Recensie Film

Rake details ontstijgen de literair-plichtstatige dialoog in het Franse drama La Villa (****)

La villa.

Het is een terugkerend beeld, in het Franse drama La villa: dat van vissen in een net, spartelend en happend naar adem.

De in La villa gemoedelijk geportretteerde vijftigers hebben wel wat weg van die vissen in hun net. Angèle, Joseph en Armand zijn tot elkaar veroordeeld, in het uitgestorven stadje waar ze zijn opgegroeid, in een baai vlak bij Marseille. Hun nog altijd daar wonende vader Maurice (Fred Ulysse) is na een beroerte volledig aan hun zorg overgeleverd. En dat terwijl actrice Angèle (Ariane Ascaride) jaren geleden om tragische redenen met Maurice gebroken heeft.

Schrijver-regisseur Robert Guédiguian en scenarist Serge Valletti geven Angèle een ietwat halfslachtig onthaal door haar broers: de net gepensioneerde Joseph (Jean-Pierre Darroussin) lijkt niet echt blij haar te zien; hetzelfde geldt voor Armand (Gérard Meylan), die als enige bij zijn vader is gebleven om zich om het familierestaurant te bekommeren. 

Wie eerder werk van Guédiguian kent, voelt zich wellicht op vertrouwd terrein met La villa, alleen al omdat acteurs uit films als Les neiges du Kilimandjaro (2011) wederom hun opwachting maken. Maar het is ook goed mogelijk dat je als toeschouwer aanvankelijk niet weet wat je met deze mensen moet aanvangen. Hun gesprekken zijn zo zeurderig, hun getob oeverloos. En moet dat nou, met z'n allen bekvechten terwijl ze pa in rolstoel naar de veranda tillen?

Toch raak je gehecht aan dit stel, dat wordt aangevuld door onder meer Josephs vriendin Bérangère (Anaïs Demoustier) en Benjamin (Robinson Stévenin), de jonge visser die aan Angèle zijn liefde verklaart. Guédiguian neemt de tijd om zijn protagonisten in afwisselende ensembles op te voeren, steeds andere aspecten van hun karakter belichtend. Dankzij rake details ontstijgen ze bovendien het literair-plechtstatige dat de dialoog soms aankleeft: zinnen als ‘Herinner jij je de werkende klasse’ kunnen niet op tegen bijvoorbeeld het moment waarop Angèle, net als vroeger, een octopus vangt door haar been in het water te laten bungelen.

De bocht die La villa in de laatste akte maakt, gaat maar net goed: wanneer Joseph en Armand in de bossen op enkele vluchtelingkinderen stuiten, wordt de vluchtelingencrisis gereduceerd tot een quasi-urgent kapstokje waaraan de personages hun eigen strubbelingen kunnen ophangen. De kinderen dienen vooral om Angèle, Joseph en Armand dichter bij elkaar te brengen en hun verhoudingen scherper te schetsen.

Dat lukt. En al blijft die plotwending gekunsteld, het is fijn dat die drie bij de kinderen zachtaardiger worden, minder gezwollen gaan praten en sowieso vaker hun mond houden. Dan krijgt het aangenaam ziltige briesje dat door de film waait ook meer ruimte.

La villa. Regie Robert GuédiguianMet Ariane Ascaride, Jean-Pierre Darroussin, Gerard Meylan, Anaïs Demoustier, Robinson Stévenin, Yann Trégouët,Genevieve Mnich, Diouc Koma. 107 min., in 20 zalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden