Interview

Regisseur Jetske Mijnssen: ‘In opera zoek ik wat mensen ten diepste drijft’

Jetske Mijnssen (51) regisseert vanaf 16 mei drie opera’s van Donizetti bij De Nationale Opera. Eindelijk, want in het buitenland is ze gevierd.

Operaregisseur Jetske Mijnssen: ‘Het duurt lang voor ik de sleutel tot een opera vind.’ Beeld Lin Woldendorp
Operaregisseur Jetske Mijnssen: ‘Het duurt lang voor ik de sleutel tot een opera vind.’Beeld Lin Woldendorp

Eind april liep regisseur Jetske Mijnssen de studio binnen waar het Koor van De Nationale Opera repeteerde. Ze wilde even de club gedag zeggen waarmee ze ging toewerken naar het programma Donizetti Queens in Concert. Die concertstream, te zien op 16 mei, vormt de opmaat tot een Donizetti-trilogie die Mijnssen de komende seizoenen in Amsterdam ensceneert.

De ontmoeting liet haar niet onberoerd, zegt ze een week later in de ontzielde foyer van Nationale Opera en Ballet. ‘Ik realiseerde me dat het alweer twintig jaar geleden was dat ik voor het laatst met het koor heb gewerkt. Toen, in 2001, was ik regieassistent. Het was fijn om er even bij stil te staan en het tegenover de zangers ook te benoemen.’

Emotioneerde het u?

‘Ja, het ontroerde.’

Wat zat daarachter?

‘Ik kwam thuis in het theater waar ik ben opgegroeid.’

Insiders zaten er al jaren op te wachten. Wanneer debuteerde ze nou bij De Nationale Opera, de vrouw die prijswinnende voorstellingen had gemaakt in Duitsland en Frankrijk, die opviel door haar psychologische graafvermogen, die mensen, goden en geknakten kneedde tot wezens van vlees en bloed?

Over mogelijke hobbels op de weg naar Amsterdam wil Jetske Mijnssen (51) weinig kwijt. ‘Laat ik het zo zeggen: ik ben eerder gevraagd, maar qua agenda kwam het nooit uit. We hebben jaren om elkaar heen gedanst, pas nu greep alles in elkaar.’

Het telefoontje vergeet ze nooit. Sophie de Lint belde, sinds 2018 is ze de artistiek directeur van De Nationale Opera. ‘Ik liep op het strand met de hond. Vanuit het niets vroeg Sophie of ik de drie Tudoropera’s van Donizetti wilde doen. De wereld die zich opende, het vertrouwen dat eruit sprak – het was zo’n moment waarop je je diep gelukkig voelt.’

Waren de agenda’s het enige struikelpunt?

‘Het had er ook mee te maken dat regisseren voor mij ongelooflijk intensief werk is. Ik heb jarenlang niet meer aangenomen dan twee producties per seizoen.’

Wat maakt het intensief?

‘Het duurt lang voordat ik de sleutel tot een opera vind. Dat is een traject van lezen en luisteren, sluiproutes zoeken en dwaalwegen vinden. Daar komt bij: in een repetitieperiode ben je wekenlang van huis. Met twee jonge dochters vond ik dat best ingewikkeld. Vroeger had ik na een première ook minstens twee maanden nodig om weer op te laden.’

Die regie over eigen leven moet u leuke klussen hebben gekost.

‘Het waren soms pijnlijke afwegingen. Niet iedereen in het vak begreep dat, volgens sommigen kon ik een carrière wel vergeten. Terugkijkend denk ik dat het de kwaliteit van mijn werk juist heeft verhoogd. Het gaf me rust en concentratie.’

Jetske Mijnssen ontdekte haar vak via een troostprijs. Op de Vrije School had ze een hoofdrol willen zingen in Henry Purcells barokopera Dido and Aeneas. Bij gebrek aan een goede zangstem kreeg ze de regie. Het maakte zo veel in haar wakker dat ze naast Nederlands ook theaterregie ging studeren.

Dat ze wellicht iets eigens te bieden had, begreep ze tijdens een workshop in Brussel bij de Duitse operaregisseur Willy Decker. ‘Dat was in het jaar 2000, we deden Verdi’s Otello. Midden in de week kwam Decker naar me toe. Jetske, zei hij, zoals jij over Desdemona praat, dat geluid wil ik vaker horen. Jij móét in het operavak.’

‘Volgens sommigen kon ik een carrière wel vergeten.’ Beeld Lin Woldendorp
‘Volgens sommigen kon ik een carrière wel vergeten.’Beeld Lin Woldendorp

Wat bedoelde hij precies?

‘Dat weet ik nog steeds niet.’

Een vrouwelijke blik misschien?

‘Kan zijn, maar op dat moment begreep ik er niets van. Ik dacht: als je bij Desdemona een beetje tussen de regels door leest, dan zíé je toch hoe die vrouw in elkaar zit?’

Jetske Mijnssen fileert een operatekst met chirurgenogen, schreef NRC Handelsblad. De Volkskrant schreef haar het vermogen toe tot ‘averechts librettolezen’. De spijker op z’n kop, vindt Mijnssen. ‘Ik zoek altijd naar de subtekst van een rol. Wat zijn de angsten en onzekerheden van een personage, waar zit de diepere laag? Ik zal met opera nooit een politiek of maatschappelijk statement maken, mij interesseert wat mensen ten diepste drijft.’

Dan is ze aan het goede adres bij de Tudorkoninginnen die haar aandacht de komende seizoenen in Amsterdam opeisen: Anne Boleyn, Mary Stuart en Elizabeth I. Ze zetten drie belcanto-opera's onder spanning waarmee Gaetano Donizetti in de jaren na 1830 successen vierde: Anna Bolena, Maria Stuarda en Roberto Devereux (vernoemd naar Elizabeths minnaar). De Netflixserie The Crown verbleekt bij de intriges waarin de vorstinnen verstrikt raken.

Omschrijft u hen als sterke vrouwen?

‘Ja, al kon Anne Boleyn er vanwege de mores van haar tijd geen kant mee op. Ze bereikte de troon met seksualiteit als machtsmiddel. Haar dochter Elizabeth I heerste over een wereldrijk. En Mary Stuart, Elizabeths halfzus, maakte aanspraak op de kronen van Schotland, Frankrijk en Engeland.’

Zag Donizetti hun kracht?

‘Nee, hij plaatst ze in een 19de-eeuwse traditie van de vrouw als slachtoffer. Hij laat Anne Boleyn als een schuldeloze heilige onthoofden. En Mary Stuart had misschien wat dingetjes verkeerd gedaan, maar als devoot katholiek werd ze geofferd op het Anglicaanse altaar.’

Klinkt eendimensionaal.

‘Gelukkig zie ik tussen de kieren van muziek en tekst door genoeg aanknopingspunten om er interessante personages van te maken. Ook van de mannen trouwens. Neem Hendrik VIII, zo’n beetje de grootste vrouwenagressor ooit. In Anna Bolena zingt hij een duet met zijn derde vrouw, Jane Seymour. In die muziek zit een ongelooflijke onzekerheid en gekwetstheid. Vrouwen, zegt Hendrik, houden alleen maar van mij om de kroon, niet om wie ik ben.

‘De bas die de rol zingt in de concertstream, Roberto Tagliavini, maakte die passage eerst groot. Dat paste niet. Nu houdt hij het klein en klinkt er opeens een prachtig miniatuurtje van verdriet.’

Wordt er in de stream ook geacteerd?

‘Nee, vanwege het coronaprotocol mogen de zangers niet te dicht bij elkaar in de buurt komen, laat staan elkaar aanraken. Het wordt een aangekleed concert met hoogtepunten uit de drie opera’s. Als regisseur zit ik natuurlijk met gebonden handen, tegelijkertijd is het een nuttige voorbereiding op de trilogie. Met de zangers en de dirigent kan ik praten over de muziek, de personages en hun innerlijk leven.’

Gaat het intussen de goede kant op met vrouwen in het operavak?

‘We zijn stevig in opmars, van intendanten tot regisseurs en dirigenten.’

Verandert dat de werkcultuur?

‘Die wordt over de hele linie minder hiërarchisch. De dialoog krijgt meer kans, ook onder mannelijke kunstenaars. Toen ik in de jaren negentig als assistent begon, was een dirigent nog echt de maestro. En de regisseur een bullebak die door de microfoon stond te schreeuwen.’

‘Ik zoek altijd naar de subtekst van een rol.’ Beeld Lin Woldendorp
‘Ik zoek altijd naar de subtekst van een rol.’Beeld Lin Woldendorp

Donizetti Queens in Concert. Solisten, Koor van De Nationale Opera en Nederlands Kamerorkest o.l.v. Enrique Mazzola. Betaalde concertstream op 16/5 om 19.00 uur vanuit Nationale Opera en Ballet, Amsterdam, operaballet.nl (de stream is 48 uur beschikbaar).

Jetske Mijnssen in tien opera’s

2002 Henze, Pollicino (De Nederlandse Reisopera)

2004 Weill, Die Dreigroschenoper (Opera Zuid)

2008 Rossini, De barbier van Sevilla (Opera Zuid)

2010 Puccini, Madama Butterfly (Bazel)

2014 Massenet, Werther (Saarbrücken)

2016 Rossi, Orfeo (Nancy)

2017 Tsjaikovski, Jevgeni Onjegin (Graz)

2019 Rameau, Hippolyte et Aricie (Zürich)

2021 Janácek, Katja Kabanová (Berlijn)

2022 Donizetti, Anna Bolena (De Nationale Opera)

Componist Gaetano Donizetti (1797-1848).  Beeld Getty Images
Componist Gaetano Donizetti (1797-1848).Beeld Getty Images

Donizetti en het belcanto

‘Mijn woedeaanvallen zijn begonnen, en ook de razernij, de hartzeer en de doodsangsten.’ In de aanloop naar elke première werd de aimabele Gaetano Donizetti (1797-1848) een en al zenuwen. Desondanks schreef hij ongeveer zeventig opera’s – duizelingwekkend veel, ook in een tijd waarin geflopte werken werden gerecycled in nieuwe stukken.

Van de tragische Lucia di Lammermoor tot de komische knaller L’elisir d’amore, zijn opera’s zitten barstensvol zoetvloeiende melodieën. Samen met Gioacchino Rossini en Vincenzo Bellini vormt hij het gigantentrio van het belcanto. Belcanto (mooie zang) was de heersende Italiaanse operastijl gericht op klankschoonheid en virtuositeit in de eerste helft van de 19de eeuw. De bijbehorende zangtechniek – vlekkeloos gebonden kunnen zingen, en het beheersen van een arsenaal aan versieringen – wordt ook belcanto genoemd.

Aan het begin van zijn carrière moest Donizetti hard werken. Het componeren ging hem makkelijk af, veel makkelijker dan het omgaan met onredelijke impresario’s en verwende zangeressen, die soms tien keer zo veel verdienden als de componist. Maar ook toen hij de top had bereikt bleef hij doorgaan als een bezetene, waarschijnlijk aangejaagd door de ziekte die een grote schaduw over zijn leven zou werpen.

Donizetti werd geboren in een kelderwoning zonder ramen in Bergamo. Gelukkig kon de begaafde Gaetano naar een muziekschool voor behoeftige kinderen, waar hij de beste leerling werd van de Duitse componist Johann Simon Mayr. Toen de andere docenten hem van school wilden wegsturen vanwege zijn gebrekkige stem, kwam Mayr voor hem op. Hij werd Donizetti’s mentor, weldoener, beste vriend en ‘tweede vader’.

Zijn eerste successen boekte Donizetti in het zuiden. Vooral in Napels, waar hij zich vestigde, droeg het publiek hem op handen. Maar hij kreeg ook te maken met ontoereikende financiering, wanbeleid en de conservatieve censors, die geen politiek gevoelige thema’s of bloederige moorden op het podium wilden zien.

Milaan, daarentegen, had geen probleem met gewelddadige ontknopingen. In 1830 werd Donizetti aldaar met Anna Bolena in een klap wereldberoemd. Met het afbreken van onzinnige conventies was hij allang bezig. Bijvoorbeeld, met wat hij noemde ‘het juk van de finales’, de regel dat elke akte met een ensemble moest eindigen. De handeling, niet de traditie, zou de muzikale vorm bepalen.

Inmiddels was Donizetti getrouwd met de Romeinse Virginia Vasselli. Vóór het ‘succes, triomf, delirium’ van Anna Bolena, hadden ze na een moeilijke zwangerschap een zoontje verloren. Donizetti was zelf kort daarvoor heel ziek geweest. Waarschijnlijk had hij syfilis opgelopen en zijn vrouw besmet. Geen van hun drie baby’s overleefde en de laatste bevalling, in 1837, werd Virginia fataal. Zwaar aangeslagen stortte Donizetti zich op zijn werk.

Later dat jaar vielen de Parijzenaren als een blok voor Lucia di Lammermoor. Donizetti verhuisde naar Parijs. In rap tempo vloeiden nieuwe werken en Franse bewerkingen uit zijn pen. Bij de prestigieuze Opéra kon hij nu het vorstelijke bedrag van 10.000 frank per opera krijgen.

Rond 1843 begon de syfilis haar verwoestende rooftocht op zijn lichaam en geest. Hij stierf op 50-jarige leeftijd in Bergamo in het bijzijn van oude vrienden. De meeste van zijn opera’s raakten in vergetelheid, maar in de jaren vijftig van de vorige eeuw ontstond er een belcanto-revival, aangevoerd door de sopraan Maria Callas. Tot op vandaag worden werken van Donizetti afgestoft en herontdekt.

Jenny Camilleri

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden