REGISSEUR VAN SPREEKWOORDELIJKE VOORBEREIDING

Het achtste deel in een serie portretten van Nederlandse theatermakers geeft niet alleen een mooi beeld van Hans Croiset maar ook van vijftig jaar toneel....

Als acteur, artistiek leider en regisseur maakt Hans Croiset al vijftig jaar lang deel uit van een respectabel aantal gezelschappen. Hij hoort inmiddels eerder bij de gevestigde orde dan bij de nieuwlichters, maar dat was in het begin van zijn carrière wel anders. Op zijn twintigste schreef hij opruiende artikelen in Theatraal, het Nederlandse toneelvakblad: Er gebéurt niets, was zijn klacht. Hij veegde zijn collega's de mantel uit in interviews die er niet om logen. Had het over constante middelmatigheid, onvermogende regisseurs en ratjetoerepertoire.

Desondanks trad hij datzelfde jaar aan als jong artistiek leider bij Toneelgroep Theater. Men bekeek hem aanvankelijk met argusogen, maar hij maakte zijn grote mond waar, koos nieuw, modern repertoire, introduceerde de Franse schrijver Jean Genet in Nederland en zorgde dat het Arnhemse gezelschap weer een landelijke uitstraling kreeg.

Terugkijkend is zijn idee over een ideaal repertoiretheater in de grond nooit veranderd. Hem stond volkstoneel voor een breed publiek voor ogen, naar voorbeeld van het Théâtre Populaire van Jean Vilar, en dat streefde hij na in tal van gezelschappen.

Zijn carrière wordt uitvoerig beschreven in Hans Croiset, theatermaker, het achtste deel van de serie portretten van Nederlandse theatermakers, uitgegeven door het Theaterinstituut Nederland. Gelardeerd met een schat aan fotomateriaal en tal van anekdotes. De auteurs, Rob van der Zalm en Xandra Knebel, hebben geput uit alles wat in het archief van het instituut voorhanden was. Aangevuld met recente uitspraken van Croiset zelf. En die zijn vaak nogal onthullend. Als zoon uit een toneelfamilie, vader acteur, moeder actrice, geeft hij toe eigenlijk zijn hele leven bezig te zijn geweest de waardering van zijn vader te krijgen. Hij engageerde hem regelmatig als acteur, maar de man bleef op afstand.

Croisets carrière is roerig geweest. Na Theater waar hij nogal onverwacht vertrok, volgde het Publiekstheater in Amsterdam. Vervolgens regisseerde hij bij De Appel onder meer een historische Faust, waarna hij in 1987 de leiding kreeg over het Nationale Toneel in Den Haag. Zijn vernieuwingsdrang werd er niet gewaardeerd.

Zijn laatste gezelschap was Het Toneel Speelt waar hij zich sterk maakte voor Nederlands repertoire en vooral voor Vondel, van wie hij een groot kenner is. Hij deed onvermoeibaar pogingen het publiek te winnen voor toneel. Lezingen, discussies, introductie-avonden, tentoonstellingen, nabesprekingen, noem maar op. Zijn gedroomde gezelschap huisde niet in een schouwburg maar in een open gebouw, een 'theaterwerkplaats' waar kunstenaars en publiek zich thuisvoelden, waar lezingen gehouden werden, waar gegeten kon worden, waar een theaterboekwinkel was en waar acteurs en publiek met elkaar van gedachten konden wisselen.

Intussen speelde hij zelf ook regelmatig. Soms uit nood, omdat een acteur wegviel, maar ook elders op uitnodiging van regisseurs, onder meer bij Gerardjan Rijnders die hem een schitterend acteur vond. 'Die onzekerheid van hem, die angst, blijf je op de een of andere manier altijd voelen. Het wordt nooit gemakkelijk, laat staan routine. Je ervaart altijd de onzekere, twijfelende en dus godzijdank levende vertolker van de rol.'

Zelf had Croiset altijd een ambivalente houding tegenover acteren. Regisseren vindt hij veiliger en zijn gedegen voorbereiding als regisseur voordat hij begint aan een regie is spreekwoordelijk. 'Als ik een Shakespeare deed, kende ik van twaalf edities de voetnoten, daar kon je me voor wakker maken, ik wist alles.'

Toneelspelen vindt zwaar. Zomaar raar doen voor een zaal, hij vindt het gênant. Toch acteert hij telkens opnieuw. En hij geeft toe: 'Daarbij heb ik natuurlijk ook iets ontzettend ijdels: dat kán niet anders.'

Op zijn zeventigste is hij nog steeds een veelgevraagd acteur. Zowel op televisie als op het toneel, waar hij momenteel een prachtige koning Philips speelt in Don Carlos.

Die laatste rol is te recent om in dit boek opgenomen te kunnen worden, maar voor het overige zijn de auteurs zeer volledig. Ze hebben een uiterst leesbaar boek afgeleverd, een van de beste in deze serie. Het geeft niet alleen een beeld van een glansrijke carrière, en passant trekt vijftig jaar toneel aan de lezer voorbij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden