Raymond Pettibon port in Amerika's zere plekken

Raymond Pettibon schetst in zevenhonderd werken een diepzwarte analyse van de Amerikaanse geschiedenis. De kunstenaar is een observator van zijn eigen tijd en schuwt de boosheid niet.

Illustratie van Raymond Pettibon Beeld Raymond Pettibon

Pas op: de kans dat je de allerlaatste zaal van het Bonnefantenmuseum niet haalt, is reëel. Op het retrospectief van de Amerikaanse kunstenaar Raymond Pettibon (60) worden voortdurend zo veel visuele en tekstuele stimuli over de bezoeker uitgestort dat diens hoofd na een tijdje overkookt - na een zaal of vier is het al zover. Toch is het zaak voorbij dat punt te komen.

Anders mis je onder andere de tekening uit 2007 waarop drie forse schoenendozen met Amerikaanse-vlagmotief worden ingepakt. Tekst eronder: 'Ons retourbeleid: de gewonden en de doden, de niet-functionerende en defecte (niet-reparabel) worden per stuk verpakt in bruin papier... met grote zorg voor uw gemak en uw privacy'. Bam, stomp in je maag. Typisch Pettibon is dat twee onvergelijkbare grootheden (de Irakoorlog en het retourbeleid van een webwinkel) bij elkaar worden gegooid, waaruit nieuwe betekenis ontstaat.

Met het overzicht A Pen of All Work van Raymond Pettibon (Raymond Ginn, Tucson, Arizona), eerder getoond in The New Museum in New York, heeft het Bonnefantenmuseum iets bijzonders in huis gehaald. Ten eerste door de omvang: zevenhonderd werken is (bijna té) veel. Maar, tweede bijzonderheid, juist uit die veelheid komt iets bovendrijven wat eerder nog niet zo duidelijk was: 's mans scherpe, diepzwarte analyse van de Amerikaanse samenleving.

Aanvankelijk dook Pettibon op als autodidactische tekenaar in de Californische punkrockscene van de jaren zeventig en tachtig. Cultbands als Sonic Youth en Black Flag lieten hem singlehoesjes tekenen en hij produceerde een gestage stroom gekopieerde strips en fanzines met titels als Captive Chains en The Express Sex Train. Verkoop: nul. Imago: punker, tegencultuur, de marge.

A Pen of All Work
Beeldende kunst
Raymond Pettibon
Bonnefantenmuseum Maastricht, t/m 29/10.

De expositie voert eerst langs die zelf uitgegeven strips vol geweld, drugs en mislukte seks. Eenmaal volwassen tekent Pettibon (een koosnaam van zijn vader, die hem 'Petit Bon' noemde) zich een weg door de Amerikaanse cultuur en hedendaagse geschiedenis. Seriemoordenaar en sekteleider Charles Manson komt aan bod; Superman; honkbalspelers; Patty Hearst; Walt Disney; de Califorische hippies en hun lsd-cultuur; de Bijbel; surfers; de dollar; et cetera. Steeds in heldere, beetje houterige tekenstijl en een toenemende woordenvloed.

'Geen Daumier en geen Disney', noemt kunsthistoricus Benjamin Buchloh hem in een heerlijk academisch catalogusessay, daarbij Pettibon nadrukkelijk tussen die culturele kanonnen positionerend. De Franse Honoré Daumier (1808-1879) was karikaturist pur sang. Walt Disney gaf met zijn tekenfilms vorm aan 'de collectieve infantilisering' - aldus Buchloh - van de Amerikaanse samenleving.

Raymond Pettibon gebruikt die heldere beeldtaal en dito figuren, maar port in elk werk ook in Amerika's zere plekken. De Bijbel wordt bij hem op een schaaltje opgediend, voorzien van een marketingplan. Een wit geschminkte clown is 'de eerste zwarte man die ik ooit zag'. Zelfs in Pettibons schitterende surf-zeelandschappen, geliefd bij verzamelaars, wordt de sublieme natuurervaring tenietgedaan door geniepige zinnetjes: 'We bidden nederig voor brand, aardbevingen en hongersnood in de vallei en golven op de kust.'

Door zijn gestage stroom tekeningen (de teller passeerde de twintigduizend stuks) blijft de kunstenaar een observator, óók van zijn eigen tijd en cultus. Hippies wauwelden maar wat in hun gedrogeerde staat; punks kregen niets voor elkaar; revoluties wisselden elkaar 'makkelijker af dan kapsels'; de commercie bedroog en religie maakt dom. En Pettibon schudde zijn punkimago af.

In de laatste zaal - en daarom moet u volhouden - laat hij alle cynisme en afstandelijkheid varen. Nu is hij echt boos. Slachtoffers zien eruit als slachtoffers en de koppen van de Amerikaanse presidenten zijn realistisch. De regering Bush klontert samen rond de doodskist van een soldaat en poeiert de wanhopige moeder af - hén valt niets te verwijten.

Amerika is een land in verval en dat is het niet zomaar ineens geworden. Als we goed hadden gekeken, zoals Pettibon, zou de huidige situatie niemand verbazen. De gerijpte kunstenaar zegt het onomwonden in zijn recente werk. In zijn gargantueske oeuvre zijn de kiemen al aan te wijzen. Daar, een tekeningetje uit 1986, waar een figuur de maan ziet opkomen boven de wolkenkrabbers. 'Een zekere Donald Trump. De eerste echte heer sinds jaren die ik ontmoette.'

Samplekoning

Pettibon becommentarieert en verhaspelt zijn eigen werk en dat van anderen.

Geen tekening is heilig en geen tekst is in steen gehouwen. Heel duidelijk laat Pettibon dat zien in de bewerking van zijn eigen, altijd bewaarde kindertekeningen, die hij na 2000 van cynisch commentaar heeft voorzien.

Pettibon samplet de teksten in zijn werk uit een enorm archief aan zinnen uit de literatuur, kunstgeschiedenis, filosofie en het nieuws. Hij knipt ze uit boeken en kranten (er ligt een mooie selectie papiersnippers in vitrines), verhaspelt ze weer en combineert ze met zijn eigen commentaar. Zijn favoriete auteurs zijn Henry James, Marcel Proust en John Ruskin, maar een goede zin kan ook 'van een meukaart komen, of uit de conversatie aan het tafeltje naast je', zei hij eens in een interview.
Pettibon becommentarieert en verhaspelt zijn eigen werk en dat van anderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.