Interview Jia Zhangke

Regisseur Jia Zhangke: ‘Ik wil de onderliggende reden van geweld onderzoeken’

In zijn nieuwe film Ash Is Purest White beschouwt de Chinese regisseur en scenarist Jia Zhangke de snelle veranderingen in zijn land vanuit een origineel perspectief. Zijn hoofdpersoon komt niet alleen uit een gangstermilieu, maar is ook nog een vrouw.

Filmbeeld uit Ash Is Purest White.

‘Bijna elke dag’, antwoordt Jia Zhangke (48) op de vraag of hij vaak geweld om zich heen zag tijdens zijn jeugd in de noordelijke Chinese provincie Shanxi. ‘Wie de hardste vuisten had, kreeg gelijk. Zo was dat toen ik opgroeide, in de late jaren zeventig en vroege jaren tachtig. Je ging niet naar rechter en je ging niet in discussie. Je gebruikte geweld.’ De Chinese filmmaker, met lodderige blik, oogt niet als een gewelddadig man. Hij glimlacht. ‘Het was eerder zo dat mensen míj sloegen.’

In Jia’s nieuwe misdaadepos Ash Is Purest White komt een vrouw vrij na een lange gevangenisstraf. Ze speurt naar haar man; een ver in de criminele rangorde teruggevallen gangsterbaas, in het gedurende haar straftijd sterk veranderde China. ‘De man in de film leek krachtig. Hij had geld en macht. En toch redde hij het niet. De vrouw is sterker.’ De regisseur koos al vaker voor vrouwelijke hoofdpersonages, net als nu vertolkt door zijn muze en echtgenote, actrice Zhao Tao. ‘Ik ben zelf man. Misschien dat ik daarom in mijn films graag reflecteer op de tekortkomingen van mannen. China is nog altijd een zeer patriarchale samenleving. En Tao… Zij maakt mijn films rijker. Ze speelt graag vrouwen die door het leven zijn verwond.’

Zelf oordelen

Jia zit in de bar van een Rotterdams vijfsterrenhotel achter een kop thee, geschonken uit een thermoskan die zijn Chinese assistent heeft meegebracht – de ober hoeft niet in actie in te komen. Hij filmt al een goede vijfentwintig jaar. En geen landgenoot van zijn generatie filmmakers – of die erna – geniet zoveel status als hij, binnen én buiten China. Jia Zhangke, de zoon van een schoolleraar en een staatswinkelcaissière uit de mijnstreek Shanxi. Doorgedrongen tot de prestigieuze filmacademie van Peking en eind jaren negentig vlot opgemerkt door de internationale filmwereld. Winnaar van de Gouden Leeuw in Venetië voor Still Life, zijn drama uit 2006 over de gedwongen migratie bij de bouw van de Drie Kloven Dam. Jia filmde eerste een poosje naast de officiële instanties; zijn films werden vertoond in het Chinese achterafcircuit. Hij is een liefhebber van de lange take: een ononderbroken maar perfect gebalanceerde opname, die volgens de filmmaker ‘democratischer’ is dan een in stukjes gehakte montage vol opzichtige accenten. ‘In de oudere Chinese propagandafilms werd het publiek altijd nadrukkelijk een mening voorgelegd: dit is waar jullie in moeten geloven. Ik voorzie de kijker liever van de mogelijkheid zelf te oordelen.’

Met de internationale erkenning voor zijn films kwam ook de bemoeienis van de Chinese overheid, maar anders dan sommige van zijn collega’s slaagt Jia erin overeind te blijven bij die staatsdruk, zonder gevoelige onderwerpen te schuwen. Hij is de chroniqueur van China’s groeipijn, het tijdsgewricht waarin de samenleving sneller verandert dan menig Chinees kan bijbenen.

Culturele revolutie 

‘In de jaren tachtig, toen ik jong was, kwam China net uit de culturele revolutie. (de door Mao Zedong ingezette Marxistische beknotting, die tot ver in de jaren zeventig duurde, red.) Heel lang was er geen westerse muziek, of westerse films of filosofie, en ineens was het er allemaal wel. Elke dag ontdekten we iets nieuws. Pas later, toen ik wat ouder was, realiseerde ik me hoe vreemd het eigenlijk was. Dat we in tien jaar verstouwden waar andere landen vijftig, soms wel honderd jaar over deden.’

Westerse discomuziek bijvoorbeeld, figureert nadrukkelijk in Jia’s films: dansende Chinezen op Y.M.C.A. van Village People, of Go West (tevens Village People) in de uitvoering van The Pet Shop Boys. ‘In de jaren negentig was disco een periode de allerpopulairste muziek in China: het gaf een gevoel van vrijheid, zelfs al hadden de meeste mensen geen idee waar die liedjes precies over gingen.’

Jia Zhangke. Beeld Adriaan van der Ploeg

Xi Jinping, China’s huidige en zeer stevig in het zadel gezeten president, sprak in zijn eerdere functie als provinciaal partijsecretaris tijdens een diplomatendiner eens lovend over enkele van Jia’s films, zo leerde een door Wikileaks vrijgegeven document. Dat betekent niet dat de cineast geen problemen ondervindt met de censuurafdeling van het Chinese filmbureau. A Touch of Sin, zijn in 2013 in Cannes met de prijs voor beste scenario bekroonde vierluik over verscheidene waargebeurde Chinese geweldsdelicten, werd in eigen land bij overheidsbesluit uit de bioscoop geweerd. Ook instrueerde men de Chinese pers geen aandacht aan deze film te schenken. Gevraagd naar de perikelen met de censuur, formuleert Jia meestal geen al te lange antwoorden: hij weet zelf ook niet altijd wat nu wel of niet mag, maar zegt ‘te waken voor zelfcensuur’.

Geweld 

Ash Is Purest White – weer wel gewoon uitgebracht in de Chinese bioscoop - telt één cruciale en snoeiharde gevechtsscène, maar is verder niet bijzonder gewelddadig. ‘Als ik geweld toon in een film, wil ik ook de onderliggende reden van dat geweld onderzoeken. Je zou denken dat geweld minder zou voorkomen in een moderne samenleving. Maar het is er nog steeds. Hoe komt dat?’

Zijn nieuwe gangster-relatiedrama speelt zich af in de wereld van de jianghu, oorspronkelijk de verzamelnaam voor de verborgen, laagste Chinese klasse. Degenen die buiten de normale samenleving stonden: bedelaars, misdadigers, rondreizende genezers, vechtkunstenaars. Een wereld met eigen codes, die van meester op leerling werden doorgegeven. ‘Daarin geldt een eigen logica. Geweld is gewoon een middel, dat is hoe het werkt. Jianghu is een vrij complex begrip. Het staat voor de groep die zich afzet van de gevestigde orde. Maar het betekent tevens dat je weggaat van huis, dat je de wereld intrekt om je geluk te beproeven. Tijdens de culturele revolutie was dat verboden: Chinezen mochten niet op eigen houtje reizen.’

In 1999 bezocht Jia voor het eerst Nederland, als gast van International Film Festival Rotterdam. ‘Onvergetelijk, was dat. Rotterdam vormde toen een grote stuwende kracht onder de onafhankelijke Chinese cinema. Allerlei Chinese filmmakers kwamen hier heen om hun nieuwste films de wereld in te sturen. In China zagen we elkaar niet zo veel, maar in Rotterdam konden we praten en ideeën uitwisselen. Ik weet nog dat ik hier een masterclass van Hou Hsiao-hsien bijwoonde (de Taiwanese filmgrootmeester, red.). Ik luisterde goed, om van hem te leren. Het was guur en nat in Rotterdam, net als vandaag. Maar dat gaf niks.’

Pingyao Filmfestival

Sinds 2017 runt filmmaker Jia Zhangke (48) in China zijn eigen jaarlijkse internationale festival voor onafhankelijke cinema, in de Noordelijke stad Pingyao. Met Marco Müller als artistiek directeur, de oud-voorman van de festivals van Rotterdam en Venetië. ‘De situatie van onafhankelijke Chinese filmmakers blijft ingewikkeld. Voor sommige films is nu wat meer ruimte, die hebben weinig last van de censuur. Tegelijk zijn er ook iets scherpere titels die juist wel clashen. Festivals genereren aandacht: dat is noodzakelijk, want anders dan hun commerciële collega’s hebben onafhankelijke filmmakers vaak geen geld voor promotie.’

Lees hier de recensie van Ash Is Purest White:

Ash Is Purest White is een mooie reflectie op broederschap, eer en traditie in het snel veranderende China ★★★☆☆ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden