Rattle zet afscheid Parsifal grote luister bij

Parsifal, van Wagner, door de Nederlandse Opera o.l.v. Simon Rattle en Klaus Michael Grüber. Amsterdam, Muziektheater, t/m 21 februari...

Zelden zal een Wagnerdebutant zo hebben geëxcelleerd als Simon Rattle, die dinsdag in het Amsterdamse Muziektheater zijn eerste complete Parsifal dirigeerde. En zelden zal een operahuis bij een laatste Wagnerreprise zoveel werk hebben gemaakt van de rolbezetting - met gelouterde interpreten als Robert Lloyd (Gurnemanz), Wolfgang Schöne (Amfortas) en Günter von Kannen (Klingsor), en met een gevaarlijk veel hooi op haar vork nemende, maar nog onversleten Kundry-vertolkster, de Litouwse Violeta Urmana.

En met Poul Elming: hij is de beste Parsifal die op een Amsterdams podium heeft gestaan sinds de oude Operastichting (in '81) er weer een aandorst na een pauze van een halve eeuw.

Zelden, met andere woorden, deed het afscheid van een productie zo pijn als dinsdag het geval was bij Wagners Parsifal in de zeven jaar oude enscenering van Klaus Michael Grüber en Gilles Aillaud. Voor de Nederlandse Opera is het welletjes. Nog acht voorstellingen, en dan is het afgelopen met de opmars der lege harnassen, de houten arm van koning Amfortas en de gebroken spiegels in het toverslot van Klingsor. Althans, wat Amsterdam betreft.

Geen enscenering was beter toegesneden op de bizarre maten van het Muziektheater dan deze Parsifal, met zijn laatste, indrukwekkende beeldwisseling waarin een falanx van lichaamloze pantsers - symbool van leed en ontluistering - over de hele breedte komt aanzetten. En geen avondmaalstafel was langwerpiger dan die waaraan het graalvolk in de eerste akte zo hulpeloos in het glas met abrikozenlikeur staart.

De sloop zal zich in etappes voltrekken: het decor maakt nog een rondgang langs het Parijse Châtelettheater en de operahuizen van Bologna en Brussel. Waar het, bevolkt met ridderschappen van wisselende herkomst, op steeds smallere podia terecht zal komen.

Zoals bekend bestaat er geen Parsifal, of er is iets op aan te merken. Het plastic opblaasfruit dat de liefdestuin omzoomt waarin de aankomende verlosser Parsifal de verleidingen van Kundry weerstaat; het mini-alpje aan de voet waarvan zich een akte verder zijn zalving voltrekt; het zijn producten van de soms lichtelijk overgedoseerde ironie waarmee Grüber de weeëre aspecten van Wagners evangelie probeert te neutraliseren. De Parijzenaars en Bolognezen zullen zich er hopelijk bij neerleggen.

Maar bij de muzikale spanningen die Simon Rattle namens Richard Wagner teweegbrengt, houden deze beelden ook tijdens de zoveelste aanblik hun zeggingskracht.

De vraag is, hoe het komt dat Rattle nu pas aan Wagner toe is. Als rond een vat plutonium moet Sir Simon rond Wagner hebben rondgetrokken. In het operafestival van Glyndebourne was hij met Strauss en Janacek jaren geleden een beetje in de buurt. In Londen hield hij halt bij Berg's Wozzeck; bij de Nederlandse Opera dirigeerde hij Debussy's Pelléas et Mélisande.

Zijn nadering tot Wagner heeft zich in laatste instantie afgespeeld langs de symfonische stadia Schumann-Bruckner-Mahler - tot Rattle kortgeleden de graal aanpakte met een concertuitvoering van de derde akte van Parsifal, met zijn orkest van Birmingham.

En dan maar debuteren in een tweede reprise, low profile, in het voetspoor van de lang niet onsuccesvolle Hartmut Haenchen.

Rattles omtrekkende bewegingen moeten met intense studie gepaard zijn gegaan. De vruchten plukt hij met het Rotterdams Philharmonisch, dat hij, uitgekookt, met zeer groot strijkerscorps laat aantreden, zonder de dynamische proporties op te blazen. Hij realiseert een transparante, zinsbegoochelende orkestklank, die zich onderscheidt door de intensiteit van de afzonderlijke lijnen waaruit ze is opgebouwd. Verder bepaalt hij zich tot Parsifaliaanse deugden als bescheidenheid en geduld. Hij legt persoonlijkheid in het ritmisch profiel, bouwt zonder compromissen spanning op, maar blijft dienstbaar aan hen die de ritus uiteindelijk moeten celebreren.

Zo geeft hij vleugels aan de Deen Poul Elming, die zeven jaar geleden prachtig debuteerde als een slungelachtige Siegmund in de Ring-productie van Barenboim en Kupfer in Bayreuth, en die na een wat mindere periode weer goed in vorm blijkt. Robert Lloyd, die stemtechnisch wat minder indrukwekkend uit de hoek komt dan hij als Gurnemanz in zijn grootste dagen vermocht, ontpopt zich in samenwerking met Rattle als een oude Wagnerclochard van het meest spirituele soort.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden