Regisseur Johan Simons is terug: 'Het wordt godverdomme tijd'

Johan Simons regisseerde de groten van de Europese theaters, maar kreeg de afgelopen jaren behoorlijk wat kritiek over zich heen. Zelf was hij evenmin tevreden. Nu is hij terug met twee grote producties naar romans van Houellebecq.

'Als ik hier op een bankje aan de Waal zou gaan zitten, zou ik omvallen.' Beeld Marcel Wogram

Proloog

In de voortuin van het huis van Johan Simons in Varik (Gelderland) staan tulpen in alle kleuren van de Keukenhof, een net uitgebloeide magnolia en een grote BMW met Duits nummerbord. In deze rustieke dorpsstraat aan de Waal wonen hij en zijn vrouw, actrice Elsie de Brauw.

De theatermaker doet open, gekleed in een blauwe Adidas trainingsbroek en zwart vest. De Brauw is niet thuis, zij speelt vanavond in Rotterdam de voorstelling Calcutta, vastenavond, geregisseerd door hun zoon Warre Simons. Hij laat de tuin zien waar net een nieuwe grasmat is aangelegd, de vorige was door mollen vernield. 'Als er één mol dood gaat, komen er tien op de begrafenis waarvan er negen blijven hangen.'

Boven het aanrecht in de enorme woonkeuken van deze voormalige dorpsschool hangt in rode neonletters het woord HOLLANDIA, Simons roemruchte Noord-Hollandse theatergroep van weleer. Boven de wijnkoelkast een foto van Jeroen Willems, de in 2012 overleden acteur die veel met Simons heeft gewerkt.

De theatermaker staat aan de vooravond van een grote nieuwe productie: het tweeluik Platform en Onderworpen, naar de romans van Michel Houellebecq. Platform is een remake van twaalf jaar geleden, Onderworpen is nieuw en gebaseerd op Houellebecqs recente boek Soumission (2015).

Deze zomer vertrekt Simons (70) bij NTGent en vindt tevens de laatste editie plaats van de RuhrTriënnale, waarvan hij drie jaar lang intendant was. Tijd voor een gesprek, waarbij de gastheer tussen de bedrijven door zelf kookt: broccolisoep met geitenkaas, rode mul met voorjaarsgroenten en een kaasplankje toe.

Boeken

In Onderworpen werkt Johan Simons samen met co-regisseur Chokri Ben Chikha, afkomstig van het Gentse theatercollectief Action Zoo Humain. 'Ik ben al jaren gefascineerd door Houellebecq. Ik zie veel Franse televisie en daar wordt hij weggezet als een goedkope, gevaarlijke provocateur. Maar lees eerst zijn boeken! De schrijver en de inhoud van zijn werk zijn twee verschillende zaken.'

Eerste bedrijf: Houellebecq, toen en nu

Toen Platform in 2005 in première ging, waren vriend en vijand het erover eens: dit is een magistrale voorstelling over urgente zaken. Over de teloorgang van de westerse, decadente consumptiemaatschappij aan de hand van een tragische liefdesgeschiedenis, met als decor een seksresort in Thailand. En een terroristische aanslag als aangrijpend slotakkoord. In Onderworpen gaat Houllebecq een stap verder. Het is 2022 en Frankrijk krijg een regering waarin de Moslimbroederschap de macht overneemt. Een cynische toekomstvisie? Een bijtende satire? Of de bekende Houellebecq-provocatie?

Simons: 'Toen wij in 2005 Platform maakten was het nog een ver-van-mijn-bedshow. De aanslagen waren in het Midden-Oosten, Azië en Afrika. Maar nu, twaalf jaar later is alles dichtbij gekomen. We hebben er in Europa bijna dagelijks mee te maken. In Onderworpen speelt religie weliswaar een grote rol, maar de islam is voor Houellebecq een aanleiding het te hebben over waar het hem wezenlijk om gaat: namelijk dat het in onze over-geïndividualiseerde, neoliberale westerse samenleving aan warmte en saamhorigheid ontbreekt. De vrijheid, gelijkheid en broederschap van de Franse revolutie heeft geleid tot een gebrek aan trots op onze waarden, er is geen plaats meer voor iets als mythe en mysterie.

Michel Houellebecq (61), Frans dichter, toneelschrijver en filmregisseur. Beeld Diego Lafuente

'Daarnaast is het idee dat je religie in onze samenleving buiten de deur kunt houden kolder. Begrijp me goed: ik zou nooit in een islamitische maatschappij kunnen leven, maar als je het positief wilt zien, kan de islam een injectie zijn om onszelf opnieuw af te vragen hoe wij met onze vrijheid om moeten gaan.

'Houellebecq gebruikt de islam om zijn eigen ongeluk te tonen: 'Mijn lichaam kan geen bron van genot meer zijn, maar nog wel een bron van pijn' - die zin is veelzeggend. Je kunt dat terugvoeren op de westerse maatschappij van nu. Nee, ik vind hem geen anti-islamschrijver, geen cynicus, ik vind hem een romanticus. Zijn boeken zijn een schreeuw om liefde. Deze voorstelling bevat brandbaar materiaal, het is een precair onderwerp, dat realiseer ik me terdege. Je maakt maar zelden in je leven dit soort theater. Dan gaat het niet meer over een mooie regie of fantastische spelers, maar over: wauw, wat hebben we nu toch gezien!

'Ik heb Houellebecq één keer ontmoet en hij is totaal verknipt. Hij loopt als een oude man, er zitten voortdurend ontploffingen in zijn hoofd. Hij zat zwijgend tegenover me en rookte de ene na de andere sigaret. 'Man, kom op, jij wordt multimiljonair met die oplage van je boeken!', zei ik tegen hem en toen brak het ijs en is hij gaan praten. Hij zei dat hij zichzelf lelijk vond en daarom nooit een vrouw zou kunnen krijgen. Maar dat hij in zijn fantasie alles kon bedenken en dat hij daarom schrijver was geworden. Dat vond ik mooi en het is voor mij de essentie van zijn schrijverschap: het centraal stellen van de liefde.

'In Onderworpen toon ik de bittere kanten en het gevaar van de islam, maar ook de magie en de mystiek ervan. Ik neem geen stelling, ik ben de maker, ik toon alleen. Ik wil dat het publiek zelf gaat nadenken over wie wij eigenlijk zijn en waarin wij als westerse samenleving tekortschieten. Ik weet dat mijn werk soms wat zwaar op de hand is, maar ik denk dat ik hier de goede snaar heb geraakt en er valt absoluut ook te lachen. Het zal zeker controversieel worden maar ook behapbaar.

Scene uit Onderworpen. Beeld Phile Deprez

'Ik wil af van al dat zware dramaturgentheater, ik wil terug naar down to earth. Ja, dit kan een mooie afsluiting worden van mijn periode in Gent. En het wordt godverdomme tijd ook dat ik weer eens mijn tanden laat zien. Zoveel heb ik er eerlijk gezegd de laatste tijd niet van gebakken. Behalve dan de opera's Das Rheingold van Wagner en Die Entführung aus dem Serail van Mozart, dat waren gelukkig grote successen.'

Dan pakt hij het script en leest voor: ''Het verleden is altijd mooi en de toekomst trouwens ook. Alleen het heden doet pijn. Je draagt het met je mee als een lijdend gezwel dat je altijd vergezelt, tussen twee oneindigheden van vredig geluk.' Dat is toch een romantisch beeld, nietwaar? Zwart, maar ook romantisch.'

Tweede bedrijf: de tomeloze ambities en wat niet gelukt is

Johan Simons was de afgelopen anderhalf jaar regelmatig in het nieuws, maar niet altijd positief. Na een succesvolle periode als intendant van de Münchner Kammerspiele, keerde hij terug naar NTGent, het gezelschap dat hij vijf jaar daarvoor verlaten had. Met grootse plannen: samen met het op te richten Theater Rotterdam en de RuhrTriënnale wilde hij internationale coproducties maken. Het liep anders en de samenwerking kwam tot op heden nog niet van de grond. Intussen werd hij benoemd bij Schauspielhaus Bochum, waar hij in 2018 als intendant aan een nieuw Duits avontuur begint.

Simons wil te veel macht, is mateloos ambitieus, misschien wel megalomaan en staat de nieuwe generatie in de weg - dat soort geluiden was in theaterkringen te horen.

Scene uit Platform. Beeld Phile Deprez

Simons: 'Echt gekwetst heeft me dat niet, behalve dan de gedachte dat ik de jonge generatie in de weg zou staan. Ik maak juist ruimte voor nieuw talent. Ik heb ze binnengehaald in de RuhrTriënnale, ik begeleid ze in Rotterdam. Maar het is waar: ik heb de afgelopen jaren veel dingen uit mijn handen laten vallen. Toen ik terugkeerde naar Gent, dacht ik: dit is thuiskomen. Maar als je dan vervolgens voortdurend van huis bent, werkt dat natuurlijk niet. Het is mijn eigen schuld, het was te veel, ik was geen vader meer, geen centrum. Er werd van alle kanten aan me getrokken en ik was altijd onderweg.

'Ik wil er nog wel toe doen, ja, ze moeten nog wel rekening met me houden. Dat eergevoel heb ik zeker. Mijn kracht is dat ik zelf misschien geen negen ben, misschien een acht, maar ik omring me met mensen die wél een negen en een tien zijn. Pierre Bokma, Jeroen Willems, Elsie - dat zijn allemaal tienen.

'Ik vraag mezelf ook weleens af waarom ik dit allemaal nog wil. Ik ben daarvoor ook in therapie en ben er intussen achter dat het te maken heeft met een enorme angst voor de dood. Al dat werken en maar doorgaan is een poging de dood te bezweren. Wij woonden vroeger in een klein dorpje en mijn jongere broertje leed aan kroep, waardoor hij moeilijk kon ademhalen. Hij moest voortdurend worden gestoomd. Wij sliepen naast elkaar in een bed en op een gegeven moment vroeg mijn moeder mij 's nachts goed op te letten en meteen te waarschuwen als hij het benauwd kreeg, omdat hij dan dood zou kunnen gaan.

'Mijn moeder was een eenvoudige boerenvrouw en deed dat met de beste bedoelingen, zij wist natuurlijk niet dat dat wreed was. Want voor een kind van 7, 8 jaar is het gruwelijk om naast een jonger broertje te liggen van wie je denkt dat hij doodgaat. Die angst van toen vormt een regelrechte lijn naar de werkdrift van nu: ik moet de dood buiten de deur houden.'

Scene uit Onderworpen. Beeld Phile Deprez

Derde bedrijf: de toekomst en terug naar toen

In augustus 2018 begint Simons dus aan een nieuw avontuur in Bochum, waar hij voor vijf jaar is benoemd. Tot die tijd zit zijn balboekje als gastregisseur behoorlijk vol. In september neemt hij afscheid van de RuhrTriënnale met Cosmopolis van Don DeLillo, een coproductie met NTGent. Komend najaar regisseert hij Radetzkymars naar de roman van Joseph Roth in het Wiener Burgtheater, het grootste Europese theaterhuis, met Pierre Bokma. Daarna volgen regies bij Thalia Theater Hamburg, Opera De Munt in Brussel (Bartoks Koning Blauwbaard, met kostuums van Iris van Herpen) en de Salzburger Festspiele, met de Duitse steractrice Sandra Hüller (uit Toni Erdmann).

'Als freelance theatermaker zou ik inderdaad volop aan de slag kunnen. Toch ga ik weer een theater leiden, met driehonderd mensen in dienst, een ensemble van 27 acteurs en een jaarlijkse subsidie van 21 miljoen. Omdat ik het fantastisch vind onderdeel te zijn van een team en een bedrijf te leiden, dat is mijn lust en mijn leven. Er komen allemaal nieuwe acteurs bij en ik wil werken met regisseurs als Herbert Fritsch uit Berlijn, Lies Pauwels uit Gent en het Franse talent Julien Gosselin.

'Ik ga in Bochum King Lear doen, met Pierre in de hoofdrol. En een Fassbinder-project; hij heeft ooit een tiendelige tv-serie gemaakt: Acht Stunden sind kein Tag. Vijf daarvan zijn er gedraaid, de rest bestaat alleen in scriptvorm. Het speelt zich af in een arbeidersmilieu, in de jaren zeventig. Anna Karenina staat ook op mijn lijst. Dat zijn allemaal grote plannen, maar dat is het voordeel van ouder worden en nog goed bij de tijd zijn: je denkt drie keer na voordat je zoiets gaat doen.

'Bochum behoorde altijd tot de Duitse toptheaters, met intendanten als Claus Peymann en Peter Zadek. Later is het wat in de versukkeling geraakt. Het theater zelf is schitterend, maar de stad is een provinciestad in het Ruhrgebied. Daar hou ik wel van - voor mij is het IJmuiden, Noord-Holland, de tijd van Hollandia. Die periode heeft mij enorm gevormd. Wij gingen de provincie in en speelden op locatie, de mensen uit de stad kwamen naar ons toe. In Bochum gaan we een woongemeenschap beginnen, met een groep mensen in een groot huis waarin ik dan een kamer heb. Als ouwe lul tussen jonge mensen in een woongroep, haha.

'Waarom die Duitsers zo van mij houden? Ik denk omdat ik onberekenbaar ben, omdat ik risico's neem, en dat iets dus ook faliekant kan mislukken. Dat vinden ze geweldig. Na de Tweede Wereldoorlog moest het Duitse theater het volk heropvoeden. Daarom zit die maatschappelijke verantwoordelijkheid er zo ingebakken. Mijn theater heeft ook een rauwe kant, er zit iets onafs in. Het Duitse publiek wil voortdurend worden uitgedaagd, op de proef gesteld, theater mag daar nog een uitputtingsslag zijn. Als ik hier 100 meter verderop op een bankje aan de Waal zou gaan zitten, zou ik omvallen.'

Epiloog

Aan het eind van het interview is het wachten op de thuiskomst van Elsie de Brauw. Op tafel ligt De Toverberg van Thomas Mann en Reis naar het einde van de nacht van Céline. 'Dat wilde je toch doen als zes uur durende monoloog met Pierre Bokma?', vraag ik aan de theatermaker. Zijn reactie doet vermoeden dat dat plan van de baan is. Al die tijd ligt Tinka amechtig hijgend op de grond. Tinka is de hond des huizes, een golden retriever op leeftijd: reuma, moeilijke ademhaling, lieve ogen.

Wanneer de actrice is gearriveerd, volgt een moment van middernachtelijke rituelen: een glas rode wijn aan de keukentafel, groene thee, een sigaretje. Wat vind jij ervan, dat die man altijd maar doorgaat?, wil ik weten. Ze lacht een beetje en lijkt de vraag niet helemaal te begrijpen.

Platform en Onderworpen van NTGent gaat op 23/4 in Stadsschouwburg Amsterdam in première (16.00 uur en 20.30 uur). Tournee t/m 1/7.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden