interview Norbert ter Hall

Regisseur Norbert ter Hall: ‘Ik had de tranen van Mano Bouzamour nodig om te weten dat mijn verfilming klopte’

Beeld De Belofte van Pisa,

Een schrijver die de verfilming van zijn boek slecht vindt, dat was voor regisseur Norbert ter Hall een schrikbeeld. Daarom wilde hij De belofte van Pisa alléén maken als Mano Bouzamour bij elke stap betrokken was.

‘Als hij zegt: ik vind het niks, dan is het gewoon mislukt.’

Norbert ter Hall zit rechtop, de ogen wijd open, z’n rechterhand nog net niet open opgestoken om te zweren dat het hem ernst is. Heus, het slagen van de 53-jarige regisseur hangt geheel en al af van het oordeel van Mano Bouzamour, de 28-jarige schrijver van zijn door Ter Hall verfilmde debuut, de schandaalroman De belofte van Pisa.

Is dat echt zo?

‘Ja, zo’n film waarvan de schrijver zich distantieert, dat haat ik. Zou ik heel genant vinden. Ook omdat dit zo’n autobiografisch verhaal is. Veel in het boek is verzonnen, maar je voelt aan alles: de ik-figuur in De belofte van Pisa, dat is Mano zelf, met een schil er omheen. Het is zijn verhaal.’

Zijn verhaal, dat is de wordingsgeschiedenis van Samir, de muzikaal begaafde zoon van analfabete Marokkaanse migranten die op het lyceum in Amsterdam-Zuid belandt, in een volstrekt ander milieu. Vanwege zijn onbeschaamde en seksueel vrijpostige debuutroman uit 2013 werd Bouzamour verstoten door zijn familie. Ook kreeg hij kritiek vanuit de Nederlands-Marokkaanse gemeenschap.

‘Het is een bevrijdingsroman, en -film’, zegt Ter Hall, in een hotel in Amsterdam-Zuid. ‘Zo zie ik het. Het thema is universeel: zelf heb ik me óók moeten bevrijden van de verwachtingen van mijn ouders. Vooraf kende ik Mano niet. Als hij De belofte van Pisa een typisch Marokkaans gegeven vindt, dacht ik, ben ik misschien niet de geëigende verteller. Mano zei: mijn boek is ook in Colombia uitgegeven, waar ze bij wijze van spreken nog nooit een Marokkaan hebben gezien. Ook daar spreekt het verhaal mensen aan.’

En toen zeiden Kluun, Herman Koch en Robert Vuijsje tegen Bouzamour…

‘Doe het niet. Of nou ja, hij had ze om advies gevraagd en ze zeiden: verkoop de rechten, maar raak op geen enkele manier betrokken bij de film, want het valt altijd tegen.’

Letterlijk: hoe dan ook wordt je boek volledig verkracht.

‘Dat wilde ik nou precies níét. Dus zei ik tegen Mano: prachtig boek, ik zou het heel graag verfilmen, maar alleen als je er van begin tot eind bij betrokken bent. We moeten dit samen doen: jij, ik en Robert (scenarist Robert Alberdingk Thijm, tevens Ter Halls levenspartner). Mano was er altijd bij, op de set. En bij de casting en montage, het hele proces.’

Ter Hall is bekender van zijn televisiewerk (o.a. Waltz, ’t Schaep met de 5 Pooten, A’dam - E.V.A) dan van de twee door hem geregisseerde speelfilms, al werd zijn drama &Me uit 2013 goed ontvangen en won de film een Gouden Kalf voor beste camerawerk. Dit najaar maakt hij een dubbelslag. Kort na De belofte van Pisa komt nog een door Ter Hall geregisseerde speelfilm uit: het in Spanje gedraaide Mi vida, met Loes Luca. ‘Film blijft iets magisch, toch anders dan een tv-serie. Om een film te kijken ga je speciaal naar een donkere plek, het is bijna een ritueel. Maar als regisseur, voor het ambacht, maakt het mij verder weinig uit. Ik roep óók actie en stop bij een televisieserie.’

Bouzamours ouders waren aanvankelijk niet blij met het boek. Komen ze straks wel naar de première?

‘Ja, ze komen. De verhouding met hun zoon is inmiddels gelukkig weer goed. Samen met Mano zijn Robert en ik ook bij ze gaan eten in Amsterdam. Heel lieve ouders. Ik denk dat ze op een gegeven moment hebben gedacht: we zijn het niet met alles eens, maar dit is gewoon onze zoon. Het bezoek leverde ook details op voor de film. Zo viel me op dat er op alle deuren in huis met rode stift Arabische teksten staan geschreven. Waarom is dat, vroeg ik. Die teksten, waarin Allah wordt geprezen, houden de duivel buiten. Dat zat niet in Mano’s boek: voor hem was het zó gewoon dat het niet opviel. Andere dingen, soms ook heel praktische, zie je als buitenstaander juist over het hoofd. Robert had ergens in het script geschreven dat Samir zijn huis inging, om daar iets te doen. Toen zei Mano: ‘Hoe komt-ie dan binnen?’ Wij: ‘Nou gewoon, hij komt binnen.’ ‘Ja, maar hoe?’ ‘Door de deur.’ ‘Je denkt toch niet dat wij vroeger een sleutel hadden thuis? Die kreeg je niet, wij moesten altijd aanbellen.’

In de film krijgt Samir advies van de enige andere Marokkaan op de hele school – de schoonmaakster. Die zegt: kleed je zoals zij, praat zoals zij, doe zoals zij, leer zoals zij, maar vergeet nooit dat je Marokkaan bent, want dat vergeten zij ook niet. Best somber.

‘Ja, die schoonmaakster kondigt Samirs dilemma aan: je kan je wel bevrijden, maar je kunt nooit je verleden uitwissen. En die andere wereld, die hem eerst betovert met al die vrijheid, blijkt gaandeweg net zo beklemmend. Het is een kliekje, dat Amsterdam-Zuid, waar eigen regels en wetten gelden. En de kinderen daar moeten zich óók losmaken. Dit kon een zware film worden, maar dat is het niet, vanwege Samirs wapen: zijn levenslust, die enorme gulzigheid.’

In de persmap van De belofte van Pisa las ik dat de film heel erg van nu is, voor jongeren. Maar ook voor ouderen.

Ter Hall schiet in de lach. ‘Ja, de film is voor iedereen.’

Ouderen naar een Nederlandse film lokken is al moeilijk. Jongeren is nóg moeilijker. Hoe kun je beide groepen bereiken?

‘Nou ja, de film is voor iedereen die de levenslust van het hoofdpersonage herkent – dat is níét aan leeftijd gebonden. Er zijn vijftigers, zestigers, zeventigers die dat gevoel herkennen. Marketingtechnisch zal het lastig zijn, maar dat kan me niet schelen. Ik maak geen doelgroepfilm, ik maak een film. Als je vantevoren bepaalt voor wie het bedoeld is, ga je cateren. Stel dat deze film enkel aanslaat bij zestigjarige mannen, dan nog had ik ’m niet anders willen maken.’

Een opvallende ingreep in het boek betreft een seksscène. Jij en Robert, de scenarist, maakten van een trio tussen Sam en twee meisjes een kwartet, jullie voegen een extra jongen toe. Hoe kwam dat zo?

‘Het klopte gewoon, al schrijvende. Als je het in een film hebt over bevrijding, hoort daar ook seksuele bevrijding bij. En volgens mij zoenen jongens op de leeftijd van de hoofdpersoon ook wel eens met jongens, zoals meisjes met meisjes zoenen. Wat ik mooi vind, is dat het verder niet echt consequenties heeft. Het gebeurt gewoon, zoals wel meer op die leeftijd. Mano heeft dat hoofdstuk nu herschreven: in de nieuwe filmeditie van zijn roman is het óók een kwartet. Irritant dat ik dit zelf niet had bedacht, zei hij, want dit is precies wat ik in gedachten had toen ik het boek schreef: een zoektocht waarin alles openstaat.’

Wat was Bouzamours reactie, toen hij de film zag?

‘Als iemand me vraagt waarom ik films maak, zeg ik voor de grap altijd: om knappe jongens aan het huilen te maken. Er is geen voorvertoning geweest waarbij Mano niet op een zeker moment zat te huilen. Voor mij was dat zo belangrijk. Ik had zijn tranen nodig om te weten, oké, het klopt. De film doet het.’

Norbert ter Hall

Regisseur Norbert ter Hall (53) is onder meer bekend van A’dam – EV.A., in 2017 door een kennerspanel in de Volkskrant uitgeroepen tot ‘beste Nederlandse dramaserie sinds de jaren negentig’. Half november gaat nóg een speelfilm van Ter Hall in première: Mi vida, met Loes Luca als gepensioneerde Schiedamse kapper, die een nieuw leven begint in Spanje.

Robert Vuijsje sprak Mano Bouzamour voor zijn rubriek over afkomst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden