Rapido

De beste prentenboeken komen niet uit Nederland

Terecht dat er dit jaar geen enkele Nederlandse genomineerde was voor de Gouden Penseel, de visuele tegenhanger van de Gouden Griffel. De kwaliteit van Nederlandse illustratoren is hoog, maar de meesten zijn nauwelijks vernieuwend te noemen. Wie van vooruitstrevende kinderboekenontwerpers houdt, moet onze zuiderburen in de gaten houden.

Het beste voorbeeld is de Franse Joëlle Jolivet. Toegegeven, ze werkt al sinds haar debuut met dezelfde, onmiddellijk herkenbare linoleumsnedetechniek. Maar die is dusdanig eigenzinnig, fantasievol en detailrijk, dat ze nog lang niet verveelt. Bovendien is de inhoud van haar boeken wél elke keer hoogst origineel. Haar zwart-witboek Kleur alles (2010) is waarschijnlijk het allereerste tekenboek met flapjes, waar je op én achter kunt kleuren. Dit boek had niet de Zilveren, maar de Gouden Griffel moeten krijgen.

Net uit is haar nieuwe boek Rapido, over een busje dat door de stad rijdt met voor de bewoners onmisbare pakketjes. De kijkers kunnen helpen door Rapido de weg te wijzen. Jolivet maakte het boek samen met Jean-Luc Fromental, die ook de tekst schreef voor het geestige 365 Pinguïns (Gottmer, 2007).

Een andere in het oog springende nieuwe titel is Boem van de Vlaming Leo Timmers (*****, Querido, € 14,95, 3+). De schrijver van dit boekje heeft om niet helemaal begrijpelijke redenen een werkbeurs gehad van het Vlaams Fonds voor de Letteren. Gek, want er staan maar negen woorden in: acht keer 'boem', één keer 'iiiiiiii!'. Voor de lezers is dat ruim voldoende: veel meer tekst heeft een goed prentenboek niet nodig. Het lezende hert rijdt tegen een prullenbak en daarna wordt hij geraakt door een varken met kippen in de achterbak, een giraffe, een krokodil, twee poezen, een geit, een konijn met huilende kinderen, een kameleon met een wagen vol potten verf en een pinguïn-ijscoman.

Boem is het even logische als lollige vervolg op Wie rijdt?, Timmers beste prentenboek tot nu toe, vooral in de pop-upversie (Clavis, 2007). De indrukwekkende, kleurrijke en realistische penseelvoering van Timmers viel al eerder op. Sterk is de eenvoud die - gelukkig - toch ontspoort in een chaos waar je ogen bij tekort komt. De inzittenden krijgen van alles over zich heen, en natuurlijk is er een liefdesgeschiedenis. En dat allemaal met negen woorden.

Een van de weinige echt opvallende Nederlandse illustratoren van dit moment is Loes Rip-hagen. Ze maakt als veel van haar collega's tekeningetjes, maar doet dit met zo'n aanstekelijke, licht weerbarstige humor dat het moeilijk is om haar niet leuk te vinden.

De miniheksen houden van dingen veranderen. 'Op maandag veranderen ze kikkers in konijnen. Op dinsdag wilde zwijnen in tamme kastanjes. En op woensdag bomen in stenen. Op donderdag veranderen ze konijnen in bomen. Op vrijdag stenen in wilde zwijnen. En op zaterdag tamme kastanjes in kikkers.' Toch verandert er niets in het bos. De miniheksjes snappen er niets van en beginnen zich te vervelen. Dat is gevaarlijk.

De tekst is geschreven door Bette Westera. De twee hebben elkaar helemaal gevonden en dat maakt nieuwsgierig naar het schrijfproces van dit boek: de tekst lijkt te drijven op de de humor van Riphagen, terwijl de woordspelingen typisch Westera zijn. Wie al onbedaarlijk moest lachen om Superheldjes zal niet teleurgesteld worden door Miniheksen. (*****, De Fontein, € 12,50, 5+).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden