Column Herien Wensink

Recensies zijn niet bedoeld voor de kunstenaar, die zijn bedoeld voor u, de lezer

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Rutger Pontzen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

Lieve lezer,

Wordt u ook terstond overvallen door een aanval van acute narcolepsie als een geborneerde schrijver (of theatermaker) weer eens kritiek heeft op die vermaledijde sterren of ballen bij recensies? Zullen we het dan maar niet over de column van Tommy Wieringa in NRC hebben?

Of wel, niet vanwege de intussen salonfähige opvatting dat dat systeem niet deugt, maar om de humeurige ondertoon die zo’n groot chagrijn jegens de kritiek in het algemeen verried? Want, zo schreef Tommy tandenknarsend, ‘een slechte kritiek is tot daaraan toe’ (en hij vervolgde: één bal is ‘adding insult to injury’). Deze criticus struikelde al meteen over dat eerste: een slechte kritiek is tot daaraan toe?

Eigenlijk hoort het dus niet, een slechte kritiek, suggereert Wieringa; hij wordt slechts met de grootste moeite geduld. Hinderlijk en ongepast zijn ze, slechte recensies. Maar Wieringa strijkt over zijn hart, zet zijn ijdelheid en ego even helemaal opzij en staat de slechte recensie nog nét oogluikend toe. Het tweede deel van die zin – adding insult to injury - is natuurlijk nog erger, alsof een recensent met zijn oordeel een fatale verwonding aanbrengt. Kwetsend is het, een slechte recensie. En een belediging, blijkbaar.

Emotionele intimidatie is het. De criticus wordt weggezet als een gemeen onmens, terwijl die gewoon zijn werk doet, nota bene vanuit een grote liefde voor het vak, in dit geval de literatuur. Wieringa goochelt bovendien met de chronologie, alsof een criticus vanuit het niets een kwaadwillende recensie schrijft. Nee: de meningen lopen vaak uiteen en over smaak valt niet te twisten, maar over het algemeen volgt een negatief oordeel toch op een niet goed gelukt werk.

Don’t shoot te messenger.

Op de website Theaterkrant.nl schreef NRC-theatercriticus Marijn Lems recent een prikkelend ‘manifest voor de theatercriticus’, dat voor een paar makers meteen aanleiding was om te klagen over het abominabele niveau van de kunstkritiek. Te kort en te oppervlakkig, luidt die klacht meestal – nu én twintig jaar geleden, toen de recensie nog zes keer zo lang was.

Wat makers in recensies vaak missen, is aandacht voor het wordingsproces – informatie die voor het kwaliteitsoordeel irrelevant is en royaal de ruimte krijgt in voorbeschouwingen. Tweede steen des aanstoots: stukjes van 250 woorden hebben alleen ruimte voor een (‘oppervlakkige’) beschrijving en een (‘slecht gefundeerd’) oordeel. Toegegeven, ideaal is die lengte niet. Er zijn trouwens ook langere recensies. Maar bovenal: een recensie wil géén uitputtende dramaturgische analyse van een werk zijn waarin alle facetten, motieven en intenties aan bod komen (want onleesbaar). Een recensie kan een kunstwerk nooit helemaal recht doen – klopt, sorry – en daar is ze ook niet voor.

De recensie, lieve lezer, is er voor u. Opdat wij u informeren over nieuwe kunstuitingen, de beleving overbrengen, de inhoud duiden betekenis destilleren, en op basis van een altijd wisselend amalgaam van factoren een (hopelijk) goed onderbouwd oordeel vellen. Zodat u weet of u wel of niet moet lezen, kijken, luisteren. En als u geen tijd heeft voor die 250 woorden, staan er gelukkig nog altijd sterren bij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.