Regie wordt pijnlijk gemist op improvisatie-festival Nacht vol spontane en jolige duetten

Een van de drie broertjes Ex schuurt met zijn electrische gitaar over de parketvloer van Frascati's grote zaal. Dat levert behalve een paar flinke krassen een reutelend geluid op....

Van onze medewerkster

Isabella Lanz

AMSTERDAM

De stemming zit er goed in bij de eerste van de drie sets in de Nacht van de Improvisatie: de improvisatie-veteranen Julyen Hamilton en Katie Duck mengen zich moeiteloos met de jonge garde, van wie de voormalige Forsythe-danser Michael Schumacher de show steelt. Zijn subliem getrainde lichaam weet hij in prachtige kurketrekker-sprongen te modelleren om vervolgens als Wammes Waggel af te lopen. Hij reageert ook alert op de anderen. Zo ontstaan er spontaan duetten waarvan de vorm verrast, vormen de dansers een tableau vivant en is er een jolig duet met sullige pasjes.

Als de muziek wat te tam dreigt worden naar de maatstaven van de popmusici, werpen de drie gitaristen zich opnieuw in de strijd. Je zou verwachten dat de hel nu losbarst, maar Duck en Hamilton besluiten tot een zeer ingetogen unisono dansje. Zij zijn niet voor één gat te vangen. Zelf komen ze nog uit de tijd dat muziek bij improvisatie bij voorkeur bestond uit Afrikaans en Oosters slagwerk, aangevuld met een enkele trombone of klarinet. Maar ze gaan mee met deze frisse wind die de meestal wat softe dansvorm een pittiger karakter geeft. Pas tegen het einde van set één, wanneer Michael Vatcher zijn houten blokjes laat klingelen, heerst er die plechtige serene rust die deze dansvorm voorheen altijd typeerde.

Een van de gasten in deze set is Désirée Delauney, een zeer sensitieve en expressieve danseres. Haar achtergrond is heel anders. En dat is zichtbaar. De door haar ter plekke verzonnen bewegingen suggereren een verhaal. Het contrasteert met de vrije, losse improvisatie-stijl die - dat ervaar je nu extra - zo anti-dramatisch is; een stijl die zijn roots heeft in de Verenigde Staten van de rebelse zestiger jaren. In Nederland werd die ingevoerd door Pauline de Groot.

De pioniere zit uiteraard in de zaal. Zij geniet volop van de nog steeds virtuoos dansende, spelende en zingende Hamilton, die vijftien jaar terug in haar groep zat. Voor haar is dit een fantastische avond die de zeggingskracht van improvisatie onderstreept. En dat werd en wordt wel eens anders gevoeld.

Boris Gerrets, beeldende kunstenaar en in de jaren tachtig een choreograaf die de dans een stevige impuls gaf, zit ook in de zaal. Hij staat, zegt hij in de pauze, wel sceptisch tegenover het fenomeen, maar vindt de avond in de opzet geslaagd. Omdat er goodwill en begrip is in de zaal, en dat is een vereiste. Hij houdt ook van het gevoel van vrijheid die deze dansvorm biedt en van de verrassende situaties die het oplevert.

Vanwege al die voorspelbare en onvoorspelbare vormen heeft improvisatie voor zijn gevoel meer met natuur dan met kunst te maken. Hij onderkent wel de waarde die het als compositiemethode kan hebben, getuige het werk van Trisha Brown en William Forsythe. Maar als regisseur ziet hij beperkingen. Drama maken op grond van improvisatie lijkt hem onmogelijk. Dat leidt eerder tot komisch of absurd theater. Het kan amusant zijn, zolang de dansers open zijn en geen vaste types spelen; anders wordt het te melig, genant zelfs .

Bij de tweede set blijken Gerrets' woorden profetisch. Frans Poelstra is één van de twee gasten die een kern van zes dansers aanvult. Voor hem is het thuisspel. Hij weet zich verzekerd van een jong publiek dat bij zijn eerste pas al zit te gieren. Met de air van geslaagde komiek gaat hij van start. Als enige draagt hij geen informele trainingsplunje maar een nette grijze broek, blauw vest en schoenen. Hij wijst wat, mimet wat, stamelt wat, en treedt dan wijselijk terug. Als hij later toch even intervenieert, gaat het mis. Bij een grappig bedoelde in elkaar zak-scène verplettert hij met zijn logge lijf bijkans de soepele Schumacher.

De tweede gast in deze set, Mischa van Dullemen, danst vooral als solist. Met zijn expressieve bewegingen schetst hij dierachtige figuren: een zeerob, een vogel. Zo doet hij dat ook in het werk van Leine & Roebana en in dat van Anouk van Dijk. Ooit kwam dat materiaal via improvisaties tot stand. Intussen is zijn stijl zo gepolijst dat daar geen verandering meer in mogelijk lijkt.

Tegen het einde van set twee wordt een gebrek aan regie pijnlijk voelbaar. Er komt geen einde aan. Set drie gaat om één uur 's nachts van start. Die levert niets meer op. Of dat aan het tijdstip ligt? Gonnie Heggen propt wc-papier onder haar truitje en in haar sportbroekje. Duck hangt als Julia over het balkon en roept iets in een onzintaal. Schumacher en Vitor Garcia dansen in gele kinderjurkjes een duet. Een danser ziet op de valreep zijn kans schoon en danst woest een solo.

Maar de rek is eruit. Geen maffe grap kan nog overtuigen. Het publiek zakt nog verder onderuit, het gegeeuw overstemt haast de muziek. De Nacht van de Improvisatie gaat uit als een nachtkaars. De kunst van het praten, zoals Katie Duck in de Volkskrant eerder improvisatie noemde, is op dit uur weggegleden naar domweg babbelen.

De Nacht van de Improvisatie. 11 januari. Frascati, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.