InterviewRapper Donnie

Rapper Donnie: van stille stotteraar naar hosselclown die iedereen aan zich bindt

Donnie in Paradiso.Beeld Eva Roefs

Hoe werd een stille, stotterende jongen uit Amsterdam een rapper die van elk geinig ideetje een doorslaand succes maakt? 

Kijk, gap, het zit zo: dit gaat de boeken in. Dit is gewoon popgeschiedenis, ouwe. Let op mijn woorden, zegt Donnie, over twintig jaar is er een quizvraag op tv: in 2020 had rapper Donnie een hit met een bekende volkszanger. Welke zanger? Bonuspunt voor de bijnaam die Donnie hem gaf. 

Frans Bauer, natuurlijk. Alias De Stacksjouwer. Want hij sjouwt stacks, stapels biljetten dus. Snap je? 

Is toch mooi, man: de clip voor hun liedje Geen centen maar spullen stond na een paar dagen op 1 in de trendinglijst van YouTube, de meest bekeken video’s van het moment. Dat was de eerste keer voor Frans Bauer. En door dat liedje staat Frans nu voor het eerst in Paradiso, samen met Donnie dus. 

Ze staan samen in de catacomben van de poptempel, klaar voor het optreden. De zaal is uitverkocht. Bauer heeft zijn zwarte ‘Geen centen maar spullen’-shirt aan, hoodie eroverheen, op zijn hoofd een zwarte pet met in gouden letters ‘Stacksjouwer’. Donnie is volledig in Stone Island: trui, broek, alles. Eerlijk: hij heeft niets anders in de kast hangen.

Toen hij net wat centen ging verdienen, gaf Donnie al zijn geld uit aan designermerken als Givenchy en Balmain. Later ontdekte hij Stone Island, een iets betaalbaarder merk, vergeleken met haute couture dan, voor basic kleren met een lekker ordinair logo dat je van een kilometer afstand kunt herkennen. 

En het mooie is: je kunt die logo’s er met knoopjes ook afhalen, dus dan is het een normale trui, weet je wel. Nu noemt Donnie (25) in bijna elk nummer Stone Island en draagt hij haast niets anders. Op de gang in Paradiso staat een kledingrek met vier T-shirts van het Italiaanse merk in verschillende kleuren. 

Backstage in Paradiso.Beeld Eva Roefs

Donnie is een clown en een hosselaar, hij weet hoe hij mensen aan zich moet binden. Vroeger op school in Amsterdam-Oost was hij geen popiejopie, maar hij maakte wel de hele klas aan het lachen. En nu doet hij hetzelfde met zijn 360 duizend volgers op Instagram: elke dag post hij grappen en zoekt hij interactie met zijn fans.

Dan vraagt een jongen in zijn privéberichten: hé Donnie, kun je een wekker voor me inspreken? Tuurlijk, gap, zegt hij, en dan rapt hij snel een stukje en zet het online. Hij bedenkt zoiets à la minute, kost hem geen enkele moeite. In zijn hoofd heeft hij een bibliotheek van rijmwoorden. 

Media en bedrijven weten zijn improvisatietalent ook te waarderen. Hij spreekt rijmende weerberichten in voor de NOS, doet verslag van darts voor RTL Boulevard, draagt een gedicht voor bij Pauw, rapt een jaaroverzicht voor het Jeugdjournaal, maakt een kledinglijn met de Febo en is Koning Toto. Donnie is overal en kent iedereen.

Zo ging het niet altijd. Vroeger was Donnie een stille, stotterende jongen die veel thuis zat en tv keek. Totdat hij van een logopedist leerde dat je niet stottert als je in een ritme praat. Want dan is het voorgekauwd, snap je? Hij ontdekte het rappen, werkte zo hard en leerde zo veel mensen kennen dat niemand meer om hem heen kon.

In zijn teksten hoor je nu nog dat hij in de jaren negentig veel voor de tv zat. Hij rapt over Rob Verlinden, Breekijzer, Wubbo Ockels, Steven Seagal, Ruud Lubbers en Joop van Tellingen. Verwijzingen die de meeste van zijn vaak jonge fans niet eens begrijpen. ‘Een beetje educatie, weet je wel. Als iemand door mijn muziek Hans van Willigenburg gaat googelen en erachter komt dat hij Koffietijd deed – dat is toch schitterend?’

Opvallen en uitstralen

Van al die bekende mensen op tv en zijn helden uit de muziek – George Michael, Prince, Michael Jackson, Jon Bon Jovi – analyseerde hij als kleine jongen wat hen nou zo groot maakte. Hij kwam er al snel achter: natuurlijk, ze hadden een talent, maar ze wisten ook hoe ze moesten opvallen, wat ze moesten uitstralen. 

Donnie beheerst de kunst van opvallen en uitstralen nu als geen ander. Hij heeft meerdere handelsmerken: zijn lange haren, zijn voorliefde voor blowen, zijn plat Amsterdamse accent, zijn favoriete kledingmerk, vaak liefkozend afgekort als Stoney, en met zijn interesses bindt hij steeds nieuwe wereldjes aan zich: voetbal, darts, koken, volkszangers. 

Wat zijn helden ook hadden, ontdekte Donnie, was een groot netwerk. Je netwerk is je portemonnee, zegt hij graag. Backstage bij Paradiso zie je de uiteenlopende groep vrienden en BN’ers die Donnie om zich heen heeft verzameld de laatste jaren: regisseur Martin Koolhoven, documentairemaker Michael Schaap (De Hokjesman), darter Raymond van Barneveld, mentor Freddy Tratlehner (Vjèze Fur), producer Bas Bron, rapper Joost Klein, videomaker en acteur Martijn van Eijzeren (Stuntkabouter) en natuurlijk Leipe Dennis, zijn neef die zelden van zijn zijde wijkt.

‘We kennen elkaar van een appgroep’, zegt Schaap. In zijn huis in Oud-Zuid is het een zoete inval voor de groep rond Donnie. ‘Ze bellen altijd onaangekondigd aan, op elk uur van de dag.’

‘Maandag had je even geen zin in ons, hè’, zegt een jongen die een joint aan het draaien is. 

Schaap: ‘Jewel joh, voor jou doe ik altijd open.’

Backstage in Paradiso.Beeld Eva Roefs

Een van de kleedkamers dient als rookhok, de andere is frisser, daar zit Donnie’s hoogzwangere vriendin Loïs, zijn tante (de moeder van Leipe Dennis dus) en familievriend Stanley. Donnie: ‘Ken je dat nummer Hydrotering? Daarin rap ik: ‘Mix alleen voor de kleur.’ Dat zei Stanley altijd als hij aan de bar zat. Hij bestelde whisky’s en deed de hele avond met één colaatje. Alleen voor de kleur!’ Bulderlach. 

Frans junior, de 14-jarige zoon van Frans Bauer, loopt ook backstage rond. Hij heeft een flinke camera in zijn hand, om het optreden van zijn vader vast te leggen. Bauer, met een daverende lach: ‘Want ik kom hier natuurlijk nooit meer!’

Als hij zijn liedje straks heeft gedaan, moet Frans meteen door naar het zuiden van het land. ‘Ik treed om half één nog op in een sporthal ergens.’ Hij wordt altijd gereden door zijn andere zoon, Christiaan, die 19 is en ook mee is vanavond. Dankzij Christiaan en Frans jr. is vader Bauer ooit op het spoor gekomen van Donnie.

‘Ze luisteren die muziek van hem altijd, thuis, in de auto, overal.’ En na een tijdje begon Frans Donnie ook wel leuk te vinden, zijn muziek maar ook zijn grappen. Nu is Bauer verweven met wat je wel de ontploffing van rapper Donnie zou kunnen noemen, de pijlsnelle opkomst van de man die zichzelf De Fenomeen noemt. Oftewel Maradonnie.

Dat ging zo. 

Snelle planga 

Al sinds 2014 brengt Donnie muziek uit, geholpen door Vjèze Fur en Bas Bron van De Jeugd van Tegenwoordig, zijn grote voorbeelden met wie hij na lang aandringen en op de juiste plekken rondhangen mocht samenwerken. Maar pas in 2018 beleefde hij zijn grote doorbraak met een grap die uitgroeide tot een hitje.

Donnie zette een zonnebril met een aerodynamisch montuur op, filmde zichzelf en zei: ‘Zooo, dit is wel een heel snelle planga, ouwe.’ Dat sloeg aan, mag je wel zeggen. Hij maakte er een liedje van en niet veel later zette iedereen op Instagram een vlot brilletje op, onder wie, inderdaad, Frans Bauer. ‘De zomer mag beginnen’, zei hij met een brilletje op dat zijn jongste zoon online had besteld.

Daar begon het dus. Een paar maanden later zette Frans een video op Instagram terwijl hij in de auto naar het liedje Kwijt luisterde. ‘Goeie plaat Donnie!’ Op dat moment zat Donnie in de studio met Freddy van De Jeugd. En hij zei: ‘Hé Freddy, Fransie heeft net een filmpie gepost, ik moet reageren, zet effe Heb je even voor mij aan.’

De muziek ging aan en Donnie improviseerde: ‘Heb je jonko voor mij, met een grinder erbij, elk uur van de dag, wordt die jonko gepaft, alleen die zuen (joint, red.) maakt me blij.’ Een paar dagen later zette hij een hele clip ervan op YouTube en dat ging weer rond als een malle. Vond Fransie prachtig natuurlijk, al wist hij niet wat ‘jonko’ was.

Weer een paar maanden later. Donnie had bedacht dat hij voor de clip van Barry Hayze heel veel bekende mensen zou optrommelen die allemaal dezelfde Donnie-pruik zouden opzetten en een paar regels zouden playbackrappen. Dus hij Frans vragen of-ie ook wilde komen. Prima, zei die. 

Hij kwam naar de clipopname en zei: ‘Er is geen enkele andere rapper voor wie ik dit zou doen, maar ik moet gewoon zo om jou lachen, jongen.’ Donnie rook zijn kans en zei: ‘Wanneer gaan we samen een nummer maken dan?’ Daar moest Frans even over nadenken. Zou dat wel werken, hiphop en het levenslied samen? 

Donnie keek naar de pols van Frans en zei: ‘Mooi klokje heb je trouwens.’ Het was een Rolex Deep Sea 42 mm, uitgevoerd in zwart staal. Frans, van nature geen opschepper, zei: ‘Luister jongen, ik zeg altijd maar zo: we hebben geen centen maar spullen.’

Al sinds 2014 brengt Donnie muziek uit, geholpen door Vjèze Fur en Bas Bron van De Jeugd van Tegenwoordig, zijn grote voorbeelden met wie hij na lang aandringen en op de juiste plekken rondhangen mocht samenwerken. Beeld Eva Roefs

Donnie lag dubbel – hij vond het zo’n mooie uitspraak dat hij meteen een foto van Frans en hem op Instagram zette met het bijschrift: ‘Maradonnie x Frans Bauer - Geen Centen Maar Spullen. (Prod by: Bas Bron) coming soon’.

Zo doet Donnie dat: hij handelt snel, puur op intuïtie en deelt het hele proces online, van het eerste idee tot het uiteindelijke product. Niet veel later waren ze in de studio bij Bas Bron. Een uurtje, meer hadden ze niet nodig. Eerst even een praatje maken en dan gewoon viben, je weet toch.

Afwisselende genres

Bas Bron en Laurens van Wessel, de vaste liedschrijver van Frans, hadden bedacht dat ze hun genres zouden afwisselen in het nummer. Het refreintje op een polkadeuntje, de coupletten van Donnie op een funky hiphopbeat en aan het eind wordt het liedje een blues. Bauer: ‘Hoe mooi is dat, een liedje met zo veel facetten en dat het dan toch lekker klinkt?’

Donnie ging de booth in om zijn rap op te nemen, uit het hoofd, zoals altijd, hij schrijft niets op, en toen hij een paar minuten later klaar was, had Frans het refrein ook al af. Hij had maar één take nodig om het in te zingen, loepzuiver. Bas Bron had nog nooit zoiets meegemaakt.

Martijn van Eijzeren, beter bekend als videomaker en Instagram-beroemdheid Stuntkabouter, maakte de videoclip. Op Airbnb had hij villa’s bekeken, tot hij er eentje in Breukelen vond. ‘Normaal trek ik een maatpakkie aan en maak ik een nette clip’, zegt Frans Bauer. ‘Maar nu liet ik alle teugels vieren.’ 

Dus toen stond-ie ineens in een crèmekleurig trainingspak en een leren jas met bontkraag op de markt in Breukelen. Bauer: ‘Op sommige momenten, als ik met een makreel in mijn hand stond te zwaaien, dacht ik: is dit wel goed voor mijn carrière?’ Waarna hij weer hard lacht, want goed voor zijn carrière was het zeker. 

De deuren van Paradiso zijn inmiddels open, de zaal stroomt vol, in de gangen onder het podium hoor je de dreunende bass van de opwarmmuziek. Op Instagram heeft Donnie al gehint op een gastoptreden van Frans, maar wat de bezoekers niet weten, is dat er nog een gastoptreden gepland staat. 

Niemand minder dan Raymond van Barneveld zal straks het podium opkomen. Volgens Donnie is Barney de grootste sporter die Nederland ooit gekend heeft, want ga maar na: wie heeft ooit vijf wereldtitels gehaald in zijn discipline? Oké, op Sven Kramer na dan. 

Barney is een man die zich snel ongemakkelijk voelt, zegt Donnie. Toen hij een liedje met de darter wilde maken, maakte hij dus eerst een afspraak met hem. Ze konden het zo goed met elkaar vinden dat ze alsnog meteen een nummer maakten. Zonder beat zong Van Barneveld het refrein in: ‘We gaan 180 linkerbaan, triple zo hard als toegestaan.’

Donnie is gek op darts. Voor zijn zoontje, dat nu elk moment geboren kan worden, heeft hij alvast een dartbord gekocht, met van die pijltjes met magneetjes. Die hangt hij boven de commode, in de hoop dat zijn zoon ooit profdarter wordt. Dat vertelt Donnie aan het publiek vlak voordat Barney als een verrassing opkomt. 

De riff van Eye of the Tiger, zijn vaste opkomstliedje bij dartwedstrijden, klinkt terwijl Van Barneveld koeltjes het podium op wandelt. ‘Wat de fuck, ouwe!’, gilt een tienerjongen in het oor van zijn maat. ‘Het is hem echt!’ Staccato zingt Barney zijn refreintje. Hij beweegt rustig over het podium en omhelst Leipe Dennis, die de hele avond de back-upvocalen van Donnie doet. Vooraan staan een stuk of tien fans met Donnie-maskers hard te gillen.

Na afloop van het concert is de sfeer backstage uitgelaten. Donnie omhelst mensen. Joints gaan in de hens. Schaap vond de show goed, al kan het altijd beter. ‘Eigenlijk is Donnie op zijn best in de studio. Hij maakt ontzettend veel liedjes, een of twee per dag. Hij heeft honderden, misschien wel duizenden liedjes klaarliggen.’

Dat beaamt Donnie. ‘Ik ben verslaafd aan het maken. Die eerste week van een nieuw liedje, dat is net als een beginnende verliefdheid, man. Weet je wat het is, ik doe gewoon precies wat ik leuk vind. Ik weet het, gap, dat is een open deur.’ Hij lacht en verkondigt een typisch Donniaanse wijsheid: ‘Ik zeg altijd maar zo: het leven is een cliché, maar we doen er allemaal aan mee, begrijp je?’

Risotto

Zijn eerste stapje naar bekendheid zette Donnie als kok. In 2010, toen hij als 15-jarige nog op de koksopleiding zat, daagde Donnie Lange Frans op Twitter uit om een risottowedstrijd te houden: wie kon de lekkerste maken? Lange Frans ging de uitdaging aan en verloor van Donnie, volgens de jury die onder meer bestond uit chef Pim Haaksman. Een jaar later maakte Donnie, toen nog onder de artiestennaam Kermit, een liedje met Lange Frans.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden