Interview Gustav Möller

Regisseur Gustav Möller over zijn akelig spannende telefoonthriller Den Skyldige: ‘Vanuit Hollywood is al interesse getoond voor remakes’

De razend spannende debuutthriller Den skyldige van Gustav Möller (30) werd in slechts dertien dagen opgenomen. Wat maakt die Denen toch zo goed?

Gustav Möller

Alles wat je nodig hebt voor een film is een meisje en een pistool, propageerde regisseur Jean-Luc Godard in de jaren zestig. De Deense thriller Den skyldige (The Guilty), over een telefonist van een meldkamer die een ontvoerde vrouw aan de lijn krijgt, stut op twee alternatieve basisingrediënten: een bureau en een telefoon.

Regisseur en scenarist Gustav Möller (30), aan de telefoon vanuit Kopenhagen: ‘Alles wat je nodig hebt, is de ­verbeelding van de kijker, zou ik zeggen. Er komt meer bij kijken dan dat bureau en die telefoon. Het verschil tussen Den skyldige en veel andere films is dat je de beelden zélf schept, in je hoofd. Er zít een meisje in Den skyldige. En ook een pistool. Alleen zie je ze niet op het bioscoopdoek.’

Vrijuit praten of schrijven over Möllers slim opgebouwde, akelig spannende speelfilmdebuut gaat niet: achter elk woord loert een spoiler. ‘Ik ben daar zeer op ­bedacht in interviews’, zegt de Deen. Wie vooraf niets over de film wil lezen, maar toch een extra zetje behoeft om de filmzaal op te zoeken, kan toe met de droge feiten:

1) Den skyldige won eerder dit jaar de publieksprijs van het Amerikaanse Sundance filmfestival. 2) En ook de publieksprijs van het Rotterdamse IFFR. 3) Möllers debuut is aan meer dan honderd landen verkocht en wordt dit najaar uitgebracht in de Amerikaanse bioscopen. 4) Dit is uitzonderlijk.

Net als zijn producent Lina Flint en co-scenarist Emil ­Nygaard Albertsen studeerde Möller in 2015 af aan Den Danske Filmskole. Het plan voor hun telefoonthriller ­ontstond in het laatste jaar van de opleiding. ‘Ik stuitte bij toeval eens op een YouTube-filmpje van een echte nood­oproep, van een gekidnapte vrouw in Amerika. 20 minuten duurde het, zó spannend. Het was alsof ik alles voor me zag, terwijl ik slechts stemmen hoorde. Dat leek me een geweldig dramatisch middel. En wat als het beeld in je hoofd kantelt, gaandeweg?’

Ter voorbereiding maakten Möller en co-scenarist Albertsen enkele nachtdiensten mee in een meldkamer. ‘De agenten zitten er in uniform, met hun pistolen – dat wist ik niet. Het gesprek in de film met een dronken meisje dat belt ­omdat ze van haar fiets is gevallen, hebben we direct uit de werkelijkheid gekopieerd. Maar belangrijker voor de film was het contrast dat we ontwaarden: die agenten komen via de telefoon heel dicht bij trauma’s en ­geweld, terwijl ze geografisch gezien op afstand blijven. Zo kreeg ons hoofdpersonage vorm: voor welke agent zou dit ­contrast het frustrerendst zijn?’

In Den skyldige is agent Asger Holm (acteur Jacob Cedergen, bekend van The Killing en Submarino) tijdelijk verbannen naar de meldkamer, hangende een onderzoek naar zijn functioneren als rechercheur. Holm kijkt neer op de alledaagse telefoontjes. Hij leeft pas op als hij – heel kort – een door haar ex-man ontvoerde vrouw aan de lijn krijgt, die heimelijk belt. Die vrouw móet hij redden, al dan niet volgens het boekje.

Möller en zijn scenarist spelen een duivels spel met de informatie: we weten nooit meer dan de bellende ­politieagent. Holm tracht de vrouw op te sporen, zonder haar in gevaar te brengen. Anders dan in standaardthrillers, valt de schuldige in Den skyldige niet zomaar aan te wijzen.

‘Er bestaan meer telefoonfilms’, zegt Möller. Hij noemt Locke (2013), met Tom Hardy als in de problemen geraakte bouwbaas en overspelige echtgenoot, bellend vanuit zijn auto. En Phone Booth (2003), met Colin Farrell als onder schot gehouden pr-agent en overspelige echtgenoot, ­bellend vanuit een telefooncel. Films die net als Den skyldige eenheid van plaats en tijd kennen. ‘Sommige van die telefoonfilms zijn heel goed, maar het draait daarin alleen om de stem aan de andere kant van de lijn. Wat je níét hoort is atmosfeer: voetstappen op de achtergrond, een klop op de deur. ­Geluiden die maken dat je zelf je beelden gaat creëren.’

In Möllers film zit een geraffineerde wending verstopt, zo’n klassieke filmtwist die een volle filmzaal doet op­veren – ho, wat is dát!? ‘Eerlijk gezegd hou ik niet zo van zulke twists. Ze geven je vaak het gevoel dat alles wat je daarvoor zag er ineens niet meer toe doet. Maar deze draai komt voort uit de personages. Het is niet de hand van God die ingrijpt. Ik denk ook dat Den skyldige meer betekenis krijgt als je de film een tweede keer kijkt.’

Variety noemde Den skyldige een film die ‘meer dan een paar’ Hollywoodbonzen zou kunnen interesseren. En als het Amerikaanse filmblad zoiets schrijft, is Hollywood meteen wakker. ‘Er is inderdaad interesse ­getoond’, zegt Möller. ‘Voor mij als filmmaker, maar ook voor remakes. Maar we zien wel. Een goede remake moet iets toevoegen, vind ik. Als het alleen om een andere taal gaat, zie ik geen reden.’

Den skyldige Beeld Filmstill

De opnamen van Den skyldige besloegen slechts dertien draaidagen. ‘Heel weinig voor een speelfilm, maar voor déze was het genoeg. De kijker blijft de hele tijd in de meldkamer – een scène buiten die ruimte had de film voor mij geruïneerd. We gebruiken ook heel lange takes, de langste duurt ruim 30 minuten. Zo wordt de stress van Holm voelbaar, in real time.’

Möller liet zich inspireren door Dog Day Afternoon (1975), de op feiten ­gebaseerde film over een bankoverval van ­Sidney Lumet. ‘Lumet weet dat zweterige, intense gevoel de hele film vol te houden. Al Pacino voert in Dog Day Afternoon een lang telefoon­gesprek. Lumet had de perfecte ­opname, maar vroeg Pacino desondanks het hele gesprek nog eens over te doen. En juist díé take gebruikte hij. Waarom? Omdat de vermoeidheid zichtbaar werd, de irritatie.

‘Dat heb ik precies zo gedaan bij Den skyldige. Amerikaanse film­makers uit de jaren zeventig wilden het publiek uitdagen én vermaken. Dat maakt hun films zo geliefd, ook nu nog. Vaak waren het ook uitstekende karakterportretten. Dat is het soort films dat ik wil maken.’

Möller, zoon van een ingenieur en een verpleger, groeide op in het Zweedse Göteborg (‘het Rotterdam van Zweden’, aldus de filmmaker) en verhuisde op zijn 20ste naar Denemarken, waar hij na een eerdere afwijzing werd toegelaten op de filmacademie. ‘Ik zou mijzelf een Zweedse staatsburger noemen en een Deense filmmaker. In mijn tienerjaren zag ik meer Deense films dan Zweedse. Pusher van Nicolas Winding Refn was mijn favoriet (Deens onderwereldportret uit 1996, het debuut van steracteur Mads Mikkelsen, red.).

‘Maar ik hecht weinig waarde aan de nationaliteit van filmmakers. Ik ben opgeleid in ­Denemarken en werk in de Deense filmindustrie, maar ik wil films maken die overal op de wereld aanslaan.’

Hij is (nog) niet de bekendste Gustav Möller: dat is de in 1970 overleden sociaal- democraat en oud-minister, vaak de vader van de Zweedse verzorgingsstaat genoemd. ‘Geen familie. Mijn doel is hem te verslaan op Google.’

 Schoolvrienden

De producent en de co-scenarist van Den skyldige, Lina Flint en Emil Nygaard Albertsen, kennen elkaar van de Deense filmacademie, waar ze samen met Möller afstudeerden. Het duo werkt onder de paraplu van het Scandinavische filmbedrijf Nordisk. ‘We zitten op 115 duizend Deense bezoekers voor Den skyldige, in vijf weken’, zegt Flint. ‘Heel goed voor een debuut. Maar ik schat dat de ­afgelopen anderhalf jaar zeker vijf Deense debuutfilms ook veel ­publiek hebben getrokken.’  

Volgens Flint was Den skyldige niet moeilijk te financieren. ‘Vrij makkelijk zelfs. Toen we klaar waren met onze studie was er een nieuw initiatief van het Deense filminstituut. Het wilde 24 lowbudgetfilms maken in vier jaar, we konden meteen aan de slag. Het tegenovergestelde van wat je verwacht én van wat ons verteld werd op school: dat het moeilijk zou worden. Het budget was 600 duizend euro (minder dan een Nederlandse telefilm, red.), maar voor deze film was het genoeg. We hadden de crew die we wilden, de set, de acteurs, de camera’s, en voldoende tijd om aan het script en de postproductie te werken. Den skyldige ziet er niet uit als een lowbudgetfilm.’

Waarom is Deense cinema zo goed?

Ook daar heeft Flint een antwoord op: ‘We hebben een traditie. Carl Dreyer, Lars von Trier – dat zijn helden, cineasten die jonge mensen blijven inspireren. Dat is één reden. Een andere is dat we een hele goede filmschool hebben. Een arthouse-filmschool, met aandacht voor individuele filmmakers, waar ze je leren een creatieve ziel te ontwikkelen. En uiteraard is er de financiële ondersteuning van het Deense filminstituut. Maar eigenlijk denk ik dat die eerste twee redenen belangrijker zijn. Het filminstituut heeft zoveel macht dat ik me wel eens afvraag hoe het zou zijn als het er niet was. Zou dat nóg interessantere films kunnen opleveren? Ik geloof dat Deense films wat eenvormig zijn geworden, dat we onszelf kopiëren na de successen in de jaren negentig. Ik ben benieuwd hoe we dat kunnen veranderen. Dat is ook onze taak natuurlijk, als nieuwe generatie.’

Den skyldige is óók het portret van een politieman die worstelt met het puin in zijn leven. Lees hier de recensie van Den Skyldige (vier sterren). 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.