Interview Simon de Waal

Rechercheur en schrijver Simon de Waal (58): ‘Als schrijver wil ik op geen enkele manier politieman zijn’

Simon de Waal. Beeld Erik Smits

Simon de Waal schreef scenario’s voor alle Nederlandse detectiveseries, won een Gouden Kalf én zit al veertig jaar bij de politie. Maar ook in zijn vierde thriller, Systema, houdt hij zijn eigen werk buiten de deur.

Op een strategische plek in café Elsa’s aan de Middenweg in Amsterdam-Oost, vlak bij de ingang en het raam en met zijn rug tegen de muur, monstert schrijver en rechercheur Simon de Waal (58) iedereen die in zijn blikveld verschijnt. ‘Macht der gewoonte.’

De Waal komt al meer dan een halve eeuw in Elsa’s. Hij groeide op in de buurt, de Watergraafsmeer. Zijn zeventien jaar oudere broer nam hem vaak mee naar het café. ‘Café Willem heette het toen nog. De kinderwagen werd naast het biljart gezet en ik lag tevreden rond te kijken.’

De Waal zit er nog steeds zo’n twee keer per week, vaak om te schrijven en vaak na zijn werk bij de Amsterdamse politie. ‘Het is hier ongedwongen en lekker basic. De eigenaren zijn ras-Amsterdammers, die sfeer zie je terug. Aan het interieur is al die jaren nauwelijks iets veranderd, dat vind ik ook fijn.’

En altijd zit je hier, met je rug tegen de muur bij het raam?

‘Dit is mijn plek. Hier is het overzicht het best. Ik wil weten wat er gebeurt en wat iedereen doet. Het gaat automatisch, het kost me geen enkele moeite. Het is geen overdreven, ziekelijke interesse. Wat klopt er niet? Wat wijkt af? Daar let ik op.’

Heb je hier weleens iets afwijkends gezien?

‘Een heel enkele keer loopt er iemand langs met een bovengemiddelde interesse voor wat er op de tafeltjes op het terras ligt. Verder gebeuren hier geen rare dingen.’

In zijn nieuwste boek, Systema, bedankt De Waal Elsa’s. ‘Een soort tweede thuis, zeg maar’, schrijft hij. Een scène in de thriller speelt zich af op het terras van het eetcafé. Naast Edinburgh, Parijs, Clermont-Ferrand en Moskou is Amsterdam-Oost het decor in Systema. Onder meer de Nieuwe Oosterbegraafplaats, de cafés Ruk en Pluk en Bukowski en de Linnaeusstraat worden genoemd.

‘Het is makkelijk om te schrijven over plekken die je kent. En in Oost kan alles. Voor elke situatie die ik bedenk is er wel een plek te vinden die ik kan gebruiken. Dat is handig. De wijk is divers en veelzijdig. Lekker gemengd.’

In Systema gaan kinderen van Russische wetenschappers op zoek naar de geheimen van hun ouders en ontrafelen daarmee hun eigen familiegeschiedenis. Het is de vierde thriller van De Waal, na Cop vs Killer (2005), Pentito (2007) en Nemesis (2016). In 2009 begon hij samen met Appie Baantjer een politiereeks.

Simon de Waal: Systema. Lebowski; 256 pagina’s; € 21,99.

Daarnaast schreef hij in totaal meer dan honderd scenario’s voor nagenoeg alle Nederlandse misdaadseries: Baantjer, Unit 13, Grijpstra & De Gier, Spangen, Russen, Bureau Raampoort en Smeris. In 2000 kreeg hij een Gouden Kalf voor het scenario van de speelfilm Lek.

Al die jaren was hij ook in dienst bij de Amsterdamse politie, als agent, hoofdagent en, sinds 1986, rechercheur. De Waal is momenteel 27 uur per week coördinator van wat de calamiteitenunit wordt genoemd. ‘Dat betekent dat wij na schietpartijen, branden, steekpartijen, lijken en overvallen als eerste ter plekke zijn.’ Op 1 juli was hij veertig jaar in dienst bij de Amsterdamse politie.

Horloge met inscriptie gekregen?

‘Nee. Wel een oorkonde namens Zijne Majesteit de koning. En een medaille, ook namens hem, met het cijfer veertig in Romeinse cijfers. Elke avond kijk ik er even naar en droom ik gelukkig over de koning. Nee, serieus, het is leuk geregeld. Je krijgt ook extra salaris en je mag een receptie geven.’

Zijn loopbaan kwam in 1979 op gang door een advertentie in de Veronica Gids waarin gevraagd werd om leerling-politieagenten. ‘Achteraf had ik moeten gaan studeren, maar dat kwam toen nog niet bij me op. En van vrienden had ik leuke verhalen gehoord over de politie, over de sfeer en over de mensen. Dus toen heb ik die bon in de Veronica Gids maar ingevuld. Ik werd aangenomen. Nou, dan ga ik dat maar doen, dacht ik.’

Zijn vuurdoop bij het politiekorps kwam onverwacht en was pittig. De Waal werd ingedeeld bij de Mobiele Eenheid, in een tijd dat krakers massaal in verzet kwamen tegen woningnood en speculanten en Amsterdam de ene na de andere rel beleefde.

‘Na een jaar was ik klaar op de politieschool en stroomde ik meteen door naar de ME, zonder dat ik ooit iets had meegemaakt of op straat had gelopen. Hup, een ME-pak aan en zoek het maar uit. Even een korte opleiding en meteen het peloton in dat de eerste uitruk doet.’

De eerste uitruk?

‘Het paraatpeloton, heette dat. Dat was het peloton dat gedurende drie maanden elke dag inzetbaar was, als eerste. Ik heb zo’n beetje alle grote ontruimingen meegemaakt; De Vogelstruys, Lucky Luyk, de Groote Keijser, de Kleine Keijser, de Grote Wetering, de Prins Hendrikkade.

‘Het was een rare ervaring. Ik was pas 19, een jochie nog maar. Mensen uit dezelfde stad als ik, vaak van dezelfde leeftijd, probeerden mij plotseling dood te gooien met stenen en brandbommen en stokken met punten eraan. Wat me vooral is bijgebleven zijn de hysterische stemmen van kraaksters. Weten jullie wel waar jullie mee bezig zijn, schreeuwde een vrouw. Maar dat wist ik niet. Ik had geen flauw idee wat we daar precies aan het doen waren.

‘We moesten knokken voor ons leven, terwijl wij ook een bloedhekel hadden aan speculanten. Wij hadden óók geen woning. Als je bij de politie komt met het mooie, ouderwetse idee om mensen te helpen, en boeven te vangen, kijk je raar op als je op een dag stenen moet koppen.’

Als rechercheur werkte hij jarenlang vanuit bureau Lijnbaansgracht, in het hart van de stad. ‘Het mooiste district. Ik kwam er en ik ben er nooit meer weggegaan.’

In Het Parool zei je vorige maand dat je in je loopbaan meer dan duizend lijken hebt aangetroffen.

‘Die schatting was nog aan de voorzichtige kant. Ik ga er dik overheen.’

Hoe is het om…

‘Uiteindelijk is het gewoon werk. Neem je dat niet mee naar huis, vroeg iemand eens. Mijn vrouw ziet me aankomen met zo’n stapel lijken, zei ik. Je leert om een knop om te zetten. Natuurlijk is het heftig en zwaar, maar mijn emoties mogen op zulke momenten geen enkele rol spelen. Ik sta daar om mijn werk te doen; om de vraag te beantwoorden wat er precies is gebeurd. Hoe is hij overleden? En waarom?

‘Dik over de duizend lijken, eigenlijk ben je niet goed bij je hoofd als je dit werk al zo lang doet. Ik heb alles meegemaakt, je kunt het zo gek niet verzinnen. Maar ik heb er geen last van. En veel collega’s ook niet. Ik sta alleen niet te springen om naar dode kinderen te gaan. Dan is het anders. Maar ik doe het wel. Als je zelf vader bent, zoals ik, komt het nog harder aan. Eenmaal thuis knuffel ik mijn kinderen nog maar eens extra.’

Rustig praat hij over wat hij de nieuwe criminaliteit noemt; over de liquidaties in de stad en over ‘haantjes’ die snel beledigd zijn en bij het minste geringste een pistool trekken. En schieten. ‘Ze zijn jonger en emotioneler dan vroeger. Destijds gaven ze elkaar een klap voor hun smoel en was het klaar. Nu schieten ze meteen. Ze denken niet na.

‘Pistolen zijn makkelijk te verkrijgen en er zijn er veel in omloop. Net zoals handgranaten. Voor een paar tientjes kun je een handgranaat kopen. We mogen ons gelukkig prijzen dat op de politie nog steeds niet snel wordt geschoten.

‘Het is ook diverser dan vroeger. Als er in een tak van sport diversiteit bestaat, is in het in de misdaad. Daar maakt het totaal niet uit wie je bent en waar je vandaan komt. Als er geld valt te verdienen werken ze samen, en anders staan ze elkaar naar het leven. Afkomst speelt geen rol.’

Ben je weleens bang?

‘Eh, nee. Niet gauw. Gespannen, dat wel.  Gespannen en alert.’

Wanneer?

‘In situaties dat er iemand met een vuurwapen tegenover je staat. Ooit stond ik met twee collega‘s tegenover twee Joegoslaven met een vuurwapen. Het leek wel zo‘n scène uit een cowboyfilm. Het scheelde héél weinig of een van ons had de trekker overgehaald. Ik ben er nog, dus het liep goed af.‘ 

Je bent redelijk bekend, vanwege je scenario’s en boeken. Heb je daar last van als rechercheur?

‘Nooit, terwijl ik toch ook al dertig jaar schrijf. Ik ben zelden op tv, dat scheelt. Zo nu en dan sta ik in de krant, maar er zijn maar weinig criminelen die de krant lezen.’

De Waal werd bij toeval schrijver. Een vriend die betrokken was bij de productie van een Nederlandse film deed een beroep op zijn expertise als politieman. ‘Ik rolde erin.’ Zijn eerste tv-scenario’s schreef hij voor Baantjer, in 1995.

Uitgever Oscar van Gelderen stimuleerde hem om een boek te schrijven. ‘Ik ontmoette hem in 2002. Ik wil dat jij een boek schrijft, zei hij, het maakt niet uit waar het over gaat en ik geef het uit. Ik had geen idee wat ik moest doen. Een jaar lang stuurde hij me op de eerste van de maand een sms’je met dezelfde tekst: is het boek al af? Op een gegeven moment ben ik maar gewoon begonnen met schrijven. Dat werd Cop vs Killer. Tot mijn stomme verbazing werd het boek genomineerd voor de Gouden Strop en in België voor de Diamanten Kogel.’

Als schrijver houd je je verre van je eigen ervaringen en je werk als rechercheur. Het gaat over Russische wetenschappers die een virus uit het land smokkelen, of over de zachte criminaliteit in de Jordaan. Maar niet over liquidaties door Marokkanen.

‘Ik heb de stelregel dat ik niet schrijf over zaken die ik zelf heb meegemaakt of actueel zijn. Wat ik doe, is entertainment. Ik schrijf boeken en scenario’s voor tv-series en films. Ik wil niet dat mensen zich herkennen in wat ik schrijf en ik wil het leed van anderen niet exploiteren ter vermaak van lezers en kijkers. Daarnaast wil ik als schrijver op geen enkele manier politieman zijn. Ik houd de twee werelden strikt gescheiden.’

Waarom ben je nog steeds politieman?

‘Ik zou kunnen leven van het schrijven, maar ik blijf politieman. Omdat ik het zo leuk vind. Het is onvoorspelbaar, ik sta overal met mijn snufferd vooraan en ik kan iets betekenen voor mensen: de ellende voor nabestaanden verzachten en verlichten. Het gaat om meer dan alleen boeven pakken. Dat is trouwens ook bevredigend hoor: iemand binnentrekken en zorgen dat-ie binnen blijft.’

CV

1961 Op 16 februari geboren in Amsterdam

1979 Politieagent in Amsterdam

1986 Rechercheur in centrum Amsterdam,

1991 Adviseur scenario Kats & Co

1995 Scenario’s voor tv-serie Baantjer

1996 Scenario’s voor Unit 13

2000 Gouden Kalf voor scenario Lek (samen met Jean van de Velde)

2005 Eerste boek, thriller Cop vs Killer

2008 Diamanten Kogel, thriller Pentito

2009 Een Rus in de Jordaan (eerste boek samen met Appie Baantjer)

2011 Regisseur telefilm Cop vs Killer

2019 Systema

Simon de Waal is getrouwd en heeft een zoon en een dochter.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden