'Regelmatig denk ik: lekker, ik ben er nog'

Rond het veertigste levensjaar komen ze onherroepelijk op: vragen en twijfels over ambities en oude idealen, werk, vriendschappen, en de zorg om ouders....

Als je over de 40 bent wil je soms terug naar de oorsprong. En Erik van Muiswinkel (43) is er toch al de man niet naar om te vergeten. Thuis, in Heemstede, koestert hij hangmappen vol herinneringen. Hij heeft een scherp geheugen dat veelbetekenende ervaringen, zegt hij zelf, in zijn kop etst. 'Tijdens een familiediner liet een oudoom alle lichten uitdraaien en maakte zijn entree in de rol van de buurman die in zijn slaap werd gestoord, met brandende kaars, gehuld in nachthemd - een prachtig theatraal effect. Vervolgens stak hij een conference af. Ik was, als 8-jarige, diep onder de indruk van alle aandacht en bijval die hij kreeg.'

Zijn eigen eerste minutes of fame speelden zich nog eerder af, ook alweer tijdens zo'n familiedag. Erik was 5, en droeg het gedicht De haringman voor, van een hem onbekende dichter. 'Ik kreeg applaus van 150 mensen. Het was een overweldigende ervaring die moeiteloos de zenuwen en de buikpijn compenseerde die ik tevoren had gehad. Voor mij was het een groot gevoel van vrijheid, en het besef dat ik de hele wereld aan zou kunnen.'

Zoveel verandert er in de loop der jaren nou ook weer niet. Toen Van Muiswinkel, na een broodnodige sabbatical, met kompaan Diederik van Vleuten de draad weer oppakte en met de voorbereidingen begon voor hun huidige voorstelling Antiquariaat Oblomow, sloeg de onzekerheid toe. 'We moesten de inspiratie opnieuw vinden, behoorlijk wat bronnen waren in de zeven jaar dat we met elkaar speelden uitgeput geraakt. Voor een confrontatie met het publiek draai ik zo langzamerhand m'n hand niet meer om - altijd kun je terugvallen op routine en podiumervaring. Moeilijker was het om te bepalen waar de zinvolle kern zat van het programma. Pas toen Kees Prins, onze regisseur, aangaf dat we op de goeie weg zaten was ik enigszins gerustgesteld. Maar het blijft waden door het moeras. Vlak voor de eerste try-outs had ik, voor het eerst in al die jaren, last van buikpijn.'

Van Muiswinkel staat eens op - niet voor de laatste keer vanmiddag, beent heen en weer, vertelt een anekdote, schakelt halverwege een betoog over op een van zijn bekende imitaties - die van Harry van Raaij bijvoorbeeld, of Martin Simek, Anton Geesink, Jan Mulder. 'Mijn ouders verkeerden niet in kringen van theatermensen. Wat ik van cabaret wist, wist ik van langspeelplaten. We kochten zelden kaartjes voor het theater. Eeuwig en altijd waren we op de sportclub, waar cricket onze grote passie was.'

Roeping

Toch deed zijn vader, Freek van Muiswinkel, ook aan amateurtoneel. 'Ik herinner me hoe hij de aanklager in een rechtbank speelde, achter een wasrekje dat ik herkende als ons eigen wasrekje. Ik was 5, en kon me nauwelijks bedwingen: mijn vader loeide zoals hij thuis kon loeien, met vuurspuwende ogen, levensecht - en ik stond meer dan eens op het punt het podium op te rennen om hem te helpen. Later besefte ik: iemand kan je geweldig voor de gek houden als je goed toneel speelt.'

Vader Van Muiswinkel deed in die tijd Nijenrode, waar hij een generatiegenoot was van Wim Kok, en werkte daarna in het bedrijfsleven. 'Maar daar was hij eigenlijk heel ongelukkig.' Vervolgens werd hij secretaris van de Haarlemse Sportraad. 'Tot hij, gedwongen ook diverse crises in zijn huwelijk en latere relaties, uiteindelijk niet langer zijn roeping wilde missen en zich op zijn 53ste aanmeldde bij het Haarlems Toneel.' Freek van Muiswinkel noodde de artistiek leider toch vooral naar zijn vertolking van de vrek in Molière's toneelstuk te komen kijken. Een engagement was het gevolg. 'Daarmee trad hij in mijn voetsporen: hij ging spelen voor zijn brood.'

De oude Van Muiswinkel acteerde met grootheden als Ton Lutz en Willem Nijholt, mannen met wie hij tot Eriks verbazing ogenblikkelijk bevriend raakte, speelde in commercials, kreeg de rol van wachtmeester in de tv-serie Baantjer, en kwam zelfs terecht in het ensemble van de Van den Ende-musical West Side Story. Hij zou nog lang hebben doorgespeeld als hem niet een onheilstijding bereikte. 'Hij kreeg last van buikpijn en liet een echo maken. De specialist was onverbiddelijk: alvleesklierkanker, nul procent hoop, geen verdere behandelingen. Drie maanden later overleed hij, 64 jaar oud, nu ruim vijf jaar geleden.

Pensioen

'Niet eerder had ik meegemaakt hoe iemand die vrolijk en sterk was kon verschrompelen tot een kansloos wezen. We hadden altijd gedacht dat mijn vader, die er al twee bypass-operaties op had zitten, tijdens een cricketwedstrijd plotseling het leven zou laten. Zijn stervensproces was een indrukwekkende en leerzame ervaring. De zeggenschap over wat je doet en denkt ontglipt je. Achteraf weet je soms amper nog hoe je tot bepaalde handelingen gekomen bent. Toen mijn vader allang niet meer uit bed kon komen heb ik, op zo'n mooie zonnige dag met een strakblauwe lucht, hem voorgesteld om op het balkon naar die lucht te kijken. Tot ieders verbazing wilde mijn vader dat wel. Met zijn allerlaatste krachten heeft hij zichzelf, geholpen door zijn vrouw Joke en mij, in zijn stoel gehesen, en ik heb hem op het balkon gezet. Het is de laatste keer geweest dat hij buiten kwam.'

De konen zijn inmiddels rood. Maar Van Muiswinkel blijft monter. 'Misschien maak ik niet die indruk, maar in lezen en denken ben ik de afgelopen jaren fors met de dood bezig geweest. Een pensioen regelen, aan je lijf voelen waar het ophoudt, opborrelende irritaties over een gebrekkiger conditie - en toch niet opzien tegen wat komen gaat, omdat ik tot nog toe in de gelukkige omstandigheid heb verkeerd dat ik uit het leven kon halen wat erin zat.'

Misschien helpt het als je, zoals hij, drie kinderen hebt - van 16, 13 en 10 - die de wereld nog moeten ontdekken en overigens, net als hun vader, aangesloten zijn bij cricketclub Rood en Wit. Van Muiswinkel fronst verwonderd een wenkbrauw. 'Als ik daar rondloop als jeugdleider, tussen al die kids, zie ik juist scherper wat ik inmiddels net meer kan. Ik moet zo langzamerhand toch eens het nodige ondernemen om te voorkomen dat ik straks ernstig gehinderd zal worden door fysieke problemen.

'Ik vraag me geregeld af waar ik zal zijn als mijn kinderen straks het volle leven in gaan. Ik koester niet het romantische verlangen dat ze in de buurt zullen blijven wonen zodat ze op termijn voor mij en mijn vrouw kunnen zorgen. Dat zou ik een te grote belasting voor ze vinden. En bovendien vind ik dat je in principe, te allen tijde, je eigen boontjes moet kunnen doppen.'

Toen zijn vader stierf, schreef hartsvriend Justus van Oel een prachtige necrologie in Haarlems Dagblad. 'Grootste kwaliteit van Freek, volgens Justus: dat hij nooit verbitterd is geweest. Dat was voor mij een eye-opener.'

Zeven levens

Zelf probeert hij onder alle omstandigheden ogen en oren open te houden. Want achter elke faade schuilt op zijn minst een verhaal, of zelfs een hele wereld - een besef dat voortkomt uit zijn fascinatie voor cricket. 'Het misverstand is dat mensen denken dat de essentie van cricket elitair is. Ze laten zich zand in de ogen strooien door de witte kleding of de dure clubs. Door cricket heb ik geleerd: niet te snel oordelen over dingen die raar lijken. Cricket is als spel, in grote delen van de wereld, een heel populaire gedemocratiseerde topsport die niet voorbehouden is aan een bovenlaag uit de samenleving.'

Wat Van Muiswinkel maar wil zeggen: als je vragen stelt en je verdiept in de fascinaties van een ander stuit je soms op werelden die je niet voor mogelijk had gehouden. 'Aan zeven levens zou je nog niet genoeg hebben om te ontdekken wat er te ontdekken valt.'

Zo blijven er altijd hiaten, en wordt de kern van het bestaan nauwelijks blootgelegd. 'De filosoof Jaap van Heerden heeft eens geschreven dat het maar goed is dat het leven geen zin heeft. Die theorie onderschrijf ik: stel je voor dat je wist wat die zin was, en dat je daarnaar ging leven - dan was de lol er goed af. Je kunt hooguit met survival-ambitie het leven te lijf gaan. Geef je daar maar aan over.'

Tv-roem

In zijn cabaretcarrière werd Van Muiswinkel steeds door vrienden over de streep getrokken. Eerst door jeugdvriend Lucas Asselbergs, later door zijn schoolgenoot Justus van Oel, met wie hij in cabaretgroep Zak en as zat, en Diederik van Vleuten, met wie hij inmiddels vier duovoorstellingen speelde. 'Zij leverden mij inspiratie, ze klooiden me op. Ik ben altijd meer performer dan schrijver geweest. Als ik samenwerk met mensen die snedig basismateriaal leveren is het misschien toch de moeite waard om het podium op te gaan, was steeds de gedachte.'

Toen Van Muiswinkel in 1989 toetrad tot het panel van het tv-programma Ook dat nog werd hij een bekende Nederlander. 'Zoiets gaat met je aan de haal, je komt er niet meer vanaf. Het is nu al vijftien jaar geleden, en ik heb het maar twee seizoenen gedaan - maar eergister nog werd ik in Drachten door twee Marokkaanse jongens van een jaar of twintig nageroepen: ''Aiiii, ook dat nog!'' Dan houdt bij mij alle begrip op.

'Uiteindelijk is die tv-roem misschien een klein prijsje dat je moet betalen voor iets dat veel oplevert: credits, geld, goodwill, vertrouwen, de luxe om te kiezen uit uiteenlopende aanbiedingen. Maar je moet ook tijdig je grenzen bepalen.'

Van Muiswinkel had zo ongeveer multimiljonair kunnen zijn als hij, met Diederik van Vleuten, congressen en bedrijfsfeesten had afgestroopt met een verkleedkist en een hoop typetjes-op-voorraad. Maar dan komt toch de geloofwaardigheid van de cabaretier in het geding. 'In de tijd dat André van Duin in zo'n mooie verbouwde molen woonde, en ongetwijfeld genoeg geld op de bank had, zag ik hem eens voor een McDonald's-zaak, op een display, gehesen in een kartonnen verpakking, als wandelend reclamebord voor een hamburger. Waarom zou je jezelf in godsnaam zoiets aandoen, vroeg ik me toen af, het is echt niet leuk om op straat in een karton te staan.'

In hun - door critici bejubelde - voorstelling Antiquariaat Oblomow openen Van Muiswinkel en Van Vleuten de aanval op Jan Mulder die zich voor een reclamespotje in een blauw leeuwenpak hees. 'Ik kon eerst werkelijk niet geloven dat hij het was - in een paar shots heeft hij een onnatuurlijke gloed over zijn hoofd. Iemand zit mij m'n brood af te pakken door hem te imiteren, dacht ik nog. Ik kan niet in Jan z'n portemonnee kijken, en ik wil ook nog wel geloven dat hij een naïeve dromer is, maar dit begrijp ik niet - zeker niet van iemand die in Barend & Van Dorp in debatjes steeds met morele oordelen schermt, ook als hij geen reet van de onderwerpen weet. Gasten met minder tv-ervaring dan hij overrompelt hij. Maar als hij iemand met verstand van zaken tegenover zich heeft geeft hij niet thuis. Keer op keer maakte hij Rita Verdonk voor van alles en nog wat uit, maar toen ze in Barend & Van Dorp zat hoor de je hem niet. Dan val je toch door de mand.'

Meer risico

In Antiquariaat Oblomow begeven hij en Van Vleuten zich soms op de grens van cabaret en toneel. Toen Van Muiswinkel, na een afgebroken studie Nederlands en een redacteurschap bij het studentenblad Propria Cures, zich alsnog op cabaret stortte werkten zijn ouders - die toen nog nét niet gescheiden waren - niet tegen. Maar met zijn vader sprak hij, ook later, nauwelijks over toneel, en al helemaal niet het 'serieuze' toneel. 'De laatste tijd verken ik behoedzaam horizonten die verder gaan dan wat ik ooit gedaan heb. Ik heb er steeds meer behoefte aan om me meer toe te leggen op het acteren. Ik blijf nu toch een cabaretier die zich nadrukkelijk op zijn publiek richt: de mensen gniffelen uiteindelijk altijd om Erik van Muiswinkel, want die is het, en daar hebben ze voor betaald. Ik zou die mensen weleens willen laten vergeten wie ik ben. Als dat, in een toneelstuk, zou mislukken moet ik echt met de billen bloot: er is dan niet de slag om de arm of de dubbele bodem waarop je in het cabaret juist kunt terugvallen omdat ze tot de afspraken behoren die je met het publiek hebt gemaakt. Je kunt je dan nergens meer achter verschuilen. Je bent niet langer in de positie om jezelf als excuus op te voeren.'

De komende jaren zou Van Muiswinkel meer risico willen nemen. In feite, zegt hij, is zijn rol van Hoofdpiet bij de jaarlijkse intocht van Sinterklaas de afgelopen jaren zijn meest nadrukkelijke acteerprestatie geweest. 'Aart Staartjes heeft van meet af aan gezegd: geen typetje, geen stemmetjes. Al spelend heb ik ontdekt welke sprookjesfiguur de Hoofdpiet is. Zijn verbazing, verwondering en woede speel ik zo naturel mogelijk.'

Over de toekomst maakt hij zich, ondanks zijn nieuwe ambitie, niet al te veel zorgen. De behoefte aan oudere acteurs is, bij tv en in het theater, groot, weet Van Muiswinkel. 'Er is altijd een directeur nodig, of een rechter op leeftijd, of een vieze man in het park. Ik troost mij met de gedachte dat ik, als ik niet verschrompel en gezond blijf, kan blijven spelen.

'En toch: al heet je Madonna - het houdt een keer op. Op zijn minst komen er anderen die veel jonger zijn dan jezelf en er snel en dunnetjes overheen gaan. Je kunt niet veertig jaar lang in het middelpunt staan en succesvol zijn. Als je daar je kaarten op zet raak je uiteindelijk verbitterd.'

Hij wil zich sowieso niet al te rijk rekenen. 'Ik heb altijd gedacht dat ik een jaar of 75 zal worden, en dat ik vrij plotseling zal gaan, vanwege een haperend hart. Mijn vrouw zal me moeiteloos overleven: ze komt uit een sterk vrouwengeslacht, zij wordt wel een jaar of 90.'

Fijn voor de kinderen? 'Als de jongste straks de deur uit is ben ik een jaar of 50, heb ik uitgerekend. En dan maar duimen hé. Bij 40 op de helft? Je mag het hopen. Je kunt letterlijk op elk moment wegglippen. Ik rook niet en ik drink nauwelijks, en toch kun je op een ochtend zomaar niet meer wakker worden. Regelmatig denk ik de laatste tijd: lekker, ik ben er nog, effe houwen zo.'

Op schoot

Van Muiswinkel blikt desgevraagd vooruit maar zal vooral het verleden blijven koesteren. Hij legt plakboeken aan van zijn voorstellingen, hij bewaart briefjes van zijn kinderen - met mededelingen als 'Ik ben naar het voetballen, kusje' - , hij haalt met plezier herinneringen aan zijn vader op. Hoe die samen met zijn zoon naar een voorstelling van Wim Kan ging bijvoorbeeld, en hoe beiden geïmponeerd waren door de cabaretier die op fluistertoon toch de hele zaal wist te bereiken, dankzij een fenomenaal gebruik van de ogen. 'We zaten minstens op zestig meter afstand, en toch zaten we bij hem op schoot.'

De glansrol van Freek van Muiswinkel, volgens zijn zoon: die van Sinterklaas, dertig jaar lang op Eriks oude school in Heemstede, en ook nog eens tien jaar als stadssinterklaas van Haarlem. 'Hij heeft nogal wat kinderen op schoot gehad van ouders die hij twintig jaar eerder op schoot had.'

Er zijn drie soorten Sinterklazen, legt Erik van Muiswinkel uit. 'Stille Sinterklazen die zo min mogelijk zeggen en hun Pieten het werk laten doen, moralistische Sinterklazen die met gedragen stem de bisschop uithangen, en cabaret-Sinterklazen die snedig, en in hoog tempo, iedereen de revue laten passeren. Mijn vader was een cabaret-Sinterklaas.'

Treedt de zoon, op zijn beurt, ooit in de voetsporen van zijn vader, en is de cirkel dan rond? 'Nou ik heb een hekel aan jonge Sinterklazen, ik moet eerst nog wat ouder zijn, ik ga daar nog over nadenken.' Maar zijn lippen krullen, en de glinstering in zijn ogen spreekt boekdelen. 'Bij leven en welzijn zal ik toch wel eindigen als cabaret-Sinterklaas.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden