Interview Roel Reiné

Regisseur Roel Reiné vindt Nederlandse films eigenlijk nooit goed klinken, terwijl "geluid 70 procent van de filmervaring is"

Redbad is de allereerste Nederlandse speelfilm met Atmos geluid. Of bijna de eerste. Regisseur Roel Reiné legt uit waarom pijl, zwaardslag en wind nu beter klinken dan ooit. ‘Wij hebben twaalf lagen wind.’

Regisseur Roel Reiné op de set van de speelfilm Michiel de Ruyter. Foto ANP

En dan wijst Redbad midden op het slachtveld met zijn zwaard naar de akelige leider van de Franken. Jij bent de volgende! Wroemmm klinkt het, onder de vertraagd gefilmde armzwaai van de Friese held.

Wroem? ‘Totáál niet realistisch’, beaamt Roel Reiné, enthousiast. De 47-jarige regisseur zit in de geluidsstudio, sleutelend aan het geluid onder zijn bijna acht miljoen euro dure spektakelfilm over de historische middeleeuwse koning Radboud, die dit weekend in première gaat in Leeuwarden. ‘Geluid is 70 procent van de filmervaring. Als je mijn Amerikaanse films ziet, Death Race bijvoorbeeld, zit onder een explosie niet het geluid van een explosie, maar dan hoor je tijgers en leeuwen, heel laag gesamplede tijgers en leeuwen, zo van broeaaaaah. Bombast, dat wil ik. Emotie. Af en toe ineens stilte, en dan overdonderen. Ik vind eigenlijk alle Nederlandse films gewoon niet goed klinken. Film moet bigger than life zijn. Thuis heb je al gewoon geluid, als je televisie kijkt, of iets op internet kijkt. Naar de bioscoop ga je voor iets anders, voor meer.’

De heldere krak van een brekende nek

Reiné en zijn geluidstechnicus zitten achter het mengpaneel in de hypermoderne geluidsstudio van Warnier Posta, een half jaar geleden geopend in de Amsterdamse Houthavens. Er speelt een stukje Redbad op het bioscoopdoek: de uitgehuwde zus van de Friese held wordt hardhandig gedoopt in een Frankisch kasteel, door Jack Wouterse’s manische bisschop Willibrord, onder begeleiding van koorzang. En tegelijkertijd vecht Redbad (Gijs Naber) zich een weg uit dat vijandelijke fort. Het is een ideale scène om met je ogen half dicht naar te luisteren, concentrerend op het geluid dat overal vandaan komt, maar nooit een kakofonie wordt. Geproest, gehoest, geklots, het geruis van maliënkolders, de heldere krak van een brekende nek, een partij zoete violen, dat galmende koor, een razende Jack Wouterse (‘Verzaak jij de duivel? Ja of nee?’), het wapengekletter (‘kloenk’, als een koevoet), het vuur uit een rollende ton (‘woeshhh’), en Redbad, die als slot van het orkest zijn gedachten hardop verwoordt: ‘Ik móet weten wie dit heeft gedaan’.

De doopscène in de film Redbad. Foto RV

Maar ook die pijl. Het geluid van de eerste pijl die ze afvuren op Redbad. ‘Die pijl maakt een reis’, becommentarieert Reiné. ‘Het is niet alleen woesh, van de wind langs de veertjes. Er zitten twintig lagen geluid onder: leeuwen, tijgers, maar óók slangen en een kraai: wraaaahggg. En die pijl hoor je helemaal door het luchtruim van het gevecht vliegen, wat realistisch gezien niet kan. Zo vertelt die pijl een verhaal – je voelt wat Redbad op dat moment heeft moeten meemaken. Daarom hou ik zo van cinema: dat je tweeënhalf uur in de bioscoop James Bond bént.’ De regisseur klopt op zijn buik: ‘Iemand die ik fysiek helemaal niet kan zijn.’

De verslaggever van de Volkskrant hoorde ook nog een raket onder die pijl. Reiné kijkt schuin opzij naar z’n geluidsmixer Jonathan Wales. Die knikt. ‘Er zitten wat aspecten van raketten in. En als een pijl je raakt, hoor je een kogelinslag: thoemp.’ De Brit, die al vaker met Reiné werkte, mixte ook geluid voor Jordan Peele’s horrorhit Get Out en Christopher Nolan’s amnesia-thriller Memento. ‘Het geluid moet wel een functie hebben in het verhaal’, zegt Wales. ‘Over die dieren, of dat dierlijke element: ja, als hij schreeuwt zit er een keer iets van een leeuw in de stem van Redbad, maar niet altijd – dan kun je het net zo goed niet doen. Bij haar (de vriendin van Redbad, die hem bijstaat op het slachtveld) mixen we er iets van een poema doorheen, wat wilde katten. Heel subtiel, en alleen op een bepaald moment in de strijd. Dan hoor je even rauwe agressie.’

Een schermopname uit de film Redbad. Foto RV

Van alle kanten geluid

De studiozaal waarin ze hun nieuwe film afmixen is uitgerust met het Dolby Atmos speakersysteem, waarbij het geluid in de bioscoop van alle richtingen komt. Redbad is de eerste Nederlandse speelfilm met ‘volledig Dolby Atmos sounddesign’, zoals een persbericht over de film verkondigde. Nou, zijn film Prooi uit 2016 was anders ook al gemixt voor Atmos, mopperde Dick Maas op Twitter. Dus misschien is Redbad de tweede. Of de eerste volledige. Hoe dan ook: het geluid in Redbad moet straks voortreffelijk klinken. Zeker in met Atmos-systeem uitgeruste bioscoopzalen; daarvan telt Nederland er nu 23.

Er is een vast onderdeel van het Reiné-geluid, zegt Reiné. De regisseur, tegen geluidsmixer Wales: ‘I’m talking about the Roelbooms.’

Wales knikt, z’n hand beweegt naar de schuifjes, voor een demonstratie. ‘Dit is een standaard, functionele Roelboom.’ Bof, klinkt het, uit de subwoofers. Een zware, lage dreun.

‘Er zijn verschillende gradaties in Roelbooms’, doceert Reiné. Bwomp, klinkt het – dat was de Roelboom onder een krijger die neergaat.

‘Maar er zijn ook subtiele Roelbooms’, zegt Wales. ‘Voor dramatische momenten.’

Reiné: ‘Dat zijn de belangrijkste. Een zachte donderslag, als iemand iets belangrijks zegt, of Redbad een inzicht heeft. Als je denkt: o daar zat een geluidseffect, dan hebben we het verkeerd gedaan. Je moet het voelen.’

Bij zijn vorige Nederlandse speelfilm, het zee-epos Michiel de Ruyter, hoorde Reiné naderhand van wat Nederlandse collega-regisseurs dat die het geluid te bombastisch vonden. ‘Te heavy, te hard, te groot. Maar het publiek vond dat niet. Dat weet ik, want ik ben in de eerste week van de release langs de bioscopen gegaan voor vraaggesprekken: Den Helder, Groningen, Maastricht. Overal zeiden ze: eindelijk eens een Nederlandse film die Amerikaans klinkt.’

Ook de wind in zijn film klinkt anders, benadrukt de regisseur. ‘De wind aan zee, op het veld, in een bos, dat is iets karakteristiek Nederlands. Je hoort ook echte Amelandse wind, als we aan zee zijn in Redbad. Die Nederlandse wind klinkt mooi, maar nog niet filmisch. Je moet zo’n wind diepte geven. Niet alleen woeeesss – dat is fucking saai, dát is een normale Nederlandse film. Wij hebben twaalf lagen wind.’

De Warnier Posta geluidsstudio ging open in 2017 en bood sindsdien onderdak aan allerlei Europese coproducties, waaronder het voor het Cannes filmfestival geselecteerde Donbass van de Oekraïense cineast Sergei Loznitsa. De Franse geluidsontwerpers van Three Billboards Outside Ebbing, Missouri komen hier geregeld over de vloer, werkten in de Amsterdamse studio onder meer aan Redbad en het in Cannes bekroonde Girl, van de Vlaming Lukas Dhont. Ook het geluid van het nieuwe seizoen van de misdaadserie Klem wordt hier gemixt.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.