Recensie Ad Astra

Regisseur James Gray maakt van zijn sciencefictionfilm Ad Astra toch een typische Grayfilm ★★★☆☆

Ad Astra moet het niet hebben van spectaculaire ruimtevaartscènes, maar biedt eerder een sombere, introspectieve kijk op de ruimte. 

Brad Pitt in Ad Astra Beeld François Duhamel

De nabije toekomst is een tijd vol ‘hoop en conflict’, zo lezen we tijdens de opening van het ambitieuze sciencefictiondrama Ad Astra. De mens heeft zijn kolonialiserende tentakels uitgeslagen naar de ruimte. De maan is zowel toeristische bestemming als bron van bodemschatten. Op Mars is een station gevestigd waar men beslist over verdere verkenning van de ruimte. Hiervandaan vertrekken bemande vluchten naar het peilloos verre Neptunus.

De vader van topastronaut Roy McBride reisde jaren geleden mee met de eerste bemande vlucht naar de uiterste randen van ons zonnestelsel, om nooit weer terug te keren. Na een reeks incidenten vermoeden McBrides superieuren onheil: de oude McBride (Tommy Lee Jones) heeft wellicht bewust het contact met aarde verbroken. Mogelijk waant hij zich een God tussen de sterren, vormt-ie zelfs een directe bedreiging voor het leven op aarde.

Zoon Roy, toonbeeld van rust en ratio (Brad Pitt speelt hem precies onderkoeld genoeg), wordt ingeschakeld om zijn vader tot de orde te roepen, mocht de man nog in leven zijn. Daarmee ontpopt Ad Astra zich tot de ruimteversie van de novelle Heart of Darkness van Joseph Conrad, waarop Francis Ford Coppola zijn Vietnamklassieker Apocalypse Now baseerde.

Ad Astra is gemaakt met een voor dit type film bescheiden budget van zo’n 80 miljoen dollar. Waarschijnlijk kunnen de ruimtevaartscènes zich mede als gevolg daarvan niet meten met vergelijkbare recente films. In de Neil Armstrong-biopic First Man (2018) wordt reizen door de ruimte met al het geraas en gerammel intenser in beeld gebracht. In ruimterampenfilm Gravity (2013) zijn de ruimtevaartscènes zo artistiek en sierlijk dat je als kijker zelf haast een gevoel van gewichtloosheid ervaart. De dynamiek van wormgaten- en tijdreisfilm Interstellar (2014), waarin soepel wordt gewisseld tussen verstilling en spektakel, wordt ook niet gehaald in Ad Astra.

De Amerikaanse regisseur en scenarist James Gray (We Own the Night, The Lost City of Z) staat een wat sombere, introspectieve sfeer voor ogen. Hij slaagt er met zijn Nederlandse cameraman Hoyte van Hoytema goed in die voor het voetlicht te krijgen: nooit was Mars zo schitterend dofrood van het stof. En wie een maanrover in zwaartekrachtloze slow motion uit elkaar wil zien spatten tijdens een miraculeuze achtervolging met een stel maanpiraten, wordt hier op zijn wenken bediend.

Soms loopt de film door al zijn soortelijk gewicht een beetje vast en zijn de productionele problemen waarmee Gray kampte (de première werd een half jaar uitgesteld) zichtbaar. De eindeloos filosoferende voice-over van Pitt (‘de mens is een wereldeter’), het allengs stijgende gebrek aan fysieke logica – die elementen hadden anders gemoeten.

Toch is het bewonderenswaardig hoe Gray, gespecialiseerd in fraaie, trage, ietwat gewichtige en dikwijls in een misdaadmilieu gesitueerde familiedrama’s, van zijn sciencefictionuitstapje een typische Grayfilm maakt. De band tussen vader en zoon en alle bijbehorende vragen over vertrouwen, angst, liefde, veroveringsdrang en erfzonde staan centraal, en die relatie krijgt hier dankzij de afstand tussen beide personages zelfs mythische status.

Ad Astra

Sciencefiction

★★★☆☆

Regie James Gray.

Met Brad Pitt, Tommy Lee Jones, Ruth Negga, Donald Sutherland, Liv Tyler.

123 min., in 107 zalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden