Interview Arne Toonen

Regisseur Arne Toonen: ‘Amsterdam moest goor worden, alsof er een frituurlaag over de binnenstad zit’

Arne Toonen op de filmset. Beeld Martijn van Gelder

Hoe reproduceer je het zo verloederde Amsterdam van de jaren tachtig voor een speelfilm, nu dat Amsterdam niet meer bestaat? Regisseur Arne Toonen mocht aan de slag met het Baantjer-erfgoed voor de periodefilm Baantjer het begin.

‘Als we nu hier nu zitten hè, vind ik zo veel dingen zo tyfuslelijk.’ Regisseur Arne Toonen (44) neemt de nabije omgeving nog eens goed op: het Leidseplein, bezien vanaf het terras van het Americain Hotel, dat binnenkort verder door het leven moet als Hard Rock Hotel. ‘Het liefst zou ik alle verkeersborden weghalen, en ook meteen al die geparkeerde auto’s – ik vind vrijwel alle auto’s die tegenwoordig rondrijden lelijk.’ De regisseur gebaart naar het met reuzenschelp en spuitende vis opgetuigde bassin voor het hotel, dat oogt alsof het uit tuincentrum Osdorp is betrokken. ‘En wat is dat nou voor een fontein, man?’

Het vers betegelde stadscentrum doet denken aan zo’n Europees themahotel in Las Vegas of Macau. Niet meer het echte Leidseplein, maar een opgeschoonde toeristenkopie. Zie daar maar eens het verloederde Amsterdam van de vroege jaren tachtig van te maken, voor je periodefilm, met een krappe 3 miljoen euro aan budget.

Toonen – rossig baardje, zwart T-shirt, de armen onder de tatoeages – komt net van de allereerste vertoning van Baantjer het begin, even verderop in het Amsterdamse City-theater. ‘Eh, hij is nog niet af’, sprak de regisseur tot de aanwezige pers, terwijl de titel al in beeld verscheen. ‘Wel bijna. Paar dingen met het geluid nog, wat visual effects… Veel plezier!’

Arne Toonen op de set van Baantjer het Begin. Beeld Ivo van der Bent

De speelfilm, vanaf 18 april te zien in de bioscoop, begint met een aansteker die een lepel heroïne verwarmt, terwijl gitarist Dany Lademacher de eerste akkoorden van Herman Broods Saturday Night inzet. Vervolgens cirkelt de camera door een vunzig en communeachtig hoofdstedelijk kraakhol. Kinderen hollen vrijelijk rond tussen de junkies. In het wasvertrek urineert een punker in een toiletpot, naast hem schrobt een naakte kraker z’n broek in het ligbad. Gemoedelijke anarchie die overgaat in een grove swingende veldslag, als een met knuppels bewapende knokploeg binnenvalt om de illegale bewoners uit te zetten. Het is 1980, zeven dagen voor de kroning (‘geen woning geen kroning!’) – zo meldt een tekst ter afronding van de filmproloog, die in toon en stijl nadrukkelijk breekt met de eerdere televisieafleveringen naar de boeken van oud-rechercheur en schrijver A. C. Baantjer.

Poetswerk

Na afloop bespreekt Toonen het resterend werk met z’n cameraman Jeroen de Bruin: ze hebben nog een paar dagen om (anachronistische) details weg te poetsen. Die bankgebouwen aan de Zuidas bijvoorbeeld, moeten uit dat luchtshot. Ook wijkt de zo donkere lucht tijdens de kroning in de film nogal af van de zonnige beeldflarden van de échte Juliana en Beatrix op het paleisbalkon, die door de scène zijn gemixt. ‘Ik kan de kleur wat bijstellen’, oppert de cameraman, over de authentieke journaalopnamen. Dan is er nog het bloed. Dat moet na digitale bewerking toch iets minder royaal vloeien, bijvoorbeeld uit dat kogelgat in iemands voorhoofd, wil Baantjer het begin de gewenste Kijkwijzer-goedkeuring voor 12 jaar en ouder verkrijgen, in plaats van 16.

De Amsterdamse Wallen in Baantjer het Begin. Beeld Pief Weyman

Baantjer het begin was het idee – en de wens – van Peter en Thijs Römer, zoon en kleinzoon van Piet, de met de rol van rechtschapen rechercheur De Cock vergroeide acteur, die in 2012 overleed. Een herstart en origins story (terug naar het begin) van het ‘merk’ middels een nieuwe Baantjer-speelfilm én (een half jaar later) een nieuwe Baantjer-televisieserie; de eerste afleveringen zijn inmiddels ook al gedraaid. De film bestrijkt de allereerste Amsterdamse werkweek van De Cock (Waldemar Torenstra), die samenvalt met krakersrellen en de kroning van Beatrix, plus een mogelijk complot om de aanstaande koningin kwaad te doen. Ook dobbert er een dood krakerstype in de gracht. De vers uit Urk naar Bureau Warmoesstraat overgeplaatste brave held wordt gekoppeld aan een cynische en verlopen ras-Amsterdammer: collega-rechercheur Tonnie Montijn (Tygo Gernandt).

Waldemar Torenstra (links) en Tygo Gernandt in Baantjer het Begin. Beeld Pief Weyman

Toonen, bekend om z’n nadrukkelijke stilering en hang naar het groteske, was geen voor de hand liggende keuze als bewaker van het traditiegetrouw rechttoe-rechtaan gevisualiseerde Baantjer-erfgoed. En toch ook wel. Met zijn gangster-Telefilm Black Out (2012) en vol flair verpakte kinderkomedies Dik Trom (2010) en De Boskampi’s (2015) etaleerde de regisseur zijn specialiteit: hij weet hechte, onalledaagse werelden op te roepen, ook met beperkte middelen. Neem dat tuinhek uit Dik Trom. Gewoon een klassiek wit houten tuinhek, met van die schuine punten. Toonen laadde 40 meter in een vrachtwagen, omzoomde alle huisjes en buurten in z’n film. ‘Supergoedkoop. Heel simpel. Maar met dat hek kon ik locaties op Amsterdam-Noord aan Batavia Stad lijmen, en Heiloo aan zo’n Roompot-vakantiedorp.’

Waldemar Torenstra. Beeld Pief Weyman

Periodetroep

Eén ding wist Toonen zeker: het moest goor worden, dat Amsterdam in de nieuwe Baantjer. ‘Alsof er een frituurlaag over de binnenstad zit, alsof de sigarettenrook van duizend jaar aan de muren kleeft. Het had voor mij nóg smeriger gemogen op de straten, dacht ik net nog in de bioscoop. Amsterdam poep op de stoep, dat idee. Dát was Amsterdam toen ik er eind jaren tachtig voor het eerst kwam, uit Brabant, om te skateboarden. M’n moeder die dan waarschuwde: pas maar op, met als die junks daar. Maar je kunt niet zomaar wat doen: als je een vuilniszak over de straat leegt, moet het ook de juiste troep zijn. Periodetroep. Niet lukraak wat blikjes van nu.’

Voor Baantjer het begin speurde Toonens Vlaamse production designer Kurt Loyens (o.a. Soof, Loft) naar oude fax- en telefoontoestellen, meubilair, vloerbedekking en zelfs complete interieurs, zoals de op 2dehands.be (het Vlaamse Marktplaats) aangetroffen houten keuken in latejarenzeventigstijl, plus bijpassende wandtegels. De rosse buurt werd gereconstrueerd in Leiden; makkelijker filmen daar.

Beperkingen waren er niet, bij de nieuwe Baantjer-film, die zich afspeelt tijdens de krakersrellen in 1980, behalve dan de overgeleverde kenmerken van De Cock: die draagt geen pistool, vloekt niet en gaat niet vreemd. Regisseur Arne Toonen: ‘Ik ben iemand die wel van grof taalgebruik houdt, dus de andere personages vloeken nu wat meer. Er zitten ook veel situaties in de film waarbij je toch wel even wil vloeken. Ze waren zo hard, die krakersrellen. Van beide kanten. Echt, als je de mensen spreekt over die tijd. Ook de agenten: die deden dingen waar ze nu voor in de cel zouden belanden. Rob Hillenbrink (Nederlands bekendste filmprop-artiest, red.), die de lijken en wonden voor deze film maakte, wás toen kraker. Die heeft dingen gezien joh. Dan mepte iemand vanuit een portiek met een stoeptegel een voorbijrijdende motoragent vol in het gezicht.’

Tygo Gernandt als collega-rechercheur Tonnie Montijn. Beeld Pief Weyman

Net als in zijn eerdere films werkt Toonen met vignetten: op een school prijkt het woord school, op een politiebureau staat politiebureau, een seksshop kan toe met de aanduiding seksshop, in neon. ‘Heel basaal, daar hou ik van. Meer popart dan realisme, oervormen. Met realisme heb ik niet zoveel, óók niet in het dagelijks leven. Ik ben dan meer aan het fantaseren. In Nederlandse films zit zoveel calvinisme, zoveel behoefte aan het waargebeurde… Ik ben een eighties-kid hè: groeide op met Back to the Future, Ferris Bueller’s Day Off, The Goonies.’

Waldemar Torenstra als De Cock. Beeld Pief Weyman

Californië

Voor z’n tiende levensjaar woonde Toonen tweemaal een jaar in Californië, waar z’n vader werkte als freelancejournalist voor diverse Nederlandse tijdschriften en kranten. Arne mocht mee toen z’n vader de piepjonge cast van de Spielberg-productie The Goonies (1985) interviewde, in Los Angeles. Het destijds gemaakte fotootje van hem en het dikkige jongetje uit de film (Chunk, inmiddels ook 44) staat in z’n telefoon, ‘kijk!’ De dollar deed 3 gulden 30, destijds. ‘En mijn vader werd in guldens betaald, dus op een gegeven moment redden we het niet meer, gingen we terug. Maar die wereld daar neem je toch in je mee, ergens. Het leven was er zo totaal anders. Ik ben 22 keer verhuisd, voor mijn 30ste. Woonde in Boxmeer, Nijmegen, Grave, Simpelveld, Arnhem, Rijkevoort, Rotterdam, Woodland Hills, Canoga Park en Heerlen. Heerlen is grauw hoor. Ik zag laatst een foto van ons huis in Woodland Hills, Los Angeles: de keuken kon zo in een film van Wes Anderson: helemaal geel, crazy. Misschien heb ik dat onbewust opgepikt of zo, toen ik drie was, dat m’n liefde voor dat gestileerde daar in die keuken begon. Of je geeft dat katholieke geloof de schuld, m’n Brabantse jeugd onder de rivieren. Dat zeggen ze dan: daar is toch wat meer ruimte voor opsmuk. Maar ik kan ook redeneren dat het is omdat ik skateboardde: die subcultuur is heel kleurrijk, heeft me echt beïnvloed.’

Toonen wrijft over z’n arm. Tussen het veelzijdige tatoeagepalet, waaronder een spinnenweb en de naam van zijn zoontje met actrice Birgit Schuurman (ze zijn net gescheiden, tijdens de afronding van Baantjer), prijken allerlei in inkt uitgevoerde referenties aan zijn films. Zoals de kamstiletto van het hoofdpersoontje uit De Boskampi’s, de cricketbat en bijl van Katja en Birgit Schuurmans huurmoordzusjes in Black Out, en het hert en machinegeweer uit z’n korte film Oh Deer!. ‘Baantjer moet er nog bij, Dik Trom ook. Die komen er zeker. Voor Baantjer denk ik aan iets met een kroon en een molotovcocktail, voor Dik Trom… lastig. Nee, geen tuinhek. Misschien een hotdog. Er zitten ook vrij veel hotdogs in die film.’

Still uit Baantjer. Beeld Pief Weyman

Hoe film je de Wallen anno 1980?

Hét meesterstuk wat betreft aankleding en stilering in de periodefilm Baantjer het begin moet toch wel de nachtelijke wandeling over de Wallen zijn, als de plat-Amsterdamse rechercheur Tonnie Montijn (Tygo Gernandt) zijn vers uit Urk overgekomen keurige collega (Waldemar Torenstra) rondleidt door diens nieuwe werkomgeving.

Vijf weken voor de release van hun speelfilm zitten regisseur Arne Toonen en editor Marc Bechtold (o.a. Plan C, Soof én de eerdere films van Toonen) achter de montageset, en voorzien ze de scène waarin de rechercheurs langs de peeskamers wandelen en een bordeel bezoeken van commentaar.

‘Weet je wat ik dacht, toen ik dit zat te snijden?’, zegt de editor. ‘Grappig, ze hebben op de Wallen gedraaid. Tot ik me bedacht: dat kán helemaal niet.’

Toonen: ‘Je kunt daar onmogelijk zo’n scène filmen. Dan ben je meer geld kwijt aan wat je buiten beeld moet houden dan aan wat je in de film ziet. Je moet die pooiers afkopen, en dan zit er ook nog op elke fucking hoek zo’n Nutella-winkel. Mag je ook niet zomaar in beeld brengen. Onbegonnen werk, dus hebben we het zelf maar gecreëerd.’

Toonen wijst in beeld aan wat er allemaal is toegevoegd aan het straatbeeld: uithangbordjes, neonverlichting, een telefooncel, een 7Up-reclame, lantaarnpalen, kraakpamfletten. ‘Zie je die rimpeling van het grachtwater? Buiten beeld zit iemand in een boot te wiebelen om golfjes te maken. En alle fietsen langs de gracht zijn periodefietsen. Om de minuut viel er zo’n afgezaagd Amsterdammertje om, omdat iemand dacht dat-ie er echt op kon leunen.’

Voor de opnamen werd een stuk Leidse gracht omgebouwd. ‘Al die ramen die je ziet, zijn van privéwoningen, hebben we temeiers achter gezet.’

‘Vuile kolerelijer,’ roept er eentje, die nog geld krijgt van rechercheur Tonnie, ‘flikker op!’

We zien vuile straatjes, vol seksshows en zichzelf etalerende Hollandse prostituees onder zacht-rood neon. ‘Neon is duur. Je ziet het verschil niet, maar dit is tl-licht. Al die lampen, bij al die ramen, zaten via bluetooth aangesloten op een mengpaneel. Waanzinnig.’

Toonen kon zijn rosse buurt ook ineens mintgroen maken, indien gewenst. ‘Ik had elke lamp in de straat onder de knop, kon alles afstemmen.’

Als de rechercheurs (voor onderzoek) een bordeel binnenstappen (‘dit is dan weer in Amersfoort gedraaid’), doet de hoerenmadam de frisse nieuwe agent een aanbod. Collega Tonnie, verontwaardigd: ‘Nel, wat zijn dat nou voor toeristenprijzen? De Klok is een vriend van me.’

‘Het is De Cock,’ corrigeert de nieuwe collega minzaam, ‘met c o c k.’

Waldemar Torenstra. Beeld Pief Weyman
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.