Interview Sam Mendes en Roger Deakins

Regisseur Sam Mendes en cameraman Roger Deakins over hun sensationele film ‘1917’, een als één take gefilmde helletocht

In 1917 (twee Golden Globes) zweeft de camera duizelingwekkend vrij over de loopgraven en het verschroeide niemandsland. Hoe kregen ze dit voor elkaar?  

George MacKay als korporaal Schofield in ‘1917’ Beeld François Duhamel

One shot, stond er vermeld op de eerste pagina van het script van 1917, oftewel één opname. ‘Ik dacht, dat zal wel een tikfout zijn of zo’, zegt Roger Deakins. De 70-jarige cameragrootheid (dertien Oscarnominaties, één keer winst) schudt het met witgrijs haar omzoomde hoofd. ‘Hij had er vooraf niks over gezegd. Behalve dat het een film over de Eerste Wereldoorlog betrof. Of ik geïnteresseerd was. Nou, ik aarzelde. One shot? O ja? Echt?!’

Hij, dat is Sam Mendes. Commandeur in de Orde van het Britse Rijk, vanwege zijn verdiensten als theatermaker en regisseur van films als American Beauty (1999), Revolutionary Road (2008) en de 007-avonturen Skyfall (2012) en Spectre (2015). Tijdens de opnamen van die laatste film bedacht de 54-jarige cineast hoe hij in de bioscoop recht kon doen aan de overgeleverde verhalen over de Eerste Wereldoorlog van zijn opa, korporaal en voetsoldaat Alfred H. Mendes. Spectre begon met een lange, ononderbroken sequentie, waarin James Bond hele einden over Mexicaanse daken wandelt, het machinegeweer losjes in de hand, terwijl de camera (van Deakins collega Hoyte van Hoytema) zich soms voor, soms achter, soms naast en soms bóven de geheim agent begeeft.

‘Vroeger in mijn carrière had ik zoiets ook al wel eens geprobeerd’, zegt Mendes. ‘Maar die lange takes werden nooit echt goed, dus dan knipte ik er toch weer in bij de montage. Die in Spectre beviel me wel. Het is bijna als een dans: de camera stuurt het oog van de kijker, in een steeds weer veranderend kader. Toen vroeg ik me af: zou het mogelijk zijn om een héle film op zo’n manier te filmen? Een oorlogsfilm waarin alles steeds naar voren beweegt?’

Twee Golden Globes

In 1917, vanaf donderdag te zien in de Nederlandse bioscoop en afgelopen zondag bekroond met twee Golden Globes (beste drama, beste regie) dwarrelt de camera over een met lentebloemen bezaaid veld. Daar rusten twee soldaten, tot hun meerdere ze aanspreekt en opzadelt met een levensgevaarlijke opdracht. Korporaals Schofield en Blake dienen midden in het niemandsland tussen de Britse en Duitse stellingen een boodschap te bezorgen aan een vooruitgeschoven bataljon. Hun missie kan honderden, zo niet duizenden levens redden. En daar gaan de twee, vergezeld door de camera, die verder en verder rijdt of zweeft en zo steeds weer nieuwe contreien toelaat in het kader. Langs gaarkeuken, wasserette, noodhospitaal; de periferie van het front. Dan hele einden de loopgraven in, en uiteindelijk erachter: daar waar alles kapotgeschoten en verschroeid is. Het cameraoog scheert over een met brak water volgelopen bomkrater, volgt van opzij de zich door een soep van modder, opgezwollen lijken en prikkeldraad worstelende korporaals. Soms, als de camera zo duizelingwekkend vrij beweegt, geeft 1917 je het gevoel dat je naar een trapezeact kijkt. Hoe konden ze dit zo filmen? Natuurlijk is er geknipt, op zekere momenten in de 119 minuten lange helletocht. Maar de minutenlange scènes gaan zo naadloos in elkaar over dat het niet opvalt.

Links director of photography Roger Deakins en regisseur Sam Mendes op de set van ‘1917’. Beeld François Duhamel

Mendes, regisseurssjaaltje om de hals, schuift aan bij de pers, die keurig over een aantal Londense hotelkamers is verdeeld. Vlot gevolgd door cameraman Deakins en de twee tamelijk onbekende hoofdrolspelers, George MacKay (27) en Dean-Charles Chapman (22). Die laatste speelde Tommen in Game of Thrones, de jongste zoon van koningin Cersei. 

‘Als we in de film vallen of uitglijden is het echt’, zegt MacKay, over hun tocht door het voor de film nagemaakte niemandsland. ‘Wat je ziet is twee mensen die oprecht hun best doen om zo normaal mogelijk vooruit te komen. Het was zó glad, die modder overal. Als lopen over dun ijs.’

Op een zeker moment wordt soldaat Schofield (MacKay) op het slagveld omvergelopen door een collega, in volle vaart. ‘Dat was ongepland’, zegt Mendes. ‘Gewoon een figurant met veel adrenaline, vol erop. Gelukkig had ik vooraf gezegd: áls je valt, gewoon verder gaan. Vergeet het acteren – probeer niet te denken.’

Miniatuursets

Met behulp van gedetailleerde miniatuursets werden de lange opnamen vooraf doorgesproken met de cameracrew. Voor sommige takes zoefde de camera eerst metershoog door de lucht aan een kabel, boven het slagveld, om vervolgens – zonder gewiebel – te worden overgenomen door een operateur, die na een eind wandelen en handheld filmen op een jeep sprong, verderop afstapte, om de camera verderop wéér aan een kabel te bevestigen.  

‘Normaal gesproken kun je smokkelen. Dan neem je een stukje van de ene take, een fragment van een ander. Dat ging hier niet. Álles moest kloppen. Soms zaten we op 6 minuten pure magie, van een shot van 7 minuten. Van binnen juichte je al: jaaah! En dan struikelde een cameraoperateur, of brak er een rekwisiet. En konden we er helemaal niets van gebruiken.’

Achter de schermen bij ‘1917’ Beeld François Duhamel

Deakins, die al decennialang wordt beschouwd als een van ’s werelds meest begaafde directors of photography (No Country For Old Men, Sicario, Skyfall, Blade Runner 2049), weet nog niet of hij tevreden is over zijn werk aan 1917. ‘Over twee jaar zal ik de film nog eens moeten zien. Ik sta er nu nog te dicht bij. Ik ben nooit een groot fan geweest van heel lange takes – die lengte moet niet een doel op zich worden. De enige film met dat soort lange opnamen die ik écht waardeer, is Come and See (het Russische oorlogshorror-epos van Elem Klimov, uit 1985). Hier klopt het wel bij de film, meen ik: 1917 is een realtime-ervaring, een soort reis.’ 

Wat speelfilms betreft kwam de Eerste Wereldoorlog er tot nog toe toch wat bekaaid af, stelt Mendes. ‘Er zijn er wel wat: neem Paths of Glory (1957), of La Grand Illusion (1937). Het was een heel statische oorlog: twee loopgraven en een reep niemandsland. Voor 1917 hebben we gezocht in de documentatie naar een moment waarop een reis van meer dan 200 meter überhaupt mogelijk was. Want om de schaal van deze oorlog te tonen, móét je uit die loopgraven breken.’

Dat moment was een manoeuvre van het Duitse leger, dat in het voorjaar van 1917 een deel van de eigen stellingen verliet en zich tactisch terugtrok naar de Hindenburglinie.

Alfred H. Mendes

De grootvader van de cineast was koerier in de Eerste Wereldoorlog, net als de twee hoofdpersonages in de film. Als 19-jarige soldaat meldde Alfred H. Mendes zich vrijwillig voor een tocht tussen de linies, onder vuur van de Duitse machinegeweren en granaten. Hij werd beloond met een medaille. Maar 1917 is geen feitelijk biografisch verhaal, stelt kleinzoon Mendes. ‘De ziel van de oorlogsherinneringen van mijn grootvader zit wel in de film. Dat hoop ik althans. Wat me is bijgebleven is dat hij nooit verhalen vertelde over heldendom en moed, maar over geluk en toeval. Hoeveel mazzel hij had dát hij het overleefde.’

Met Jarhead (2015) regisseerde Mendes al eerder een opmerkelijke oorlogsfilm, eveneens in samenwerking met Deakins. Daarin bleek die oorlog vooral een anticlimax. Jonge, opgefokte Amerikaanse militairen verlangen in Irak intens naar hun vuurdoop, die almaar uitblijft. ‘De reden om een oorlogsfilm te maken, of er eentje te kijken, is dat de omstandigheden van zo’n oorlog – welke doet er eigenlijk niet toe – mensen extreem op de proef stellen. Je legt iets bloot van de mens, een soort universele waarheid. Jarhead was ook wel een politieke film, een commentaar op de Amerikaanse betrokkenheid in het Midden-Oosten. Het laatste zinnetje dialoog dat Jake uitspreekt in die film is veelzeggend: ‘We zitten nog stééds in de woestijn’.’

1917 is niet bedoeld als politiek statement of een geschiedenisles, benadrukt de regisseur. ‘Het is vrij makkelijk om een lijn te trekken tussen een generatie van toen, die vocht voor een vrij en verenigd Europa, en wat zich momenteel afspeelt in de wereld. Maar dat is niet de kern. Wat betekent het om je – zoals de twee soldaten in de film – op te offeren voor mensen die je nog nooit hebt ontmoet? Voor iets wat groter is dan jezelf? Dát zijn de vragen onder de film. Vragen die ook van betekenis zijn voor ons, mensen die het geluk hebben gehad dat ze zijn opgegroeid in vredestijd.  Mensen die nu misschien wat veel met zichzelf bezig zijn.’

Eén lange boog 

Anders dan Sam Mendes’ uit verschillende kunstig en naadloos samengevoegde lange takes opgebouwde oorlogsfilm 1917, bestaat de filmklassieker Russian Ark van cineast Alexander Sokoerov wél echt uit één ononderbroken opname, van 87 minuten lengte. De experimentele film uit 2002, die door 33 kamers van het Winterpaleis en de Russische geschiedenis voert, had eerst drie mislukte en afgebroken takes. Bij de vierde stond alles erop.   

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden