Boeken Strip punkband Ramones

Ramones verstript: snuiven, zuipen, spuiten, sterven (drie sterren)

Stripboek One Two Three Four Ramones. Beeld RV

Quincy Jones en Brian Eno zijn producers die achter de schermen van de popmuziek essentieel zijn geweest voor veel muziek die de hitlijsten haalde. Ook in de stripwereld heb je mensen die hun stempel drukken zonder dat de liefhebber daar erg in heeft. Hansje Joustra is zo iemand. Hij was jarenlang directeur van distributiebedrijf Het Raadsel, dat ’s werelds beste stripauteurs naar Nederland haalde om de festivals op te luisteren. Met Joost Swarte zette hij kwaliteitsuitgeverij Oog & Blik op en daarna werd hij uitgever van Scratch, de thuisbasis van Typex, Wasco, Crumb, Clowes en andere bekende tekenaars. 

Vanaf 1 oktober neemt Hansje Joustra zijn strip-expertise mee naar Concerto Books, de papieren tak van Recordstore Concerto in Amsterdam. Hier is hij op zijn plek, want Joustra was in de jaren zeventig oprichter van platenzaak en platenlabel No Fun, dat in de begindagen van de punk een belangrijke hangplek was voor jongeren met hanekam, schotse rok en veiligheidsspelden in het oor. Toepasselijk daarom dat hij bij Concerto Books aftrapt met het stripalbum One Two Three Four Ramones, waarin behalve punkband de Ramones ook The Clash, The Stranglers, Debbie Harry, Sid Vicious, Nina Hagen en Iggy Pop de revue passeren.

Het boek is getekend door Éric Cartier en geschreven door Bruno Cadène en Xavier Bétaucourt. Een van oorsprong Franse strip dus, die de opkomst en ondergang van de Ramones bepaald niet romantiseert. Cartier heeft alles getekend in potlood, zonder inkleuring, om een groezelige sfeer op te roepen. Dat is gelukt. Eigenlijk is het een deprimerend werk, waarin wordt gesnoven, gezopen, gespoten, gekotst en gescholden. En gestorven: in de index wordt uitgebreid ingegaan op de dood van Johnny, Joey, Tommy en Dee Dee, die geen broers waren en van achteren ook helemaal niet Ramone heetten. Dee Dee, hoofdrolspeler in de strip, kwam ter wereld in Berlijn als Douglas Colvin, zoon van een Amerikaanse militair en een Duitse moeder. ‘Geen idee wanneer het uit de hand liep’, zijn de allereerste woorden in het boek, dat in beeld brengt hoe deze Ramone als tiener de morfinespuit ontdekt en pas veel later, in New York, zijn eerste jointje rookt. In die stad debuteren de Ramones, al kunnen ze ternauwernood een instrument bespelen.

Nog een keertje samen spelen

Hun eerste gig ooit hebben ze in de CBGB, wat volgens de index staat voor Country, Bluegrass, Blues and Other Music for Uplifting Gormandizers (lees: fijnproevers). Te vinden aan Bowery Street 315 in Manhattan, het adres dat het epicentrum van de punk zou worden. Op 5 juli 1989 treden de Ramones voor het laatst op met Dee Dee, die daarna de wereld in trekt en in Buenos Aires zijn Barbara leert kennen. Met haar slaagt hij er zowaar nog in om ’n tijdje gelukkig te zijn, in Amsterdam onder meer, waar hij Recordstore Concerto misschien nog wel met een bezoekje heeft vereerd. In 1996 spelen de roemruchte Ramones (Gabba Gabba Hey!) nog één keertje samen, al is Dee Dee tot ergernis van de andere bandleden zijn tekst vergeten.

Achter in het boek kijkt Deedee ‘in de camera’ en zegt rechtstreeks tegen de lezer: ‘De muziek is het belangrijkste, jongelui... Niet de dope... Begin er niet aan.’ Aan dat inzicht heeft hij zelf niet veel gehad: hij stierf aan een overdosis. Op de laatste bladzijde zien we de jonge Douglas Colvin, toen nog een Ramone in de dop, gevloerd tussen het puin van een kapotgeschoten kerk. Boven zijn hoofd staan de woorden: ‘Maybe I was born to die in Berlin’.

Stripboek van Dee Dee Ramone. Beeld RV

Pop & rock verstript

In 2005 verscheen een drie cd’s tellende muziekbox onder de titel Weird Tales of the Ramones. Er hoorde ook een stripboek bij, met een covertekening van de Amerikaanse tekenaar William Stout, waarin hij een vette knipoog uitdeelt aan het beroemde Rolling Stones-songbook van Peter Pontiac uit 1973, dat Boudewijn Büch tot zijn mooiste bezittingen rekende. Maar er zijn natuurlijk veel meer bands verstript, en het zal niet verbazen dat de Beatles de lijst aanvoeren. Maurio Kunnas schreef en tekende The Beatles  De begindagen en Jaron Beekes stortte zich op Epstein, het brein achter The Beatles. Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Fab Four verscheen The Beatles in Comic Strips, door Fabio Schiavo en Enzo Gentile, met zo’n tweehonderd strips en cartoons. Daarbij vergeleken komen de Stones er bekaaid af. De stripuitgave Rock Fantasy: The Rolling Stones staat boven aan de lijst van Worst Music Comic Books.

Kampioen van de pop- en rockverstrippingen is de Duitser Reinhard Kleist, die twee sfeervolle biografieën op zijn naam heeft staan: Nick Cave  Mercy on me en Johnny Cash  I see a darkness. Samen met zijn landgenoot Ulli Oesterle en anderen tekende hij ook nog mee aan Elvis - De getekende biografie.

David Bowie werd geportretteerd in de grafische roman When David Invented Bowie van Haddon Hall, en in Bob Dylan Revisited werden dertien van Dylans nummers geïnterpreteerd door evenzoveel stripkunstenaars, onder wie bekende namen als Lorenzo Mattotti en Dave McKean.

Je vraagt je intussen af waar de strips over vrouwelijke popsterren blijven. Uitgeverij Bluewater Productions brengt een nogal commercieel serietje op de markt dat Female Force heet, met strips over Madonna, Britney Spears en Beyoncé, maar die halen het serieuze niveau van bijvoorbeeld Reinhard Kleist zeker niet. 

Stripboek van Dee Dee Ramone. Beeld RV

One Two Three Four Ramones, Bruno Cadène en Xavier Bétaucourt (tekst), Éric Cartier (tekeningen) 

Uit het Frans vertaald door Arend Jan van Oudheusden.
Concerto Books; 96 pagina’s; € 24, 99. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden