BLIKCHRIS BUUR

Red de Alfa Romeo van zijn roest-imago

Alfa 156_blik_01042020_HH-40869250 Auto, Alfa Romeo 156 Sportwagon, Baujahr 1997-, Limousine, Mittelklasse, hellblau, fahrend, schräg von hinten, ams 07/2000, Seite 034Beeld Hollandse Hoogte / Culture Images GmbH

Op deze plek schrijven Chris Buur en Sheila Sitalsing beurtelings wat hun is overkomen of opgevallen op de weg en in de berm.

Alfa Romeo heeft het moeilijk, en als corona vooral de reeds kwakkelenden treft, dan geldt dat ook voor de auto-industrie – dus wordt voor het voortbestaan van het vrolijk stemmende merk van de tikkie dellerig opgefokte gezins- en vrijgezellenauto’s gevreesd. En dat zou natuurlijk doodzonde zijn voor de Italianen die al sinds 1910 met regelmaat veel schitterends leveren aan eigenaren van kleine kappersketens en juniors bij flashy advocatenkantoren. De 156! De 164! De Giulia! De GT Junior! De GTV! Dat mag nooit verloren gaan. En er is hoop.

Eerst het slechte nieuws: imago is een soort olietanker, héél erg traag bij te sturen. En zo hebben Alfa’s sinds de jaren zeventig de naam vreselijk onbetrouwbaar te zijn. Googel het getapte-oom-gezegde ‘roest al in de folder’ en je komt uit bij de Alfasud, een hebberigmakend modelletje uit genoemd decennium dat technisch vernuftig was, maar vanwege goedkoop Russisch staal en onhandige productieomstandigheden de naam had snel uit elkaar te vallen. Elektronicaproblemen bij modellen in de jaren tachtig en negentig bestendigden het idee dat je met een Alfa gegarandeerd langs de weg kwam te staan. Dat werd versterkt door hoe Noord-Europeanen sowieso over Italianen denken, als levensgenietende corrupte wildebrassen. Sterker: ik heb een keuken vol apparatuur van een niet nader te noemen Nederlands merk dat graag doet of het Italiaans is, met een Italiaans klinkende naam en, klaarblijkelijk, de kwaliteitsproblemen die ze daarbij vinden horen; ik moet de espressomachine dagelijks een soort massagebehandeling geven om hem aan te laten slaan, alsof dit soort kuren verplicht bij Italiaanse charme horen.

Maar welk van deze merken was het betrouwbaarst, volgens onderzoek van de Consumentenbond, eind 2019: Volkswagen, Audi, Alfa Romeo, Opel? Jazeker wel. Als economie emotie is, laten we dan bij wijze van reddingsactie vanaf nu allemaal als leuk onbelangrijk feitje op feestjes roepen: Alfa Romeo’s zijn degelijker dan veel Duitsers.

Wat daarbij ook een beetje gaat helpen: Fiat Chrysler, het moederbedrijf van Alfa, fuseert met PSA, van Peugeot, Citroën en, sinds kort, Opel. Daar heeft een zekere Carlos Tavares de leiding, die behalve een kostenbespaarder en een verkooptovenaar een autoliefhebber is die héél goed het belang ziet van het opstrakken van een merk. Onder zijn leiding werd Peugeot weer 100 procent chic, Citroën weer 100 procent geinig en Opel weer 100 procent esthetisch en no-nonsense. Met heel veel succes. Benieuwd hoe hij olietanker Alfa met elegante zwaai inparkeert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden