Interview Till Lindemann & Peter Tägtgren

Rammstein-frontman Till Lindemann en metalgitarist Peter Tägtgren (Pain) over hun gruwelijke sprookjesalbum

Beeld Helen Green

Over zijn band Rammstein wil Till Lindemann nauwelijks praten. Wél over het lugubere sprookjesalbum dat hij en vriend, metalgitarist en liedschrijver Peter Tägtgren uitbrengen onder de naam Lindemann. V sprak ze in Sint-Petersburg.

Als Till Lindemann boos wordt, dan knettert het niet alleen in zijn eigen hoofd. Zijn wrevel lijkt uit zijn vingertoppen te schieten en zet de kille kamer waarin we ons bevinden, in een oud fabriekspand midden in Sint-Petersburg, even onder stroom. ‘Wie zijn al deze mensen?’, vraagt hij aan de man die vandaag zijn belangen behartigt. ‘Dit is de crew van de baas van deze fabriekshal’, zegt de manager. Lindemann: ‘Stuur ze weg.’

Zijn grote, haast monumentale lichaam krijgt bij de ineens omslaande sfeer iets angstaanjagends. Lindemann is een gevaarlijke man. Althans, dat signaal lijkt hij te willen afgeven. Voor zijn eigen bestwil. Zijn manager stuurt een stuk of tien Russische kerels, die inderdaad om onduidelijke redenen rond Lindemann zwermen, de hal uit.

Wie is Till Lindemann eigenlijk, wat gaat er om in die mooie vierkante kop van hem? Iedereen die ooit bij een concert van zijn band Rammstein is geweest, moet zich dat op enig moment hebben afgevraagd. Bij de extravagante Rammsteinshows is Lindemann (Leipzig, 1963) soms de geweldenaar, die zichzelf en de wereld om hem heen in de as wil leggen: Asche zu Asche. Hij is een sadist, die zijn bandleden onderwerpt aan martelingen in een wreed totaaltheater. Maar Lindemann is ook een gekwetste ziel, als hij zich bloot geeft in liederen als Ohne Dich. Hij zingt over existentiële angsten. Over de stilte van het graf en het bos dat zwart en leeg is. Een bang kind.

Het is moeilijk om Lindemann te doorgronden, ook omdat hij zich als aanvoerder van een van de grootste reizende rockbands ter wereld nauwelijks laat ondervragen. Volgens de Duitse schrijver Alexander Gorkow, de samensteller van Lindemanns dichtbundel In Stille Nachten uit 2013, raakt de zanger, schrijver en beroepspyromaan ‘in totale paniek’ als journalisten hem voor de voeten lopen. ‘Lindemann is een schipbreukeling van onze tijd’, schrijft Gorkow in het voorwoord van In stille Nachten. Als Rammstein een nieuwe plaat uitbrengt, mediarelletjes creëert met schokkende videoclips of op wereldtournee gaat, verstopt Lindemann zich tussen de bedrijven door het liefst achter een boom.

Maar de verlegen Duitse bruut heeft naast Rammstein nog een band, met de welluidende naam Lindemann. Hij neemt daarin plaats met zijn vriend en geestverwant, de Zweedse metalgitarist en liedschrijver Peter Tägtgren van de invloedrijke bands Pain en Hypocrisy. En omdat de bánd Lindemann plotseling een doorwrocht en inhoudelijk sterk album uitbrengt, zijn er ineens mogelijkheden het duo te spreken. Op een ongebruikelijke plek.

Dat merken we als we op een koude oktobervrijdag aankomen in Sint-Petersburg, om 10 uur ’s morgens. Een medewerker van team-Lindemann wijst de weg in het luxueuze Kempinskihotel, pal aan de rivier de Mojka. We gaan met een lift naar het dak van het vijfsterrenhotel en daar, onder een enorme glazen koepel, zitten Lindemann en Tägtgren aan het ontbijt. We schuiven aan.

En stellen dapper een eerste vraag – iets over het waarom van deze locatie. Maar Tägtgren, een Johnny Depp-lookalike met een puntig baardje, en Lindemann, die van een meter afstand uiteraard kolossaler oogt dan uit de verte op een podium, spelen eerst een klein rollenspel.

Ze dollen met de serveerster, waarbij Lindemann laat blijken vloeiend Russisch te spreken. Zeggen dat zij de borsjt op tafel moet zetten en dat ze die desnoods zelf moet klaarmaken. Lindemann: ‘En ik wil bier. Kom op met die pivo!’ Daarna doopt Lindemann een servet in een glas water en gooit de natte prop naar iemand uit zijn entourage. Kortom: ze zitten te klieren, als verveelde schooljongens. Flauw en een tikje melig, maar eerlijk is eerlijk: ook wel aanstekelijk. Je wordt er in ieder geval niet chagrijnig van.

Dan vertelt Lindemann dat hij en zijn vriend Peter nu eenmaal graag in Sint-Petersburg zijn, en dat die stad met een beetje geografische fantasie ergens tussen Berlijn en Stockholm in ligt. ‘Kijk om je heen’, zegt hij. We zien rechts de gekleurde slagroomtoefjes van de beroemde Kerk van de Verlosser op het Bloed, en links het enorme Hermitage-museum. ‘De cultuur slokt je bijna op. We spreken hier graag af omdat we dan echt weg zijn uit onze vertrouwde omgeving. En omdat we hier ooit samen een van onze eerste concerten hebben gegeven.’ Tägtgren: ‘Ja, én we nemen vanmiddag een videoclip op. Of mocht ik dat niet zeggen, Till?’ Lindemann: ‘Volgens mij wel hoor.’ En tegen de interviewer: ‘Anders ga je straks even mee, de opnamelocatie zit hier vlakbij.’

We moeten het eerst over dat album hebben. Dat heeft een feestelijke achtergrond, zeggen ze. En ze beginnen bij het begin.

Till Lindemann en Peter Tägtgren in Sint-Petersburg. Beeld Jens Koch

Klik

Tägtgren en Lindemann leerden elkaar een jaar of twintig geleden min of meer toevallig kennen, bij een bacchanaal in een restaurant in Stockholm. Lindemann: ‘Dat etentje begon heel netjes.’ Tägtgren: ‘En na drie uur werden we op straat gesmeten omdat ik over de bar had gekotst.’ Lindemann: ‘Maar je mikte op de wijnkoeler.’

Ja, het klikte tussen Lindemann en Tägtgren. Ze waren altijd fan geweest van elkaars bands; Lindemann hield van de sinistere industriële rock van de band Pain, en Tägtgren van de theatrale Duitse dansmetal van Rammstein. In 2015 maakte het wonderlijke duo een eerste eigen plaat genaamd Skills in Pills, waarop ze volgens henzelf fijn konden experimenteren en Lindemann voor de verandering eens in het Engels zong. Tägtgren: ‘We werden eerst vrienden en vonden het daarna leuk om onze kunst eens tegen elkaar aan te houden.’

Direct na dat debuut werd het duo benaderd door twee theaterregisseurs uit Estland. Of ze misschien muziek wilden schrijven bij een hoogwaardig theaterstuk dat was gebaseerd op het Grimm-sprookje Hänsel und Gretel. Lindemann: ‘De liedjes moesten gaan over de teloorgang van de mens. Over gulzigheid en vraatzucht, waar dat sprookje van Grimm natuurlijk ook over gaat. Maar ook over het ultieme verraad van ouders aan hun kinderen. Je kent het verhaal toch? En die afgrijselijke scène waarin de ouders hun kinderen het bos in sturen omdat ze anders zelf niet genoeg te eten hebben?’

De Estse regisseurs Ene-Liis Semper en Tiit Ojasoo waren bij liedschrijver en dichter Lindemann uitgekomen, omdat de thema’s in zijn werk nauw aansluiten bij die van de gebroeders Grimm. Lindemann schrijft over levenspijn, angsten en seksuele frustraties. Over misbruik en verraad. En in bijvoorbeeld het gedicht Vaderdag, dat fraai werd vertaald door de Nederlandse schrijver Ilja Leonard Pfeijffer, over familie en de gedeelde bloedlijn.

En dag na dag en uur na uur

vloeit door mijn aderen je bloed

in weer en wind verzengd of guur

verdund met angst en tranenvloed

Voor het theaterstuk Hänsel und Gretel schreef Lindemann de tekst van het nummer Blut, bij lekker bombastische muziek van Tägtgren. Weer over dat bloed, dat familieleden aan elkaar knoopt, maar ook de erfzonde overdraagt. Lindemann: ‘Ja, ik begrijp wel dat ze ons vroegen voor de muziek bij dat stuk. Ze kenden mijn portfolio. En Peter en ik zijn allebei altijd gefascineerd geweest door sprookjes, en vooral de horror die daarin schuilt. Wat een monsterlijke verhalen werden er eeuwen geleden aan kinderen verteld! Over mensen die in ovens worden gesmeten als een stuk brood, of een kip. En buiken die worden opengesneden en volgestopt met stenen. En ken je het sprookje over Struwwelpeter, over die jongen die niet goed voor zichzelf zorgt en van wie de vingers worden afgeknipt door een man met een schaar? Zo fucked up en duister. In dat verhaal spuiten letterlijk fonteinen van bloed. Toch net even anders dan wat we nu aan kinderen voorschotelen.’

Hij pakt zijn telefoon en zoekt even driftig via Google. Laat dan een afbeelding van die Struwwelpeter zien, die we in Nederland kennen als Piet de Smeerpoets. ‘Je moet dit echt nog een keer lezen. Jij ook, Peter!’

Tägtgren en Lindemann werkten zich in het zweet op zes nummers, die naadloos pasten bij de scènes in het theaterstuk. Een hels werk, volgens de componist Tägtgren. ‘Ik heb het nooit zo moeilijk gehad. Normaal werk ik niet met strikte regels – ik ben godsamme een deathmetalgitarist – maar bij deze muziek moest iedere maat kloppen bij de handeling op het podium. Ik wil dit ook echt nooit meer doen.’

Succes

De uitvoering van het stuk in 2018, ook in Duitsland, was een succes. En daarna was het tot verbijstering van de muziekschrijvers gedaan met de Hans en Grietje-liedjes van de band Lindemann. Tägtgren: ‘Wij hadden het nooit meegemaakt, maar wat een schok. Theatermensen werken zich dus een slag in de rondte, ze maken iets prachtigs en dan voeren ze het op en dan is het weg.’ Lindemann: ‘Niet te geloven, toch? Dat zijn wij van de popmuziek niet gewend. Die theatergasten gaan dan gewoon door met de volgende klus. Terwijl ze hebben gewerkt als honden. Ze doen eerst heel moeilijk: ze schrijven die stukken verdomme met een beitel in een rotsblok. En dan knapt de ballon en is het weg. Terwijl wij soms liedjes schrijven op de notitie-app van onze telefoon. Maar we leggen al ons werk wel keurig vast. Wij zetten dan een plaat of cd in de kast, lopen trots langs die kast en denken: dit heb ik allemaal gemaakt. Als een blijvende herinnering aan hard werk. Wat doen theatermakers eigenlijk als ze elkaar hun werk willen laten zien? Laten ze dan posters zien of zo?’

Wat Tägtgren en Lindemann hier proberen uit te leggen: zij wilden hun liedjes wél vereeuwigen. Want songs als Blut, Schlaf Ein en vooral het meeslepende nummer Knebel waren dat waard. Dus schreef het duo nog een handvol songs, die in sfeer en inhoud pasten bij het theaterwerk. Zo werd een volwaardig tweede album van de band Lindemann in elkaar gezet: klaar voor de platenkast van de heren, en wie er verder maar ruimte voor wil maken.

F & M (dat staat voor Frau und Man en dus ook weer Grietje en Hans) is een opmerkelijke plaat die in bijna niets lijkt op het werk van beide mannen afzonderlijk, maar toch duidelijk de sfeer ademt van de lugubere rock die ze samen maken. Als duo is Lindemann veel minder streng, zeggen Tägtgren en Lindemann. ‘We voelen geen beperkingen van de bands waarmee we al jaren spelen’, zegt Tägtgren. ‘Dit is een beetje onze speeltuin.’ En daarom is in het nummer Knebel een bijna lieflijke, countryachtige Till Lindemann te horen, bij een kabbelende gitaar. Maar ergens halverwege draait het nummer honderdtachtig graden om en dreunen Lindemann en Tägtgren er ineens toch weer versplinterende metal uit bij ernstig haatdragende teksten: ‘Ich hasse dich, Ich hasse dich!’

Zo schiet op F & M dus weer die ijzeren bal door de flipperkast van Lindemanns gevoelsleven. Van troostend en lief naar kwaadaardig, zoals de zanger zich dus ook graag laat zien bij Rammstein én in zijn dichtwerk. En als je enige tijd in zijn buurt mag verkeren, zoals vandaag in Sint-Petersburg, dan kun je de innerlijke strijd van Lindemann ook eens van nabij aanschouwen.

Niet makkelijk 

Het moet ook niet makkelijk zijn om Lindemann te zijn, denk je als je hem observeert in de lobby van het hotel, waar hij zich klaarmaakt om richting videoclipsessie te vertrekken. Om Lindemann heen cirkelen constant een man of twintig; mensen van het platenlabel, managers, mediaprofessionals. Er wordt aan hem getrokken, tegen hem aan gepraat. Opdringerige passanten die Lindemann herkennen worden bij hem weggehouden. Lindemann, een kerel van 56, staat te midden van dat gedoe als de Sfinx van Gizeh tussen de piramidetoeristen. Hij moet deze heisa toch ook een keer zat zijn?

Intussen vraagt een van de managers wat de verslaggever uit Nederland precies van plan was. Mee naar de video-opnamen? Dat kan echt niet, helaas. Jammer dan: we druipen af, wandelen naar de lift. En net als we daar in willen stappen, maakt een boom van een man zich los uit de kluwen popsterrengedoe. Lindemann. In zijn pyama-achtige trainingspak met in gouden letters het logo Charles V erop, beent hij naar de lift. ‘Wat ga je doen?’, vraagt hij. We leggen uit dat we zijn weggestuurd, geen probleem verder, we snappen het wel. Lindemann: ‘Nee, joh, kom mee, ik leg het wel uit, het is gewoon een misverstand. Sorry daarvoor.’ Een grote man met een klein hartje.

Het hele gezelschap scheurt vervolgens in twee Mercedessen naar de opnamelocatie even om de hoek van het hotel, in een oud en verweerd fabriekspand dat tegenwoordig dienstdoet als schietbaan en escaperoom. Lindemann ontploft als hij ziet dat hij in het gebouw wordt opgewacht door die blije Rammstein-fans – de vrienden van de beheerder. Als dan ook nog blijkt dat hij zijn telefoon onderweg is kwijtgeraakt, wordt de spanning naargeestig. ‘Verdomme.’

Zijn vriend Peter Tägtgren treedt op als vredestichter – hij kent Lindemann al wat langer. Als de telefoon is teruggevonden en de fans zijn weggestuurd, laat de zanger zich kalm aan een schminktafel zetten. De clip bij het nummer Platz Eins moet worden opgenomen, en dat wordt zo te zien een gruwelvideo in een soort martelkelder. Lindemann krijgt enge witte contactlenzen in. ‘Au’, zegt hij. Dat doet zeer.

De gedachten gaan uit naar dat raadselachtige gedicht Zin van Lindemann, dat hier in dit vochtige Russische fabriekspand ineens een mooie betekenis krijgt.

Maar lieve mensen, luister maar

mijn leven lijkt misschien best zwaar

ik steel en lieg

verraad bedrieg

maar morgen zal ik vroeg opstaan

met schatten naar het zuiden gaan

Het album F & M van Lindemann verschijnt vrijdag bij Universal/ Vertigo. Lindemann gaat in februari volgend jaar op een Europese tournee. Er zijn nog geen Nederlandse data bekendgemaakt. 

Peter Tägtgren

Peter Tägtgren (49) is een Zweedse multi-instrumentalist, die zichzelf leerde drummer, bassen, gitaar- en pianospelen. Hij bekwaamde zich in de jaren negentig in kille death metal en vormde bijvoorbeeld de veelgeprezen band Hypocrisy. In zijn eenmansproject Pain mengt Tägtgren al vanaf midden jaren negentig metal met hoekige industrial-beats. Een voorbeeld voor zijn latere vriend Till Lindemann en diens band Rammstein.

Till Lindemann

Till Lindemann (56) is de laatste decennia uitgegroeid tot een van de grootste rock- en metalvocalisten van onze tijd. Met Rammstein verkocht de Berlijner ruim 45 miljoen platen, vooral de vurige shows van zijn band veroverden de wereld. Lindemann, zoon van een Duits schrijversechtpaar, schreef twee dichtbundels. In stille Nachten uit 2013 werd in het Nederlands vertaald door de Nederlandse dichter Ilja Leonard Pfeijffer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden