Rammen en niet lullen: het geheim van de oudste nog spelende Nederlandse rockband

De Bintangs zijn de oudste rockband van Nederland en Frank Kraaijeveld (73) was er, razend en beukend op zijn basgitaar, bijna alle 57 jaar bij. Wat is zijn geheim? 

Frank Kraaijeveld is grieperig en drinkt thee; thee met honing. Beeld Otto Snoek

Frank Kraaijeveld is grieperig en drinkt thee; thee met honing. Gegeten heeft hij nauwelijks. Geen trek. Hij is vandaag anders dan anders, zeggen de drie andere bandleden. Rustiger.

Om kwart over 8 zet Kraaijeveld in de kleedkamer van popzaal Doornroosje in Nijmegen een aluminium koffertje op tafel. Hij opent de koffer en pakt er een oud zwart T-shirt uit waarvan de mouwen zijn afgeknipt.

Bintangs, staat op het shirt, en www.bintangs.nl en de titel van een plaat uit 2001, La Femme sans tête. De letters zijn rood en wit. Samen met zwart zijn het de Bintangs-kleuren. Andere kleuren kwamen niet in aanmerking, daar was hij altijd streng in.

Kraaijeveld doet zijn shirt uit en trekt het Bintangs-shirt aan, neemt nog een slok thee met honing, zegt ‘oké jongens’, verlaat met de anderen de kleedkamer, loopt het podium op, zwaait naar het publiek en opent het concert met een ruige versie van een nummer van de Rolling Stones, Off the hook, waarmee in één klap duidelijk wordt dat die aloude, ruige Hoogoven-sound, vernoemd naar de staalfabrieken in bakermat de IJmond, na meer dan een halve eeuw niets aan kracht heeft verloren.

Kraaijeveld zingt en raast en beukt op zijn basgitaar, ruim een uur lang. Niets wijst er meer op dat hij griep heeft. Of 73 jaar oud is.

‘Yeah!’, schreeuwt Frank Kraaijeveld.

‘Yeah!’, schreeuwt de zaal.

***

De Bintangs (1961) zijn de oudste nog bestaande rockband van Nederland en – een klein voorbehoud is gepast – ter wereld. Niemand heeft het gecontroleerd, maar het staat goed op het cv, zegt Frank Kraaijeveld. Hij maakte alleen begin jaren zeventig geen deel uit van de band. In die periode scheidde hij zich af en trad hij op met de band Kraaijeveld, samen met Arti, zijn jongere broer.

Thuis, in een oud klooster tussen de bollenvelden en de duinen van Egmond aan den Hoef, liggen veertig plakboeken waarin Frank Kraaijeveld de geschiedenis van de Bintangs nauwgezet heeft gedocumenteerd. Hij pakt Fifty fifty erbij, het boek dat hij in 2011 schreef ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de Bintangs.

Het gaat over de beginjaren in het Noord-Hollandse Santpoort en de expansie naar de IJmond en later de rest van Nederland; over de zalen die kapot werden gebeukt door uitzinnige fans, het immense talent van zanger Gus Pleines (de ‘Nederlandse Mick Jagger’), het optreden in 1966 in het voorprogramma van de Rolling Stones en al die duizenden andere optredens, de hits Ridin' on the L & N (1969) en Travelling in the U.S.A. (1970) en over Arti, zijn begenadigde en eigenzinnige broer die gitarist en schilder was.

Uit het hoofdstuk 1961, het oprichtingsjaar: ‘Het gaat zoals het gaat, tomeloos en zonder voorbehoud.’

De Bintangs beleven anno 2018 weer een periode van bescheiden bloei, de zoveelste. De band heeft een nieuw management en een andere samenstelling (Gerben en Maarten Ibelings vertrokken) en treedt weer op in grotere popzalen, zoals Doornroosje in Nijmegen.

De opnamen voor een nieuwe plaat, It’s a nightmare, zijn achter de rug. De plaat verschijnt na de zomer in een kleine oplage op vinyl en op cd. Kick off, zou de plaat volgens Frank Kraaijveld in eerste instantie gaan heten. ‘Vond ik wel een aardige titel voor een band die al een jaar of 57 bezig is.’

Live is de volumeknop iets teruggedraaid en de installatie versoberd. Op gitarist Dagomar Jansen – zijn vader was in 1961 de eerste drummer, zo gaat dat bij de Bintangs – na, wonen de bandleden weer in de buurt van Beverwijk. Naar concerten rijden de mannen in een busje, net zoals vroeger.

Frank Kraaijeveld signeert het boek FiftyFifty. Beeld Otto Snoek

Het repertoire is gedeeltelijk aangepast, zonder dat de rauwheid is verdwenen. Kraaijeveld weet voor welke nummers de mensen komen. ‘We geven het publiek de oude Bintangs terug, zonder op de retro-tour te gaan. We zijn gewoon opnieuw begonnen. Het voelt weer als de Bintangs.’

Vele malen werd het voortbestaan van de Bintangs bedreigd, maar het ging zoals het ging, tomeloos en zonder voorbehoud. Steeds krabbelde de band weer op. De redder was altijd Frank Kraaijeveld, zanger, tekstschrijver, cultuurbewaker en bassist én de bewaarder van dat typische geluid, dat schijnbaar eenvoudige en aanstekelijke mengsel van rauwe rhythm and blues en harde rock: die Hoogoven-sound.

Kraaijeveld vat samen: ‘Vier akkoorden, rammen en niet lullen. Het is iets te simpel gezegd, maar daar komt het wel op neer.’ Ook belangrijk: ‘Nooit concessies doen aan de stijl.’

De vraag is waarom Kraaijeveld al bijna zestig jaar lang alles in het werk stelt om de Bintangs te laten overleven.

Eerst zegt hij dat hij een doorbijter is. Later: ‘Ik doe dit al mijn hele leven. Het is een verslaving.’ Ernstig: ‘Mijn enige.’

De combinatie van optreden, liedjes schrijven, ouwehoeren in de kleedkamer voor een concert en ‘dingen regelen’ is nog steeds onweerstaanbaar, zegt hij. ‘Ik ga door omdat ik het leuk vind. Dat is mijn enige drijfveer.’

Uit Fifty fifty: ‘Ieder normaal mens zou afgehaakt zijn na zo veel ups en downs. Ik denk dat het in het bloed zit, de ogen sluiten, in jezelf kruipen en alles over je heen laten komen. Een muur van geluid die in je rug drukt.’

Eenvoudig was het lang niet altijd om de band overeind te houden. Het verloop binnen de band was groot. ‘Maar op de een of andere manier vind ik altijd weer mensen die bij de muziek passen.’ In 1985 werd in Paradiso zelfs een afscheidsconcert gegeven. In 2004 verlieten drie leden de groep. Maar altijd volgde een doorstart. Kraaijeveld gaf niet op.

In totaal telden de Bintangs sinds 1961 meer dan veertig leden, 42 of 43, Kraaijeveld weet het niet precies. ‘Ik ben de enige constante.’ Meteen erachteraan: ‘Twaalf zijn er al overleden.’

Soms was het gewoon de ouderdom of kanker, soms was er een verband met de leefstijl, met het drank- en drugsgebruik dat met name in de jaren zeventig en tachtig ongelimiteerd was. ‘Er zijn er een hoop naar de klote gegaan.’

Gus Pleines, de zanger met de Mick Jagger-achtige stem die de band naar het hoogste niveau tilde, overleed in 2007, hij was pas 58. Vier jaar eerder was hij gestopt bij de band, hij kon de optredens lichamelijk niet meer aan. Pleines leefde ’s nachts en sliep overdag.

Zelfmoord

Kraaijeveld vertelt over de zelfmoord in 2002 van de drummer met wie hij zeventien jaar samenspeelde, Kees Brouwer. ‘Het was volkomen onverwacht. Toen wisten we het ook niet meer. Zelfmoord is moeilijk te verwerken.’

Meer grauwe herinneringen. Drummer Peter de Leeuwe, later Ekseption, eindigde zijn leven in een verzorgingstehuis in Heemstede. ‘Hij was ook van het pad af. Zijn begrafenis was schokkend. Peter was een succesvolle muzikant, hij had bergen gouden platen, maar er waren alleen wat mensen uit die instelling en Dick Remmelink van Ekseption en ik. Treurig.’

Korte stilte: ‘Godverdomme.’

Geregeld brengt hij een bezoek aan Arti, zijn twee jaar jongere broer. Ze praten en soms speelt Frank gitaar. Arti Kraaijeveld woont in een verzorgingstehuis in IJmuiden, op een gesloten afdeling. ‘Korsakov.’

Of alcohol de enige oorzaak is, weet hij niet. ‘Maar hij heeft in zijn leven wel wat geconsumeerd. Hij dronk veel, maar je merkte er niet veel van.’

De ster van de Bintangs noemt hij zijn broer. ‘Veel gitaristen lijken op elkaar. Arti niet, Arti was helemaal zichzelf en had een eigen geluid. Jan Akkerman, Eelco Gelling, in dat rijtje hoorde hij thuis. En hij schilderde ook nog eens fantastisch.’

Er was dat ene concert, in 1998 in Haarlem. ‘Hij was fenomenaal. Uniek. Onberekenbaar, gek. Net zoals hij schilderde. Hij gooide het gewoon op het doek. Hij uit zich zoals hij zich voelt. Elke keer anders.’

Frank Kraaijeveld bij het optreden van de Bintangs in poppodium Doornroosje in Nijmegen. Beeld Otto Snoek

Vaak vragen mensen hoe het met zijn broer gaat. Naar omstandigheden redelijk, zegt Frank Kraaijeveld dan. ‘Maar het gaat natuurlijk niet goed. Toch is hij niet ongelukkig. Af en toe denkt hij dat hij in Spanje zit.’

Spanje was het land waar zijn broer in 1967 ging wonen en sindsdien vele malen naartoe trok. Hij was impulsief. ‘Soms had hij genoeg van alles en ging hij in zijn leven een totaal andere kant op.’

Hij vertelt over het kolossale atelier van zijn broer in Amsterdam, aan het IJ, een oud pakhuis zonder water en elektriciteit. ‘Het stond vol met dingen die hij naar binnen had gesleept. Daar maakte hij altaren en zo van. Als hij licht wilde hebben, moest hij de luiken opendoen waar vroeger de zakken met cacao naar binnen werden geflikkerd.’

Ook als schilder was Arti Kraaijeveld begenadigd. Interieurontwerper Jan des Bouvrie verzamelde en verkocht zijn werk. ‘Dit is een echte Arti Kraaijeveld, hoorde je hem dan op tv zeggen. Des Bouvrie organiseerde een expositie in zijn winkel, het Arsenaal. Het waren grote schilderijen in gouden lijsten en peperduur, maar ze vlogen weg. Halverwege de opening liep Arti weg. Hier heb ik geen zin in, zei hij. Op een dag heeft hij al zijn rotzooi in een container geflikkerd en is hij weer naar Spanje vertrokken.’

Bij het afscheid van gitarist Jan Wijte in 2007 kwam Arti Kraaijeveld ook het podium op, met gitaar. ‘Het was de eerste keer dat ik merkte dat hij ziek was. Hij wist het niet meer.’

Soms speelt Frank een Bintangs-liedje voor zijn broer in het verzorgingstehuis in IJmuiden. ‘Dan kijkt hij op. Hee, het komt me bekend voor.’

Allebei muzikant, allebei schilder, maar totaal verschillend. De oudste broer zegt dat hij zich vasthoudt aan de dingen waar hij aan gehecht is. ‘Ik hou van vastigheid. Regelmaat. Daar heb ik een prima leven door.’

Frank Kraaijeveld is vader van twee kinderen en grootvader van vijf kleinkinderen. Zijn zoon Remko is fotograaf, zijn dochter Kiki schildert. Met zijn vrouw Dianna is hij al sinds 1964 samen. Volgend jaar zijn ze vijftig jaar getrouwd. Hij werd grafisch ontwerper na een studie aan de voorloper van de Rietveld Academie en werkte 32 jaar voor Veronica Magazine, als art-director.

‘Daar was niks kunstzinnigs aan. Het was een blad zonder eigen stijl. Dat was de stijl. Niemand kocht het omdat het zo’n mooi blad was. Mensen wilden erbij horen, of ze hadden gewoon een omroepgids nodig.’

In de hoogtijdagen was de oplage 2,5 miljoen per week. De baan gaf hem financiële vrijheid. ‘Ik heb nooit van de band hoeven leven.’

Er was nog een ander voordeel. Zijn baan en zijn gezin hielden hem in het spoor. ‘Eind jaren zeventig speelden we op festivals vaak samen met Herman Brood. Dat was een heel andere wereld. Zij gingen dag en nacht door, met drank en drugs. Dat kon ik me niet permitteren, ik moest de volgende dag weer naar Veronica.’

Steeds vaker meet hij de geschiedenis af aan gebeurtenissen die zich binnen de Bintangs hebben afgespeeld. ‘Wat me ook doet beseffen hoe snel de tijd voorbijraast. Gus en Jack stopten ermee in 2004, veertien jaar geleden dus. Tel er veertien jaar bij op en dan ben ik zevenentachtig.’

Vol ongeloof: ‘Zeven-en-tach-tig.’

***

In jezelf kruipen en alles over je heen laten komen – op het podium heeft Frank Kraaijeveld nooit remmingen gehad. Ondanks de griep en een ‘droge strot’ excelleert hij in Nijmegen, in een zaal waar de Bintangs samen optreden met de band van Julian Sas en de fanatieke Bintangs-fans zoals altijd zijn te herkennen aan hun T-shirts (zwart met belettering in wit en rood) en hun leeftijd (50-plus.)

Drummer Burt van der Meij omschrijft ze als kale mannen met een buik. ‘Maar sinds Marco erbij is, staan er weer meisjes van 16 op de eerste rij.’ Het is een grap. Gitarist Marco Nicola is 50 en in Doornroosje zijn geen meisjes van 16 te bekennen.

Het ene moment spart Kraaijeveld met het publiek, het andere trekt hij zichzelf terug in ‘die berg herrie’ van zijn band. ‘Heerlijk. Mensen denken weleens dat ik een soort woeste beer ben, maar voor mijn gevoel ben ik op het podium gewoon mezelf. Ik zie het verschil niet helemaal.’

Met de gitaristen Dagomar Jansen (47) en Marco Nicola (50) en drummer Burt van der Meij (63, ex-Carlsberg onder meer) komen de Bintangs sterk voor de dag. En ze hebben lol.

In de bus hadden ze het ’s middags nog over hun frontman gehad. Nicola: ‘Frank is vandaag anders dan anders, door dat griepje. Als hij maar niet omvalt, zeiden we tegen elkaar. Maar waarschijnlijk staat hij op zijn 93ste nog op de bühne.’

Van der Meij: ‘Hij is 73, dat moeten wij nog maar zien te halen.’

De drummer noemt hem een waanzinnige bassist. ‘Het is geweldig om met hem samen te spelen. Maar hij is vooral onze dirigent, de man die alles in de gaten houdt. Als hij zijn wenkbrauwen fronst, weten wij genoeg, maar Frank zal ons nooit de les lezen. Zo zit hij niet in elkaar.’

Het derde nummer van de Bintangs in Nijmegen is Agnes Grey. ‘Dit lied is van mijn broer Arti’, zegt Frank Kraaijeveld en hij begint te spelen.   

Lost Kraaijeveld

Bintangs - It’s a nightmare, de nieuwste plaat van de Bintangs, wordt op 7 oktober gepresenteerd in het Patronaat in Haarlem. De band geeft die avond een dubbelconcert met Julian Sas. Op de plaat staan drie nieuwe nummers van de Bintangs en oude opnamen uit 1983, 2002 en 2007. Dit jaar hoopt Frank Kraaijeveld ook nog een plaat uit te brengen met nummers die hij heeft opgenomen met zijn broer Arti, Kraaijeveld – the lost tapes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.