Interview Claire Denis (High Life)

Regisseur Claire Denis: ‘Angst voor taboes is een zwakte, alsof je niet in staat bent een compleet mens te zijn’

Met High Life regisseerde de Franse filmmaker Claire Denis haar eerste Engelstalige film: een sciencefictionfilm over een ruimteschip met ex-gedetineerden, gevangen in de ruimte. Niet-steriele sciencefiction bovendien: bloed, zaad, zweet en stront krijgen ruim baan. 

Astronaut Monte (Robert Pattinson) in High Life.

‘Ben je bang voor taboes?’ Claire Denis kijkt de verslaggever geamuseerd aan, wat spot in haar ogen. Die vroeg de 72-jarige Franse regisseur, die tijdens het International Film Festival Rotterdam in januari wat tijd vrijmaakte voor de Nederlandse pers, naar het zoete en tegelijkertijd unheimische begin van haar sciencefictionfilm High Life. Daarin zien we een astronaut in een aftands, containerachtig ruimteschip dat vele lichtjaren van de aarde verwijderd is, met enkel nog een baby als reisgenoot. De astronaut, Monte (Robert Pattinson), het laatste bemanningslid, dumpt de lichamen van zijn dode medeastronauten in de ruimte en zingt de baby toe dat die nooit haar eigen gerecyclede poep of urine moet nuttigen, want dat is ‘taboe’. 

Regisseur Claire Denis Beeld Getty Images

Kijken we naar een vader, of naar een calculerende astronaut? Ooit zal het meisje ouder zijn, en is hij nog steeds de laatste man in dit deel van het universum. Het ongewisse van de relatie tussen de twee maakt de openingsscènes van High Life ook eng. De Française, die de baby de ‘femme fatale’ in haar film noemt, moet lachen om die constatering. ‘Maakt het je bang? In de toekomst is hij alleen met haar. En ze groeit. Of hij nou wil of niet: ze zal hem willen. Ze wil nu al bij hem zijn. Heb jij een dochter? Nou, als je alleen op de planeet was met die dochter, zou dat ene taboe waarschijnlijk verdwijnen. Zo zijn we ooit ontstaan, dat taboe ligt aan de grondslag van de mensheid. Incest was vereist, in zekere zin. Taboes zijn interessant om over na te denken, maar je hoeft er niet bang voor te zijn. Jij gaat zelf niet naar bed met je dochter.’

Denis staart naar haar mok met heet water, en het zakje ernaast. ‘Wat is dit? Dit is nepthee. Kamillethee op dit moment van de dag... Nee, ik wil ontbijtthee.’ Het klinkt geagiteerd maar vriendelijk – niet verwijtend. Dezelfde toon waarop ze zojuist een pr-medewerker van haar Nederlandse distributeur begroetend toesprak: ‘Wie ben jij? Wat kijk je verschrikt!’

Denis groeide op in koloniaal Afrika (onder meer in Burkina Faso en Kameroen), als dochter van een Franse beleidsambtenaar, en verkaste op haar 14de naar een Parijse voorstad, met haar moeder en zus. Ze wordt gerekend tot de grote filmmakers van deze tijd, al sinds Beau Travail (1999), haar film over het Franse vreemdelingenlegioen in Djibouti, met betoverend in beeld gebrachte, balletachtige gevechtstrainingen. De film werd door het Britse filmtijdschrift Sight & Sound opgenomen in de filmtop-100 aller tijden – de enige andere door een vrouw geregisseerde film in deze lijst is Jeanne Dielman, 23, Quai du Commerce, 1080 Bruxelles (1975) van de Belgische Chantal Akerman. Maar wie het dáárover wil hebben, moet weten dat Denis de term ‘vrouwelijke filmmaker’ niet waardeert. Ze is filmmaker, en ze is vrouw. Ook heeft ze weinig geduld voor onbenullige vragen – de laatste keer dat ik Denis wat langer sprak, over haar zo gevoelige vader-dochterdrama 35 rhums (2008), kwam de journalist voor me huilend het gesprek uit, en niet van ontroering.

Astronaut Monte (Robert Pattinson) met dochter Willow in High Life.

‘Ik ben bang voor de Brexit en voor de opkomst van rechts in Europa’, zegt Denis, loerend over de havenstad vanuit de zakelijke hotelkamer. ‘Ik ben bang om mijn baan te verliezen. Mijn moeder overleed vorig jaar; ik was bang om haar te zien gaan. Maar angst voor taboes... Dat is een zwakte. Alsof je niet in staat bent een compleet mens te zijn. Ik ben zwak, héél zwak. Maar ik weet wel waarvan we gemaakt zijn.’

High Life, Denis’ dertiende en duurste speelfilm – haar eerste Engelstalige bovendien – is, anders dan ze gewend was, geheel opgenomen in de studio; daar werden het interieur en exterieur van het ruimteschip opgetrokken. Na de openingsscènes met de baby en de lijken springt de film terug in de tijd, maar ook dan is het ruimteschip al tijden onderweg. Het gezag aan boord is overgenomen door een heksachtige arts (Juliette Binoche), die haar eigen fertiliteitskliniek runt met eicellen en ejaculaat van de bemanningsleden – stuk voor stuk ex-gedetineerden, vrouwen en mannen, die na een ernstig vergrijp op aarde konden kiezen: de doodstraf óf de ruimte in, voor onderzoek naar (en mogelijk oogst van) de energie van zwarte gaten. Aan boord van het schip bevindt zich ook een tuin, voor de gewassen. ‘Het is hun tuin van Eden’, zegt Denis.

We zien in High Life ook een laars in die paradijselijke ruimtetuin, half verscholen onder de aarde, en vermoeden meteen een ontbindend lichaam aan het schoeisel. ‘Nee’, corrigeert Denis. ‘Je ziet een schoen, meer niet.’

Maar als je die schoen zo ziet in de ruimtetuin, dan denk je toch meteen aan een lijk?

‘Volgens mij ben jij getraumatiseerd. Want ik héb een tuin en ik vergeet weleens een schoen, die ligt daar dan. Die tuin voorspelt wel dat er íéts gaat gebeuren. Maar dat jij een been vermoedt aan die schoen, is jouw verbeelding. Dat ben jij, dat is niet de film. Die film is onschuldiger dan jij. Je bent een geperverteerd persoon.’

Aan boord van het schip bevindt zich een bewegende stoel in een apart kamertje, met gleuven en uitsteeksels.

Uw idee voor High Life begon met die ruimtetuin. Vervolgens bedacht u de baby, en daarna de masturbatiemachine.

‘De fuckbox, ja. In gevangenisfilms – en dit ís een gevangenisfilm – is seks altijd een probleem. Seks is sowieso een probleem. Ook als je niet in de gevangenis zit.’

André Benjamin in High Life.

Is de kosmos de ultieme gevangenis?

‘Ze hopen vast nog op een mirakel, deze uit de dodencel geplukte gedetineerden. Maar ze weten ook dat er geen weg terug is. Als je iets van het heelal weet, weet je ook dat je, om uit ons zonnestelsel te geraken, zo snel reist dat er voor elke vier of vijf jaar zo’n twintig of dertig jaar op aarde voorbijgaan – dus na tien jaar ken je misschien al niemand meer op die aarde.’

Schrijfster Zadie Smith ontfermde zich ook nog even over het script. Klopt het dat ze een alternatieve titel voorstelde?

‘Ze boog zich over de Engelse dialogen, omdat het script oorspronkelijk in het Frans was geschreven. Ze stelde meteen voor de astronauten een doel te geven: dat ze terug naar huis konden. Nee, zei ik. Maar ze bleef volhouden: ‘High Life’ was geen goede titel, vond ze, dat moest ‘A New Life’ zijn. ‘Wij hebben een andere visie op het leven’, zei ik tegen haar. ‘Het is leuk dat we elkaar hebben ontmoet, maar ik geloof niet dat we samen kunnen werken.’ Ik voelde me wel aangetrokken tot haar, hoor. Ze ziet er geweldig uit en ze is briljant.’

Uw moeder overleed tijdens de opnamen. Is dat van invloed geweest op uw regie?

‘Elk weekend nam ik de trein van Keulen, waar we filmden, naar Parijs, om wat dagen met haar door te brengen. Ze was helemaal bij, tot het laatst. En ze weigerde behandeling of zorg, ze weigerde zelfs te eten, ze was zo sterk. ‘Ga werken!’, zei ze als ik op zondagmiddag mijn trein moest halen, maar eigenlijk liever wilde blijven. Ze gaf míj energie, tot aan haar allerlaatste moment.’

Denis zucht. ‘Pas toen de film af was, kwam het verdriet. Zo poef, ineens. Wie een moeder verliest, kent de prijs van liefde. Ik heb er nooit met Robert Pattinson over gesproken tijdens het filmen. Hij wist dat ik ieder weekend wegging, dat respecteerde hij door geen vragen te stellen. Robert is zo gevoelvol. We communiceerden zonder woorden.’

Wat maakt Pattinson zo goed, als acteur?

‘Zijn intelligentie. Hij was een soort icoon, als jongeman (als vampier in de wereldwijd populaire Twilight-reeks, red.). Als je ziet hoe hij sindsdien door allerlei films beweegt, dat is iets groots.

Astronaut Monte (Robert Pattinson) in High Life.

Hielp het u om, voor u aan de film begon, een ruimtevaartcentrum te bezoeken? Om alles eens te zien en aan te raken?

‘We waren in Keulen, waar de Franse astronaut Thomas Pesquet herstelde van zijn ruimtereis. We trainden op zijn machines, zwommen in zo’n diep bad (waarin astronauten gewichtloosheid oefenen, red.). Ik had een astrofysicus als scriptconsultant, voor hem hoefde het niet. Maar ik deed mee voor mijn acteurs, die graag wilden ervaren hoe het in de ruimte is. Fantastisch hoor, je kon op zo’n enorm scherm live meekijken in het ruimtestation. De gezagvoerder – ik geloof een Rus – zat steeds op zijn knieën te sleutelen als we keken. Ik vroeg de mensen van de controlekamer: wat doet hij? Nou, het toilet was al een week stuk, vandaar. Die gezagvoerder was al dagen bezig met stront.’

Juliette Binoche in High Life.

Veel sciencefictionfilms zijn steriel. Uw film gaat ook over bloed, zaad, zweet en moedermelk.

‘En stront. Recyclen, daar moet je mee kunnen omgaan. Veel mensen accepteren het recyclen van urine. Geen probleem. Maar stront is wel een beetje problematisch. Ik begrijp dat wel.’

Een taboe?

‘Een écht taboe.’

Aanvankelijk had Claire Denis een wat oudere acteur in gedachten voor de hoofdrol in haar sciencefictionfilm High Life: Philip Seymour Hoffman, want die kon goed doorgaan voor de allerlaatste astronaut die alle hoop voorbij is. Toen Hoffman in 2014 overleed aan een overdosis, wees Denis’ producent haar op Robert Pattinson (Twilight, Cosmopolis, Good Time). Veel te jong, vond Denis eerst. Nu noemt ze de 32-jarige de makkelijkste acteur met wie ze ooit werkte.

De finesse en de licht onderkoelde afstand waarmee Claire Denis vertelt, hebben een hypnotiserend effect ★★★★☆

In de kern van High Life, de eerste sciencefictionfilm van de 72-jarige Franse regisseur, schuilt een even fijnbesnaard als complex vader-dochterdrama.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden