentinië en Kassel (waar ze het Fridericianum vulde met licht), mocht dit jaar de jubileummunt ontwerpen van Koningin Beatrix, was onlangs op uitnodiging van het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam speciale gast op de Londense kunstbeurs Frieze Art.

Nog altijd staat Kruip met één been in de beleveniseconomie. Wish heet een van haar werken, die ze binnenkort in Marrakech heropvoert. Daar zal ze gedurende een expositie in het kader van vierhonderd jaar Nederlands-Marokkaanse betrekkingen steeds om middernacht een zelfgemaakte vuurpijl de lucht in schieten. De pijl oogt als een vallende ster en biedt zo'n levensechte ervaring dat argeloze toeschouwers een wens zullen doen - alleen museumbezoekers weten dat het om een kunstmatig opgewekte belevenis gaat. En het aan- en uitzwellende licht van het Rijksmuseum roept niet voor niks associaties op met het gok- en illusieparadijs Las Vegas, waar hele steden zijn nagebouwd onder een kaasstolp waarin het licht in snel tempo wisselt tussen dag en nacht - hoewel Kruip zich van deze overeenkomst nauwelijks bewust is.

Maar ze is als het paard van Troje. Ze hult zich in de taal van de spektakelmaatschappij om van daaruit voorzichtig tegen diezelfde maatschappij aan te duwen. Haar werk is geen spektakel om het spektakel, biedt ook verzet, tegenwicht ,commentaar - zijdelings, voor wie dat wil.

Zoals Almarcegui's braakliggende terrein een pleidooi is voor 'willekeur, toeval en verbeelding', zo is Kruips lichtinstallatie voor het Rijksmuseum een pleidooi voor toeval en nieuwe mogelijkheden. Rehearsal heet het werk, een theaterterm zegt Kruip, voor het moment waarop dingen nog geoefend en herzien kunnen worden, waarop nog niks vast staat en alles mogelijk is.

Juist daarom is haar licht niet bombastisch als het licht in Las Vegas, maar terughoudend. Ze wil kaalschrapen, alle tekens van commercie weghalen, teneinde de leegte en de aandacht terug te winnen. Zo heeft ze hemel en aarde bewogen om de enorme banieren waarmee het Rijksmuseum normaliter zijn tentoonstellingen aankondigt, gedurende haar installatie van het gebouw te halen en de gemeentelijke schijnwerpers uit te zetten. Pas als alle stoorzenders zijn verdwenen, kan de toeschouwer weer kijken alsof hij het gebouw voor de eerste keer ziet, met alle nieuwe gedachten van dien.

Zoals Kruip door fysieke ingrepen ruimte wil maken om te denken en te kijken, zo is momenteel een stoet kunstenaars in tal van media aan het werk. Gedenkwaardig was de ingreep van de Mexicaan Sebastian Romo eind vorig jaar in de Amsterdamse Pijp. Daar hingaan de Nieuwe Amstelbrug, onttrokken aan het oog van de voorbijganger, een vijftal lampen die langzaam van kleur wisselden. Ter plekke zoemden ijle klanken in de lucht. De installatie was even efemeer als het werk van Kruip, drong net als haar werk pas bij de tweede of de derde passage door, om niet meer uit het hoofd te verdwijnen. Nog altijd hangen de klanken rond de brug, nog altijd veroorzaakt de herinnering een moment van euforie, hoewel de installatie allang en breed weer is verdwenen.

Ook de Belgische beeldhouwer Jan De Cock vraagt met zijn complexe, groene spaanplaatbouwsels (Denkmalen) in musea, universiteiten en verlaten fabrieksgebouwen, zoals in de vijfde Manifesta in San Sebastián, aandacht voor het belang van een plek. Zo megalomaan als De Cock, zo minimaal zijn de ingrepen van Kruip, met alle risico's van dien. Want door te balanceren op het 'beinahe nichts' loopt haar werk ook het gevaar onopgemerkt te blijven.

Maar als het lukt hebben haar ingrepen net als Komma, Coma van Romo langdurig resultaat. Dan weekt het licht de toeschouwers los uit hun routineuze, vluchtige blik, uit hun eeuwige haast, en attendeert ze lichtvoetig op dat wat van waarde is: een gebouw, een plek, een moment. Dan laat Kruip zien dat de werkelijkheid geen vast gegeven is, maar open staat voor verandering.

'Tegenwoordig zijn musea gesloten bolwerken,' zegt Kruip, 'maar dat is niet altijd zo geweest. Op oude tekeningen staat het Rijksmuseum vol planten en meubilair, heerst er een huiskamersfeer.' Haar licht maakt het museum weer even open en toegankelijk, plaatst het midden in het dagelijks leven, zoals het vroeger was en zoals het hopelijk in de toekomst zal zijn. En zoals ze en passant het Rijksmuseum de weg wijst, zo veranderde ze met de dit jaar verschenen Koninklijke Herdenkingsmunt eigenhandig het motto dat anno 2005 nog altijd op onze geldstukken prijkt. Dwars over de verplichte spreuk 'God zij met ons' beitelde Kruip haar zelfverzonnen, democratische leuze 'wij zijn samen een.'

Een kleine daad, met grote gevolgen. Helemaal mee eens, aanvaardde de koningin de correctie enthousiast.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden