Recensie Beeldende kunst

Raquel van Havers levensgrote mensen vermaken zich met bier, muziek, eten, roken en dansen (drie sterren)

Op haar schilderijen, reliëfs meer, vermaken levensgrote mensen zich op ongure plekken.

The eyes must be Obeyed… One 1000 Soldiers with One 1000 Dices. When They Start Make you no go Anywhere, 2018. Beeld Gert Jan van Rooij

Hé, zou ze in tijdnood zijn gekomen? Na een paar museumzalen van Raquel van Havers solotentoonstelling in Stedelijk Museum Amsterdam verrast ze me. Nu sta ik te kijken naar een kale hand, bijna zonder verf. En ik dacht dat ik haar doorhad.

De grote schilderijen van Raquel van Haver (29) zijn verleidelijk en afstotelijk. Verleidelijk: de overdaad, de heftigheid van de kleuren, het overweldigende formaat. Het grootste werk hier is wel 9 meter breed. Erop taferelen in het donker die Van Haver meestal aantrof op plekken die het licht slecht verdragen, in buurten die gevaarlijk worden genoemd.

De meer dan levensgrote mensen vermaken zich met bier, muziek, eten, roken en dansen. Ze hebben harde trekken en lege ogen. Hun huid steekt uit, in de verf maakt Van Haver bobbels en kuilen, het is niet de botstructuur maar iets anders. Een oogkas is hol, maar een wang, dijbeen of achterhoofd kan dat ook zijn. Die grilligheid heeft iets afstotelijks.

De schilder gebruikte ongelooflijke hoeveelheden verf, maar ook teer, nephaar, krijt, sigaretten, dopjes, posters, sieraden en mobiele telefoons, geplakt op jute en karton. Ze maakte deze tentoonstelling in een koortsachtig tempo. 80 vierkante meter schilderkunst, allemaal gedateerd 2018. Of eigenlijk zijn het hangende reliëfs, met hun kleine 20 centimeter dikte (juist, bijna 16 kubieke meter kunst). En dan is er nog een donkere zaal met opvallende bijna lichtgevende fotocollages. Die onthullen iets over haar werkwijze, ze combineert steeds verschillende herinneringen, verhalen en foto’s.

Haar kunst is totaal eigen, dus heel erg Van Haver. De ingrediënten zijn per schilderij ook deels hetzelfde, de zaaltekst heeft het over de ‘universele overeenkomsten’ die Van Haver ziet in haar reizen. De schilderijen in het Stedelijk maakte ze naar aanleiding van haar reis naar Lagos (Nigeria), waar ze tijd doorbracht in wijken waar bendes regeren, maar ook naar ontmoetingen in Amsterdam-Zuidoost en andere reizen in Afrika en het Caribisch gebied.

Wat ik dacht te begrijpen, is hoe Van Haver haar werken opbouwt, de regels die ze zich oplegt. Die regels: huid is dik, ligt op het schilderij, stof (kleding dus) niet, die is extreem geplooid en glimmend. Objecten zijn aan andere regels gebonden: een tuinstoel bijvoorbeeld (dat zijn er een hoop) is opgebouwd uit ontelbaar veel kleine verfstreekjes (denk aan Van Gogh). Resultaat: een mix die nergens op lijkt, of nou, op Van Haver dus.

Die ene hand

Maar dan die ene hand, die trekt zich niets aan van deze regels. Die heeft de kunstenaar niet dik gemaakt. Die hand ontsnapt, midden in het schilderij. Niks tijdnood, een weloverwogen en welkome afwijking. De schilderijen van Van Haver hebben namelijk ook iets benauwends, vooral omdat het er hier zo veel zijn en de taferelen vergelijkbaar. Regels moeten soms kapot, ook als je ze zelf hebt bedacht, ook (juist?) als je er succes mee hebt. Haar stijl mag herkenbaar zijn, maar liever niet voorspelbaar. Dat is een dunne lijn.

Met bepaalde regels breekt de tentoonstelling sowieso. Kunst in Nederlandse musea wordt vooral gemaakt door witte mensen en toont de belevingswereld van witte mensen. En als het gaat over migratie of de Afrikaanse diaspora, wordt dat vaak uitgediept in verstandige conceptuele videokunst en niet in woest schilderwerk (zie bijvoorbeeld de gelijktijdige tentoonstelling Freedom of Movement). Van Haver werd geboren in Colombia, werd geadopteerd en groeide op in Hoorn, tot ze op haar 17de verhuisde naar Amsterdam-Zuidoost. Net zoals die ene hand ontsnapt Van Haver aan bepaalde verwachtingen. De hoop is nu dat ze dat zal blijven doen.

Spirits of the Soil, Raquel van Haver,  Stedelijk Museum, Amsterdam, t/m 7/4.

Rijzende ster Raquel van Haver

Voor Raquel van Haver (29) was 2018 een topjaar. Niet alleen heeft ze een solotentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam, ze werd ook voor de vierde maal genomineerd voor de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. Dit keer mocht ze de prijs eindelijk mee naar huis nemen, terwijl ze eerder dacht dat haar kunstwerken misschien te grof waren voor de prijs.

Eind 2017 won Van Haver De Scheffer, een tweejaarlijkse aanmoedigingsprijs van het Dordrechts Museum waaraan ook een tentoonstelling is verbonden. Zo kon de kunstenaar dit jaar beginnen én afsluiten met een museale tentoonstelling. Om op groot formaat te kunnen werken voor de tentoonstelling in het Stedelijk leende Van Haver het decoratelier van de Nationale Opera & Ballet. Een van de kunstwerken uit de tentoonstelling (hier afgebeeld) is aangekocht door het Bonnefantenmuseum in Maastricht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.