Reageren? Eerst uw naam graag

Kranten willen af van anonieme reacties op hun sites. ‘De anonimiteit wordt misbruikt.’..

Vanaf het ontstaan van internet hebben gebruikers twee zekerheden gehad: het grondgebied dat het wereldwijde web omspant is vrij voor iedereen toegankelijk en iedereen kan zich er anoniem bewegen. Een cartoon uit The New Yorker uit 1993, de kraamtijd van het internet, waarin de ene straathond tegen de andere zegt: ‘op internet weet niemand dat je een hond bent’, werd een symbool van die vrijheid. Jarenlang was het een van de meest gereproduceerde cartoons uit het tijdschrift.

Op het moment dat nieuwssites jaren later ook het idee omarmden dat bezoekers van hun sites moesten kunnen reageren op nieuwsberichten, waren vriend en vijand het erover eens dat ook dat anoniem moest kunnen. Dat idee ligt inmiddels echter van diverse kanten onder vuur.

Controversiële opmerkingen
Journalisten vragen zich meer dan ooit af of reacties op hun websites nog wel anoniem mogen zijn. The Washington Post heeft plannen het beleid ten aanzien van reacties op de site binnen enkele maanden aan te scherpen. Een van de ideeën is om niet-anonieme reacties prominenter te plaatsen dan reacties zonder naam en toenaam. The New York Times, The Post en veel andere kranten vragen al van gebruikers zich te registreren voor ze kunnen reageren. Hun gegevens worden niet getoond bij hun reacties. The Huffington Post, een vooraanstaande nieuwssite, maakt binnenkort veranderingen bekend, waaronder een ordening van reacties gebaseerd op de mate waarin andere gebruikers die reacties vertrouwen en de schrijvers ervan herkennen.

‘Anonimiteit op internet is volstrekt geaccepteerd, maar er bestaat geen twijfel over dat mensen die anonimiteit misbruiken om controversiële of gemene opmerkingen te maken’, aldus Ariana Huffington, oprichter van The Huffington Post. ‘Ik heb het idee dat dit een leerproces is. Terwijl internet volwassen wordt, gaat de trend steeds verder weg van anonimiteit.’

The Plain Dealer, een krant uit Cleveland, schond onlangs de anonimiteit van iemand die op haar site had gereageerd. De krant kwam erachter dat de reactie, waarin een advocaat werd gekleineerd, afkomstig was van het e-mailadres van een rechter die in de rechtszaal in meerdere zaken met de betreffende advocaat te maken had. De krant werd veroordeeld voor het noemen van de naam van de rechter en het verband tussen de reactie op de site en haar werkzaamheden. In een reactie erkende The Plain Dealer dat het weliswaar had gebroken met de traditie om de anonimiteit van reagerende gebruikers te waarborgen, maar tekende daarbij aan dat het nadrukkelijk ging om een gewoonte en niet om een garantie.

‘Grof, wreed en onbeschoft’
Volgens sommige journalisten, die op de zaak reageerden, is het hoog tijd dat anonieme reacties op nieuwssites aan banden worden gelegd. Leonard Pitts, columnist van The Miami Herald, noemde de anonieme reactiestromen op internet onlangs ‘grof, onverdraagzaam, wreed en onbeschoft in die mate dat ze zelfs de gehavende overblijfselen van ons fatsoen schokken’.

Dat nieuwsorganisaties nadenken over het aanpassen van de regels voor reacties heeft volgens William Grueskin, decaan van de journalistiekopleiding van de universiteit Columbia in New York, ook te maken met het feit dat reactiepagina’s vrijwel geen inkomsten genereren. Adverteerders hebben weinig interesse hun advertenties te plaatsen naast willekeurige reacties, en al helemaal niet als dat onfatsoenlijke reacties zijn.

Hal Straus, verantwoordelijk voor multimedia bij The Washington Post, zegt over de mogelijke oplossing: ‘We willen de gebruiker in staat stellen verschillende niveaus van reacties te selecteren en op basis van die selectie te kiezen wat ze wel en niet willen lezen. Het systeem is nog niet uitgewerkt, maar waarschijnlijk gaan we gebruikers vragen reacties van een beoordeling te voorzien.’ Daarin zou wat Straus betreft ook meegenomen moeten worden of iemand zijn echte naam gebruikt of een pseudoniem.

Een probleem blijft echter bestaan: sommige mensen zullen ongetwijfeld ‘nepnamen’ opgeven als om hun identiteit wordt gevraagd en voor een nieuwsorganisatie vergt het te veel tijd en geld om de juistheid daarvan te controleren. Volgens veel mediabedrijven heeft de vraag om registratie en het verstrekken van extra gegevens zoals een e-mailadres echter al een zuiverende werking op de aard van de reacties. Ook zijn jongere generaties dankzij sites als Facebook en Twitter inmiddels geheel gewend geraakt aan het geven van hun mening onder eigen naam, vaak zelfs voorzien van een foto. Ariana Huffington van The Huffington Post: ‘De behoefte aan privacy is bij jongeren veel minder. Als je hun de keuze geeft, kiezen ze er vaak voor niet anoniem te zijn.’

© The New York Times

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.