Paul Verhoeven.

Interview Paul Verhoeven

Regisseur Paul Verhoeven heeft altijd plannen. Altijd. ‘Als ik hard aan het werk ben, denk ik niet aan de dood’

Paul Verhoeven. Beeld Rainer Hosch

Bijna had regisseur Paul Verhoeven (81) niet op de cover van dit magazine gestaan. Gelukkig belde zijn vrouw Martine op Kerstavond nét op tijd de ambulance. Dus konden wij hem nu spreken in Hollywood. Rustig aan? Welnee. Verhoeven leeft, eet, drinkt en droomt van ­filmmaken. ‘Met pensioen gaan? En dan wat?’ 

De kennismaking in zijn huis in Hollywood verloopt op zijn Paul Verhoevens: direct.

Hoe gaat het met u?

Kort: ‘Hoe bedoel je?’

U bent toch geopereerd aan uw heup?

‘Nou dat was dus hartstikke gevaarlijk. ‘Wat was er gebeurd als ik een halve dag later was teruggekomen naar het ziekenhuis?’, vroeg ik aan de chirurg. Ze zei: ‘Dan was je dood geweest.’

Korte stilte. ‘Maar een paar vrienden weten hiervan. Die praten er niet over.’

Eind december onderging de regisseur in Los Angeles een routineoperatie, de vervanging van een versleten heup. Die was er niet beter op geworden bij de loodzware opnamen voor zijn laatste historische megaproject Benedetta, over een lesbische non in de Middeleeuwen.

‘Drie dagen later, ik was al thuis, werd ik toch zó ziek. Ik wist: dit klopt niet. Toen heeft Martine een ambulance­toestand gebeld: meteen naar het ziekenhuis. De chirurg maakte een scan en vertelde: ‘Er zit een gat in je colon en we moeten ogenblikkelijk gaan opereren.’ Waarschijnlijk had ik te zware pijnkillers gekregen, die een afsluiting van mijn dikke darm hebben veroorzaakt.’

Dat was eng.

Zijn vrouw Martine, ze heeft net twee glazen water gebracht: ‘Dat was vreselijk.’

Paul Verhoeven: ‘Ik voelde me zo belazerd dat het niet tot me doordrong. O, ja, opereren, dacht ik.’

Martine: ‘Het was Kerstavond.’

Paul: ‘De hele ziekenhuisploeg, die al op weg was naar het kerstdiner, moest terugkomen. Het was een operatie van drie, vier uur.’ Pakt zijn glas water. ‘Het ergste was de tijd na de operatie. Na twee narcoses voel je je natuurlijk niet goed hè. Ik besefte toen pas hoe kielekiele het allemaal was geweest. En ik kreeg veel antibiotica.’

Martine: ‘Hij was doodziek.’

Paul: ‘Zelfs psychisch. Dat je denkt: wat moet ik eigenlijk nog?’

Martine: ‘Het hoefde niet meer voor hem.’

Paul: ‘Ik wilde ook niet eten. Alles vond ik vies en goor. Daardoor ging het alleen maar nog slechter. Eigenlijk was dat het ergste: dat ik niet meer at. Met hulp van de dokters en Martine ben ik er doorheen gekomen. De dokters zeiden: ‘Eten is medicijn.’ Het hele proces heeft maanden geduurd. En het is nog niet eens klaar.’ Hij wijst: ‘Hieronder zit een stoma, die moet nog worden weggehaald.’

Beeld Rainer Hosch

Ook akelig.

‘Vervelend, maar ach, als dat nou het ergste is in je leven. Mijn dokter zegt: ‘Je moest eens weten hoeveel mensen met een stoma rondlopen.’ Over een paar weken krijg ik een hersteloperatie, dan gaat-ie eruit.’

Het klopt natuurlijk wat de dokter zegt: zoveel mensen krijgen iets, bij het ouder worden.

Martine: ‘Als je ziet waar hier op de televisie allemaal reclame voor wordt gemaakt.’

Ja: de Amerikaanse zenders zitten vol met spotjes voor hulpmiddelen en geneesmiddelen – tot Viagra aan toe.

Paul: ‘Ik heb twee stents. Dus viagra wordt niet aangeraden.’

Het wonder Paul Verhoeven: 81 jaar oud, een paar stevige operaties verder, behoorlijk vermagerd – maar nog steeds die jongensachtige uitstraling. Nog steeds diezelfde intense blik in zijn ogen als twintig jaar geleden, toen Volkskrant Magazine hem ook opzocht in de VS. Hij bestudeert de ­coverfoto van 1999 kort. ‘Een soort van ­omgedraaide #MeToo toch? De man als slachtoffer.’

De allereerste cover van Volkskrant Magazine.

De regisseur zit op z’n vaste plek op de rode leren bank van hun villa in de weldadige wijk Pacific Palisades, tussen de Santa Monica Mountains en de Stille Oceaan. Bochtige lanen vol palmen, cactussen, bananenbomen en bottle brush-trees (‘lampenpoetsers’), met hun vlammende oranjerode bloemen. Het huis is gezellig: boeken en planten overal, schilderijen en filmposters aan de muren, twee rondscharrelende grote, zachtaardige honden, een beige en een witte. In de tuin glinstert een bescheiden zwembad, bij de beveiligde hekken staan een paar hardboardplaten van zwart-witte koeien.

Het gaat nu beter, zo te merken – ook psychisch.

‘Dat sombere gevoel zakt langzaam weg. De energie komt terug. Als de komende operatie normaal verloopt, ga ik in november terug naar Europa om Benedetta af te maken.’

Intussen bent u alweer bezig met een andere film, hoorde ik. Over de Franse verzetsman Jean Moulin.

‘Die wil mijn Franse producent graag maken. Er zijn nu drie of vier plannen. Ik wil ook iets met de Amerikaanse politiek doen, in Washington. Maar er zijn altijd plannen. Het is belangrijk dat je iets hebt voor de volgende dag.’

Uw oude vriend, schrijver en acteur Dolf de Vries zei: ‘Hij leest, hij leest, hij leest en hij werkt. Paul heeft nog steeds de geestelijke honger van een 20-jarige.’

‘Ik geloof dat nieuwsgierigheid het grootste talent is dat je kunt hebben. Dat je steeds blijft denken: hoe zit dat nou? Dat begrijp ik niet. Waarom doen ze dat? Of het nu over het heelal gaat, of religie, of politiek.’

U zou ook kunnen zeggen: 81, nu ga ik maar eens met pensioen.

En dan wat?’

Gezellig met Martine dingen doen, uw dochters vaker bezoeken, de kleinkinderen zien. 

Geamuseerd: ‘Een vaste cameraman van me belde in 2001: ‘Nou Paul, Hollow Man is onze laatste film samen, want ik ga met pensioen.’ Ik zei: ‘Maar Jost, wat ga je dan doen??’ Jost zei: ‘Dan ga ik leven, Paul.’ Vond ik een fantastische uitdrukking: ‘I’m going to líve, Paul.

‘Ja, dat kan ook, natuurlijk. Ik weet wat Jost doet, hoor. Die gaat op vakantie, lange reizen maken, naar concerten en toestanden in München en elders. Met zijn vrouw, heel de tijd. Maar die drang heb ik niet zo. Ik denk: dat project met die Jean Moulin is toch wel erg leuk, iets anders dan wat ik ooit heb gedaan. Dat is leven voor mij. Ik reken erop dat Martine de kinderen en de kleinkinderen reguleert. En mij daarover op de hoogte houdt.’

Op de foto met een fan tijdens een signeersessie van zijn boek ‘Jezus van Nazaret’. Beeld ANP

Maar het is toch ook leuk om kinderen en kleinkinderen te zien? 

‘Dat is ook zo. Maar ik denk daar nooit zo bewust aan. Ze zijn er en ik hou van ze. Meestal zit ik aan die films te denken.’

Een beetje een rare man. 

‘Niet raarder dan Stravinsky. En Stravinsky is de kunstenaar die mij het meest heeft beïnvloed. Hij was nog erger dan ik: niemand in huis mocht geluid maken als hij zat te componeren. En hij heeft het met zijn kinderen ook niet zo goed gedaan, begreep ik.’ Schiet in de lach: ‘Dat was toch niet echt waar het om ging, bij hem. Het ging toch om die volgende partituur.’

En bij u? 

‘Volgende film. Maar goed: ze zijn hier net allemaal weer geweest, de kinderen en kleinkinderen. Dat was ontzettend leuk. Onze dochter Claudia zit nu tijdelijk in ons huis in Den Haag. Als straks alles goed gaat, zitten wij daar in ­november ook.’ Nauwelijks hoorbare aarzeling, in zijn stem: ‘Het is een routineoperatie straks hè, zeggen de dokters.’

Dolf wist nog een aardige anekdote. ‘Ik word grootvader’, vertelde u hem, toen een van uw dochters voor de eerste keer zwanger was. ‘Hoe doe je dat? Moet ik dan over de grond kruipen? Kiekeboe roepen?’ 

‘Dolf had al veel kleinkinderen. Ik dacht: hij kan me wel een beetje ­vertellen hoe dat een beetje moet, enzovoorts, nietwaar?’

Uw vaste assistent Mita de Groot zei: ‘Het eerste kleinkind heette bij Paul het eerste half jaar consequent ‘De baby’.’ 

‘Is dat zo? Ik geloof het meteen. De baby, ja.’

Uw dochter Heleen is succesvol schilder in Berlijn, uw dochter Claudia doceert geschiedenis aan Cornell ­University. U moet een trotse vader zijn. 

‘Ik denk meer: wat leuk dat het goed met ze gaat. Mijn vader zei altijd, als mensen vroegen of hij niet trots op me was, na Soldaat van Oranje: ‘Het woordje trots komt in mijn woordenboek niet voor’.’

De hoofdrolspeler uit Soldaat van Oranje is pasgeleden gestorven. Had u nog contact met Rutger Hauer? Want alweer lang geleden had u... 

Onderbreekt: ‘Ruzie. Tijdens mijn film Flesh & Blood, uit 1985. Rutger kreeg er spijt van dat hij die film had aangenomen. Begrijpelijk misschien, maar ik had er niet zoveel begrip voor. Zoals er ik nu naar kijk: Rutger was al op weg een Amerikaanse held te worden en die film heeft hem niet geholpen in zijn carrière. Omdat hij veel te grof was voor Amerikanen. Met te veel naakt. Het karakter van Rutger als hoofd van een groep huurlingen leidt eigenlijk een groeps-rape.’

Rutger Hauer haalde toen uit naar uw werk: ‘Het is ­neuken, bier drinken en neuken.’ 

‘Dat zei hij in de Haagse Post. Vóór de film uitkwam.’

Niet zo netjes. 

‘Hij was ook echt tegen de film. Eigenlijk vind ik nu... dat ik had moeten zeggen: Rutger, je moet die film niet doen. Ik had hem moeten ontslaan van zijn handtekening onder het contract, vind ik, in retrospectief.’ Vleugje zelfspot: ‘Ik was niet zo ruimdenkend toen.’

Samen met zijn echtgenoot Martine Tours tijdens het filmfestival van Cannes in 2016. Beeld Aurélie Geurts

Maar het is weer goed gekomen? 

‘Ik geloof het wel. De ­afgelopen tien jaar zijn we voorzichtig weleens wat gaan eten, als hij hier was. Met Martine en Ineke. Maar er was dus wel een gat van vijftien jaar.’

Jammer. Want er was toch iets speciaals tussen jullie? 

‘Dat dacht ik. Ik kon me zo precies in Rutger uitdrukken, zonder hem dat te hoeven zeggen. Hij vulde een rol meteen helemaal in zoals ik me die voorstelde.’

Los van Hauer als acteur: hoe was de vriendschappelijke verhouding, toen jullie nog samenwerkten? 

Ik geloof dat ik één keer bij hem ben langsgegaan, in Friesland. We hadden geen vriendschappelijke relatie. Alles was gebaseerd op werk. Dat zal wel aan mij liggen, maar het lag ongetwijfeld ook aan Rutger. Volgens mij had-ie genoeg aan zichzelf en Ineke. Zelfs bij het draaien zat hij niet in een hotel. Rutger had een eigen bus. Soms ga je na het draaien een borrel drinken en wat eten met zijn allen. Er werd wat afgedronken in die tijd zeg. Maar zo was Rutger helemaal niet.

‘In Amerika had hij ook altijd zijn eigen trailer, waarin hij sliep. Misschien was dat om zichzelf te beschermen. Dat hij zich helemaal op een rol wilde concentreren en verder alles moest buitensluiten. Ik heb weleens het gevoel dat Rutger... nou, niet in een vacuüm leefde, want hij had wel wat contacten, bijvoorbeeld met Oprah, maar toch.’

Hoe zit dat bij u? Uw assistent vertelde: ‘Ik heb het ­gevoel dat Paul wel een beetje een einzelgänger is. Hij is niet iemand die vriendschappen najaagt.’ 

‘Ik heb nooit een enorme nadruk gelegd op vriendschappen. Ik zocht niet naar het verlengen van relaties die ik had opgebouwd tijdens het draaien. En als ik dat al doe, ben ik meer geïnteresseerd in vrouwen dan mannen. Ik kan veel beter opschieten met vrouwen. Er zijn maar weinig mannen met wie ik grote vriendschap heb.’

Waarom werkt het met mannen minder goed dan met vrouwen? 

‘Competitie, misschien. Misschien vertrouw ik mannen niet. Ik scherm me meer af bij mannen, door niet compleet open of eerlijk te zijn. Terwijl ik bij vrouwen het gevoel heb dat ik dat altijd wel ben. Dat ik makkelijker over mijn eigen zwakten praat met een vrouw dan met een man.’ Lacht: ‘En ik vind ze gewoon leuker.’

Hij kijkt omlaag, naar de beige hond, aan zijn voeten. ‘Ik heb nu drie films achter elkaar gemaakt waarin een vrouw de hoofdrol speelde. Ik zou kunnen zeggen: bij gebrek aan Rutger. Dat zou kunnen.’

Op de set van ‘Zwartboek’ met hoofdrolspeler Carice van Houten. Beeld ANP

Hoe bedoelt u? 

‘Bij gebrek aan iemand via wie ik me zo makkelijk en naturel kon uitdrukken. Ik denk dat ik andere films zou hebben gemaakt, als de verhouding met Rutger goed was gebleven. Ja.’ Meteen: ‘Maar ik heb vervolgens wel Robocop gemaakt. Ook leuk. Met zo’n film bouw je een aardig pensioen op hier. Hoef je in Nederland niet om te komen, als regisseur. Hier stroomt het zo, hup, naar je toe. Salarissen die meteen een nul meer waren dan in Holland. Ik dacht: dat is niet echt. Het heeft me jaren gekost het als iets anders te zien dan monopolygeld.’

Wat betekende het overlijden van Rutger Hauer voor u persoonlijk? 

Denkt na. ‘Alsof er een deel van jezelf wordt weggeslagen. Het was een schaduw die over alles heen viel. Je denkt ook altijd bij iemand die acht jaar jonger is: die zie ik dadelijk weer. En als die dan zo plotseling overlijdt... Ik geloof dat verder alleen Willeke van Ammelrooy was ingelicht over zijn ziekte. Die mocht er niet over praten. Dat was ook Rutger: stop me eerst maar in de grond, voordat je het vertelt.’

Maakt zijn overlijden dat u zelf ook weer nadenkt over uw eigen... 

Onderbreekt: ‘Absoluut. En daarbij niet in het minst geholpen door de ­gedachte dat ik dood was geweest als ik acht uur later naar het ziekenhuis was gegaan.’

Hoe kijkt u nu terug op die Kerstavond? 

‘Ik heb wel ­gezwijnd.’ Lacht. ‘En een goeie chirurg gevonden.’

Uw assistent zei al dat u zo’n rationeel mens bent. Als u van iemand hoort dat hij kanker heeft, is uw eerste reactie niet: ‘Wat verschrikkelijk.’ Maar: ‘Heb je al een goede oncoloog gevonden?’

‘Dat heeft natuurlijk ook met mijn opleiding te maken. Als je zes, zeven jaar wiskunde studeert word je misschien wat rationeler dan als je geschiedenis hebt gestudeerd.’

Zou u euthanasie aandurven? 

‘Nu zou mijn antwoord nee zijn. Maar misschien durf je dat wel als je er heel slecht aan toe bent. Misschien dat je anders gaat denken als de situatie onhoudbaar begint te worden. Mijn gedachten na die operatie aan mijn dikke darm waren toch ook: het hoeft ­eigenlijk allemaal niet meer.’

Met actrice Isabelle Huppert bij de Golden Globes in 2017. Beeld AFP

Terwijl u zeer bang schijnt te zijn voor de dood. 

‘Je neemt afscheid van dit alles, van je geliefden, maar het ergste ervan is dat je ook afscheid neemt van jezelf. Het Ik houdt op. Dat vind ik het allermoeilijkste.’

Is dat ijdelheid? 

‘Ik denk dat iedereen gehecht is aan zijn eigen ik. Je vindt je eigen ik toch prettig. Nou ja, sommige mensen niet, natuurlijk. Maar ik vind het wel jammer van mezelf ja. Ik had het erover met de kunstenaar Jeroen ­Henneman, die ook angst had over een dinges dat gelukkig weer goed was afgelopen. Toen klaagde ik erover dat ik het universum toch niet goed in elkaar vond zitten. Dat ik het zelf totaal anders zou opzetten – zodat je niet alles kwijtraakt. Jeroen zei: ‘Natuurlijk heb je gelijk Paul. Maar het is toch ook heel leuk dat we het hier even hebben gezien?’ Dus misschien moet je het zo bekijken.’

Hoe zou u het universum willen opzetten? U zou eeuwig willen leven? 

‘Ja. Sure. Ja! Tuurlijk.’

Wat zou u dan willen doen? 

‘Er zijn nog veel dingen uit te zoeken. Ik zou nog best een heel leven willen schilderen. En een heel leven astronomie willen doen. Nee, ik zou er niet op tegen zijn, om 200 of 300 te worden.’

Martine komt binnen: ‘Ik zit me af te vragen of jullie niet wat willen eten. Ik zou makkelijk vers brood kunnen halen.’

Paul: ‘Ik heb eigenlijk nog niet zo’n honger. Maar vers brood is misschien wel handig.’

Martine vertrekt opgewekt, de witte hond in haar kielzog.

Waarom viel u op Martine? 

‘Ik zou het niet weten. Waarom word je verliefd op iemand? Ik ben wel vaker verliefd geweest natuurlijk. Waren wel altijd heel verschillende vrouwen. Het is niet zo dat ik op een bepaald type val.’

U kunt het toch wel enigszins omschrijven? Omdat u vond dat Martine zo slim is, of veel humor heeft, zoiets? 

‘Nee. Het is een heel complex aan factoren. Natuurlijk is ze intelligent. En sociaal begaafder dan ik. En gaat ze verstandig om met allerlei dingen in het leven – al van jongs af aan. Ik heb haar op mijn 23ste leren kennen, ze was 16. Mijn moeder zei vroeger altijd: ‘Vroegrijp, vroeg rot.’ Fantastische tekst. Martine was vroegrijp, maar niet rot. Ik denk niet dat het zozeer seksueel was. Het was meer psychologisch, of hoe je het ook wilt noemen. Een verwante ziel – zoiets. Maar dat is natuurlijk een onzinwoord, want de ziel bestaat niet.’

Weer dat rationele. Dolf de Vries vroeg zich in een documentaire over u af of de hersens het hart weleens in de weg zitten. 

‘Dat is bij iedereen zo natuurlijk, als je het fysiologisch bekijkt. Het hart doet niks met je persoonlijkheid. Alles zit in je hoofd. Liefde ook. Die zit niet in het hart.’

Oké dan: misschien zit het verstand soms het gevoel bij u in de weg? 

‘Nou. Ja. Ik heb vroeger niet voor niks alle boeken van Vestdijk gelezen. Vestdijk is ook niet op ­gevoel, maar op hersens.’

Martine is de drijvende kracht op de achtergrond, hoorde ik uit uw omgeving. 

‘En op de voorgrond. Ik had nooit naar Amerika gedurfd, nog afgezien van mijn slechte Engels, als Martine er niet op had aangedrongen. Ze zei: ‘Ze bieden je dít aan in Amerika, ze bieden je dát aan in Amerika: ik zorg voor de kinderen en we gaan gewoon.

‘En Martine heeft me gedwongen kinderen te nemen. Dit is een grapje.’

Toch: waarschijnlijk was u zelf helemaal niet bezig met kinderen.

‘Totaal niet. Als zij niet gezegd had: ik ben nu 28, het is tijd om eraan te beginnen, was ik er niet op gekomen. Maar Martine heeft psychologie gestudeerd hè; ze heeft natuurlijk al die curves bestudeerd. Over wat de beste leeftijd is om kinderen te krijgen. Na de eerste zei ze: de tweede moet hier niet veel later achteraan komen. Dus twee jaar later kwam de tweede.’

Verhoeven bij zijn benoeming tot Ridder in de Orde van de Leeuw in 2007. Beeld ANP

Ook heel rationeel. 

‘Martine is ook heel rationeel.’

Later: ‘Als er iets ernstigs zou gebeuren in de familie, zou ik de opnamen meteen onderbreken. Maar als alles normaal draait, is de film nummer 1. Ik weet ook niet hoe je het anders moet doen, want het draaien van een film is best heavy.’

En zeker de manier waarop u het doet: een enorme perfectionist – die kan exploderen op de set. 

Lichte wrevel: ‘Dat heb ik al lang niet meer gedaan.’

Uw assistent vertelde dat u bij de opnamen van de laatste film nog weleens flink boos kon worden. 

Hij lacht: ‘Op háár ja.’

Maar dat u van uzelf dan nooit zo in de gaten hebt hoe u dan overkomt. 

‘Da’s waar. Als ze erover klaagde zei ik: hoe kom je daar nou bij? Ik zei maar wat.’

‘Een acteur is voor mij iemand die van A naar B loopt en als ik met mijn vingers knip, kijkt hij opzij’, heeft u vaker gezegd.

 ‘Ja.’ Even later: ‘Veel regisseurs zijn perfectionisten. Ben-Hur was ook perfectionisme. Die mensen zijn allemaal serieus hard bezig geweest om de kleding en het Romeinse aspect in de film goed te krijgen, nietwaar.’

Je moet perfectionist zijn, als regisseur.

 ‘Ja. Nou ja, als je Elle draait hoef je niet perfectionistisch te zijn. In die film ging het er meer om dat de actrices en ­acteurs perfect moesten zijn. Met iemand als Isabelle ­Huppert gaat dat vanzelf.’

Maar met Sharon Stone, als seriemoordenaar die haar slachtoffers ombrengt met een ijspriem, was het wel zwaar. 

Hij lacht: ‘Sharon was zeker zwaar. Maar Sharon is in Basic Instinct beter dan ze ooit is geweest. Die rol van sexy duivel was haar op het lijf geschreven, zoals dat heet. Ze is in wezen niet zo verschillend van het karakter in die film. Sharon Stone is ­Catherine ­Tramell zonder ijspriem.’

De spanning tussen de hoofdrolspeelster en de regisseur is bijna tastbaar, voor de toeschouwer. 

‘Dat was ook eerder het probl... Wat vermeden moest worden was dat ik met haar naar bed zou gaan. Daar ben ik dus in geslaagd. Omdat ik me realiseerde dat dat mijn positie in gevaar zou brengen. Omdat ze diabolisch is. Ik heb het besproken met Martine. Zij vond ook dat ik het niet moest doen.’

Waarom niet? 

‘Niet vanwege ontrouw of zo. Maar omdat het mijn machtspositie zou ondergraven. Ik bedoel: bij Sharon was dat zo. Bij Carice, of Isabelle Huppert, of Virginie Efira heb ik nooit gevoeld dat er ook maar iets moest zijn van macht. Bij Sharon begreep ik wel dat het ging over mijn macht om haar te krijgen waar ik haar hebben wilde, in die rol.’

Zou Martine echt geen moeite hebben gehad, met die ­ontrouw? 

‘Wij zijn kinderen van de jaren zeventig, tachtig. Het was schering en inslag, in Amsterdam.’

U heeft vriendinnen gehad, langere relaties. Leidde dat nooit tot problemen? Het geeft toch altijd ellende? ­Jaloezie? 

‘Dat hing van de vrouwen af hè. Er zijn natuurlijk vrouwen die denken: die pik ik in. Die echt met je verder willen: ‘Laten we samen weglopen.” Droog: ‘Ik heb het niet gedaan. Ik had altijd een ander excuus. ‘Mijn vader is net overleden, ik moet terug naar Holland.’ Was waar hoor. Niet verzonnen.

‘Ik had het gisteren nog met Martine over de biografie van Wolkers, wat daar allemaal niet in staat zeg. Daar is Turks Fruit niks bij. Misschien moet ik toch eens gaan praten met Karina Wolkers, om een scenario te maken over wat er toen écht aan de hand was.’

Met uw vaste scenarist Gerard Soeteman? 

Hij schiet in de lach: ‘Ik weet niet of Gerard daar zo eh...’

Soeteman heeft zijn naam van de aftiteling van Benedetta laten weghalen. ‘Paul Verhoeven is uitsluitend geïnteresseerd in het gefrutsel aan de geslachtsdelen’, zei hij afgelopen zomer in de Volkskrant. Maar gelukkig: u kunt erom lachen. ‘Ja. Niet dat ik hem vergeef hoor. In Amerika is het zeer... eigenlijk onmogelijk, dat filmcollega’s elkaar zoiets aandoen. Zelfs al vinden ze elkaar klootzakken, dan zullen ze dat nooit zeggen in het openbaar. Nou heeft die Nederlandse oprechtheid wel iets aardigs, natuurlijk. Maar niet altijd.’

Even daarna: ‘Alles gaat toch over seks in het leven, nietwaar?’

Is dat zo? 

‘Anders waren we er niet. Het gaat toch eigenlijk alleen om baby’s maken? Anders gaat een normaal mens toch niet bovenop een ander liggen. Zo heeft de evolutie ons geprogrammeerd.’ Later: ‘Ik weet dat het koud klinkt, als ik het zo zeg. Vind ik leuk. Provoceren. Upsetten.’

Nog steeds het jongetje dat vroeger de bal van zijn klasgenoten afpakte en over het hek gooide. 

‘Jaha, dat is het.’

Uw assistent zei: ‘Je ziet weinig grote emoties bij Paul, behalve woede. Maar ik heb eigenlijk nooit enorme blijdschap of zwaar verdriet bij hem gezien.’ 

‘Waarschijnlijk niet. Nou, verdriet weet ik niet. Daar heb ik weinig ervaring mee. En heel blij – eigenlijk ook niet nee. Vroeger, als er van die lange rijen voor de bioscoop stonden: dat vond ik wel leuk hoor. Maar ik zoek niet naar geluk. Ik probeer wel heel erg ongeluk te vermijden. Maar het is niet zo dat ik denk: ik ben gelukkig of ik wil gelukkig zijn.’

Misschien omdat u gelukkig bent? 

‘Ik zou niet eens het woord geluk daarvoor gebruiken. Tevreden, of zo.’

Martine komt weer even binnengewandeld.

Paul zei: ‘Ik zoek niet naar geluk.’ Ik zei: ‘Dat komt misschien omdat u gelukkig bent.’ 

Martine: ‘Dat denk ik wel.’

Paul: ‘Ik zei dat het meer tevreden was.’

Martine: ‘Nou, je bent ook wel behoorlijk tevreden. Soms.’ Veelbetekenend lachje.

Paul: ‘Toch? Meestal wel.’

Martine kijkt onderzoekend naar zijn gezicht, voordat ze de kamer weer verlaat: ‘Je hebt een sparkle in je ogen. Heel goed.’

Beeld Rainer Hosch

Bent u trots, op wat u heeft gedaan? 

‘Ik vind het wel leuk, wat ik heb gedaan. Maar binnen het kader van het universum stelt het geen zak voor.’

Tja: zo kun je jezelf wel helemaal wegcijferen. 

‘Dat moet je ook doen. Want dat is de waarheid. I mean: wat blijft ervan overeind? Hoeveel mensen blijven overeind? Misschien een paar honderd, van de duizendenmiljoenen mensen die er zijn geweest. Mozart, ja. Maar iets creëren wat er daarvoor nog niet was, is aardig. Of het nu een film, een ­tekening of een partituur is. En het is een goede bescherming tegen angsten over de dood: bezig zijn.’

Denkt u daar veel aan? 

‘Geregeld, ja. Maar als ik hard aan het werk ben dus helemaal niet. Mijn ontzag voor de dood is iets van de laatste 15 jaar. Als je 60 bent, denk je: dat is nog wel een hele tijd hoor, dag. Maar het gemiddelde is 83.’

Nog twee jaar dus. 

Hij schiet in de lach: ‘Zo kun je het ook bekijken.’

Zou u op de set willen sterven? 

‘In godsnaam niet. Maar dat kan ook, natuurlijk.’

Ik bedoel: zou u in het harnas willen sterven? 

‘Nee. Want dan wordt die film niet afgemaakt. Dus dat kan eigenlijk niet.’

De sparkle in zijn ogen.

CV Paul Verhoeven

Geboren in Amsterdam op 18 juli 1938.

Opleiding
Paul Verhoeven volgde het gymnasium in Den Haag en ging daarna wiskunde en natuurkunde studeren aan de Rijksuniversiteit Leiden. In 1960 onderbrak hij zijn studie om een jaar Filmacademie te doen. Hij studeerde af in 1964.

Werk
In 1960 debuteerde hij met de korte film Eén hagedis teveel, en maakte hij tijdens het vervullen van zijn dienstplicht de documentaire Het Korps Mariniers. Landelijke bekendheid kreeg hij met de televisieserie Floris. In 1973 kwam Turks Fruit uit, de tot nog toe best bezochte Nederlandse speelfilm. Met Soldaat van Oranje (1977) en de Vierde Man trok hij de aandacht van Hollywood.

Op zijn 47ste vertrok hij naar Los Angeles. RoboCop (1987), Total Recall (1990) en Basic Instinct (1992) waren zeer succesvol. Zijn film Showgirls, tegenwoordig een cultfilm, werd neergesabeld in de pers.

In 2000 werd Turks Fruit uitgeroepen tot beste Nederlandse film van de twintigste eeuw. Tijdens het Festival van de Fantastische Film in Amsterdam ontving Verhoeven in 2002 de Lifetime Achievement Award. Op 1 juni 2004 kreeg hij de Bert Haanstra Oeuvreprijs.

In 2006 ging Zwartboek in première, zijn eerste Nederlandstalige speelfilm in twintig jaar. Op 27 april 2007 werd Verhoeven benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Voor zijn Nederlandse werk ontving hij in totaal vier Gouden Kalveren.

In 2016 kwam zijn Frans-Duitse film Elle uit. Het won een Golden Globe voor beste buitenlandse film van 2016; hoofdrolspeelster Isabelle Huppert kreeg de Golden Globe als beste actrice. Zowel de film als Huppert werden vervolgens bekroond met de Franse César. Het historische drama Benedetta gaat in 2020 in première op het festival van Cannes.

Boek
In 2008 kwam zijn boek over Verhoevens grote fascinatie Jezus van Nazareth uit, geschreven in samenwerking met biograaf Rob van Scheers.

Paul Verhoeven trouwde in 1967 met Martine Tours, met wie hij twee dochters kreeg. Het echtpaar woont afwisselend in Los Angeles en Den Haag. De muzikaal aangelegde Martine is opgeleid als psycholoog, maar werd in de VS muzieklerares en concertmeester. Ze is twee jaar geleden gestopt met werken.

20 jaar Volkskrant Magazine 

Een vrouw met blote borsten sierde de cover van het eerste Volkskrant Magazine in 1999. Naast haar stond Paul Verhoeven. Chef Aimée Kiene: ‘Mensen waren woedend.’ Tijd om terug te kijken op twintig jaar Magazine met een jubileumnummer én een ode aan die cover. 

Brief aan Rena Riffel (50): ‘Ik zal je vertellen: het kwam niet meer goed met de chefs van dat Volkskrant Magazine’

Halfnaakt en naamloos stond Rena Riffel op de cover van het allereerste Volkskrant Magazine. Twintig jaar later staat ze weer op de cover. Verslaggever John Schoorl bedankt de actrice in deze brief en verhaalt over de gevolgen van die eerste shoot.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden