Rebelse kunst van lieve jongens

Rinnsteinkunst – straatgootkunst. Zo noemde de Duitse keizer Wilhelm II eind 19de eeuw de kunst van de nieuwe generatie schilders in Berlijn die geen zin meer had hem met brave staatskunst te behagen....

Wieteke van Zeil

Dat kon natuurlijk niet lang goed gaan. Overal in Europa keerden kunst en wetenschap zich naar binnen, los van God en collectief en bezeten van de individuele waarneming. Het Berlijnse kunstcircuit kon daarbij niet achterblijven.

Elke grote stad had zijn eigen Salon des Refusés, zo ook Berlijn. Na een aarzelende poging in 1892, toen de keizer een tentoonstelling van Edvard Munch na zeven dagen sloot 'uit respect voor de kunst', braken enkele kunstenaars in 1898 definitief met het stelsel en verenigden zich. De werken van deze Berliner Secession zijn nu in het Larense Singer Museum te zien.

In een manifest verkondigden de kunstenaars grote beloften met het in die tijd wel vaker voorkomende dogmatische anti-dogmatisme: 'Volgens ons bestaat er geen alleenzaligmakende kunst, maar wij beschouwen elk werk (. . .) als een kunstwerk, als het maar een oprecht gevoel belichaamt.' Oude regels werden doorbroken met nieuwe. Er was natuurlijk ook een terrein te bevechten voor de kunstenaars. Zoals veel kunst uit deze periode zijn ook deze schilderijen voor de hedendaagse bezoeker, belast met de kennis van al het avant-gardisme dat nadien de kop opstak, maar moeilijk als rebels te bestempelen.

De schilderijen zijn eerder, net als die van de Franse impressionisten en Nederlandse schilders uit die tijd, mooie sfeerbeelden die een romantisch beeld van het fin de siècle oproepen.

Dat lijkt het Singer Museum ook te vinden. De tentoonstelling is goed gedocumenteerd opgezet als een hoofdzakelijk historische presentatie. Met een lange tijdsbalk waarop de bezoeker de maatschappelijke feiten vindt, en zes zalen waarin het negentiendeeeuwse Berlijn steeds van een andere kant wordt belicht. De stadsgezichten à la Breitner van Franz Skarbina en Paul Hoeniger, vol glimmende straatstenen en half afgesneden figuren, alsof ze terloops gefotografeerd zijn.

De opkomende industrie, de daarmee opkomende arbeidersklasse, de wulpse meisjes op de zolderkamers en de stille bosmeren rondom de stad. Oprichter Max Liebermann is vooral vertegenwoordigd in de portrettenreeks die door de zalen heen loopt, met losse impressies van zichzelf en vrienden.

Kokette vrouwen en goed geklede, soms wat pedanterige mannen roepen temidden van die stadsimpressies spontaan een Berlijns Titaantjes-gevoel op. Aardige jongens. COLLECTIE STADTMUSEUM BERLIN

Echt schudden aan de wereld deden ze niet, hun schilderijen evenmin, op een enkele na zoals het portret van Walther Rathenau door Munch (die zich in 1905 ook even bij de Secessionisten had aangesloten) en Leistikows verlaten landschappen. Maar het Singer Museum weet de sfeer van hun bestaan mooi neer te zetten.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden