Interview Debra Granik

Regisseur Debra Granik vond voor haar derde speelfilm Leave No Trace wederom een briljante jonge actrice: Thomasin McKenzie (17)

En weer presenteert regisseur Debra Granik in Leave No Trace  een sterke jonge nieuwkomer, Thomasin McKenzie. Ze vond haar in Nieuw-Zeeland, want de actrices uit Amerika bleken wat te zelfbewust om te woelen in de modder.

Thomasin McKenzie in Leave No Trace

Debra Granik (55), specialist in felrealistisch Amerikaans drama en ontdekker van grote jonge actrices, kiest haar films met de grootst mogelijke zorg. Zes jaar zat er tussen haar regiedebuut, het drugsverslavingsportret Down to the Bone (2004), en de film die zowel haar doorbraak als die van de destijds 19-jarige hoofdrolspeelster Jennifer Lawrence betekende, Winter’s Bone (2010). Dit familiedrama was gesitueerd in het gewelddadige Amerikaanse heartland en werd voor vier Oscars genomineerd. Granik maakte sindsdien een bescheiden, enkel op festivals vertoonde documentaire over een Vietnamveteraan annex hondenliefhebber, Stray Dog (2014).

En nu is er haar derde speelfilm, Leave No Trace, afgelopen lente op het filmfestival van Cannes gepresenteerd. Het is een waargebeurd verhaal over een getraumatiseerde vader en zijn tienerdochter die in een natuurpark aan de rafelranden van de Amerikaanse stad Portland wonen. Dankzij deze film geldt Granik plots als ontdekker van jonge, zelfverzekerde actrices: na Lawrence is het ditmaal de Nieuw-Zeelandse Thomasin McKenzie (tijdens de opnamen 17 jaar) die bewijst een dramatisch zware film te kunnen dragen.

Debra Granik op het 44ste Deauville American Film Festival op 8 september 2018 in Deauville, Frankrijk. Beeld Getty Images

Het ligt niet voor de hand, zo’n jonge Nieuw-Zeelandse actrice in een Amerikaanse film, beaamt Granik tegenover een groepje journalisten. Maar haar zoektocht naar een goede, jonge Amerikaanse actrice bleek problematisch. ‘Ze hebben talent, maar zijn haast te wereldwijs, die jonge Amerikanen. Het verkeerde soort wereldwijs.’ Te zelfbewust, bedoelt ze. Op te jonge leeftijd te veel bezig met het uitstippelen van een acteercarrière, in plaats van zich volledig te willen wijden aan een rol. ‘Het is een soort filmwereldwijsheid.’

Granik kan voor haar films alleen maar werken met acteurs die geen enkele reserve hebben, zegt ze. Het is, met budgetten van hooguit enkele miljoenen, een van de weinige niveaus waarop haar films zich kunnen onderscheiden van de concurrentie. ‘Thomasin daagde mij uit tot lange gesprekken. Ik zag direct hoe ver ze wilde gaan voor haar rol.’ Vragen over de overeenkomsten met de doorbraak van Jennifer Lawrence vindt ze een tikje vermoeiend, inmiddels. ‘Waarom zou je twee verschillende mensen, die mogelijk twee heel verschillende levens nastreven, zo nadrukkelijk met elkaar vergelijken?’ Al geeft ze in dezelfde ademteug toe hoe opmerkelijk de gelijkenissen zijn: ‘Ze zijn niet bang zich lelijk en vies te maken, tot diep onder hun vingernagels. Ze zijn écht hongerig, laten zich niet vertellen wat goed is voor hun carrière, zijn niet verwaand.’

Leave no trace

Over mensen in een maatschappelijk isolement gaan haar films, verslaafd, getraumatiseerd of veel te vroeg volwassen. Mensen voor wie het ogenschijnlijk gewone leven dat veel anderen leiden als een bedreiging voelt, mochten ze er überhaupt mee in aanraking komen. In Leave No Trace jagen de vertegenwoordigers van dat gewone leven Tom (McKenzie) en haar vader Will (Ben Foster) met harde hand uit hun geïmproviseerde boshut, waarna de sociale dienst zich over hen ontfermt. Langzaam wordt ook duidelijk waarom ze in eerste instantie in de wildernis zijn gaan wonen, al onthoudt Granik zich van pasklare antwoorden.

Als basis gebruikte ze het boek My Abandonment (2010) van Peter Rock, die zich op zijn beurt had gebaseerd op een nieuwsbericht uit 2004: vader en dochter gevonden woonden jaren in een hut in het Forest Park (ruim tweeduizend hectare groot) bij Portland.

Leave no trace

McKenzie en Foster moesten zich volledig onderdompelen in hun rol. Ze kregen wildernistraining, leerden vuur maken in een vochtige omgeving. Drinkwater opvangen. Onopgemerkt leven. Luisteren naar de vogels, naar de aanwijzingen die ze de goede luisteraar geven over wat er te gebeuren staat in het bos. Dreigt er gevaar? Is er regen op komst? Bijkomstige levensles: ze leerden hoe te leven met een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk.

Veel lof heeft Granik voor cameraman Michael McDonough, die ook haar eerdere films draaide. Hij brengt het bos tot leven, maakt de blaadjes aan de bomen haast groener dan groen. Zijn geheim: gebruik tijdens buitenopnamen nooit kunstlicht. Granik vroeg hem het verschil tussen wildernis en stad te accentueren: zoeken naar ronde vormen in de natuur en naar rechthoekige in de bewoonde wereld. ‘Let maar op het gebouw van de sociale dienst: alles rechthoekig. Zelfs de tafel waaraan Tom zit.’

Leave no trace

Voor Granik is Leave No Trace vooral een familiedrama, zij het op de kleinst mogelijke schaal. ‘Net als het personage van Jennifer in Winter’s Bone, die noodgedwongen zorgt voor haar zieke moeder, broertje en zusje, probeert Tom in Leave No Trace op een bepaalde manier voor haar vader te zorgen. Maar een schrijnend besef bij de volwassenwording is dat je andere mensen maar tot op zekere hoogte kunt helpen. Hoeveel je ook om iemand geeft, uiteindelijk zal iedereen zelf zijn fundamentele problemen moeten oplossen.’

Daarin schuilt de kern van haar films: ‘Ik ben zeer geïnteresseerd in die tedere periode van het leven, waarin je zo intens om iemand geeft omdat je zelf jong en deels afhankelijk bent, terwijl langzaam de gedachte doordringt dat je in het leven ook zult moeten loslaten.’

Neorealisme

Debra Granik liet zich voor de felrealistische vorm van Leave No Trace, die ze ook in haar eerdere films etaleert, inspireren door ‘neorealistische films uit elk denkbaar land’. Drie belangrijke films: Girlhood (2014) van Céline Sciamma, over een veredelde meisjesgang in Parijs, Entre les murs (2008) van Laurent Cantet, over een klas in een Parijse buitenwijk en Il posto (1961) van Ermanno Olmi, over een jongen uit een arbeidersgezin die in een kantoorbaan bij een groot bedrijf verzeild raakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.