Ramones, onverwoestbare punk zonder poespas

De Ramones gelden als pioniers van de punk. Maar speelden de vier New Yorkers wel lelijk genoeg? Drie bezoekers van hun eerste concerten in Nederland blikken terug.

Morgen is het veertig jaar geleden dat het debuutalbum van de Ramones verscheen. Veertien liedjes in nog geen half uur bevatte de plaat, die sindsdien algemeen wordt beschouwd als misschien niet het eerste of zelfs het beste, maar wel als het meest invloedrijke punkalbum.

Eenvoud

Basale popliedjes, rock 'n' roll tot de essentie teruggebracht. Drie, maximaal vier akkoorden en geen gitaarsolo's of andere poespas. Volume: snoeihard. Tempo: razendsnel. Joey, Johnny, Dee Dee en Tommy, vier jongens uit Forest Hills in Queens, New York, die voor de grap de achternaam Ramone hadden aangenomen, legden niet alleen met hun even eenvoudige als opzwepende liedjes de basis voor de punk, ook hun kleding maakte indruk. Zwarte leren jackies, strakke gescheurde spijkerbroeken en gympies. Zo kon het ook.

Dit was het antwoord op de veel te complex geworden rockmuziek van de laatste jaren. Weg met de symfonische rock van Yes, Genesis, Pink Floyd en al die andere overgeproduceerde pop waar het midden van de jaren zeventig patent op kreeg. Het antwoord kwam van bassist Dee Dee: '1-2-3-4' gevolgd door de oerkreet: 'Hey Ho, Let's Go'. Alles aan de Ramones straalde eenvoud uit.

Live

En dan de Ramones live. Hun eerste concert buiten Amerika, op 4 juli 1976 in het Londense Roundhouse, bleek een katalysator voor de Britse punk, die met de eerste optredens van de Sex Pistols net begonnen was.

En Nederland? Wij moesten even wachten. De Ramonesplaat werd bejubeld in Muziekkrant OOR, maar daar bleef het bij. De Ramones waren vooral een undergroundfenomeen.

Toen ze in mei 1977 hierheen kwamen, waren de Ramones al lang niet meer de eerste punkband op de Nederlandse podia. De Sex Pistols hadden het Amsterdamse Paradiso in januari al verblijd met twee concerten.

Toch werd er het nodige van de vier New Yorkse jongens verwacht, want ze stonden maar liefst vijf keer in Nederland geprogrammeerd. 'Een volle zaal', zo herinnert Fer Abrahams zich Paradiso op 6 mei 1977. 'Niet eens half gevuld', zegt Hans van der Leij over de bezetting van het Groningse Huize Maas, twee dagen later. 'Een man of tachtig', herinnert Erik de Jong om zich heen te hebben gezien in het Utrechtse Rasa, tijdens het laatste optreden van die tournee.

De Ramones in New York City, in juni 1981. Van links af: Marky Ramone, Joey Ramone, Dee Dee Ramone en Johnny Ramone. Beeld Ebet Roberts / Getty

Drie ooggetuigen van verschillende Ramones concerten uit de eerste Nederlandse tournee, alle drie op hun eigen manier destijds geïnteresseerd in of betrokken bij de punkmuziek. Fer Abrahams (64) organiseerde talentenavonden in Paradiso, en schreef voor Muziekkrant OOR, Hans van der Leij (61) is zijn hele werkende leven al 'investment banker en punkfan' en Erik de Jong (55), thans beter bekend als Spinvis, speelde destijds als 16-jarige met zijn broer Rob in de eerste Utrechtse punkband Blitzkrieg, later The Duds.

Eerste indrukken

Alle drie herinneren ze zich het voorprogramma van die tour, de toen nog onbekende Talking Heads. 'Eigenlijk vond ik hun muziek interessanter', zegt Abrahams. Van der Leij: 'Ik moest vroeg komen. Leuk bandje met een aardig meisje op bas, tipte een vriend me.' Spinvis: 'Ik kwam binnen toen de Talking Heads al bezig waren. Als ik dat had geweten. Die band is later zo belangrijk voor me geworden.'

En de Ramones zelf? 'Heerlijk, een ontzettende bak pleurisherrie', zegt Van der Leij. 'O, wat waren die gasten cool met hun zwarte leren jackies. Dee Dee die elk nummer deed voorafgaan door een schreeuwend 1-2-3-4, en zanger Joey die zwaaide met een bord waarop hun strijdkreet Gabba Gabba Hey! stond. Het was een bijna fysieke ervaring, zoals de Ramones live dat later ook nog steeds waren. Maar door alle herrie heen hoorde ik meteen ook geweldige liedjes.'

Van der Leij was al muziekliefhebber, maar vanaf het moment dat hij de Ramones zag, is hij een verwoed platenkoper en concertbezoeker geworden. Deze week was hij nog bij optredens van Roky Erikson en Peter Hook. 'Ik heb zo'n twintigduizend platen en cd's, en de Ramones waren van grote invloed op deze liefhebberij. Hun concert was naast dat van Bruce Springsteen begin jaren tachtig het beste dat ik ooit zag.'

En ja, mensen keken wel eens raar op. 'Stond ik met mijn kostuum aan in de Amsterdamse punkwinkel No Fun. Zag ik zo'n gast denken: wat moet jij hier, lul? Nou, ventje, ik kocht al platen toen jij nog in de luiers zat.'

Zoveel indruk als op Van der Leij maakten de Ramones eerst niet op popjournalist Fer Abrahams, een paar dagen eerder in Amsterdam. 'Prima slungels', vond hij als opmerking tussen zijn aantekeningen van destijds.

Dat hij besloot de tour deels mee te reizen had te maken met de Talking Heads, wier 'intellectuele muziek' hem meer fascineerde. Met hen kreeg hij een band. 'De vier Ramones waren erg op zichzelf. Een gesloten clubje met weinig mensen eromheen. Ik herinner me dat zanger Joey vaak ziek was en verzorging nodig had.'

Het debuut

Toen de Ramones in oktober 1975 tekenden bij platenlabel Sire wilden ze niet debuteren met een single maar met een elpee. Die plaat, Ramones, werd in februari '76 in vijf dagen opgenomen in een studio boven Radio City Music Hall in New York. De productie was in handen van Craig Leon, de kosten bedroegen slechts 6.400 dollar. Het maken van een goede hoesfoto bleek lastiger. Uiteindelijk werd gekozen voor een al in fanzine Punk gepubliceerde foto van Roberta Bailey. Die zwart-witfoto van vier niet lachende slungels in 'denim & leather' tegen een muurtje, is iconisch geworden. Lachen deden de Ramones sindsdien op geen enkele publiciteitsfoto.

Impact

Maar de impact die de Ramones destijds live hadden, is volgens Abrahams nauwelijks te overschatten. Er bestonden al veel meer punkbands die ook Paradiso al hadden aangedaan. The Clash was 'vooral boos', The Damned 'weird' en de Sex Pistols hadden in al hun rommeligheid 'iets ongrijpbaars'. De Ramones waren als rolmodel veel geschikter.

'Alleen de kleren al. Leren jasjes en spijkerbroeken, dat was niet moeilijk te imiteren. Iedereen had zulke kleren, maar pas toen de Ramones waren geweest, gingen steeds meer punkbands die dragen. Niemand wilde de Sex Pistols zijn, want hoe deed je dat? De Ramones bleken een veel beter voorbeeld, bovendien straalden ze een plezier uit dat bij andere punkbands ontbrak.'

Abrahams kreeg tijdens het toertje van Talking Heads het advies om New York te bezoeken en langs te gaan bij een club als CBGB. Daar schoot destijds een hele scene van nieuwe artiesten wortel, met Patti Smith, Television, Blondie. Ook Talking Heads en de Ramones begonnen er. 'Hilly Kristal, de CBGB-baas, vertelde me dat hij zo veel mogelijk bandjes zo vaak mogelijk liet spelen. Daar werden de bands zelf niet alleen veel beter van, ze konden ook een echte schare fans opbouwen, een scene creëren.'

Podium

Met dat idee ging Abrahams aan de slag. Hij begon najaar 1977 in Paradiso de zogeheten Showkees-avonden, later Woensdag Gehakdag, waar nieuwe bands een podium kregen.

'Binnen de kortste keren stonden honderden mensen voor de deur. Bands veranderden door de Ramones van stijl en boden zich aan. Een groep als Ivy Green kon iets opbouwen.'

Op 22 maart 1978 stonden ook de Utrechtse Duds op Abrahams' Gehakdag. De Ramones hadden al drie platen uit. Het optreden in muziekclub Rasa, toen al weer tien maanden geleden, herinnert Spinvis zich vooral als 'veel te rustig om te pogoën'. Tussen de tachtig aanwezigen veel voor Rasa gebruikelijke 'hippies met honden' en wat jonge punks. 'Bloedgroepen die niet samengingen', aldus Spinvis. Een raar sfeertje, en met vijftien danslustige punks te weinig publiek om goed los te gaan want 'je had niemand om tegen op te botsen en springen.'

Machinaal

De Ramones zelf herinnert hij zich als machinaal spelend. 'Je kon zien dat ze elke avond speelden en alles precies hadden ingestudeerd.' Spinvis, toen nog vol drumaspiraties, fixeerde zich vooral op drummer Tommy. 'Die sloeg ongelooflijk hard en had een heel snelle hihat-hand. Die rechterhand deed alle zestiende noten razendsnel. Vond ik heel knap.'

Maar eigenlijk vond hij de gitaren meer als rock dan als punk klinken. 'De Engelse punkbands konden gitaren met een kleine aanraking door de vingers heel vies laten klinken. Dat toelaten van lelijkheid in de muziek heb ik altijd meer punk gevonden. Die opstandigheid van Britse punkbands zat 'm in de vingers, niet in de versterking, zoals bij de Ramones.'

Spinvis vraagt zich ook af of je de Ramones eigenlijk wel punk mag noemen. Neem hun enige hit in Nederland, Rock 'n' Roll High School. 'Dat was toch geen punk, man, het had ook in Grease kunnen zitten.'

Inspirerend

Wat de Ramones vooral lieten zien was 'dat alles mogelijk is op een podium'. 'Je hoefde niet virtuoos te zijn. Zij stonden er, maar iedereen kon er staan. Ik ook. Dat inspireerde. Je stond niet naar halfgoden te kijken, maar naar mensen zoals jij en ik.'

Het gewone en de wil om te entertainen maakten de Ramones bijzonder in een tijd waarin punk vooral boos klonk. Het maakt dat liedjes als Blitzkrieg Bop, Sheena is a Punkrocker en Rockaway Beach nog altijd tijdloos klinken. De zang van de boomlange Joey, monotoon maar met gevoel voor melodie en nooit schreeuwerig, was uniek en onvervangbaar.

2.263 concerten gaven de Ramones, totdat op 6 augustus 1996 in Los Angeles het doek viel. Maar sindsdien is hun naam eigenlijk alleen maar groter geworden. H&M verkoopt shirts met hun logo en nog altijd zeggen nieuwe bands door hen te zijn beïnvloed. Best gek voor een band die nooit echt grote hits heeft gehad. Hun debuutalbum kreeg een paar jaar geleden pas de gouden status in Amerika, dankzij vijfhonderdduizend verkochte exemplaren. En ook live is de band internationaal het clubcircuit nauwelijks ontstegen.

Een vol Paradiso, dat was ook in Nederland destijds het hoogst haalbare. Maar inmiddels is veel veranderd. Reünietournees zijn lucratief en bands als Pavement en My Bloody Valentine, toch minder iconisch dan de Ramones, harkten miljoenendeals binnen voor internationale tournees.

Zover is het met de Ramones nooit gekomen. Een prominente plek op festivals als Coachella of Lowlands en optredens in de Heineken Music Hall zouden haalbaar zijn geweest, ware het niet dat de Ramones dood zijn.

Letterlijk, wel te verstaan. Alle vier oorspronkelijke bandleden zijn de afgelopen vijftien jaar overleden, zanger Joey (geboren Jeffrey Hyman, 1951) op 15 april 2001 als eerste.

Die reünie zal er dus nooit komen. Wat resteert van de band die veertig jaar geleden de popgeschiedenis binnen denderde zijn de herinneringen, de platen en de concertopnamen.

Joey met zijn Gabba Gabba Hey!-bord, Dee Dee die '1-2-3-4' schreeuwt en het oorverdovende bandgeluid. We zullen het nooit meer meemaken. Maar de muziek is onverwoestbaar. Luister nog maar eens naar Blitzkrieg Bop, het eerste liedje van kant 1 van het debuutalbum. Hey Ho! Let's Go!

Hey! Ho! Let's Go: Ramones and the Birth of Punk. Queens Museum, New York. T/m 31/7.

Hey! Ho! Let's Go

Probleem bij een band als de Ramones: aan hun aankleding veranderde niet veel.

Twee weken geleden opende in het Queens Museum in New York de tentoonstelling Hey! Ho! Let's Go: Ramones and the Birth of Punk. Het museum staat op een paar kilometer van de school in Forest Hill waar de vier Ramones elkaar ontmoetten. Alleen de metrorit in de F-Train vanaf Manhattan is al de moeite waard. Zo pendelden ook Joey, Johnny, Dee Dee en Tommy tussen CBGB en huis.

De tentoonstelling laat veel tourposters (ook uit Nederland) zien, en aardige parafernalia, zoals het dagboekje van Johnny, die keurig bijhield waar de band speelde en hoeveel de opbrengst bedroeg: 19 oktober 1977 Cleveland, Ohio. Voorprogramma Iggy Pop. Gage 500,- dollar, aantal bezoekers 3.000.

Het probleem van deze groots opgezette tentoonstelling (na Queens te zien in Grammy Museum in Los Angeles), is dat er aan de Ramones niet zoveel te zien was. Anders dan bij bijvoorbeeld The Rolling Stones, is de kleding van de Ramones nooit veranderd. Leren jasjes, spijkerbroek en witte gympies. Ook aan de muziek veranderde welbeschouwd weinig. Na een rondje bandfoto's en concertposters heb je het meeste wel gezien, en wachten slechts nog mooie concertbeelden van de band. Die zijn het leukst, maar daarvoor hoef je niet naar New York.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden