Interview Bong Joon-ho

Regisseur Bong Joon-ho: ‘Ik ben wel een beetje pervers, mogelijk is dit gewoon míjn humor’

Beeld Sangsuk Sylvia Kang

In Parasite (winnaar van de Gouden Palm en getipt voor een Oscar) dringt een arm gezin binnen in de villa van een rijke familie. Bong Joon-ho was ooit zelf huiswerkbegeleider in zo’n paleis. 

Bong Joon-ho, prille vijftiger met zwart T-shirt, zwarte broek en vrolijk gezicht, staat op het dakterras van een hotel in Cannes en wijst naar het zwembad. ‘Voor mijn film hadden we een armenwijk gebouwd rond zo’n bassin. En op de láátste dag van de opnamen, lieten we toen (…) Maar daar mag je niks over schrijven!’

Het is lastig converseren over Parasite, Bongs sensationele en gewelddadige Zuid-Koreaanse zwarte komedie die afgelopen mei op het Filmfestival van Cannes de Gouden Palm won. De film bracht sindsdien ruim 100 miljoen euro op en wordt nu getipt wordt voor meerdere Oscarnominaties, waaronder die voor beste regie. Hoe praat je over een film die in elkaar steekt als een Japanse puzzel, zo’n ingenieus getimmerd magisch kastje waaruit allerlei verborgen laatjes en vakjes openschuiven? Wie te veel verklapt, verpest mogelijk het kijkgenot.

Naast het armenwijkje trok Bong ook een majestueuze villa op voor zijn film. Zelfgetekend, en ontworpen door de setdesigners, in overleg met architecten. ‘Dit is een idioot huis, zeiden ze. Niemand bouwt zo’n huis, dit kan niet. Maar dan zei ik: nee, het móét zo, want elk hoekje en elke nis van de villa is noodzakelijk voor de verhaalopzet.’

Tegen de interviewer: ‘Voelde het als een echt huis? Ja?!’

Huiswerkbegeleider

Parasite gaat over een arm gezin, bewoners van een viesgelig souterrain, die zich slinks nestelen in de privésfeer én in de modernistische villa van een schatrijke, ietwat ver-Amerikaniseerde Zuid-Koreaanse familie. Eerst dringt de zoon binnen, die zich voordoet als huiswerkbegeleider. Vervolgens werken ze het oude personeel eruit: vader vervangt de privéchauffeur, zus doet zich voor als kunstexpert aan huis, moeder wordt poetsvrouw. ‘Rijk en arm leven dan wel in dezelfde samenleving’, zegt de regisseur over de tot in het extreme doorgevoerde klassenstrijd in Parasite, ‘maar ze ontmoeten elkaar hoogst zelden. Op de werkvloer of in restaurants treffen ze elkaar niet, zelfs in het vliegtuig is er segregatie. Alleen als je iemand thuis in dienst neemt, bijvoorbeeld als huiswerkbegeleider, is er intiem contact tussen de klassen. Dan zien ze elkaar van dichtbij, tot op het punt waarop je de ander kunt ruiken.’

Bong spreekt uit ervaring. Hij was als student sociologie ooit zo’n huiswerkhulp, voor een zeer bemiddeld gezin. ‘Ik herinner me het gevoel toen ik voor het eerst bij ze thuis kwam, toch een beetje griezelig. En intimiderend: ze hadden een sauna in huis. Inmiddels zit ik, als je het afleest aan de grootte van mijn huis en zo, ergens tussen de rijke en arme families. Ik heb wel wat vrienden die echt dat soort paleizen bezitten.’

Parasite

Bong is de zoon van een grafisch ontwerper. Hij groeide op vlak bij een Amerikaanse legerbasis in de stad Daegu. De gemengde gevoelens over die Amerikaanse aanwezigheid en de Zuid-Koreaanse hang naar een westerse levensstijl zitten verweven in zijn films. Hij brak door met het misdaaddrama Memories of Murder (2003), over een destijds onopgeloste reeks moorden – de dader werd dit jaar gearresteerd. The Host (2006), een gezien het budget verbluffend knap gevisualiseerde monsterfilm vol sociaal commentaar, brak vervolgens alle records in eigen land, waarna Hollywood de regisseur in het vizier kreeg. Harvey Weinstein kocht Bongs klimaatsciencefictionfilm Snowpiercer, maar de regisseur weigerde te voldoen aan Weinsteins montage-adviezen, waarna de producent de film slechts in een beperkt aantal Amerikaanse bioscopen uitbracht. Vóór de beschuldigingen van aanranding en verkrachting was ‘Harvey Scissorshands’ vooral berucht om zijn gewoonte films te kortwieken. Voor zijn zesde speelfilm Okja, wederom met een internationale cast (Tilda Swinton, Jake Gyllenhaal), koos de Zuid-Koreaan voor betaalzender Netflix. De wonderlijke stijlmix van deze uiterst grimmige dierenmisbruikkomedie ging de traditionele filmstudio’s te ver. ‘Ik volg nooit de conventionele regels of vaste formules van genres’, zegt Bong. ‘Maar ik beschouw mezelf absoluut als een genreregisseur. Ik bied de kijker entertainment, alleen is mijn variant van dat entertainment grillig en vreemd. Ik overtreed de regels, en tussen de scherven en barsten van de filmgenres giet ik mijn commentaar op de samenleving. Eigenlijk gaat dat vanzelf, het is niet zo bewust. Hoe zou ik anders moeten filmen? Geen idee.’

Amerikaanse elementen

Nooit eerder won een Zuid-Koreaan de Gouden Palm – Bong kreeg een heldenontvangst in zijn geboorteland. Nooit eerder ook werd een Koreaans gesproken film zo goed bezocht in de Verenigde Staten. ‘Er zitten allerlei Amerikaanse elementen in Parasite. De moeder van het rijke gezin spreekt af en toe ineens even Engels, zonder duidelijke reden. Het zoontje is geobsedeerd door de indianen: zijn ouders hebben een originele tipi geïmporteerd, voor in de tuin. Ik denk niet dat ze zich bewust zijn van de treurige geschiedenis van die oorspronkelijke bewoners van Amerika, het is iets waarmee ze pronken, als toonbeeld van goede smaak. Geïmporteerd uit Amerika! Dat is hoe rijke mensen kunnen zijn: ze maken alles tot een ornament.’

Toch is Parasite geen eenduidige afrekening met de bovenste klasse: het parasitaire gedrag uit de titel verwijst eerder naar de worsteling van alle bevolkingsgroepen; opklimmen lukt enkel door de ander te vertrappen. Bij de vraag of de inktzwarte humor in zijn film typisch Koreaans is, valt de rap sprekende en gul lachende Bong even stil. ‘Hmm. Dat weet ik niet precies. Ik ben wel een beetje pervers, mogelijk is dit gewoon míjn humor. Ik geloof wel dat Koreanen vrij plots van de ene emotie op de ander overgaan: ze houden van scènes waarin allerlei gevoelens door elkaar worden aangesproken.’

Hoewel hij begin 2020 in Los Angeles wordt verwacht, om zijn film in de aanloop naar de Oscars te promoten,  komt Bong eind januari ook naar Nederland. ‘Voor het Rotterdamse filmfestival. O wow, Rotterdam – negentien jaar geleden was ik er, met mijn eerste speelfilm Barking Dogs Never Bite. Nooit meer geweest, sindsdien. Best vreemd – het is zo’n geweldig festival. Maar nu kom ik eindelijk terug.’

Strakke pakjes

Sinds Martin Scorsese (en nadien Francis Ford Coppola en Ken Loach) zijn spraakmakende kritiek uitte op superheldenfilms, kan iedere regisseur de vraag verwachten: hoe denken zij over het alomtegenwoordige Hollywoodgenre? Bong Joon-ho gaf tot nog toe het origineelste antwoord. In filmblad Variety: ‘Zowel in het echte leven als in films vind ik het onverdraaglijk om te kijken naar mensen in nauwe kleding. Ik weet niet waar ik moet kijken, voel me mentaal verstikt. Vrijwel alle superhelden dragen strakke pakken, dus ik kan nooit zo’n film regisseren.’

Lees meer:

Dagje Seoul met filmmaker Bong Joon-ho: ‘Ik ga jullie allemaal vieze dingen laten zien’
Afgelopen zomer trok Volkskrant-correspondent Jeroen Visser een dag op met Parasite-regisseur en Gouden Palm winnaar Bong Joon-ho, in Seoul. ‘Ik ga jullie allemaal vieze dingen laten zien.’

Parasite, van de Zuid-Koreaanse regisseur Bong Joon-ho, is een meesterwerk ★★★★★
De film, over de strijd tussen arm en rijk in Zuid-Korea, is komedie, horror, thriller, drama en veel meer dan dat. Te veel verklappen is zonde

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden