InterviewKitty Green

Regisseur Kitty Green portretteerde de kliek rond een Weinstein-achtige man

Met The Assistant heeft Kitty Green de eerste ‘Weinstein-film’ gemaakt. Niet alle mannelijke filmmakers reageerden direct enthousiast op haar script, vertelt ze.

Julia Garner in The Assistant.

Hoe film je de giftige macht die een figuur als Harvey Weinstein over zijn ondergeschikten uitwasemt? Door die man geheel níét te laten zien, besloot de 36-jarige Australische regisseur Kitty Green. In haar drama The Assistant horen we de in de film naamloze filmbaas alleen, via zijn van achter de kantoordeur klinkende woede-uitbarstingen, of zijn scheldkanonnades over de telefoon. We voelen zijn aanwezigheid in de angstcultuur onder het personeel, dat opereert als een hofhouding. En we zien de stroom knappe jonge vrouwen met onduidelijke bezigheden wachten voor hun onderhoud met de topman.

‘Eigenlijk wilde ik hem ook niet laten spreken’, zegt Green over de telefoon. ‘In het script stond dan: de assistent belt met de baas en de baas schreeuwt. Dat je hem wel kon horen donderen, maar niet kon verstaan wat hij zei. Maar toen we eenmaal draaiden met hoofdrolspeler Julia Garner, veranderde dat. Zij heeft zo’n expressief gezicht dat je dicht bij haar wilt zijn met de camera. Maar dan moet je dus ook horen wat zij hoort. Toen hebben we achteraf nog een acteur gehuurd voor de stem. Gelukkig, want met die stem voel je de agressie.’

De 26-jarige Garner (bekend van de misdaadserie Ozark) speelt de pas afgestudeerde Jane, die onlangs in dienst is getreden van een Amerikaans filmbedrijf. Onderaan de ladder ploegt ze door haar lange diensten voor een schamel loon. Lunchbroodjes halen, afwas opruimen, jassen aannemen, iemands in het privévertrek van de baas verloren oorbel retourneren, vliegtickets boeken, en die andere nieuwe, piepjonge assistent in een luxehotel onderbrengen. ‘Slaap jij ook in zo’n hotel?’, vraagt die laatste. Nee, Jane niet. ‘Je bent z’n type niet’, legt een collega Jane uit. Tevens te interpreteren als: je bent veilig.

Vóór The Assistant maakte Green verschillende documentaires. In 2013 viel ze op met Ukraine Is Not a Brothel, haar portret van de vrouwelijke blootactivisten van Femen en de dubieuze man die schuilging achter de Oekraïense feministische beweging. ‘Zo veel onderscheid is er niet’, zegt ze zelf over de overstap. ‘Of het nu documentaire is of fictie: ik portretteer dingen graag zo accuraat mogelijk.’

Voorafgaand aan het schrijven van haar script sprak ze een kleine honderd assistenten uit de filmwereld. Onder hen enkele die eerder werkzaam waren geweest voor ex-filmbons Weinstein, die wegens zijn seksuele vergrijpen tot 23 jaar cel is veroordeeld.

‘Wat me vooral opviel, was hoeveel vrouwen ongeveer hetzelfde meemaken op de werkvloer. Veel jonge vrouwen zeiden dat ze uit de filmindustrie waren gestapt nadat ze een periode als assistent hadden gewerkt. Omdat ze het idee kregen dat er hogerop geen plek voor ze was.’

Het assistentschap bij een aansprekend filmbedrijf kan voor pas afgestudeerden het begin zijn van een carrière in de filmwereld. ‘In de VS komen die assistenten vaak uit bemiddelde gezinnen, want van het magere salaris alleen kun je de huur van een appartement in de stad niet betalen.’

Kitty Green.Beeld Getty

Wat vindt u ervan dat mensen nu over The Assistant spreken als ‘de Weinstein-film’?

‘Ik ben niet zo gek op die vergelijking, want dat was niet mijn uitgangspunt. Ik heb nooit gedacht: o, ik maak een #MeToo-film, of een Weinsteinfilm. Wat mij betreft is dit een film over jonge vrouwen en mannen en hun problemen op de werkvloer. Het gevaar is dat mensen die problemen vereenzelvigen met Harvey Weinstein, maar het is groter dan die ene man. Aan de andere kant: als dat label ervoor zorgt dat mensen over de film gaan lezen of hem gaan zien, levert het misschien iets goeds op.’

Werd het idee voor de film ook gevoed door persoonlijke ervaringen?

‘Nou, toen ik mijn vorige film, de misdaaddocumentaire Casting JonBenet, op het Amerikaanse filmfestival Sundance presenteerde, werden er wat van die verkapte seksistische opmerkingen gemaakt, soms ook door de pers. Dan vroegen ze wie de leiding had over de opnamen. Alsof ik die film niet had kunnen regisseren zonder ‘leiding’ van mijn mannelijke producenten. Dat frustreerde me wel. Het voelde alsof ze mijn positie als filmmaker probeerden te ondermijnen. En het resulteerde erin dat ik wilde praten met andere jonge vrouwen in het filmvak. Zo kwam ik ook bij de assistenten.’

WasThe Assistant makkelijk te financieren?

‘Nee. Vrouwelijke filmmanagers reageerden heel enthousiast op het script, dat ze dan een dag later met hun mannelijke baas gingen bespreken. Vervolgens hoorden we er niets meer van. Of er kwam een e-mail vol excuses: ‘Sorry, mijn baas wil het script niet eens lezen.’ Maar we hielden vol, tot het lukte.’

In uw film portretteert u de kliek rond zo’n Weinstein-achtige man. Hoe medeschuldig zijn de mensen daarin aan zijn misstappen?

‘Toen ik een vriendin voor het eerst over mijn plan vertelde, een film over de assistent van zo’n roofdier, zei ze meteen: ‘O, de enabler’, degene die zo’n systeem mogelijk maakt. Die term valt vaak, maar het is lastig. Jane komt vers van de universiteit, ze probeert te overleven in een onmogelijke baan. Op welk punt kun je zo iemand medeschuldig noemen? Hoeveel weet ze nou werkelijk van wat haar baas uitvoert? 

‘Ik wil met mijn film ook laten zien hoe moeilijk het soms is om er iets van te zeggen. Ik geloof ook dat we nu pas de juiste taal daartoe hebben. Het begrip ‘seksueel wangedrag’ is bijvoorbeeld vrij nieuw voor dit soort vergrijpen. Natuurlijk zijn er ook personen binnen zo’n bedrijf die al langer op de hoogte zijn, die de zaken en klachten juridisch afdekken, met cheques en zwijgcontracten. In mijn film zie je hoe diep zo’n bedrijfscultuur doorwerkt, ook voor de mannen op dat kantoor. Hoe er naar ze wordt geschreeuwd, hoe geïntimideerd ze zijn. Het is meer een film over een systeem dan een beschuldiging.’

En een film over een afgrijselijke plek: de kantoortuin.

‘Ja, ik wilde dat iedereen, van welk kantoor dan ook, er iets in zou herkennen. Dat je na het zien van The Assistant de volgende dag op kantoor komt en denkt: poeh, hoe kunnen we het hier verbeteren? Hoe maken we het hier eerlijker voor iedereen? 

‘Ik wilde ook geen filmmuziek: geen muziekklanken om de emoties van de kijker te sturen of te versterken. Het moest klinken als een authentiek kantoor, maar dat zoemen van de printer, de fax en ga zo maar door moest de spanning in de film ook verhogen. Ik ben daar zo trots op, hoe de geluidsmensen dat voor elkaar hebben gekregen. Maar ja, nu zit ineens vrijwel niemand nog op kantoor, vanwege het virus. Wat dat betreft is het een heel vreemd moment voor deze film.’

Kitty Green

Kitty Green (36) studeerde film en televisie in Melbourne, maar maakte vooralsnog geen films in haar geboorteland Australië. Voor haar documentairedebuut Ukraine Is Not a Brothel, over de activisten van Femen, trok ze naar Oekraïne, waar haar oma vandaan kwam. Haar tweede documentaire, Casting JonBenet (te zien op Netflix), was een eerste halve stap naar fictie. Green onderzocht de impact van en de fascinatie voor de onopgeloste moord op een 6-jarig schoonheidskoninginnetje uit Colorado, door inwoners van die staat te filmen tijdens een casting voor een (nooit te realiseren) film over de moord. The Assistant, vanaf deze week te zien in de bioscoop, is haar eerste echte drama. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden