interview nadine labaki

Regisseur Nadine Labaki: ‘Misschien zorgt Capharnaüm ervoor dat er in ieder geval eens over deze kinderen wordt gepraat’

Zain Al Rafeea (rechts) en Boluwatife Treasure Bankole in Capharnaüm.

Als kind aan je lot worden overgelaten, het land uit worden gezet: het overkwam zowel de personages als de jonge acteurs uit de Libanese film Capharnaüm – ‘de hel’. Volgens regisseur Nadine Labaki is het tijd voor actie.

‘De hel’, zegt Nadine Labaki (44), dat is de betekenis van de titel van haar film. ‘In Frankrijk zeg je dat zo: iets is un capharnaüm.’ De naam komt van een ruïne uit de Oudheid, in het huidige Israël. Volgens het woordenboek betekent het iets ongeordends, een chaos.

Het voor een Oscar genomineerde Libanese melodrama Capharnaüm gaat over een Syrisch jongetje dat door zijn straatarme ouders wordt verwaarloosd. Het jongetje ontfermt zich over een Eritrese baby, van wie de moeder is gearresteerd omdat ze illegaal in het land verblijft. Labaki castte het perfecte jochie, zo van de straat; en ze vond vervolgens ook de perfecte straatbaby. Samen, als duo, zijn ze onweerstaanbaar vertederend.

Nadine Labaki Beeld Getty Images

Maar dit maakt Capharnaüm nog geen vrolijke film, benadrukt de filmmaker, die zich laat interviewen door een horde journalisten op het balkonnetje van een appartement in Cannes, kort na de wereldpremière van de film. ‘Toen we aan het scenario begonnen, schreef ik wat kernbegrippen op een bord: migratie, illegale arbeiders, mishandelde kinderen, geweld, de absurditeit van grenzen en van identiteitspapieren. Over al die zaken moest het gaan. En zo kwam ik langzaam op het verhaal van Zain, die de strijd aangaat met zijn ouders.’

Die Zain heet in het echt Zain Al Rafeea.  Tijdens de opnamen was hij 12 jaar en verbleef hij illegaal in Beiroet. In de film daagt het jochie zijn ouders voor de rechter: die hadden hem nooit op de wereld mogen zetten. 

Zain Al Rafeea (links) en Boluwatife Treasure Bankole in Capharnaüm.

Dat gegeven is fictie, maar het sentiment is ‘gewoon echt’, aldus Labaki. De actrice en regisseur, bekend van haar arthousehit Caramel (2007) over alledaagse complicaties in het leven van vijf Libanese vrouwen, dompelde zich voorafgaand aan de opnamen van Capharnaüm vier jaar lang onder in de wereld van de jongste en armste bewoners van Beiroet. ‘Ik bezocht detentiecentra en gevangenissen voor minderjarigen en woonde rechtszaken bij. Als ik die kinderen sprak, vroeg ik aan het einde steeds: vertel me, ben je blij dat je geboren bent? Meestal was het antwoord nee. De woede van die kinderen inspireerde me. Waarom hebben mijn ouders me verwekt, zeiden ze, als ze niets om me geven? Dat gaat niet over armoede, of over met honger naar bed gaan. Het gaat over een gebrek aan liefde en zorg.’

Labaki recht haar rug en zegt streng: ‘Ouders moeten hun verantwoordelijkheid nemen, een kind kán niet voor zichzelf zorgen. Ik sprak een moeder die zestien kinderen had, van wie er al zes waren gestorven vanwege verwaarlozing. Eentje was van het balkon gevallen, een ander was gestorven van de kou. En als je haar vroeg waarom ze almaar bleef bevallen, zei ze: ‘De dokter zegt dat kinderen krijgen gezond is.’ Het is ook uit onwetendheid. Terwijl we filmden, zag ik een kind van 3 alleen op straat hartverscheurend huilen. Ik nam haar bij de hand, zocht het gebouw waar ze woonde. Wat als iemand je kind had gekidnapt, zei ik tegen de moeder, toen die opendeed. Dan sla je jezelf toch met je kop tegen de muur? Klopt, zei ze. Ze wist hoe het voelde, want er was al eens een kind van haar ontvoerd.’

Capharnaüm

De regisseur kijkt haar gehoor doordringend aan. ‘We móéten hier iets aan doen.’

De echte Zain heeft wél liefhebbende ouders. Zo ook de echte baby, die Boluwatife Treasure Bankole heet, anders dan in de film een meisje is en sinds de opnamen samen met haar Keniaanse moeder Libanon is uitgezet. Labaki: ‘Zain leefde in omstandigheden die nog erger zijn dan in de film, maar met één verschil: zijn ouders houden van hem. Hij weet wat honger is, maar kent liefde. Hij is vroegoud, wijs – hij heeft al zo veel geweld om zich heen gezien. Soms choqueerde hij me als hij sprak: zó grof. Hoe kan een kind zo praten?’

De broertjes en zusjes van de Zain uit de film zijn echte familieleden; inmiddels woont het Syrische vluchtelingengezin in Noorwegen. ‘Hij is nooit eerder naar school gegaan, hopelijk gebeurt dat daar wel.’

Zain Al Rafeea in Capharnaüm.

Een paar dagen nadat Labaki opnamen had gemaakt in een Libanese gevangenis, de scènes waarin de moeder van de baby in detentie verblijft, werd de vrouw die de moeder speelde écht opgepakt. Ook zij verbleef illegaal in Libanon; ze belandde in dezelfde cel waar ze even daarvoor nog had geacteerd. Tegelijkertijd werden de ouders van de in Beiroet geboren Boluwatife Treasure ook daadwerkelijk gearresteerd. Verwarrend, beaamt Labaki. ‘Alles liep door elkaar, werkelijkheid en fictie. Ik maak een film waarin de baby haar moeder kwijtraakt, en tegelijkertijd raakt die baby ook écht haar moeder kwijt. Drie weken lang verbleef ze in het huis van mijn castingagent.’

De regisseur hoopt dat de film het leven van haar acteurs iets kan verbeteren. ‘Het voelt nu alsof ze familie van mij zijn. Maar hoeveel ik persoonlijk voor ze kan betekenen, weet ik niet.’

Of de hoofdrolspelertjes volgende maand aanwezig zullen zijn bij de Oscaruitreiking, is nog niet bekend. Op het filmfestival van Cannes werden ze bejubeld en werd Capharnaüm bekroond met de juryprijs. 

Capharnaüm

‘Tijd’, antwoordt de regisseur, op de vraag hoe ze de intieme scènes van het jochie en de baby wist vast te leggen. ‘We filmden meer dan zes maanden lang. Vijfhonderd uur aan opnamen, de eerste versie van de film duurde twaalf uur. Al het geld voor de film ging op aan extra draaidagen, niets aan decors of een grote crew. Soms zaten we urenlang te wachten, zo onzichtbaar mogelijk te filmen. Net zo lang tot Treasure op het juiste moment lachte.’

Wellicht is het naïef te denken dat een film iets kan veranderen, zegt Labaki. ‘Maar misschien zorgt Capharnaüm ervoor dat er in ieder geval eens over deze kinderen wordt gepraat.’

Eerdere kindsterren en hoe het hun verging

Inmiddels is hij 79 jaar oud, het eerste neorealistische kindsterretje Enzo Staiola. Eind jaren veertig werd hij van de straat geplukt door Vittorio De Sica voor diens Ladri di biciclette (1948), omdat het jochie zo’n goed loopje had. Nu wordt hij voor eeuwig herinnerd als Bruno, het zoontje van de eerzame arme fietsendief; gefilmd in echt decor en tussen echte mensen uit de lagere klasse, zoals het in 1945 door Roberto Rossellini (Roma, città aperta) geïntroduceerde neorealisme dicteerde. Staiola kreeg later nog wat rolletjes, zelfs overzees, maar werd uiteindelijk wiskundeleraar. Decennia later was hij nog vaak te gast op internationale filmgala’s.

Anders liep het met Subir Banerjee, die het arme dorpskind Apu vertolkte in Pather Panchali (1955), de eerste film uit Satyajit Rays Apu-trologie, een vroeg hoogtepunt uit het Indiase neorealisme. Het uit het oog verloren hoofdrolspelertje werd in de jaren tachtig opgespoord door de krant India Today: hij had een baantje in een fabriek en had na die ene film nooit meer geacteerd.

In 1980 was er Pixote, Héctor Babenco’s snoeiharde portret van Braziliaanse straatkinderen, met Fernando Ramos da Silva in de hoofdrol als de uit het jeugdgevang ontsnapte lijmsnuiver Pixote. De tiener speelde nadien nog even in een soap, maar kon niet aarden en belandde (opnieuw) op straat. Zeven jaar na de bioscooprelease werd Da Silva op 20-jarige leeftijd doodgeschoten door de politie, die verklaarde dat de voormalige kindster zich had verzet tegen een arrestatie. Da Silva’s familie sprak van een executie.

De jongste acteurtjes uit Slumdog Millionaire (2008) kwamen daadwerkelijk uit de sloppenwijken van Mumbai. Er ontstond een rel, toen criticasters én boze familieleden betoogden dat Rubina Ali en Azharuddin Mohammed Ismail onvoldoende betaald kregen voor de kolossale bioscoophit. Was er wel een zorgplan? Ja, verzekerde regisseur Danny Boyle, maar dat geld zou (deels) pas worden uitgekeerd als de kinderen 18 waren. Ismails carrière viel geheel stil; Ali acteerde in nog wat films en publiceerde op haar 9de haar memoires (Slumgirl Dreaming) .

Publieksfavorieten

Op het International Film Festival Rotterdam, waar Nadine Labaki’s Capharnaüm in voorpremière ging, prijkt het melodrama, dat vanaf donderdag in de bioscoop wordt vertoond, bovenaan de lijst van publieksfavorieten. Concurrentie is er van Bathtubs Over Broadway, een wonderlijke documentaire over een onbekende Amerikaanse cultuurvorm: de bedrijfsmusical. En van het eveneens hooggewaardeerde jarennegentigmuziekdrama Beats, over sociale klassen, vriendschap en de eerste illegale raves. Zaterdag,  tijdens het laatste festivalweekend, wordt de winnaar bekendgemaakt.

Met het knap geschreven Capharnaüm geeft regisseur Labaki de onderklasse in Beiroet een gezicht (vier sterren)
De casting is een klein wonder: alle rollen zijn sterk bezet, met de kinderen als grote uitblinkers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden