Record Rijks door Rembrandt

Van de grote Nederlandse kunstmusea weet alleen het Haagse Gemeentemuseum structureel meer bezoekers te trekken. Bij de andere instellingen is het bezoek sterk afhankelijk van positieve en negatieve incidenten....

Dat blijkt uit de, deels voorlopige, bezoekcijfers over 2006 van zeven belangrijke musea (zie tabel). Koploper is het Rijksmuseum. Ondanks de renovatie van het monumentale onderkomen in Amsterdam, waardoor alleen de Philips-vleugel open is voor publiek, trok het Rijks dit jaar een recordaantal van 1,8 miljoen bezoekers, ruim eenderde meer dan in 2005. Maar dat zal in 2007 niet lukken, weet het museum nu al. ‘De grote motor was het Rembrandt-jaar. Dat was echt een uitzonderlijke trekker.’ Museum Boijmans in Rotterdam had in 2005 een grote Dalí-tentoonstelling. ‘Zoiets hebben wij maar eens in de paar jaar’, aldus een woordvoerster. Gevolg: 185 duizend bezoekers in 2006, liefst 27,5 procent minder.

Nog maar kort geleden trok het Groninger Museum alleen al met de Ilja Repin-tentoonstelling 240 duizend bezoekers. Dit jaar worden het er in totaal 155- à 160 duizend, nog 16 procent minder dan in 2005, het jaar waarin het museum in de rode cijfers raakte. ‘We hebben meer moderne kunst laten zien’ dan de populaire Russen zoals Repin, aldus een woordvoerster, ‘en die trekt bij ons nu eenmaal minder publiek.’

Toch verklaart het gemis van een blockbuster niet alles. Het Stedelijk in Amsterdam verbouwt ook en zit tot 2008 in een oud postkantoor – sfeervol, maar met handicaps. Niettemin trok het Stedelijk dit jaar 210 duizend bezoekers, een groei van 6,6 procent. Ook het Centraal Museum in Utrecht groeit tegen de verdrukking in. Het kampt al jaren met financiële problemen en teruglopend bezoek: van 115 duizend mensen in 2001 naar 92 duizend in 2005. Dit jaar ontstond ook nog eens grote onrust onder het personeel over het beleid van de nieuwe directeur Pauline Terreehorst. Toch trok het Centraal in 2006 ruim eenderde méér bezoekers dan het jaar daarvoor – deels, maar niet alleen, door het nieuwe Dick Brunahuis.

Maar de echte groeier is Wim van Krimpen van de Haagse Gemeente-musea (hij maakte er drie bij). In 2001, Van Krimpens eerste volle jaar, steeg het aantal bezoekers met liefst honderdduizend naar 264 duizend. Vijf jaar later zijn het er al 368 duizend, waarvan 22 procent jonger dan 25. Wim van Krimpen, nog onlangs gehoond door een jongere museale garde als mede-ondertekenaar van de aanklacht tegen de Mondriaan Stichting, lacht in zijn vuistje.

\N
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden