Interview

'Realiteit haalt een toneelspeler altijd rechts in'

Jeroen De Man (36) regisseert bij Het Nationale Theater Ondertussen in Casablanca. Het stuk begon als een bespiegeling op het vak, maar dat veranderde toen de MH17 werd neergehaald. De ondertitel luidt: De wereld brandt en wij spelen toneel.

Jeroen De Man. Beeld Daniel Cohen

De titel mag dan filmisch klinken, Ondertussen in Casablanca, het is vooral de ondertitel van de nieuwe première van Het Nationale Theater (voorheen Het Nationale Toneel), die de aandacht trekt: De wereld brandt en wij spelen toneel. Klinkt toch als pijnlijk verwijt richting theater: zouden acteurs niets zinvollers kunnen doen dan avond aan avond komedie of tragedie spelen? Iets wat de ellende en de armoede in de wereld vermindert, de sociale cohesie verstevigt en klimaatverandering tegengaat? Actie in plaats van spel. De werkelijkheid onder ogen zien in plaats van de verbeelding vieren.

Die ondertitel velt geen oordeel, benadrukt regisseur Jeroen De Man (36) een week voor de première, komend weekend in Den Haag. Hij heeft zelf de toneeltekst geschreven voor deze coproductie met Toneelgroep Oostpool. 'Het is een constatering. Zo gespleten komt het leven op ons af. Je kunt toneelspelen ook door andere beroepen vervangen. De wereld brandt en wij schaatsen de marathon/draaien plaatjes/ontwerpen sneakers. We maken ons druk over tante zus of boodschapje zo en ondertussen zien we vreselijke beelden van aanslagen, rampen, oorlogen en vluchtelingenkampen. We praten er gewoon langs. Dat voelt ongemakkelijk. Hoe kun je zinvol reageren en geëngageerd zijn? Hoe kunnen we die werelden mengen wanneer we op toneel staan?'

Die tegenstelling, tussen de ogenschijnlijke onverschilligheid van onze hedonistische levensstijl en de ongemakkelijke urgentie van heftig nieuws, drijft De Man op de spits in Ondertussen in Casablanca, een voorstelling in de vorm van toneel-in-toneel-in-toneel.

Het publiek zit in de coulissen. Twee ervaren acteurs (Hans Dagelet en Jacqueline Blom) worden voor opkomst in hun kleedkamer geïnterviewd over hun vak. De journalist (Anniek Pheifer) is een en al bewondering. Deze Lynn Fonteyne en Alfred Lohman, vrij naar het Brits-Amerikaanse acteursechtpaar Lynn Fontanne (1887-1983) en Alfred Lunt (1892-1977), zijn een beroemd theaterkoppel. Ze hebben de regisseurs en festivals voor het uitzoeken, ook over de grens.

De Man haalde een deel van het script uit het boekje Actors talk about acting, gekregen van wijlen Adrian Brine (regisseur en echtgenoot van castinggoeroe Hans Kemna) toen hij hem hielp met het omhuizen van diens immense theaterbibliotheek. De Man ver-Nederlandste de gesprekken: 'Denk bij Lynn en Alfred aan succesvolle toneelechtparen als Elsie de Brauw en Johan Simons of Fedja van Huêt en Karina Smulders. Ik wilde die gesprekken over toneel graag gespeeld zien; ik vind het prachtig om vakmensen gepassioneerd over hun ambacht te horen praten. Als een goochelaar eerst zijn truc uitlegt en hem dan doet, ben ik medeplichtig aan het wonder. Maar tijdens het vertalen werd de MH17 neergehaald. Kan ik in het theater nog wel bomen over ons vak? Moet ik niet naar Oekraïne? Wat moet ik daar dan beginnen?'

À l'improviste

Of hij nu natuurbeschermers of politici tegenover zich heeft, theaterliefhebbers of ondernemers, De Man kan à l'improviste zo hartstochtelijk een monoloog citeren dat je wel naar hem moet luisteren. Met zijn vakbroerders van De Warme Winkel blies hij het stof van menig kunstenaarsoeuvre. Naast oeuvrestukken maakte De Warme Winkel ook producties met geestig commentaar op de actualiteit. De Man deed her en der ook regies zoals van het veel geroemde Als ik de liefde niet heb van het Ro Theater. Hij geeft les op toneelscholen in Arnhem en Amsterdam en is nu aangetrokken voor regies bij Toneelgroep Oostpool en Het Nationale Theater (ontstaan uit een fusie tussen Het Nationale Toneel, NTJong, de Koninklijke Schouwburg en Theater aan het Spui).

Werkelijkheid

Hoe geestdriftiger Lynn en Alfred praten over hun werk en vragen over timing en humor beantwoorden, hoe meer ze zich verliezen in spelen, spelen en nog eens spelen. Dan draaien de coulissen open en sijpelt de 'helse werkelijkheid' binnen, terwijl een lichtbalk meldt: 'Ondertussen in Kinshasa' (honger), 'Ondertussen in Melilla' (vluchtelingen), 'Ondertussen in Manaus' (Zika-virus) of 'Ondertussen in Hilversum' (fanatisme).

Derde- en vierdejaars van de Toneelacademie Maastricht en de Toneelschool Arnhem verbeelden deze journaalscènes; ze hurken in isolatiefolie bij elkaar (de tentenkampjes verschijnen op videobeeld), ze onderzoeken infecties op geïmproviseerde operatietafels en er klinken schoten van vuurgevechten. Tot de coulissen zich weer sluiten en de personages verder praten over toneelspelen. 'Zo verknipt komt het leven dus voortdurend op ons af. Die absurditeit moeten we omarmen. Anders moeten we het opgeven. Dat paradoxale gebeurt ook in ons hoofd: je zit te facebooken en ondertussen zie je foto's van mensen die net in een Turkse disco zijn vermoord. Dat continu schakelen is raar maar waar.'

Dat de werkelijkheid een voorstelling soms imiteert, blijkt tijdens het interview. We lopen na de repetitie van Theater aan het Spui naar het huis van het Haagse toneelgezelschap aan de Schouwburgstraat. De Man vertelt enthousiast over zijn verhuizing van Amsterdam naar Den Haag en de geboorte van zijn tweede kind, dochter Josephine, zusje van Louis: 'Nieuw kind, nieuwe stad, nieuwe baan.' Hij heeft na tien jaar zijn lidmaatschap van het brutale collectief De Warme Winkel verruild voor de mogelijkheid jaarlijks een voorstelling te maken bij Het Nationale Theater (HNT) en Toneelgroep Oostpool - twee van Nederlands grootste gezelschappen. Een opvallende stap. De Warme Winkel (The Hot Shop in het buitenland) is met tumultueuze en energieke voorstellingen doorgedrongen tot de hoogste festivalregionen. De brille en bravoure waarmee de leden een oeuvre van een obscure kunstenaar tegen het licht houden of bloei en verval van een kunststroming op de hak nemen, leiden steevast tot een uitverkiezing bij de tien beste voorstellingen van het seizoen.

Scene uit Ondertussen in Casablanca. Beeld Kurt van der Elst

Lef

Maar Eric de Vroedt, de nieuwe artistiek leider van HNT, en Marcus Azzini, kopman bij Oostpool, boden hem allebei mogelijkheden zich vier jaar lang te ontwikkelen als regisseur, nota bene bij twéé grote toneelgezelschappen.

Net als De Man vertelt dat hij zijn kunstbroeders gedag zei omdat zijn nieuwsgierigheid naar regisseren te groot werd, houdt de ME ons tegen in de Lange Poten. Ze zetten de winkelstraat af met zwaar materieel. Er klinkt een schot. Omstanders zeggen dat een streaker met zakken kleren heeft gegooid. Later wordt bekend dat een verwarde man een tas heeft gesmeten naar het gebouw van de Tweede Kamer onder de uitroep dat daar een bom in zat. Ondertussen in de Lange Poten.

Wat hij meeneemt van De Warme Winkel naar HNT en Oostpool is 'het lef om op je bek te durven gaan, goed ruzie kunnen maken en de vrijheid om improviserend te zoeken naar onverwachte ideeën'. Mislukken moet mogen. 'Ik heb net gerepeteerd met vier acteurs en vijf studenten. Ik kan zielsgelukkig worden van gekke ideeën die op de vloer ontstaan. Die moeten we gebruiken om mensen te overdonderen en te bedonderen. Het publiek komt naar het theater met de bereidheid ons te geloven. Het theater is de tempel van de leugen. En in die leugen verpakken wij een ongemakkelijke waarheid.'

Intellectuele omhelzing

Dus als journalist Aurelia in Ondertussen in Casablanca vraagt wat al dat theater het acteursechtpaar heeft gebracht, weet De Man het antwoord: 'Een echt goede voorstelling ervaar ik als een intellectuele omhelzing waardoor ik mij minder eenzaam voel.'

De Man wist al vroeg dat hij naar de toneelschool wilde. Hij zat nog in groep acht van de basisschool toen een docent van een middelbare school in Amersfoort - een vriend van zijn ouders - hem vroeg voor de hoofdrol in de jaarlijkse schoolvoorstelling. Na de brugklas speelde hij mee op zijn eigen school, het Nieuwe Eemland College. Zijn vader was daar amanuensis en pionierde met internet. Louis Engels, docent catechismus, werd zijn toneelvader. 'Een lange man die ons in de coulissen schopte als we niet stil waren. Strafwerk bestond uit vijf kantjes over de beginjaren van Beethoven. Hij weet niet eens dat ik mijn zoon ook naar hém heb vernoemd'. Engels liet hem Friedrich Dürrenmatt spelen en Nikolaj Gogol en legde zo de kiem voor een grote liefde voor Russische literatuur en een nog grotere voor theater. Toch werd De Man niet aangenomen op de Theaterschool in Amsterdam. 'Ik auditeerde in vol ornaat als keizer, kluivend aan kippenbotjes. Maar ik was nog te bleu. Pas toen ik tijdens een verknipte studie Culturele Maatschappelijke Vorming alleen maar zat te lezen, ging de motor echt aan en leerde ik met teksten spelen.'

Dracula

Een jaar later werd De Man wel aangenomen, in Amsterdam én Maastricht. Hij koos voor het zuiden. 'In dat theaterklooster heb ik immens veel geleerd en de tijd van mijn leven gehad.' Vers van de academie speelde hij bij het Noord Nederlands Toneel Ajax in legeruniform, in een tragedie van Sophocles. De Man wilde die rol zo realistisch en actueel mogelijk neerzetten en liet zich inspireren door gesprekken met Bosnië- en Rwanda-veteranen. 'Na een monoloog van een uur pleegde ik zelfmoord en bleef nog een half uur liggen op toneel; onderwijl trokken hun getuigenissen op beeld voorbij. Zo heftig, daar kon mijn spel nooit tegenop. De realiteit haalt een toneelspeler altijd rechts in.'

De Man mag dan bekendstaan als boekenwurm, kunstliefhebber en repertoirekenner, volgend seizoen gaat hij bij Oostpool, in coproductie met HNT, een voorstelling maken over zijn allerliefste onderwerp: vampiers. Voor volwassenen wel te verstaan, met als titel Kinderen van Judas. 'Op mijn 11de kreeg ik zogenaamd een brief van Dracula, geschreven door die vriend van mijn ouders. Dracula wilde mij ontmoeten in Den Treek. In de schemering vond ik bij een boom weer een brief, dat hij helaas met spoed naar Transsylvanië was geroepen. Mijn moeder smokkelde mij als alternatief de bioscoop binnen bij Bram Stokers Dracula. Dat werd mijn lievelingsfilm. Ik heb al die scènes oeverloos nagespeeld. Stond ik weer achter een boom, met cape en hoektanden te sissen: 'See me, see me now.' Die vampiervoorstelling ga ik maken met goede vriend Joris Smit. Dat wordt supersexy, met veel bloed en gorigheid. Vet 16+.'

Ondertussen in Casablanca door Het Nationale Theater, in coproductie met Toneelgroep Oostpool. Tekst en regie: Jeroen De Man. Vanavond en morgen try-out, zaterdag première in Theater aan het Spui, Den Haag. Tournee t/m 25/2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden