Regisseur Étienne Comar over Django: 'De muziek is het hart van de film'

Een film over de befaamde Sintigitarist Django Reinhardt moet niet gaan over zijn levensloop, maar over zijn muziek. Regisseur Étienne Comar legt uit hoe je tot de kern daarvan doordringt.

De film Django gaat over de muziek die Reinhardt maakte, niet over zijn leven.

Zigeunerjazzlegende Django Reinhardt (1910-1953) had niet zomaar maling aan door de nazi's opgestelde regeltjes waaraan muzikanten tijdens de Tweede Wereldoorlog moesten voldoen. 'Django's optredens waren één grote fuck you', zegt de Franse regisseur en producent Étienne Comar (52), die een film maakte over de oorlogsjaren van de in België geboren en in Franse Sintikampen opgegroeide muzikant.

Zogenoemde 'negermuziek' stond op de lange verbodslijst van de nazi's, dus dat betekende, volgens onnavolgbare logica: geen solo's langer dan vijf seconden, geen ritmisch getik met de voeten, geen gebruik van drums en voor het publiek geen uitbundige danssessies in het gangpad. Comar: 'Django speelde muziek die de nazi's verafschuwden, een geheel eigen vorm van jazz: een combinatie van blues met Afro-Amerikaanse invloeden. Zijn muziek stond symbool voor individuele en creatieve vrijheid.'

Uniek karakter

Het unieke karakter van Reinhardts muziek was deels te danken aan zijn verminkte linkerhand, op zijn 18de opgelopen bij een woonwagenbrand, waardoor hij zijn pink en ringvinger niet kon gebruiken. Hij werd na zijn ongeluk zo'n goede, eigenzinnige en populaire muzikant dat het Duitse regime hem doodleuk uitnodigde tijdens de oorlog op propagandafeestjes in Berlijn op te treden, waar hij zich allesbehalve conformeerde en gewoon zijn eigen, vrije, swingende muziek speelde. Daarover gaat dit losjes op feiten gebaseerde Django (de historische gebeurtenissen kloppen, maar Reinhardts door Cécile de France gespeelde minnares is fictief), dat afgelopen februari het filmfestival van Berlijn opende.

Comar maakte naam als producent van gerenommeerde filmhuisfilms, met het recente, sterke jihadistendrama Timbuktu van Abderrahmane Sissako en Xavier Beauvois' historische drama Des hommes et des dieux als bekendste voorbeelden. Net als Django, zijn debuutfilm als regisseur, zijn dat verhalen waarin minderheden op geheel eigen en vaak verfijnde wijze in opstand komen tegen hun onderdrukkers. 'Dat is toeval, hoor', zegt Comar tegen een groepje journalisten in Berlijn. 'Eigenlijk wilde ik mijn eerste film over de Duitse elektronische muziekgroep Kraftwerk maken, tegen de achtergrond van de Koude Oorlog en de val van de Berlijnse Muur. Ik benaderde de Kling Klang-studio, waar hun muziek wordt geproduceerd, maar ze zijn zo geheimzinnig en afgeschermd, er was geen beginnen aan.'

Tekst gaat verder na de foto.

Vermaak in de Tweede Wereldoorlog

Django-vertolker Reda Kateb liet zich voor de opnamen van Django onder meer inspireren door L'occupation sans relâche, een tv-documentaire over kunstenaars tijdens de Duitse bezetting in Frankrijk (YouTube). 'Het fascineerde mij hoe vol de Franse theaters en concertzalen tijdens de Tweede Wereldoorlog zaten. Sommige artiesten gingen ogenschijnlijk te ver in hun samenwerking met de Duitsers, maar het blijft moeilijk om daar zoveel jaar later over te oordelen. De Franse actrice en zangeres Arletty had tijdens de oorlog een affaire met Luftwaffe-officier Hans-Jürgen Soehring en verklaarde haar verhouding na afloop met de klassieke woorden: 'Mijn hart is Frans, maar mijn kont is internationaal.''

Étienne Comar geeft een luchtgitaaroptreden bij de filmpresentatie.Beeld anp

De muziek

Django kwam niet zomaar van de grond. 'Een van Django's grote tegenstrijdigheden was dat hij als muzikant graag de schijnwerpers zocht, maar dat hij zich nooit liet filmen. Er bestaan weinig interviews, er zijn nauwelijks brieven bewaard gebleven. Ik had voor mijn film alleen iets aan de getuigenissen van anderen, opgeschreven in een aantal boeken. En zijn muziek, uiteraard.'

Comar wist zodoende vrij vroeg dat het weinig zin had te streven naar een volledig verslag van Reinhardts leven. 'Volledigheid put de kijker uit, in dit geval. Mijn coscenarist Alexis Salatko schreef een zo volledig mogelijk boek over Django en van dat boek hebben we hooguit één hoofdstuk verfilmd. Ik wilde vooral Django's gemoedstoestand laten zien.'

Omdat de stemming van de muzikant zich vooral laat voelen tijdens zijn optredens, was het cruciaal de muziek in Django zo filmisch mogelijk in beeld te brengen, zegt Comar. 'De muziek moest méér zijn dan slechts een illustratie bij het verhaal. Het is op elk moment in de film een uitdrukking van de situaties waarin de personages zich bevinden. Django's liedjes zijn het hart van de film.'

Comar filmde tijdens Reinhardts concerten aanvankelijk zo dicht mogelijk op de huid van de muzikanten. 'In het begin van de film beleef je het verhaal samen met hen. Het aantal shots van publiek in de zaal hield ik beperkt. Het ging mij meer om het verband tussen de muzikanten onderling - ik wilde laten zien hoe ze elkaar op het podium beïnvloedden en versterkten. Wanneer Django in Duitsland voor de nazi's speelt, is de camera wel gericht op het publiek. Dáár zit op dat moment de spanning.'

Met Reda Kateb, buiten Frankrijk voornamelijk bekend van kleinere rollen in de films Un prophète en Zero Dark Thirty, werd een acteur gecast die de kunst beheerst met weinig woorden te overtuigen. 'Er zijn acteurs die fysiek meer op Django lijken dan Reda, maar dat vond ik niet zo belangrijk. Reda heeft een mysterieuze uitstraling, hij speelt met kleine gebaren en zit de muziek niet in de weg.'

Er was één probleem: Kateb kon geen gitaar spelen. Hij nam een jaar lang les en leerde precies zo te spelen als Django, met die verlamde vingers. Na een jaar kwam de muziek nog niet in de buurt van Django's spel, maar Comar vond dat de muziekscènes er in elk geval perfect uit moesten zien. 'Ik besloot Reda te omringen met echte muzikanten. De leden van zijn jazzgroep, het Quintette du Hot Club de France, worden niet gespeeld door acteurs, maar door jazzmuzikanten. Je moet tijdens die scènes meegevoerd worden door de muziek. Dat bereik je niet met enkel playbackende acteurs.'

Alle muziek werd vooraf opgenomen met het Nederlandse Rosenberg Trio, dat al jaren musiceert in de geest van Reinhardt (zie kader). Op de set speelden de echte muzikanten over de tape van het trio, terwijl Kateb deed alsof. 'Vingeren', noemt Comar de imitatie van zijn acteur. 'Reda vingerde de muziek perfect.'

Gitaarvirtuoos Reinhardt blijft passief personage, maar het verhaal over zigeuners in WOII wordt eindelijk verteld

De fratsen van de regisseur maken Django er niet spannender op. Het is een lange zit, maar het was wel tijd voor een film over zigeuners tijdens de Tweede Wereldoorlog. Lees hier de recensie van Django.

Het Rosenberg Trio

De drie broers zijn de bekendste vertolkers van Django's muziek.

Veel keuze hadden de makers van Django niet, toen zij op zoek gingen naar een gipsy-jazzband die de muziek van Django Reinhardt onder de film kon spelen. Natuurlijk kwamen ze uit bij het Nederlandse Rosenberg Trio. Die band werd vijfentwintig jaar geleden opgetrokken uit de nalatenschap van Reinhardt en sindsdien staan de gitaristen en bassist wereldwijd bekend als de begaafdste vertolkers van Reinhardts gitaarswing.

Het Rosenberg Trio is al jaren een vaste gast op het Django Reinhardt Festival in Samois-sur-Seine. Het nam in 2003 in Samois een live-album op, opgedragen aan Reinhardt. En bracht in 2010 nog de plaat Djangologists uit, waarop het werk van Reinhardt tot in de verste uithoeken wordt verkend. Het inspelen van de soundtrack van Django moet voor de Rosenbergs een kroon op hun werk zijn.

De broers Nous'che en Nonnie Rosenberg en hun neef Stochelo groeiden als Sinti-kinderen op met de muziek van Django Reinhardt. Als kinderen bekwaamden zij zich al in de wervelende gitaarpartijen en vingervlugge solo's, in een gitaarstijl die Reinhardt hoogstpersoonlijk had uitgevonden in de jaren dertig. Juist dat maakte Reinhardt volgens de Rosenbergs zo bijzonder: vóór Reinhardt was er niemand die zo gitaar speelde.

Reinhardt leerde zichzelf spelen, en dat deden Stochelo, Nonnie en Nous'che aanvankelijk ook. Toen Stochelo als kind had bewezen bijzonder vaardig te zijn op de gitaar, gaf zijn vader hem het carrièrebepalende advies: 'Ga nu het werk van Django Reinhardt bestuderen.'

Dat deden de Rosenbergs en zij groeiden uit tot meesters van de gitaarswing. Maar volgens Stochelo Rosenberg mag niemand worden vergeleken met de grote gitarist zelf, zei hij in een interview met het muziekblad Gypsy Jazz Guitar. 'Er zullen nog vele geweldige jazzgitaristen komen. Maar er is maar één Django Reinhardt.'

Het Rosenberg Trio speelt vanavond in LantarenVenster in Rotterdam en 7/5 in jazzpodium De Tor in Enschede. Na het concert wordt de film Django vertoond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden