Regi Blinker

Land van Afkomst Regi Blinker

Regi Blinker: ‘­Niemand keek naar huidskleur, het enige dat we belangrijk vonden: kan hij voetballen?’

Regi Blinker Beeld Ernst Coppejans

Oud-voetballer Regi Blinker (50) heeft zijn kinderen nooit Surinaams geleerd. Een gemiste kans? ‘Surinaams is niet een taal om beleefd terug te praten tegen je ouders.’

Toen Regi Blinker bij ­Feyenoord voetbalde, kon hij niet rustig over de Kruiskade in Rotterdam lopen. ‘Trotse ­Surinamers die in het Surinaams tegen me begonnen te praten. Ze dachten: hij zit de hele dag tussen de Nederlanders en hij praat met een zwaar ­Nederlands accent, kan hij zijn eigen taal nog wel spreken?’

Vroegen ze ook waarom je een blonde vrouw had?

‘In Nederland was dat nooit een issue. Misschien alleen een tante uit Suriname die vroeg: waarom hebben al die donkere voetballers blonde ­vrouwen? Ik vind het een bekrompen gedachte, ik mag toch zijn met wie ik wil?

‘In het buitenland merkte ik het wel. In die tijd, begin jaren negentig, ging ik met mijn Nederlandse vrouw op vakantie naar Amerika. Daar keken zowel donkere als blanke mensen ons aan: wat doe jíj nou?’

En kon je je eigen taal nog spreken?

‘Ik heb mijn hele leven doorgebracht met mijn Surinaamse familie, het ging wel. Ruud Gullit spreekt niet zo goed Surinaams, dan wordt toch ­anders naar je gekeken.

‘Wat het is: Surinaams is niet een taal om even beleefd terug te praten tegen je ouders. In Suriname wordt op school les gegeven in het Nederlands, dat is de formele, nette taal. Ik ben nu 50, pas de laatste jaren zeg ik soms een zinnetje in het Surinaams tegen mijn moeder. Mijn ouders ­spraken Surinaams tegen mij, ik ­antwoordde in het Nederlands.

‘Nu heb ik zelf kinderen, halfbloedkinderen met mooie krullen. In het begin vonden ze: wij zijn gewoon ­Nederlands. De laatste jaren nemen ze het me kwalijk dat ik ze geen ­Surinaams heb geleerd.’

Als baby verhuisde Regi Blinker van Suriname naar Nederland. ‘Mijn ­moeder ging bij het ministerie van Defensie werken. Over mijn vader zeg ik altijd dat hij handelsreiziger was. Hij ging naar het buitenland en kocht schoenen, kleding en andere spullen die hij verkocht aan familie, vrienden en kennissen. In onze flat in Delft had hij een winkeltje ingericht, ook met levensmiddelen. Net als in Suriname.

‘Als kind kan ik me niets herinneren van racisme of discriminatie. Ik had Nederlandse vriendjes die bij ons kwamen eten en ik kwam bij hen thuis.’

Met Feyenoord werd je in 1993 kampioen van Nederland.

‘In die groep zaten een stuk of acht ­Surinaamse jongens, best veel. Wij waren slim genoeg om niet de kleedkamer over te nemen. Onderling spraken we Surinaams en verder deden we mee met de Nederlandse spelers. Ik zou eerder zeggen dat we blanke grappen maakten dan Surinaamse, zo verwesterd waren we.

‘In dat elftal begon de straattaal langzaam z’n weg te vinden. Je kon Ed de Goeij zijn eerste Surinaamse woordjes horen spreken, of John Metgod. Onze trainer Willem van Hanegem had als bijnaam De Kromme. Bij ons werd hij Kron Futu genoemd, ­Surinaams voor kromme voeten, of kromme benen.

‘Die acceptatie was een belangrijke reden dat we kampioen werden. ­Niemand keek naar huidskleur, het enige dat we belangrijk vonden: kan hij voetballen? Oké, dan kunnen we hem erbij hebben om samen te presteren.’

Benadrukten latere generaties meer hun afkomst?

‘Dat kan. Het kan ook dat het toen al speelde, maar dat wij het niet mee­kregen. Deze tijd is anders. Pietje Puk op de hoek zet zijn mening op Twitter en ik zie dat. Vroeger had hij ook al een mening, alleen zag ik die niet. Het lijkt nu veel erger.

‘Wij hadden niet de optie om voor het Surinaams elftal te spelen, we hadden Nederlandse paspoorten. Nu kiezen jongens van Marokkaanse afkomst voor Marokko en niet voor ­Nederland. Ik zie het zo: we moeten accepteren dat spelers niet meer alleen voetballer zijn, ze zijn ook rapper en designer. Die nationaliteit is net zo dubbel: ze hebben een heerlijk leven in Nederland en ze spelen voor ­Marokko, ze zijn het allebei.’

Jij droeg dreadlocks.

‘Dat was een modedingetje, ik vond het mooi. Mijn broer was groot fan van Bob Marley, hij was een van de eerste mensen die ik ermee zag. Op een bepaald moment hadden bij ons vier van de zes broers dreadlocks. Ik ben de jongste. Mijn broer ging er iets verder in dan ik, maar hij leefde niet als een rastafari.’

Hoe was het om in Oranje te voetballen?

‘Het was niet zo dat ik publiekelijk uitbundig het Wilhelmus zong, maar ik voelde dat Nederlandse wel. Ik had het ver geschopt als Surinaams jongetje dat hier was gekomen.

‘In die tijd had je in Nederland veel voetballers van Surinaamse afkomst, nu zijn ze vaker Marokkaans. Ik ben betrokken geweest bij de Suriprofs, daar werd natuurlijk de vraag gesteld: waarom hebben wij dat stukje weggegeven?

‘Mijn zoon is meer bezig met zijn Playstation dan met op straat voetballen. Ik denk dat kinderen van Surinaamse afkomst ­hun vertier ergens anders zoeken. Jongens met Marokkaanse roots doen wat wij vroeger ­deden: na school op straat voetballen. Nu komt er een nieuwe generatie waar veel Marokkaanse én Surinaamse Nederlanders tussen zitten.’

Nederlands

‘Op Schiphol, zeker als ik net veel armoede heb gezien, zoals laatst in Kaapverdië.’

Surinaams

‘In Suriname, bij mijn familie.’

Partner

‘Die is altijd blank geweest en meestal blond, maar dan heb je het alleen over het uiterlijk. Het gaat mij om haar persoonlijkheid, hoe ze zich gedraagt.’

Wit of blank

‘Automatisch blank. Wit klinkt harder en directer, dichter bij racisme en discriminatie.’

Regi Blinker

Regi Blinker (Suriname, 1969) voetbalde onder meer voor Feyenoord en drie keer voor het Nederlands elftal. Nu is hij eigenaar van het tijdschrift en multimediale platform Life After Football. ‘Of ik een handelsreiziger ben geworden, net als mijn vader? Het reizen heb ik zeker van hem, dat doe ik veel. LAF begon commercieel. Adverteerders konden met voetballers direct een bemiddelde doelgroep bereiken. En het was sociaal, zodat voetballers eerder zouden nadenken over wat ze gingen doen na hun sportloopbaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden